Tarief · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2021.0182 20 april 2021

Zoeken

TariefBtw - Tarief - Tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6% voor afbraak van gebouwen en de ermee gepaard gaande heropbouw van woongebouwen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan - Artikel 1quater, § 3 van KB nr. 20 betreffende de btw-tarieven (de tekst van KB nr. 20, artikel 1quater, werd vervangen en is van toepassing met ingang van 01.01.2021 tot en met 31.12.2022 (artikel 15, Programmawet van 20.12.2020, BS, 30.12.2020, 1ste editie, p. 96068))

https://juriel.be/nl/rulings/2021-0182-tarief-tijdelijk-verlaagde-btw-afbraak-b7e5

Nummer
2021.0182
Datum
20 april 2021

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

92 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2021.0182 d.d. 20.04.2021

Btw

Tarief

Tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6% voor afbraak van gebouwen en de ermee gepaard gaande heropbouw van woongebouwen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan

Artikel 1quater, § 3 van KB nr. 20 betreffende de btw-tarieven (de tekst van KB nr. 20, artikel 1quater, werd vervangen en is van toepassing met ingang van 01.01.2021 tot en met 31.12.2022 (artikel 15, Programmawet van 20.12.2020, BS, 30.12.2020, 1ste editie, p. 96068))

Samenvatting

De verkoop van de wooneenheden gerealiseerd op het oorspronkelijk bebouwde kadastrale perceel, wooneenheden die deel uitmaken van het cohousingproject ‘M’ in O, komt principieel in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% op grond van artikel 1quater, § 3, van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022. De verkoop van de wooneenheden gerealiseerd op het oorspronkelijk onbebouwde kadastrale perceel, wooneenheden die deel uitmaken van het cohousingproject ‘M’ in O, is onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

Aangezien de aandelen in de schuur die dienstdoet als gemeenschappelijke ruimte onlosmakelijk verbonden zijn met de privatieve wooneenheid die in het kader van het cohousingproject wordt aangekocht, dienen zij dezelfde fiscale regeling te ondergaan.

De verkoop van de aandelen in de bedoelde schuur, als aanhorigheid van de wooneenheden, verbonden met de wooneenheden gerealiseerd op het oorspronkelijk bebouwde kadastrale perceel, komt bijgevolg principieel in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% op grond van artikel 1quater, § 3, van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022. De verkoop van de aandelen in de bedoelde schuur, als aanhorigheid van de wooneenheden, verbonden met de wooneenheden gerealiseerd op het oorspronkelijk onbebouwde kadastrale perceel, is daarentegen onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

Het spreekt voor zich dat de toepassing van dit tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6% verder afhankelijk is van de in artikel 1quater, § 3, tweede lid, § 4, § 5 en § 8 van Btw-KB nr. 20 opgelegde grond- en vormvoorwaarden, i.e. in hoofdzaak de bestemming die de verkrijger aan de woning geeft (enige en hoofzakelijk eigen woning), het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger, het oppervlaktecriterium, de termijnvoorwaarde en de naleving van de te vervullen formaliteiten.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend in naam van projectontwikkelaar X.

2. Het project is gelegen in O. Dit project betreft een cohousingproject. Het project zal worden gerealiseerd op een site die oorspronkelijk bestond uit 5 kadastrale percelen waarvan er slechts één bebouwd was.

3. Met het oog op de realisatie van het cohousingproject en het opmaken van een basisakte voor de toekomstige bewoners werd beslist om de 5 kadastrale percelen samen te voegen tot één kadastraal perceel. Deze samenvoeging van percelen wordt gerealiseerd vóór de start van de afbraakwerken.

4. Op heden bevinden zich de volgende gebouwen op de projectsite:

• een voormalig woonhuis;

• enkele bijgebouwen, en;

• een schuur.

5. De schuur staat op de inventaris van bouwkundig erfgoed en zal als enige gebouw behouden blijven. Alle andere gebouwen worden afgebroken.

6. De schuur zal worden gerenoveerd en worden bestemd als gemeenschappelijke ruimte voor de cohousers. Bij de renovatie van de schuur blijft de dragende structuur grotendeels behouden. Zo zullen onder meer de dragende binnen- en buitenmuren alsook het dak en het houten dakgebinte integraal behouden blijven. Er zullen wel nieuwe vloerplaten worden aangelegd.

7. In de nieuw opgerichte gebouwen rond de schuur zullen er 8 wooneenheden worden gerealiseerd. Meer bepaald zullen er ten noorden van de schuur 3 wooneenheden worden gerealiseerd, ten zuiden van de schuur 4 wooneenheden en ten oosten van de schuur één wooneenheid.

II. Vraagstelling

8. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de rulingdienst de bevestiging te verkrijgen dat bij de verkoop van wooneenheden die deel uitmaken van het hierna genoemde en besproken project, toepassing kan worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022 en voor zover de kopers aan de daartoe gestelde grond- en vormvoorwaarden voldoen.

9. Het gaat meer bepaald over de wooneenheden die zullen worden verkocht in het kader van het project ‘M’ in O.

10. Dit project wordt gecoördineerd door de projectontwikkelaar, met name X.

III. Beslissing

Uit het door de rulingdienst verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

11. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

III.A. Algemeen

III.A.1. Draagwijdte van de tijdelijke, nieuwe regeling van artikel 1quater, § 3 van BTW-KB nr. 20

12. Ingevolge de wet ter invoering van artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 (Programmawet van 20.12.2020, BS 30.12.2020, 1ste editie, p. 96068) is het verlaagde btw-tarief van 6% is onder andere van toepassing op de btw-belaste levering van woningen en het bijhorend terrein door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting overeenkomstig artikel 17, § 1 W.BTW opeisbaar is geworden tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

13. Het eerste lid van § 3 van artikel 1quater van Btw-KB nr. 20 luidt als volgt:

‘Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op de levering van woningen en het bijhorend terrein, alsook op de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek, op een woning en het bijhorend terrein, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022’.

III.A.2. Voorwaarden gesteld aan projectontwikkeling onder de tijdelijke, nieuwe regeling

14. Artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20 stelt onder meer als voorwaarden dat:

• de verkoper de afbraak en heropbouw van de woning moet hebben uitgevoerd - volgens de Memorie van Toelichting bij de Programmawet van 20.12.2020 wil dat zeggen dat de maatregel alleen betrekking heeft op projecten die worden uitgevoerd, vanaf de afbraak van het gebouw tot de levering van de woning, door dezelfde btw-plichtige (in de circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021 ook de verkoper genoemd) (Parl. St. Kamer 2020-21, nr. 55-1662/1, 26-27);

• de heropbouw van de woning moet gebeuren op hetzelfde kadastrale perceel als waar het afgebroken gebouw stond.

III.A.3. Afbakening van geformuleerde vraagstelling

15. Alle wooneenheden die worden verkocht in het project ‘M’ in O die het voorwerp uitmaken van deze rulingaanvraag, zullen volgens de aanvrager-verkoper van de wooneenheden voldoen aan het oppervlaktecriterium (i.e. totale bewoonbare oppervlakte van niet meer dan 200 m2 overeenkomstig artikel 1quater, § 3, tweede lid, 1°, a) jo. § 8 van Btw-KB nr. 20).

Daarenboven maakt de verkoper van de wooneenheden zich sterk te zullen voldoen aan de voorwaarden zoals uiteengezet in artikel 1quater, § 3, tweede lid, 2° en 3° van Btw-KB nr. 20 (indiening gezamenlijke voorafgaande verklaring / factuurvermelding) mits uiteraard de koper voldoet aan de daartoe gestelde voorwaarden.

16. Deze rulingaanvraag is er dus louter op gericht bevestiging te krijgen van de rulingdienst dat de wooneenheden, die in het kader van het project ‘M’ in O worden verkocht, principieel in aanmerking komen voor de toepassing van het betreffende verlaagde btw-tarief van 6% omdat de betreffende wooneenheden allemaal worden gerealiseerd in het kader van een afbraak- en heropbouwproject en mits de kopers natuurlijk aan de voorwaarden, zoals uiteengezet in artikel 1quater, § 3, tweede lid, 1° van Btw-KB nr. 20 voldoen en de btw opeisbaar wordt in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

III.B. Het verlaagde BTW-tarief van 6% op grond van artikel 1quater, § 3 van BTW-KB nr. 20: toepassing in casu

III.B.1. Afbraak en heropbouw door dezelfde persoon (vereiste van eenheid (identiteit) tussen degene die afbreekt en degene die de woning heropbouwt)

17. In casu wordt er door de projectontwikkelaar in het kader van dit vastgoedproject gewerkt met een opstalconstructie. Kort samengevat komt dit erop neer dat de grond wordt aangehouden door een grondeigenaar die een opstalrecht verleent aan de projectontwikkelaar. Om onder de nieuwe, tijdelijke regeling te vallen, moet het gaan om een bebouwd terrein. Het opstalrecht verleent de projectontwikkelaar het recht om het bestaand gebouw af te breken en een nieuwe woning op te richten.

De grond kan dan door de grondeigenaar afzonderlijk worden verkocht onder het stelsel van de registratiebelasting (FAQ (editie 23.12.2020), nr. B.3.; zie de regeling die staat beschreven in de beslissing nr. E.T.119.318 van 28.10.2010, punt 2, onder "2de voorwaarde”; zie ook Verslag, Parl. St. Kamer, 2020-21, nr. 55-1662/010, 50).

18. De aanvrager wenst een nieuw vastgoedproject te realiseren in de M in de gemeente O.

De site is eigendom van bv G. Door deze eigenaar werd een opstalrecht verleend aan de aanvrager, X. In de opstalovereenkomst wordt uitdrukkelijk bepaald dat de opstalhouder, te weten de aanvrager, de gebouwen die bestaan op het tijdstip van de vestiging van het recht van opstal, mag afbreken om zijn project te kunnen realiseren.

19. Uit de aan de rulingdienst voorgelegde stukken blijkt dat het dezelfde partij is, te weten de aanvrager, die de bestaande opstallen afbreekt en het nieuwe vastgoedproject realiseert.

III.B.2. Volledige of wezenlijke afbraak

20. De opdrachtgever moet het gebouw in principe volledig (laten) slopen in die zin dat het betrekking moet hebben op een volledig gebouw (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2; zie eerdere FAQ (editie 23.12.2020), nr. B.6., A.).

Hiermee wordt niet bedoeld dat het gebouw volledig wordt gesloopt, maar wel dat de afbraak het volledige gebouw moet affecteren.

21. Ook een gedeeltelijke afbraak kan in aanmerking komen. Een ingrijpende verbouwing (grondige omvorming; doorgedreven renovatie) van een oud gebouw waarbij de werken ingevolge afbraak niet meer op een relevante wijze steunen op oude dragende muren en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het oude gebouw (1), en daardoor zijn uitgesloten van het 6%-tarief voor de renovatie van woningen overeenkomstig de rubrieken XXXI en XXXVIII van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 (lees: omdat het merendeel (meer dan de helft) van de oude dragende muren na de uitvoering van de werken niet werd behouden), wordt voor de toepassing van de tijdelijke regeling gelijkgesteld met de afbraak en heropbouw van een gebouw (Memorie van Toelichting, Parl. St. Kamer, 2020-2021, nr. 55-1662/001, 21; Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2. i.f.; FAQ (editie 23.12.2020), nr. B.1. en nr. B.6.).


[(1) Zie in dit verband, per analogiam: Cass 25.06.2020, F.190069.N, www.cass.be (waarin het Hof van Cassatie zich de omschrijving eigen maakt uit de aanschrijving nr. 6 van 22.08.1986 en hiermee zijn eerder arrest van 27.03.2005 bevestigt (Cass. 27.03.2005, F.13.00009.N, www.cass.be); H. VANDEBERGH, “Het verlaagde btw-tarief van 6% voor verbouwingen aan een onroerend goed: Hof van Cassatie bevestigt definitie die door administratie werd vooropgesteld”, T.F.R., 2020/20, nr. 592.]


22. In dit cohousingproject ‘M’ te O is bijzonder dat de schuur, die dienst zal doen als gemeenschappelijke ruimte voor alle wooneenheden van dit project, als enige van de bestaande gebouwen behouden zal blijven.

De schuur zal worden gerenoveerd, maar hierbij zal de dragende structuur grotendeels behouden blijven. Zo zullen onder meer de dragende binnen- en buitenmuren alsook het dak en het houten dakgebinte integraal behouden blijven. Het gebouw zal dus geen ingrijpende wijziging in structuur ondergaan en de werken zullen in hoofdzaak steunen op de bestaande dragende structuur. De onroerende werken aan de schuur kunnen bijgevolg niet worden gelijkgesteld met afbraak en heropbouw.

Desalniettemin mag het behoud van deze schuur verder geen beletsel vormen voor de toepassing van het betreffende verlaagde btw-tarief van 6%. Deze schuur betreft immers geen individuele wooneenheid, maar zij zal uitsluitend worden bestemd als gemeenschappelijke ruimte voor de verschillende wooneenheden in dit project. Aangezien de aandelen in deze gemeenschappelijke ruimte onlosmakelijk verbonden zijn met de privatieve wooneenheid die in het kader van het cohousingproject wordt aangekocht, dienen zij dezelfde fiscale regeling te ondergaan (2). Aangezien de individuele wooneenheden in dit project duidelijk nieuw opgerichte gebouwen betreffen, die na afbraak van gebouwen op hetzelfde kadastraal perceel worden gerealiseerd, kan in de gegeven omstandigheden toepassing worden gemaakt van het verlaagde btw-tarief van 6% zoals voorzien door artikel 1quater, § 3 van Btw-KB nr. 20.


[(2) Zie o.a. Voorafg. Besliss. nr. 2020.1205 van 16.06.2020.]


III.B.3. Heropbouw van het nieuwe woongebouw op hetzelfde kadastrale perceel als het afgebroken gebouw

23. Eén van de grondvoorwaarden voor de tijdelijke btw-verlaging is dat de heropbouw moet gebeuren op hetzelfde kadastrale perceel als waar het afgebroken gebouw stond (zie de uitdrukkelijke tekst van artikel 1quater van Btw-KB nr. 20).

24. De afbraak van een gebouw en daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning vereist niet dat beide op exact dezelfde plaats gelegen zijn. Het is voldoende dat beide zich op hetzelfde kadastraal perceel bevinden (3). Hieruit kan impliciet worden afgeleid dat de woning eender waar op dat perceel mag herrijzen (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2., www.fisconetplus.be; zie ook FAQ (editie 23.12.2020), nr. B.1., https://financien.belgium.be/nl/programmawet/btw-6procent-afbraak-heropbouw).


[(3) Memorie van Toelichting, Parl. St. Kamer, 2020-2021, nr. 55-1662/001, 21; zie ook al Informaties en Mededelingen van 22.06.2007/1 (E.T. 112.400), www.fisconetplus.be.]


III.B.3.1. Hoofdzakelijkheidscriterium (50%-regel): oorspronkelijke kadastrale indeling als uitgangspunt (en niet de kadastrale indeling bij de start van de afbraakwerken of op het moment van commercialisatie)

25. Indien een nieuw gebouw, na afbraak van de oude bestaande gebouwen, voor ten minste 50% gelegen is op de vroegere bebouwde kadastrale percelen (ongeacht de ligging van de afgebroken gebouwen op deze initieel bebouwde kadastrale percelen), komt het ganse gebouw, in principe, in aanmerking om het verlaagde btw-tarief van 6% toe te passen. In het omgekeerde geval zal het standaard btw-tarief van toepassing zijn op de werken met betrekking tot dat gebouw. De btw-administratie hanteert ter zake dus een alles-of-niets benadering (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.3, www.fisconetplus.be; zie ook FAQ (editie 23.12.2020), nr. H.1.).

Om dit criterium te beoordelen wordt, in de regel, enkel rekening gehouden met het grondoppervlak (alle ruimtes en muren op het gelijkvloers meegeteld) van het gebouw. Met andere woorden, de hoogte van het gebouw of de oppervlakte van bijvoorbeeld een ondergrondse parking, zijn in deze beoordeling niet van belang. De 50%-grens wordt voorts bekeken voor het volledige gebouw (en niet voor een deel van het gebouw zoals bijvoorbeeld een individueel appartement) (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.3, www.fisconetplus.be; zie ook al FAQ (editie 23.12.2020), nr. H.1.; zie ook Integraal Verslag, Parl. St. Kamer, 2020-2021, nr. 55-1662/010, 49).

26. Bij geïntegreerde vastgoedprojecten van gemeenschappelijk wonen (met ruimtes voor gemeenschappelijk gebruik en ruimtes voor privégebruik) is het niet ongewoon om op voorhand de verschillende kadastrale percelen samen te voegen om een basisakte op te maken voor de verschillende cohousers (zogenaamde ‘prekadastratie’ die wordt doorgevoerd door de dienst Patrimoniumdocumentatie). Deze samenvoeging heeft in casu plaatsgevonden vóór de start van de afbraakwerken.

Alle wooneenheden die in dit project worden opgericht, zullen zich volgens de aanvrager dan bevinden op het ééngemaakt kadastraal perceel dat bij aanvang van de werken bebouwd was. In die zin is volgens de aanvrager aldus de voorwaarde vervuld dat de nieuw opgerichte gebouwen zich moeten bevinden op hetzelfde kadastraal perceel als de gebouwen die werden afgebroken.

27. Met de kadastrale indeling bij de start van de afbraakwerken houdt de btw-administratie in principe echter geen rekening, de basispremisse is dat zij enkel rekening houdt met de oorspronkelijke kadastrale indeling op een onverdacht moment.

Ook de rulingdienst houdt bij de beoordeling van dit hoofdzakelijkheidscriterium in de regel alvast geen rekening met het nieuwe, samengevoegde (gereserveerde) prekadastratieperceel met het oog op de realisatie van een nieuw vastgoedproject.

III.B.3.2. Niet-toepasselijkheid in casu van de 50%-regel

28. Dit cohousingproject met 8 individuele wooneenheden en een schuur (een blok van 4 eenheden, een blok van 3 eenheden, een vrijstaande eenheid en een vrijstaande schuur), kan niet worden aanzien als één enkel gebouw voor de toepassing van voornoemde 50%-regel.

Het feit dat de bovengrondse bouwfysisch gescheiden opstallen in casu functioneel verbonden zijn, is in dit verband irrelevant.

29. In dit project bevinden 4 van de 8 wooneenheden, meer bepaald 3 wooneenheden gerealiseerd ten noorden van de schuur en 1 wooneenheid gerealiseerd ten oosten van de schuur, alsook de schuur die als gemeenschappelijke ruimte voor alle wooneenheden zal worden bestemd, zich op het oorspronkelijke kadastrale perceel dat vóór de samenvoeging bebouwd was.

De overige 4 wooneenheden ten zuiden van de schuur bevinden zich op een oorspronkelijk onbebouwd kadastraal perceel.

De oppervlakte van de gemeenschappelijke ruimte wordt overigens pro rata meegeteld voor de berekening van het oppervlaktecriterium (i.e. totale bewoonbare oppervlakte van niet meer dan 200 m2; cf. artikel 1quater, § 3, tweede lid, 1°, a) jo. § 8 van Btw-KB nr. 20).

III.B.3.3. Conclusie

30. De verkoop van de hiervoor bedoelde 3 wooneenheden gerealiseerd ten noorden van de schuur en van 1 wooneenheid gerealiseerd ten oosten van de schuur, wooneenheden die deel uitmaken van het hiervoor genoemde en besproken project ‘M’ in O, komt principieel in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% op grond van artikel 1quater, § 3, van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

De verkoop van de hiervoor bedoelde 4 wooneenheden gerealiseerd ten zuiden van de schuur, wooneenheden die deel uitmaken van het hiervoor genoemde en besproken project ‘M’ in O, is onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

31. Aangezien de aandelen in de hiervoor bedoelde schuur die dienstdoet als gemeenschappelijke ruimte onlosmakelijk verbonden zijn met de privatieve wooneenheid die in het kader van het cohousingproject wordt aangekocht, dienen zij dezelfde fiscale regeling te ondergaan.

De verkoop van de aandelen in de bedoelde schuur, als aanhorigheid van de wooneenheden, verbonden met de bedoelde 3 privatieve wooneenheden gerealiseerd ten noorden van de schuur en met 1 wooneenheid gerealiseerd ten oosten van de schuur, komt bijgevolg principieel in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% op grond van artikel 1quater, § 3, van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

De verkoop van de aandelen in de bedoelde schuur, als aanhorigheid van de wooneenheden, verbonden met de bedoelde 4 privatieve wooneenheden gerealiseerd ten zuiden van de schuur, is daarentegen onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

III.B.4. Afbraak van oud gebouw van significante omvang en evenredigheidsverhouding

32. Onder de tijdelijke, nieuwe regeling moet het gesloopte gebouw een gebouw zijn in de zin van artikel 1, § 9, 1° W.BTW dat is opgetrokken in duurzame materialen en dat een ‘significante’ ‘omvang’ heeft, desgevallend in verhouding tot de opgerichte woning(en). De circulaire nr. 2021/C/18 voegt aan de wet toe dat het moet gaan om een gebouwd onroerend goed waaraan een kadastraal inkomen kan worden toegekend. De btw-administratie stelt dat een oude woning, loods, fabriek of winkelruimte normaliter op zich beschouwd worden aangemerkt als significant (Memorie van Toelichting, Parl. St. kamer, 2020-2021, nr. 55-1662/001, 20; Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2.; FAQ (editie 23.12.2020), nr. B.7.). Ter zake wordt ook verwezen naar de permanente regeling die al bestaat voor de toepassing van rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20.

De circulaire herhaalt dat de beoordeling geval per geval moet gebeuren. (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2).

33. De tekst zelf van artikel 1quater van Btw-KB nr. 20 verwijst niet naar de voorwaarde “desgevallend in verhouding tot de opgerichte woning(en).” Deze voorwaarde komt enkel voor in de Memorie van Toelichting en in het antwoord op de FAQ (editie 23.12.2020), nr. B.7. in fine.

Ook in de circulaire worden geen concrete criteria vermeld, omdat de btw-administratie niet de bevoegdheid heeft normatieve criteria ter zake op te leggen. Of een af te breken gebouw significant is in verhouding tot de op te richten gebouwen, is en blijft bijgevolg een feitenkwestie (Circulaire nr. 2021/C/18 van 25.02.2021, punt 3.2).

34. Uit de aan de rulingdienst voorgelegde stukken blijkt dat de af te breken gebouwen (cf. supra) genoeg significante omvang hebben, ook in verhouding tot het te realiseren vastgoedproject.

III.C. Conclusie

35. De verkoop van de hiervoor bedoelde 3 wooneenheden gerealiseerd ten noorden van de schuur op het oorspronkelijk bebouwde kadastrale perceel en van 1 wooneenheid gerealiseerd ten oosten van de schuur op het oorspronkelijk bebouwde kadastrale perceel, wooneenheden die deel uitmaken van het hiervoor genoemde en besproken project ‘M’ in O, komt principieel in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% op grond van artikel 1quater, § 3, van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

De verkoop van de hiervoor bedoelde 4 wooneenheden gerealiseerd ten zuiden van de schuur op het oorspronkelijk onbebouwde kadastrale perceel, wooneenheden die deel uitmaken van het hiervoor genoemde en besproken project ‘M’ in O, is onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

36. De verkoop van de aandelen in de bedoelde schuur, als aanhorigheid van de wooneenheden, verbonden met de bedoelde 3 privatieve wooneenheden gerealiseerd ten noorden van de schuur op het oorspronkelijk bebouwde kadastrale perceel en met 1 wooneenheid gerealiseerd ten oosten van de schuur op het oorspronkelijk bebouwde kadastrale perceel, komt bijgevolg principieel in aanmerking voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% op grond van artikel 1quater, § 3, van Btw-KB nr. 20 ten aanzien van de btw die op deze verkopen opeisbaar zal worden in de periode tussen 01.01.2021 en 31.12.2022.

37. De verkoop van de aandelen in de bedoelde schuur, als aanhorigheid van de wooneenheden, verbonden met de bedoelde 4 privatieve wooneenheden gerealiseerd ten zuiden van de schuur op het oorspronkelijk onbebouwde kadastrale perceel, is daarentegen onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

Aangehaalde teksten

1