Btw ; Recht op aftrek ; Recht een beroepswerkzaamheid uit te oefenen · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2021.0412 16 juni 2022

Zoeken

Btw ; Recht op aftrek ; Recht een beroepswerkzaamheid uit te oefenenBtw ; Recht op aftrek ; Recht een beroepswerkzaamheid uit te oefenen ; Commissionair

https://juriel.be/nl/rulings/2021-0412-btw-recht-aftrek-beroepswerkzaamheid-oefenen-2c93

Nummer
2021.0412
Datum
16 juni 2022

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

47 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2021.0412 d.d. 14.06.2022

Btw · Recht op aftrek · Recht een beroepswerkzaamheid uit te oefenen · Commissionair

Samenvatting

A gaat met diverse woningverhuur maatschappijen een overeenkomst aan tot het ter beschikkingstellen van zonnepaneleninstallaties op de tussen partijen aangewezen daken. A zal ook instaan voor het operationeel houden en beheren van de installaties en zal de verhuurmaatschappijen een dienstenpakket aanbieden teneinde deze laatste toe te staan de door de huurders verbruikte stroom te meten en te factureren. A zal ook de opmetingen bijhouden van het op het net geïnjecteerde stroomvolume teneinde deze in haar hoedanigheid van commissionair aan de energieleverancier te factureren.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Met deze aanvraag wenst A, te vernemen dat:

1.1 de toekenning van de A-aandelen door A aan B ter vergoeding van de toekenning van het recht om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen (met name het recht om over te gaan tot de plaatsing van zonnepaneleninstallaties) dat B aan A toekent, aan het gewone tarief van 21% BTW onderworpen is en dat A de BTW, in aftrek kan brengen;

1.2 de uitgifte van de D-aandelen door A buiten de werkingssfeer van de BTW valt en derhalve niet aan BTW onderworpen is;

1.3 de regeling medecontractant toepassing vindt bij de plaatsing en de levering van de zonnepaneleninstallaties in opdracht van A en dat de verschuldigde BTW moet voldaan worden aan het gewone tarief van 21%, welke BTW door A in aftrek gebracht kan worden;

1.4 dat de terbeschikkingstelling van de zonnepaneleninstallaties door A aan B een aan het gewone tarief van 21% BTW onderworpen dienst is – als bedoeld in artikel 18,§1 tweede lid, 6° en dat dit laatste tevens geldt voor de andere diensten- bedoeld in artikel 18, §1 tweede lid, 1° W.btw die A aan B levert, met name:

1.4.1 het facturatiemanagement dat in staat zal stellen om de gelijktijdig verbruikte zonnestroom door te rekenen aan de huurder;

1.4.2 het asset management dat B in staat moet stellen om de goede werking van de installaties te monitoren;

1.4.3 het omnium onderhoud (totale waarborg) en de monitoring met actief beheer van de installaties dat de goede werking van de installaties ten behoeve van B moet verzekeren;

1.4.4 de communicatie rond het project;

1.5 dat de subsidies (de premies) die A zal ontvangen van het Vlaams Gewest voor de plaatsing van de zonnepaneleninstallaties, geen invloed hebben op haar recht op BTW-aftrek;

1.6 dat A de BTW die zij verschuldigd is aan B over hun netto aandeel in de geïnjecteerde zonnestroom, welke stroom A verkoopt aan een elektriciteitsleverancier, in aftrek kan brengen.

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. B geeft aan A de toelating om zonnepaneleninstallaties te plaatsen op de woningen die zij bezit. De daarvoor verschuldigde vergoeding vereffent A in natura door het uitreiken van aandelen, hierna genoemd A aandelen. De verschuldigde vergoeding wordt bepaald per kWp geïnstalleerd vermogen van de zonnepanelen, ongeacht het type, de locatie of de oriëntatie van het dak.

3. Via een afstand van het recht op natrekking door B voor een periode van 20 jaar, te rekenen vanaf de voorlopige oplevering van de installaties, blijft A eigenaar van de zonnepaneleninstallaties. Na deze periode wordt B eigenaar van de zonnepaneleninstallatie zonder dat hiervoor enige bijkomende vergoeding verschuldigd is.

4. Zodra een installatie operationeel is, zal A een éénmalige vergoeding per kwp geïnstalleerd vermogen, betalen aan B. Deze vergoeding dekt de kosten die B moet maken, zoals het ter plaatse voorzien van medewerkers om de toegang tot de gebouwen te verzekeren, het aanwijzen van schakelkasten enz. …

5. B verbindt er zich toe om ten bedrage van voormelde éénmalige vergoeding, D-aandelen te verwerven in A. Wanneer de éénmalige vergoeding geen veelvoud is van de waarde van een D-aandeel, betaalt B het restbedrag om tot een geheel veelvoud van de waarde van een D-aandeel te komen.

6. Naast de terbeschikkingstelling van de zonnepaneleninstallaties verstrekt A tevens de volgende diensten:

6.1 het facturatiemanagement dat B in staat zal stellen om de gelijktijdig verbruikte zonnestroom door te rekenen aan de huurder;

6.2 het asset management dat B in staat moet stellen om de goede werking van de installaties te monitoren;

6.3 het omnium onderhoud (totale waarborg) en de monitoring met actief beheer van de installaties dat de goede werking van de installaties ten behoeve van B moet verzekeren;

6.4 de communicatie rond het project.

7. Voor de terbeschikkingstelling van de zonnepaneleninstallaties en de andere hiervoor vermelde diensten betaalt B een vergoeding aan A. Deze vergoeding bestaat uit 2 delen: een éénmalige opstartkost en een jaarlijkse vergoeding beide gekoppeld aan het kWp geïnstalleerd vermogen.

8. De elektriciteit die door de zonnepaneleninstallaties opgewekt wordt, zal door B verkocht worden aan de bewoners die zelf ook een contract hebben met een elektriciteitsleverancier.

9. A zal de opgewekte stroom die niet gebruikt wordt door de bewoners van B , voor rekening van B verkopen aan een energieleverancier. Ofschoon de overeenkomst voorziet dat de verkoop van de geïnjecteerde stroom geschiedt in naam en voor rekening van B, zal A in eigen naam een factuur uitreiken aan de elektriciteitsleverancier voor de aan deze laatste verkochte geïnjecteerde zonnestroom. B zal aan A een factuur uitreiken voor de totale netto ontvangsten die ze verschuldigd is ingevolge de verkoop aan de elektriciteitsleveranciers.

III. Beslissing

10. Op basis van hiervoor weergegeven handelingen in hoofde van A mag geconcludeerd worden dat A een economische activiteit zal ontwikkelen bestaande uit enerzijds het ter beschikking stellen van operationele zonnepaneleninstallaties te bezwarende titel en anderzijds het verlenen van diverse met de installatie verband houdende diensten, zodat zij als btw-plichtige met recht op aftrek aangemerkt dient te worden.

11. Uit de aangeleverde informatie blijkt dat B ten voordele van A een afstand van recht van natrekking op diens daken verstrekt teneinde A toe te laten eigenaar te blijven van de in haar opdracht geïnstalleerde zonnepanelen.

12. Met werk in onroerende staat in de zin van art. 19 § 2 W.BTW wordt gelijkgesteld, zelfs indien zij geen werk in onroerende staat zijn: iedere handeling die tot voorwerp heeft zowel de levering, als de aanhechting aan een gebouw van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van o.m. de elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen.

13. Middels haar btw-beslissing nr. E.T.113.873 dd 19 februari 2008 bevestigde de administratie dat thermische en fotovoltaïsche zonnepanelen voor de productie van warmte-energie en/of elektriciteit voor een privé-woning, een bestanddeel van voornoemde installaties vormen, zelfs wanneer ze bij plaatsing niet onroerend van aard worden. Voormelde geldt zelfs wanneer de panelen om technische en/of esthetische redenen geplaatst worden op het terrein aanpalend aan de woning of op een bijgebouw.

14. Het feit dat A, middels afstand van recht van natrekking, eigenaar blijft van de zonnepanelen en deze enkel ter beschikking stelt van de eigenaar van het onroerend goed, doet geen afbreuk aan de btw technische kwalificatie als voormeld, om reden dat deze installatie gekoppeld wordt met de elektrische installatie die zich bevindt in de woning en er vanuit functioneel oogpunt er daardoor deel van uitmaakt. De diversiteit een eigenaars – woning versus installatie – doet hieraan geen afbreuk gezien de wettelijke gelijkschakeling met werk in onroerende staat.

15. Daaruit volgt dat de levering en plaatsing van de zonnepaneleninstallaties door aannemers in opdracht van A aangemerkt moet worden als werk in onroerende staat zoals beoogd in artikel 20, §2, tweede lid, 1°, c) KB nr. 1.

16. Daar A een btw-plichtige is die belastbare handelingen stelt, en daartoe tevens periodieke aangiften indient, zal wat de voldoening van de BTW betreft, de regeling medecontractant c.q. btw verlegd, zoals bedoeld in art. 20 van het K.B. nr. 1, toepasselijk zijn op de levering en plaatsing van de zonnepaneleninstallaties door in België gevestigde aannemers.

17. Tevens verwijzend naar de btw- beslissing E.T. nr. 113.873 dient opgemerkt dat voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief duidelijk verwijst naar de voorwaarde opgenomen in §1, 4° van rubriek XXXI, tabel A, KB nr 20 en specifiek §1,4° alwaar gesteld wordt dat de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker […];

18. Daar A op generlei wijze als eindgebruiker aangemerkt kan worden maar de installatie zal aanwenden teneinde haar economische activiteit te realiseren, dient geconcludeerd dat zij op generlei wijze kan genieten van de toepassing van een verlaagd btw-tarief.

19. Verder dient vastgesteld dat B de toelating geeft om op haar daken de zonnepaneleninstallaties te plaatsen, en daarbij A de mogelijkheid verleent haar beroepswerkzaamheid uit te oefenen, zijnde het ter beschikking stellen van zonnepaneleninstallaties teneinde de contractant de mogelijkheid te bieden de opgewerkte stroom aan te bieden aan diens huurders. Hieruit volgt dat B het recht toekent aan A om haar beroepswerkzaamheid uit te oefenen in de zin als beoogd in artikel 18,§1, 2de lid, 6° Wbtw. De aan B verschuldigde vergoeding, berekend per kWP geïnstalleerd vermogen om de installatie te mogen plaatsen en operationeel te houden enerzijds en de éénmalige vergoeding tevens berekend op dezelfde wijze, maar verschuldigd voor de door B verstrekte dienstverlening tijdens de installatie, zijn beide onderhevig aan 21% btw. En dit ondanks dat de eerste vergoeding in natura plaatsvindt, middels de uitreiking van A aandelen. Het gegeven dat B zich engageert om de éénmalige aan btw onderworpen vergoeding aan te wenden voor het verwerven van D-aandelen (uitgegeven door A) houdt in dat deze handeling – aankoop van aandelen - buiten de werkingssfeer valt van de BTW.

20. De samenwerkingsovereenkomst, voorziet dat B aan A een mandaat verleent om de elektriciteit die niet gebruikt wordt door de bewoners van de woningen (de te veel opgewekte stroom of geïnjecteerde zonnestroom), in naam en voor rekening van B te verkopen aan een elektriciteitsleverancier. Desalniettemin voorziet men in dezelfde overeenkomst dat A in eigen naam een factuur zal uitreiken aan de elektriciteitsleverancier voor de aan deze laatste verkochte geïnjecteerde stroom.

21. Zonder op de concrete voorwaarden voor het bekomen van de premie in te gaan, dient vastgesteld te worden dat de aanvrager verwijst naar de premie voor zonnepanelen 2022 zoals gepromoot door de Vlaamse overheid bij de installatie en in gebruikname onder welbepaalde voorwaarden van zonnepanelen. A die de premie ontvangt is op basis van de verstrekte informatie de enige begunstigde van de premie. Deze premie drukt op eenmalige wijze de aankoop en installatieprijs van de zonnepaneleninstallatie, die door haar ter beschikking gesteld wordt van B samen met een dienstenpakket vereist voor het operationeel houden en opvolgen van de door de installatie geproduceerde stroom die toekomt aan B.

22. Op basis van voormelde informatie dient geconcludeerd dat de elementen om de door A te ontvangen premie aan te merken als een prijssubsidie niet voorhanden zijn bij ontstentenis van een aan deze premie gekoppelde prestatie dan wel vergoeding.

Aangehaalde teksten

1
KB nr. 1 art. 202 voorkomens