Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2020.2234 19 januari 2021

Zoeken

Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijkingVENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - REGISTRATIERECHTEN - Inbreng van een onroerend goed - BTW - Vrijstelling

https://juriel.be/nl/rulings/2020-2234-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-aa52

Nummer
2020.2234
Datum
19 januari 2021

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

58 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2020.2234 d.d. 19.01.2021

VENNOOTSCHAPSBELASTING · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking

REGISTRATIERECHTEN · Inbreng van een onroerend goed

BTW · Vrijstelling

Samenvatting

De partiële splitsing van de NV A, waarbij haar vastgoed gelegen te x wordt overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap B en haar andere onroerende goederen achterblijven met het oog op de toekomstige successieplanning en mogelijke overdracht van de aandelen aan de kinderen, beantwoordt aan zakelijke overwegingen en heeft niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

Het feit dat de vrijgestelde reserves in hoofde van NV A, die werden aangelegd met het oog op het bekomen van de vrijstelling overeenkomstig artikel 194ter e.v. WIB 92 in het kader van de tax-shelter regeling, worden verdeeld over NV A en de naar aanleiding van de partiële splitsing op te richten vennootschap B overeenkomstig artikel 213 WIB 92 heeft niet tot gevolg dat de voorheen vrijgestelde winst wordt aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk waarin de verrichting heeft plaatsgevonden.

De overdracht van het onroerend goed in het kader van voormelde partiële splitsing van de NV A zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115bis Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR bij toepassing van artikel 167 Fed.W.Reg., voor zover deze overdracht schuldenvrij zal plaatsvinden.

De overdracht valt onder de btw-vrijstelling van artikel 44, § 3, 1°, a), lid 1 W.Btw.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. de partiële splitsing van NV A, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking hebben in de zin van artikel 183bis WIB 92;

1.2. het feit dat de vrijgestelde reserves in hoofde van NV A, die werden aangelegd met het oog op het bekomen van de vrijstelling overeenkomstig artikel 194ter e.v. WIB 92 in het kader van de tax-shelter regeling, worden verdeeld over NV A en de naar aanleiding van de partiële splitsing op te richten vennootschap overeenkomstig artikel 213 WIB 92 niet tot gevolg heeft dat de voorheen vrijgestelde winst wordt aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk waarin de verrichting heeft plaatsgevonden;

1.3. de partiële splitsing van NV A overeenkomstig artikel 115bis W.Reg. kan gebeuren aan het inbrengrecht van 0% waardoor enkel het algemeen vast recht overeenkomstig artikel 167 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (hierna W.Reg.) zal worden geheven;

1.4. de partiële splitsing van NV A met vrijstelling/neutraliteit van BTW kan verlopen overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, a) W.Btw.

II. Omschrijving van de verrichting

2. NV A is een vastgoedvennootschap van de natuurlijke persoon x. Ze bezit verschillende onroerende goederen gelegen te a, b en c die allen worden verhuurd aan derden.

3. De aanvrager wenst NV A partieel te splitsen waarbij het vastgoed gelegen te a zal worden afgesplitst naar een nieuw op te richten vennootschap Newco. De activa en passiva samen met alle rechten en verplichtingen behorende tot de vastgoedactiviteit gelegen te b en c blijven behouden binnen NV A.

III. Beslissing

III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92

4. Deze partiële splitsing beantwoordt aan de definitie van verrichtingen gelijkgesteld met een splitsing zoals vermeld in art. 2, § 1, 6°/1, WIB 92.

5. De voorgenomen partiële splitsing van NV A kadert in een latere verdeling van het familiaal vermogen tussen de kinderen van de natuurlijke persoon x. Dit teneinde te vermijden dat de kinderen van de natuurlijke persoon x, met name y en z, met betrekking tot het vermogen dat door NV A wordt aangehouden in onverdeeldheid zouden zitten. De beide kinderen hebben een verschillende visie en interesse wat betreft het beheer van het vastgoed hetgeen tot een conflictsituatie aanleiding zou kunnen geven. Het kind y heeft te kennen gegeven enkel interesse te hebben in het vastgoed gelegen te a terwijl het kind z de voorkeur heeft geuit voor het vastgoed gelegen te b en c.

6. Op deze manier heeft de natuurlijke persoon x de mogelijkheid (na partiële splitsing) reeds via testament of bij leven de aandelen van NV A te legateren resp. te schenken aan het kind z en de aandelen van de nieuw op te richten vennootschap te schenken aan het kind y.

7. De aanvrager heeft bevestigd dat er ten aanzien van NV A geen lopende of aangekondigde claims of rechtsvorderingen zijn, zodat de partiële splitsing er niet toe strekt om zich aan bepaalde financiële verplichtingen te onttrekken.

8. Er werd bevestigd dat de vooropgestelde partiële splitsing geen negatieve gevolgen zal hebben op het vlak van tewerkstelling.

9. NV A is de laatste jaren winstgevend en heeft een belastbare basis. Zij beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien de verkrijgende vennootschap een nieuw te richten vennootschap is, beschikt zij evenmin over dergelijke bestanddelen. Uit de door de aanvrager verstrekte prognoses blijkt dat de betrokken vennootschappen financieel leefbaar zijn.

10. De aanvrager heeft bevestigd dat bij de verdeling van de eigen vermogensbestanddelen ingevolge de geplande partiële splitsing rekening zal worden gehouden met de toepassing van artikel 213 WIB 92 en met de voorschriften van de administratieve commentaar terzake. De verkrijgende vennootschap Newco heeft geen vrijgestelde reserves waarvoor eventuele herbeleggingsverplichtingen openstaan, zodat de partiële splitsing er niet toe strekt om de ingevolge de partiële splitsing verkregen activa aan te duiden als herbeleggingsactief ten name van de verkrijgende vennootschap.

11. De aanvrager heeft bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van NV A en de Newco te vervreemden. Evenwel zal de natuurlijke persoon x in het kader van zijn successieplanning via testament of bij leven de aandelen van NV A legateren resp. schenken aan het kind z en de aandelen van de nieuw op te richten vennootschap schenken aan het kind y.

12. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van NV A niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

13. De verkrijgende vennootschap Newco is een binnenlandse vennootschap.

14. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de partiële splitsingen van NV A kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

15. Onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummer 11 van deze beslissing, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals inzonderheid de eventuele toekomstige overdracht op een andere wijze dan middels een schenking van de aandelen van NV A en/of de Newco. Bij een latere overdracht van deze aandelen op een andere wijze dan middels een schenking is de beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

III.B. Inzake de toepassing van artikel 194ter WIB 92

16. Ingevolge van een (partiële) splitsing in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 worden de verkrijgende vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213, WIB 92, bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die ingeval van een (partiële) splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen.

17. De voormelde bepaling heeft tot gevolg dat de enige bij NV A vrijgestelde reserve die werd aangelegd met het oog op het verkrijgen van de vrijstelling zoals voorzien in artikel 194ter, WIB 92, zal worden verdeeld over de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen in verhouding tot de fiscale nettowaarde van de aan elk van de verkrijgende vennootschappen gedane inbreng.

18. Gelet op het belastingneutrale karakter van het in artikel 211, § 1, WIB 92, bedoelde stelsel heeft het feit dat een gedeelte van de voormelde vrijgestelde reserve niet langer wordt teruggevonden in het vermogen van de vennootschap die de verbintenissen van de raamovereenkomst als bedoeld in artikel 194ter, § 1, eerste lid, 5°, WIB 92 op zich heeft genomen of die de in uitvoering van deze raamovereenkomst reeds toegekende leningen of verworven rechten heeft overgenomen, niet tot gevolg dat de voorheen in toepassing van artikel 194ter, WIB 92, vrijgestelde winst belastbaar wordt tijdens het belastbaar tijdperk waarin de verrichting heeft plaatsgevonden. De tijdelijke en voorwaardelijke vrijstelling van de verbonden of gestorte sommen blijft aldus behouden.

19. De aandacht wordt er evenwel op gevestigd dat bij het niet langer naleven of het ontbreken van één van de in artikel 194ter, § 4, eerste lid, WIB 92, gestelde voorwaarden gedurende enig belastbaar tijdperk:

19.1. Het volledige bedrag van de voorheen vrijgestelde winst wordt aangemerkt als winst van dat belastbare tijdperk ten name van NV A die naar aanleiding van de partiële splitsing de uit de voormelde raamovereenkomst voortvloeiende verbintenissen op zich heeft genomen of die de in uitvoering van deze raamovereenkomst reeds toegekende leningen of verworven rechten heeft overgenomen en dit door het door NV A verkregen gedeelte van de vrijgestelde reserve om te zetten in een belaste reserve en het overschot (zijnde het gedeelte van de vrijgestelde reserve dat zich bij de Newco bevindt) ten name van NV A als een verworpen uitgave te belasten onder de rubriek r) “Kosten taxs shelter erkende audiovisuele werken”;

19.2. Teneinde een dubbele belasting te vermijden dient op datzelfde ogenblik ten name van de Newco het aan haar toegewezen gedeelte van de vrijgestelde reserve onder de belaste reserves te worden opgenomen samen met een aanpassing in meer van de begintoestand van de reserves voor eenzelfde bedrag.

20. Naar aanleiding van de definitieve en onvoorwaardelijke vrijstelling dient, overeenkomstig de onderrichtingen zoals uiteengezet in het nr. 79 van de administratieve circulaire Ci.RH.421/566.524 van 23 december 2004, ten name van NV A en de nieuw opgerichte vennootschap het aan hen toegewezen gedeelte van de desbetreffende vrijgestelde reserve onder de belaste reserves dient te worden opgenomen, hetgeen zal worden gecompenseerd door een aanpassing in meer van de begintoestand van de reserves voor eenzelfde bedrag.

III.C. Inzake de toepassing van art.115bis, W.Reg.

21. Uit de door de aanvrager voorgelegde splitsingsstaat blijkt dat in het kader van de partiële splitsing van NV A een bedrijfsgebouw zal worden overgedragen naar de nieuw op te richten vennootschap Newco.

22. De aanvrager stelt enkel een vraag naar de toepassing van artikel 115bis, Fed.W.Reg., zijnde het inbrengrecht op de inbreng van onroerende goederen. Er wordt geen vraag gesteld naar de toepassing van artikel 115 Fed.W.Reg. (het inbrengrecht op de inbreng van roerende goederen) noch naar de toepassing van artikel 117, § 2, Fed.W.Reg. waardoor door de DVB niet wordt ingegaan op de eventuele toepassing van deze artikelen in het kader van de voormelde partiële splitsing.

23. Artikel 115bis, Fed.W.Reg. bepaalt dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in vennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0% worden onderworpen.

24. Het betreft de inbreng in een vennootschap waarvan zowel de statutaire zetel als de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, zodat aan de nationaliteitsvoorwaarde van artikel 115bis, Fed.W.Reg. wordt voldaan.

25. Artikel 120, Fed.W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, wordt onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115bis en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117 Fed.W.Reg.

26. Aangezien de partiële splitsing volledig wordt vergoed in aandelen waarbij er geen overname van schuld noch enige opleg in contanten is, is in casu artikel 120 Fed.W.Reg. niet van toepassing. Er kan dus worden gesteld dat de inbreng van het onroerend goed zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115bis, Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR bij toepassing van artikel 167 Fed.W.Reg.

27. Het onroerend goed dat wordt ingebracht in Newco wordt verhuurd. De overdracht van een huurwaarborg wordt niet beschouwd als een schuld in de context van artikel 120 W.Reg.

28. Voor de toepassing van de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

III.D. Inzake de toepassing van artikel 44, § 3, 1° W.Btw

29. De natuurlijke persoon x wenst een partiële splitsing door te voeren van NV A waarbij het vastgoed gelegen te a zal worden afgesplitst naar een nieuw op te richten vennootschap.

30. De aanvrager verklaart dat NV A geen btw-plichtige activiteit uitoefent. De aanvrager verklaart tevens dat de over te dragen onroerende goederen geen ‘nieuw gebouw’ betreffen voor btw-doeleinden.

31. Op basis van dit uitgangspunt kan het college bevestigen dat de overdracht van het vastgoed gelegen te a door middel van een partiële splitsing van NV A aan een nieuw op te richten vennootschap, valt onder de btw-vrijstelling van artikel 44, § 3, 1°, a), lid 1 W.Btw.