---
title: "Voorafgaande beslissing 2020.2186 · Beleggingsvennootschap"
description: "Beleggingsvennootschap, Alternatieve instelling voor collectief beheer, Financieel beheer. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2020.2186 van 19 januari 2021."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2020-2186-beleggingsvennootschap-dbi-alternatieve-instelling-collectief-85cb"
lang: "nl"
---

# Beleggingsvennootschap, Alternatieve instelling voor collectief beheer, Financieel beheer · Beleggingsvennootschap - DBI - BTW - Alternatieve instelling voor collectief beheer - Financieel beheer - Administratief beheer - Vrijstelling

**Nummer**

2020.2186

**Datum**

19 januari 2021

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

62 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2020.2186 d.d. 19.01.2021

*Beleggingsvennootschap*

*DBI*

*BTW* · *Alternatieve instelling voor collectief beheer* · *Financieel beheer* · *Administratief beheer* · *Vrijstelling*

## Samenvatting

1\. X kan worden gekwalificeerd als beleggingsvennootschap overeenkomstig artikel 2, §1, 5°, f) WIB92, hetgeen impliceert dat:

1.1. de Belgische vennootschappen-aandeelhouders, overeenkomstig artikelen 202 tot 205 WIB92, kunnen genieten van de DBI-aftrek met betrekking tot de dividenden die zij zullen ontvangen van X, en dit voor zover de taxatievoorwaarden van artikel 203 WIB92 vervuld zijn, maar ongeacht de participatiegraad en ongeacht de houdperiode van hun investering in X;

1.2. eventuele meerwaarden die de Belgische vennootschappen-aandeelhouders van X realiseren bij een verkoop van hun participaties in X vrijgesteld zijn van de vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 192, §1, eerste lid WIB92, en dit ongeacht de participatiegraad en ongeacht de houdperiode van hun investering, maar voor zover de voorwaarden van artikel 203 WIB92 voldaan zijn, en dit gelet op de verwijzing van artikel 192, §1, eerste lid WIB92 naar artikel 202 WIB92 (en dus ook de uitzonderingsbepaling zoals voorzien onder artikel 202, §2, derde lid, 3° WIB92).

2\. de taken van financieel en administratief beheer die voor X zullen worden verricht zijn vrijgesteld op basis van artikel 44, §3, 11° W.BTW.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. X na het verlies van het statuut van private privak nog steeds kwalificeert als een beleggingsvennootschap overeenkomstig artikel 2, §1, 5°, f) WIB92 hetgeen impliceert dat Belgische vennootschappen die in X investeren kunnen genieten van de DBI-aftrek op de dividenden die door X zullen worden uitgekeerd en de vrijstelling van eventueel gerealiseerde meerwaarde op aandelen vervat in artikel 192, §1 WIB92 mits naleving van de voorwaarden bepaald in artikel 203 WIB92, aangezien in hoofde van deze investeerders niet moet worden voldaan aan de participatievoorwaarde (i.e. het bezitten van een deelneming in het kapitaal van minstens 10 % of met een aanschaffingswaarde van minstens 2.500.000 EUR) en de detentievoorwaarde (i.e. de deelneming dient gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom te worden aangehouden) vermeld in artikel 202, §2, eerste lid, 1° en 2° WIB92;

1.2. de taken van financieel en administratief beheer die voor X na het verlies van het statuut van private privak zullen worden verricht nog steeds onder de vrijstelling zoals voorzien in artikel 44, §3, 11° W.BTW vallen aangezien X kwalificeert als alternatieve instelling voor collectieve belegging zoals bedoeld in de Wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders.

## II. Beslissing

2\. De aanvrager heeft in de aanvraag de voorwaarden vervat in de artikelen 21 en 22 van de voormelde wet van 24 december 2002 nageleefd.

1\. Binnen Y werd een # jaar geleden het businessacceleratie-programma gelanceerd. Via dit programma hebben ondertussen meer dan # start-ups professionele begeleiding gekregen van Y.

2\. Als uitloper van dit programma werd in yyyy X opgericht dat kwalificeert als private privak en werd opgericht voor een periode van # jaar dewelke tweemaal met een periode van telkens # jaar verlengd kan worden.

3\. X investeert in targets die geselecteerd werden en deelgenomen hebben aan het businessacceleratie programma. Het reglement van inwendige orde van X werkt het investeringsbeleid uit.

4\. X investeert in een vroege fase van de targets wanneer de nood aan financiering groot is om verdere groei te ondersteunen. Van zodra zij voldoende zijn gegroeid en matuur genoeg zijn om zelfstandig kapitaal te kunnen ophalen, stapt X immers uit deze targets.

5\. X is tot de vaststelling gekomen dat haar huidig statuut niet optimaal is om haar synergie met het businessacceleratie programma ten volle te benutten. De doelstelling van het businessacceleratie programma bestaat erin om, vanuit het perspectief van de targets, gezonde bedrijven te helpen creëren met een lange termijn perspectief waarbij niet op korte termijn rendementen worden gefocust.

6\. Om haar rol als duurzame investeringspartner van het businessacceleratie programma optimaal te kunnen waarmaken heeft X besloten om zichzelf om te vormen naar een beleggingsfonds met een onbeperkte duurtijd (“evergreen fund”) aangezien dit nauwer aansluit bij de filosofie van het businessacceleratie programma. Zo zal er altijd een potentiële investeerder klaarstaan om in succesvolle start-ups te stappen en deze van financiering te voorzien tot de start-ups voldoende matuur zijn om zelfstandig financiering aan te trekken. Op deze wijze worden de beperkingen eigen aan een closed-end fonds met een korte looptijd vermeden, waar de investeringsperiode uit de aard der zaken gevolgd wordt door een desinvesteringsperiode en substantiële nieuwe investeringen terug de oprichting van een nieuw fonds of een vervolgfonds noodzakelijk maken.

7\. Naar aanleiding van de omvorming zullen volgende wijzigingen aangebracht worden aan de statuten en het reglement van inwendige orde:

7.1. X zal niet langer een beperkte maar een onbeperkte duurtijd hebben. Er zal in een liquidatiemechanisme voorzien worden waarbij de aandeelhouders elke # jaar na de omvorming kunnen beslissen om X te ontbinden en vereffenen (dergelijke beslissing tot ontbinding en vereffening wordt genomen als minstens # % van de aandeelhouders de raad van bestuur van X hierom verzoeken);

7.2. de uittredingsmogelijkheden van de bestaande investeerders en intredingsmogelijkheden van nieuwe investeerders zullen worden versoepeld. Investeerders zullen eenvoudiger (geheel of gedeeltelijk) uit X kunnen stappen ten voordele van bestaande en/of nieuwe investeerders;

7.3. er worden enkele beperkte wijzigingen aangebracht aan het investeringsbeleid (met name de beperking dat de target maximaal # jaar oud moet zijn en de maximaal toegelaten investering wordt opgetrokken tot # EUR);

7.4. voor participaties die # jaar aangehouden worden zal het Investeringscomité actief en jaarlijks een divestment van de betrokken participatie bespreken. Voor participaties die niet langer voldoen aan de betrokken criteria waaraan targets moeten voldoen voor een initiële kapitaalsparticipatie zal reeds sneller een divestment actief nagestreefd worden.

8\. Het is volgens de aanvrager niet de bedoeling om het beleggingsbeleid fundamenteel te wijzigen.

9\. X zal volgens de aanvrager nog steeds kwalificeren als een alternatieve instelling voor collectieve belegging in de zin van de Wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders.

### *II.A. Kwalificatie als beleggingsvennootschap*

10\. Onder een beleggingsvennootschap zoals gedefinieerd in artikel 2, §1, 5°, f) WIB92, wordt verstaan, enigerlei vennootschap die het gemeenschappelijk beleggen van kapitaal tot doel te heeft.

11\. Na de voorgenomen wijzigingen aan de statuten en het reglement van inwendige orde zal X haar statuut van private privak verliezen aangezien zij geen beperkte duurtijd meer zal hebben. Er zal evenwel in een liquidatiemechanisme voorzien worden waarbij de aandeelhouders elke # jaar na de omvorming kunnen beslissen om X te ontbinden en vereffenen.

12\. X heeft # EUR opgehaald bij # verschillende investeerders. De huidige investeerders zullen ongeveer # EUR extra kapitaal investeren in X (pro rata hun reeds gedane investeringen), waardoor het totaal kapitaal van X zal aangroeien tot bijna # EUR.

13\. Sinds de aankondiging dat X omgevormd zou worden tot een evergreen, wordt er met # nieuwe investeerders onderhandeld om te investeren in X (waarbij de mogelijkheid bestaat dat er zich nog bijkomende investeerders zich zullen aanmelden). In dit kader zou het de bedoeling zijn om minstens bijkomend # EUR te investeren in het kapitaal van X.

14\. X investeert in targets in een vroege fase van hun bestaan wanneer de nood aan financiering groot is bij deze targets om de verdere groei te ondersteunen.

15\. Op heden heeft X al meer dan # investeringen gedaan. X heeft reeds # exits gerealiseerd, maar er zijn ook # targets failliet gegaan. Het is de bedoeling dat dit aantal substantieel zal toenemen gelet op de geplande kapitaalverhogingen.

16\. Er wordt voorzien dat er voor maximaal # EUR geïnvesteerd kan worden in elke target (waarbij in uitzonderlijke gevallen van afgeweken kan worden). X heeft de bedoeling om financiële middelen ter beschikking te stellen van de targets d.m.v. het nemen van een minderheidsparticipatie. De aanvrager stelt dat de participaties van X in de praktijk minder dan # % zal bedragen in het kapitaal van de target.

17\. X zou volgens de aanvrager geenszins de bedoeling hebben om een (beslissende) invloed uit te oefenen op het beleid van de targets, noch zou het de bedoeling zijn om de aangehouden targets te groeperen en organisatorisch te integreren met elkaar.

18\. Van zodra de targets voldoende zijn gegroeid en matuur genoeg zijn om zelfstandig kapitaal te kunnen ophalen, zal X uit deze targets stappen, waarbij dit in principe binnen de # jaar is. De aanvrager stelt dat in de praktijk een natuurlijk uitstap vaak gerealiseerd wordt binnen de # à # jaar na de initiële kapitaalsparticipatie (gelet op de ervaring binnen het businessacceleratie programma). Binnen het hele portfolio van het businessacceleratie programma (ook van de participaties genomen voor de oprichting van X in yyyy) zouden in totaal reeds # exits gerealiseerd zijn, en dit allemaal binnen een periode van # jaar na de initiële participtatie.

19\. Voor participaties die # jaar aangehouden worden zal het Investeringscomité actief en jaarlijks een divestment van de betrokken participatie bespreken. Voor participaties die niet langer voldoen aan de betrokken criteria waaraan targets moeten voldoen voor een initiële kapitaalsparticipatie zal evenwel sneller een divestment actief nagestreefd worden.

20\. Afhankelijk van de concrete omstandigheden zullen de vrijgekomen middelen ofwel geherinvesteerd, ofwel uitgekeerd worden aan de investeerders. De aanvrager stelt dat er geen afspraken gemaakt zijn tussen X en de investeerders wat betreft een gegarandeerd of minimumrendement dat X zal realiseren. Volgens de aanvrager kan dit verklaard worden door het feit dat X een uitloper is van het businessacceleratie programma en de bijhorende filosofie dat deel van het rendement vervat zit in de uitvindingen en innovaties die door de targets worden gerealiseerd.

21\. De beslissing tot investeren wordt genomen door het Investeringscomité van X waarin zowel de aandeelhouders van X zetelen maar ook enkele externe partijen. Er zijn specifieke regels voorzien inzake de samenstelling van dit comité, zoals onder andere de ervaring van de leden en de goede reputatie. Het is het Investeringscomité (en dus niet rechtstreeks de aandeelhouders van X) die de bevoegdheid hebben inzake het nemen van investeringen en het beslissen tot desinvesteringen.

22\. X zal enkel activa aanhouden in het kader van haar statutaire beleggingsactiviteit.

23\. Gelet op voorgaande kan gesteld worden dat X beschouwd kan worden als een beleggingsvennootschap in de zin van artikel 2, §1, 5°, f) WIB92.

24\. Artikel 202, §2, eerste lid, WIB92 bepaalt dat de in §1, 1° en 2°, vermelde inkomsten, behalve voor zover deze voortkomen uit de toepassing van artikel 211, § 2, derde lid, of van bepalingen met een gelijkaardig effect in een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, slechts aftrekbaar zijn in zoverre:

1° op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van deze inkomsten, de vennootschap die de inkomsten verkrijgt in het kapitaal van de vennootschap die ze uitkeert, een deelneming bezit van ten minste 10 % of met een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 EUR;

2° deze inkomsten betrekking hebben op aandelen die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom worden of werden behouden.

25\. Artikel 202, §2, derde lid, 3° WIB92 bepaalt dat de voorwaarden vermeld in het eerste lid evenwel niet van toepassing zijn op de inkomsten die worden verleend of toegekend door beleggingsvennootschappen en gereglementeerde vastgoedvennootschappen.

26\. Aangezien in artikel 202, §2, derde lid WIB92 in algemene bewoordingen sprake is van “beleggingsvennootschap”, heeft het begrip beleggingsvennootschap de betekenis die er aan gegeven wordt door de definitie vermeld in artikel 2, §1, 5°, f) WIB92.

27\. Uit randnummers 10-23 blijkt dat X kwalificeert als een beleggingsvennootschap in de zin van artikel 2, §1, 5°, f) WIB92. Deze kwalificatie impliceert dat:

27.1. de Belgische vennootschappen-aandeelhouders van X in aanmerking komen voor de DBI-aftrek op de dividenden uitgekeerd door X, en dit ongeacht de participatiegraad en ongeacht de houdperiode van hun investering in X, en dit voor zover de voorwaarden van artikel 203 WIB92 voldaan zijn;

27.2. eventuele meerwaarden die de Belgische vennootschappen-aandeelhouders van X realiseren bij een verkoop van hun participatie in X vrijgesteld zijn van de vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 192, §1, eerste lid WIB92, en dit ongeacht de participatiegraad en ongeacht de houdperiode van hun investering in X, maar voor zover de voorwaarden van artikel 203 WIB92 voldaan zijn, en dit gelet op de verwijzing van artikel 192, §1, eerste lid WIB92 naar artikel 202 WIB92 (en dus ook de uitzonderingsbepaling zoals voorzien onder artikel 202, §2, derde lid, 3° WIB92).

### *II.B. BTW*

28\. Overeenkomstig artikel 44, 3, 11°, b) W.BTW zijn van de belasting vrijgesteld het beheer van de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve beleggingen en hun beheerders.

29\. X zal omgevormd worden van een private privak naar een beleggingsfonds met een onbeperkte duurtijd.

30\. De aanvrager heeft bevestigd dat na deze statutenwijziging en het verlies van de kwalificatie van private privak X nog steeds zal kwalificeren als een alternatieve instelling voor collectieve belegging in de zin van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve beleggingen en hun beheerders. Dit zal tevens blijken uit de inschrijving van X als alternatieve instelling voor collectieve beleggingen bij de FOD Financiën.

31\. Om te beoordelen of de diensten die X zal verlenen onder de btw-vrijstelling van artikel 44, §3, 11° W.BTW vallen dient rekening te worden gehouden met de Europese BTW-reglementering zoals geïnterpreteerd door het Hof van Justitie alsook met de specifiek eigen wetgeving en reglementering die van toepassing is op de AICB. Daarnaast heeft de [Circulaire nr. AOIF 22/2008 (E.T. 113.316) dd. 17.06.2008](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/22-2008-aoif-exoneration-gestion-administrative-financiere-5f0d) de btw-vrijstelling van [artikel 44, §3,11° btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) verder verduidelijkt.

32\. De diensten van financieel en administratief beheer zijn vrijgesteld van btw overeenkomstig artikel 44, § 3, 11° W.BTW, maar materiële en technische diensten vallen niet onder deze btw-vrijstelling vallen en dienen derhalve aan de btw te worden onderworpen.

33\. Aangezien X na de het verlies van het statuut van private privak nog steeds zal kwalificeren als een alternatieve instelling voor collectieve belegging in de zin van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve beleggingen en hun beheerders dient te worden besloten dat de taken van financieel en administratief beheer die voor X zullen worden verricht nog steeds onder de vrijstelling zoals voorzien in artikel 44, §3, 11° W.BTW vallen.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen
