---
title: "Voorafgaande beslissing 2021.0686 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2021.0686 van 24 augustus 2021."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2021-0686-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-8044"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · VENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Roerende voorheffing - Kapitaalvermindering - Dividend - Liquidatiereserve - REGISTRATIERECHTEN - Inbreng van roerende en onroerende goederen - BTW - Onroerende goederen

**Nummer**

2021.0686

**Datum**

24 augustus 2021

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

62 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2021.0686 d.d. 24.08.2021

*VENNOOTSCHAPSBELASTING* · *Belastingneutrale partiële splitsing* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking* · *Roerende voorheffing* · *Kapitaalvermindering* · *Dividend* · *Liquidatiereserve*

*REGISTRATIERECHTEN* · *Inbreng van roerende en onroerende goederen*

*BTW* · *Onroerende goederen*

## Samenvatting

De partiële splitsing van een exploitatievennootschap, waarbij haar onroerende goederen worden overgedragen aan een bestaande vastgoedvennootschap teneinde alle onroerende goederen samen te brengen in één juridische entiteit, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183*bis*, WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

Voor de bepaling van het toepasselijke tarief van roerende voorheffing op de eventuele toekomstige kapitaalvermindering zoals bedoeld in artikel 537, zesde en zevende lid, WIB 92, wordt rekening gehouden met de datum van de authentieke akte van de kapitaalverhoging bij de partieel gesplitste vennootschap.

De geplande partiële splitsing valt onder het toepassingsgebied van artikel 115 en artikel 115*bis*, Fed.W.Reg.

De overdracht van de onroerende goederen ingevolge de partiële splitsing is vrijgesteld van btw op basis van artikel 44, § 3, 1°, a) lid 1, W.Btw.

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat de partiële splitsing van vennootschap X, waarbij zij activa- en passivabestanddelen, waaronder haar onroerende goederen, overdraagt aan een reeds bestaande vennootschap binnen de groep, zijnde vennootschap Y:

1.1. beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid van het van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92;

1.2. valt onder de toepassing van de artikelen 115 en 115*bis* van het Wetboek der Registratie-, hypotheek-, en griffierechten (Fed.W.Reg.);

1.3. geen invloed heeft op de kwalificatie van het in het artikel 537 WIB 92 bedoelde kapitaal, waardoor bij een eventuele toekomstige kapitaalvermindering, het bedrag van de kapitaalvermindering niet dient opgesplitst te worden over de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen (ten belope van het kapitaal gevormd in toepassing van artikel 537 WIB 92);

1.4. onder de vrijstelling valt van [artikel 44, § 3, 1°, a) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) (hierna W.Btw).

## II. Omschrijving van de verrichting door de aanvragers

**2.** Vennootschap X is een exploitatievennootschap die eveneens eigenaar is van twee panden die niet meer in het kader van de eigen exploitatieactiviteit worden gebruikt. Voor de eigen activiteiten huurt vennootschap X thans een ander pand.

**3.** De aandelen van vennootschap X worden aangehouden door mevrouw P en haar vader, de heer Q.

**4.** Vennootschap Y is een vastgoedvennootschap waarvan mevrouw P de hoofdaandeelhouder is. Vennootschap Y bezit verschillende onroerende goederen.

**5.** De voorgenomen verrichting betreft een partiële splitsing van vennootschap X waarbij de onroerende goederen, bepaalde vorderingen en een voorziening voor grote onderhouds- en herstellingswerken aan de bestaande vastgoedvennootschap Y zullen worden overgedragen.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de vennootschapsbelasting*

#### III.A.1. Betreffende het belastingneutrale karakter van de partiële splitsing

**6.** De geplande partiële splitsing beantwoordt aan de definitie van een met splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), WIB 92.

**7.** De aanvragers hebben bevestigd dat er geen specifieke schulden aanwezig zijn die verband houden met de over te dragen onroerende goederen. De onroerende goederen zullen bijgevolg schuldenvrij worden overgedragen.

**8.** De geplande verrichting zal geen impact hebben op de tewerkstelling. Er zal geen personeel mee overgaan naar vennootschap Y waaruit blijkt dat de exploitatieactiviteit bij de partieel gesplitste vennootschap zal worden verder gezet.

**9.** De centralisatie van de onroerende goederen in vennootschap Y zal leiden tot een efficiënte inzet van de middelen en expertise en een verdere uitbreiding van zowel de vastgoedactiviteiten als de exploitatieactiviteiten mogelijk maken, eventueel mits het binden van key-medewerkers. Tevens zal op deze wijze het vastgoed gevrijwaard blijven van de bedrijfsrisico’s eigen aan de exploitatieactiviteit. De aanvragers hebben in dit verband bevestigd dat thans geen claims of vorderingen bij vennootschap X aanwezig zijn zodat de verrichting er niet toe strekt zich aan haar financiële verplichtingen te onttrekken. Tenslotte zal de verrichting op termijn de uitwerking van een successieplanning mogelijk maken.

**10.** Vennootschappen X en Y zijn beiden winstgevend en beschikken niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen.

**11.** Ingeval van een (partiële) splitsing in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 worden de verkrijgende vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213 WIB 92, bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die ingeval van (partiële) splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen. De aanvragers hebben bevestigd dat de omdeling van de fiscale vermogensbestanddelen conform het bepaalde in artikel 213 WIB 92 zal gebeuren. Vennootschap X beschikt over vrijgestelde reserves.

**12.** Vennootschap Y beschikt enkel over een vrijgestelde investeringsreserve en voor het overige niet over vrijgestelde reserves waarop herbeleggingsverplichtingen rusten. Derhalve strekt de verrichting er niet toe om de naar aanleiding van de partiële splitsing verkregen activa aan te duiden als herbeleggingsactiva ten name van de verkrijgende vennootschap.

**13.** De aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van vennootschap X en/of vennootschap Y over te dragen, behoudens een schenking in het kader van de successieplanning.

**14.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de geplande partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**15.** De verkrijgende vennootschap is een binnenlandse vennootschap.

**16.** Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de geplande partiële splitsing van vennootschap X kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

**17.** De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummer 13 van deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183*bis* of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bijvoorbeeld de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van vennootschap X en/of vennootschap Y. Bij een latere overdracht van deze aandelen is deze beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

#### III.A.2. Inzake de kwalificatie van het in het artikel 537 WIB 92 bedoelde kapitaal

**18.** Artikel 537, eerste lid, WIB 92 stipuleert dat “in afwijking van de artikelen 171, 3°, en 269, § 1, 1°, wordt het tarief van de personenbelasting, respectievelijk de roerende voorheffing vastgesteld op 10 pct voor de dividenden die overeenkomen met de vermindering van de belaste reserves zoals deze ten laatste op 31 maart 2013 zijn goedgekeurd door de Algemene Vergadering op voorwaarde dat en in de mate dat minstens het verkregen bedrag onmiddellijk wordt opgenomen in het kapitaal en dat deze opneming plaatsvindt tijdens het laatste belastbaar tijdperk dat afsluit voor 1 oktober 2014”.

**19.** Vennootschap X heeft haar kapitaal in het boekjaar 2013 verhoogd door toepassing te maken van artikel 537 WIB 92.

**20.** In toepassing van artikel 213 WIB 92 worden de verschillende vermogensbestanddelen van vennootschap X verdeeld over de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen in verhouding tot de fiscale nettowaarden. Ingevolge de fiscale neutraliteit van de partiële splitsing behouden de verschillende componenten van het eigen vermogen evenwel hun eigenheid en worden ze bij de verkrijgende vennootschappen teruggevonden in dezelfde verhouding. Zo wordt ook het vastklikkapitaal na de partiële splitsing bij vennootschap X en vennootschap Y teruggevonden in functie van de fiscale nettowaarden. Er is derhalve geen effectieve terugbetaling van kapitaal aan de aandeelhouders, noch verandert de verrichting onder toepassing van de fiscale neutraliteit de kwalificatie van de verschillende vermogensbestanddelen.

### *III.B. Inzake de registratierechten*

**21.** Uit de door de aanvragers voorgelegde splitsingsstaat blijkt dat de aangelegde voorziening voor grote herstellings-en onderhoudswerken en bepaalde vorderingen door vennootschap X zullen worden afgesplitst naar vennootschap Y.

**22.** Artikel 115, Fed.W.Reg. bepaalt dat aan een recht van 0 pct. wordt onderworpen de inbreng van roerende goederen in vennootschappen waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, onverschillig of de inbreng bij de oprichting van de vennootschap of naderhand plaats heeft. Het recht wordt vereffend op het totaalbedrag van de inbrengen.

**23.** Er worden eveneens onroerende goederen van vennootschap X afgesplitst en ingebracht in vennootschap Y.

**24.** Inzake deze partiële splitsing waarbij een onroerend goed wordt afsplitst, bepaalt artikel 115*bis*, Fed.W.Reg. dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in vennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0% worden onderworpen.

**25.** Aangezien zowel vennootschap X als vennootschap Y als Belgische vennootschap voldoen aan de nationaliteitsvereiste, is er een zuivere toepassing van de artikelen 115 en 115*bis*, Fed.W.Reg.

**26.** Artikel 120, Fed.W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, wordt onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115*bis* en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117, Fed.W.Reg.

**27.** Er is geen sprake van de inbreng van een algemeenheid van goederen en ook niet van de inbreng van één of meer bedrijfstakken: het gaat *in casu* om de zuivere partiële splitsing van een vennootschap waarbij onroerende goederen al dan niet met schulden zullen worden overgedragen.

**28.** Aangezien de partiële splitsing, begrijpende twee onroerende goederen, volledig wordt vergoed in aandelen waarbij er geen overname van schuld noch enige opleg in contanten is, is *in casu* artikel 120 Fed.W.Reg. niet van toepassing. Er kan worden gesteld dat de verrichting zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van de artikelen 115 en 115*bis*, Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR bij toepassing van artikel 167 Fed.W.Reg.

**29.** Voor de toepassing van de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

### *III.C. Inzake de Btw*

**30.** Artikel 44, § 3, 1°, a) lid 1, W.Btw luidt als volgt: ‘Van de belasting zijn nog vrijgesteld: 1° de volgende handelingen a) de levering van uit hun aard onroerende goederen’. Lid 2 van dezelfde bepaling voorziet verder een uitsluiting op de vrijstelling voor zogenaamde ‘nieuwe’ onroerende goederen.

**31.** De aanvrager vraagt de toepassing van bovenstaand artikel op de voorgenomen partiële splitsing.

**32.** Uit de naar voor gebrachte feiten blijkt dat er (o.m.) twee onroerende goederen worden overgedragen ingevolge de partiële splitsing. Verder blijkt uit de overgemaakte informatie dat deze twee onroerende goederen niet als nieuw kunnen aanzien worden in de zin van artikel 44, § 3, 1°, a) lid 2, W.Btw. De overdracht van deze twee onroerende goederen valt dan ook onder de btw-vrijstelling zoals voorzien in artikel 44, § 3, 1°, a) lid 1, W.Btw.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen
