---
title: "Voorafgaande beslissing 2021.0308 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale fusies"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale fusies, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2021.0308 van 11 mei 2021."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2021-0308-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-fusies-zakelijke-overwegingen-111b"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale fusies, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · VENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale fusies - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Abnormaal of goedgunstig voordeel - REGISTRATIERECHTEN - Inbreng van een universaliteit van goederen - BTW - Algemeenheid van goederen - Herziening

**Nummer**

2021.0308

**Datum**

11 mei 2021

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

90 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2021.0308 d.d. 11.05.2021

*VENNOOTSCHAPSBELASTING* · *Belastingneutrale fusies* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking* · *Abnormaal of goedgunstig voordeel*

*REGISTRATIERECHTEN* · *Inbreng van een universaliteit van goederen*

*BTW* · *Algemeenheid van goederen* · *Herziening*

## Samenvatting

De fusieverrichtingen, die ertoe strekken de ingevolge een familiaal conflict ontstane aandeelhoudersstructuur te vereenvoudigen en die leiden tot een vereniging van de onroerende goederen, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183*bis*, WIB 92 en kunnen belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

De fusieverrichtingen geven geen aanleiding tot een abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van artikel 26 WIB 92.

De fusieverrichtingen ressorteren onder het toepassingsgebied van artikel 117, § 1, Fed.W.Reg en artikel 11 en 18, § 3, W.Btw. Er dient geen btw-herziening te worden toegepast.

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1 de fusie door overneming van vennootschap B door vennootschap A beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis* WIB 92;

1.2 de fusie door overneming van vennootschap B door vennootschap A onder de toepassing valt van artikel 117, § 1, van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek-en Griffierechten (hierna “W.Reg.”);

1.3 de fusie door overneming van vennootschap B door vennootschap A onder de toepassing valt van de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, § 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), van het Btw-Wetboek (hierna “W.Btw”);

1.4 de automatische beëindiging van het opstalrecht tussen vennootschap B en vennootschap A door vermenging van opstalrecht van vennootschap B en de door vennootschap A opgerichte opstallen ingevolge de fusie geen aanleiding zal geven tot een abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van artikel 26 WIB 92 of btw(-herzieningen);

1.5 de hieropvolgende fusie door overneming van vennootschap C door vennootschap A beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92;

1.6 de fusie door overneming van vennootschap C door vennootschap A onder de toepassing valt van artikel 117, § 1, W.Reg.;

1.7 de fusie door overneming van vennootschap C door vennootschap A onder de toepassing valt van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.;

1.8 de automatische beëindiging van de opstalrechten tussen vennootschap C en vennootschap A door vermenging van opstalrecht en naakte eigendom ingevolge de fusie geen aanleiding zal geven tot een abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van artikel 26 WIB of btw(-herzieningen).

## II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

**2.** De heer X en zijn echtgenote Y houden deelnemingen aan in verschillende vennootschappen, waaronder:

• vennootschap B (op heden volledig in handen van de heer X): deze vennootschap werd aangekocht met het oog op het investeren in activiteit P;

• vennootschap C (op heden deels in handen van de heer X, deels in onverdeeldheid in handen van de heer X en mevrouw Y en deels in handen van vennootschap B). De vennootschap is actief in activiteit Q:

\- in dit kader heeft zij een grond aangekocht die zij deels in opstal heeft gegeven aan vennootschap A en deels heeft gebruikt voor de oprichting van een logistiek gebouw dat op vandaag wordt verhuurd;

\- vennootschap C is aandeelhouder van vennootschap D, die een industriegrond aanhoudt naast de grond van vennootschap C;

• vennootschap A (op heden deels in handen van de heer X en deels in handen van mevrouw Y): deze vennootschap is onder meer actief in activiteit Q. Vennootschap A heeft ingevolge haar recht van opstal toegekend door vennootschap C twee gebouwen opgericht: één gebouw dat fungeert als opslagruimte en tot voor kort werd verhuurd en één gebouw dat fungeerde als verpakkingsruimte en in onroerende leasing werd gegeven aan een derde partij. Daarnaast houdt de vennootschap zich bezig met de financiering van andere verbonden vennootschappen die actief zijn in sector Q.

**3.** Vennootschappen A en C hebben samen een recht van opstal toegestaan aan vennootschap B in het kader van haar activiteit P:

• het opstalrecht van vennootschap A aan vennootschap B betreft één van de twee gebouwen die vennootschap A ingevolge haar van vennootschap C verkregen opstalrecht heeft opgericht;

• het opstalrecht van vennootschap C aan vennootschap B betreft een gebouw dat vennootschap C heeft opgericht op haar eigen grond.

**4.** De families X en Y hebben een jarenlange relatie, niet alleen als schoonfamilie maar ook als zakenpartners. Op heden woedt er echter een fundamenteel familiaal conflict tussen de families X en Y waardoor een duurzame samenwerking onmogelijk blijkt te zijn. De aanvragers zorgden voor de nodige staving ter onderbouw van de verstoorde familiale relatie.

Op heden is er geen reden meer om de vennootschappen A, B en C afzonderlijk aan te houden, gelet op de exit van enkele familieleden Y en mede gelet op het feit dat de aandeelhoudersstructuur van de drie vennootschappen een grote gelijkenis vertoont.

**6.** Vanuit die optiek worden de volgende verrichtingen vooropgesteld:

1) een fusie waarbij vennootschap B wordt overgenomen door vennootschap A; gevolgd door

2) een fusie waarbij vennootschap C wordt overgenomen door vennootschap A.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake artikel 211, § 1, WIB 92*

**7.** De beoogde verrichtingen betreffen twee fusieverrichtingen zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1, a), WIB 92.

**8.** De fusieverrichtingen zullen er niet alleen toe leiden dat de historisch ontstane structuur (zie randnummer 4) wordt vereenvoudigd, maar heeft tevens als voordeel dat:

• het aantal intragroepstransacties zal verminderen;

• de met opstalbezwaarde gronden en gebouwen worden verenigd met de opstallen.

**9.** Vennootschap A treedt in het kader van de fusieverrichtingen op als overnemende vennootschap omwille van een dubbele reden:

• doordat vennootschap A optreedt als overnemende vennootschap behoudt zij haar bestuursmandaat in de vennootschap E. Op deze manier vermijdt zij dat ze haar invloed in deze vennootschap zou verliezen;

• recent verkocht vennootschap A enkele deelnemingen. Deze vennootschappen zullen wellicht in de toekomst worden vereffend, aangezien hun beperkte activiteit sinds het verlies van hun enige klant. Naar aanleiding van deze vereffening kunnen nog schuldeisers opduiken. Er zijn volgens de aanvragers geen concrete indicaties in die richting, maar het risico is niet volledig uit te sluiten. Er wordt dan ook voor geopteerd vennootschap A als overnemende vennootschap te laten voortbestaan.

**10.** De te fuseren vennootschappen stellen geen werknemers tewerk.

**11.** De fiscale aspecten van de verrichtingen kunnen als volgt worden samengevat:

11.1 vennootschap A is de laatste jaren winstgevend en beschikt steeds over een belastbare basis. Enkel in het laatste boekjaar werd een eenmalig verlies geboekt. Vennootschap B is de laatste jaren steeds winstgevend en beschikt ook steeds over een belastbare basis. Vennootschap C is de laatste jaren licht verlieslatend, maar in het laatste boekjaar werd een beperkte winst behaald;

11.2 vennootschap B beschikt niet over fiscaal overgedragen bestanddelen;

11.3 vennootschappen A en C beschikken over fiscaal overgedragen verliezen. De aanvragers hebben de toepassing van artikel 206, § 2, WIB 92 bevestigd en uit de overgemaakte berekeningen blijkt dat er nog ongeveer x euro aan fiscaal overgedragen verliezen zullen overblijven bij de fusievennootschap. In dit kader kan er ook nog op gewezen worden dat de berekening van de verliesbeperking in het kader van artikel 206, § 2, WIB 92 correct gebeurde door de aanvragers in die zin dat de fiscale nettowaarde van vennootschap A in het kader van de fusie met vennootschap C werd bepaald rekening houdend met het overgenomen vermogen n.a.v. de fusie met vennootschap B;

11.4 op basis van de opgemaakte prognoses blijkt dat de belastbare basis van de fusievennootschap in het eerste jaar na fusie lager uitvalt dan wanneer de vennootschappen op stand alone basis zouden verder gaan. Vanaf het tweede jaar na fusie valt de belastbare basis van de fusievennootschap evenwel hoger uit dan wanneer de vennootschappen op stand alone basis zouden doorgaan;

11.5 geen van de te fuseren vennootschappen beschikt over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande herbeleggings- of investeringsverplichtingen gelden, zodat de verrichtingen er niet toe strekken om de ingevolge de verrichtingen verkregen activa aan te duiden als herbelegging met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie ten name van deze vennootschappen;

11.6 vennootschap B is een bankkrediet aangegaan (onder meer) naar aanleiding van de verwerving van de participatie in vennootschap C. Vennootschap B kan de intrestlast in het kader van dit krediet op stand alone basis zelf in aftrek brengen van zijn belastbare basis.

**12.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de fusieverrichtingen plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**13.** De overnemende vennootschap in het kader van de fusieverrichtingen is een binnenlandse vennootschap.

**14.** Derhalve kan worden besloten dat de fusieverrichtingen belastingneutraal kunnen plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

***III.B. Inzake artikel 117, § 1, W.Reg.***

**15.** Volgens artikel 117, § 1, W.Reg. is het bij de artikelen 115 en 115*bis* bepaalde recht niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in één of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

**16.** Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat :

\- de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen;

\- eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

**17.** In het kader van de voorgenomen reorganisatie vinden er twee fusies plaats:

\- een fusie door overneming waarbij vennootschap B wordt overgenomen door vennootschap A.

\- een fusie door overneming waarbij vennootschap C wordt overgenomen door vennootschap A.

**18.** Bij deze verrichtingen zal de inbreng worden gedaan door een Belgische vennootschap. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

**19.** De twee fusies gebeuren door inbreng van het gehele vermogen, zowel actief en passief, van de respectievelijk over te nemen vennootschap, waardoor er wordt voldaan aan de notie van een universaliteit van goederen, zoals bepaald in artikel 117, § 1, Fed.W.Reg., en er bijgevolg genoten kan worden van de vrijstelling.

**20.** De vergoeding voor beide fusies zal uitsluitend bestaan uit aandelen. Er zal geen opleg in geld worden betaald.

**21.** Door de fusies zullen de met opstal bezwaarde gronden en de opstallen worden herenigd, zodat de volle eigendom van de onroerende goederen voortaan zal toebehoren aan de fusievennootschap vennootschap A.

**22.** Voor de toepassing van de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

### *III.C. Inzake de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw*

**23.** Overeenkomstig artikel 11, W.Btw wordt niet als levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

**24.** Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

**25.** In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

**26.** De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

#### *a) Fusie door overneming van vennootschap B door vennootschap A*

**27.** Naar aanleiding van de hierboven beschreven fusie door overneming van vennootschap B door vennootschap A worden alle activa en passiva die verbonden zijn aan vennootschap B overgedragen aan vennootschap A. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een algemeenheid van goederen. De bestaande economische activiteit van vennootschap B zal worden verdergezet door vennootschap A.

**28.** De aanvragers verklaren dat de overnemer, vennootschap A, kwalificeert als een btw-belastingplichtige die, in de mate btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, recht op btw-aftrek heeft.

##### *b) Fusie door overneming van vennootschap C door vennootschap A*

**29.** Naar aanleiding van de hierboven beschreven fusie door overneming van vennootschap C door vennootschap A worden alle activa en passiva die verbonden zijn aan vennootschap C overgedragen aan vennootschap A. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een algemeenheid van goederen. De bestaande economische activiteit van vennootschap C zal worden verdergezet door vennootschap A.

**30.** Rekening houdende met het bovenstaande dient te worden besloten dat beide fusies, zijnde enerzijds de fusie door overneming van vennootschap B door vennootschap A en anderzijds de fusie door overneming van vennootschap C door vennootschap A, dienen te gebeuren met toepassing van artikel 11 en 18, § 3, W.Btw.

### *III.D. Inzake artikel 26 WIB 92*

**31.** Na de fusieverrichtingen zullen de opstalrechten van vennootschap B (toegestaan door vennootschap C en vennootschap A) en vennootschap A (toegestaan door vennootschap C) uitdoven door vermenging met de rechten van de respectievelijke opstalgevers en zullen de opstallen aldus worden verenigd met de met opstal bezwaarde gebouwen en gronden in vennootschap A, waardoor vennootschap A volle eigenaar wordt van deze onroerende goederen.

**32.** Aangezien de fusieverrichtingen belastingneutraal plaatsvinden, geven deze overgangen ingevolge vermenging geen aanleiding tot een abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van artikel 26 WIB 92.

### *III.E. Inzake de btw-herzieningen*

**33.** Na de fusieverrichtingen zullen de opstalrechten van vennootschap B (toegestaan door vennootschap C en vennootschap A) en vennootschap A (toegestaan door vennootschap C) uitdoven door vermenging met de rechten van de respectievelijke opstalgevers en zullen de opstallen aldus worden verenigd met de met opstal bezwaarde gebouwen en gronden in vennootschap A, waardoor vennootschap A volle eigenaar wordt van deze onroerende goederen.

**34.** Voor zover vennootschap A de activiteit P en de gebouwen verder zal exploiteren en aanwenden voor een btw belaste activiteit dient geen btw-herziening te worden doorgevoerd.

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
