---
title: "Voorafgaande beslissing 2020.2140 · Tarief"
description: "Tarief. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2020.2140 van 23 maart 2021."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2020-2140-tarief-bepaalde-werken-in-onroerende-5b29"
lang: "nl"
---

# Tarief · Btw - Tarief - Bepaalde werken in onroerende staat die betrekking hebben op gebouwen bestemd voor het schoolonderwijs dat krachtens artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW is vrijgesteld - Artikelen 37 en 38 WBTW - Rubriek XL van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20

**Nummer**

2020.2140

**Datum**

23 maart 2021

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

78 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2020.2140 d.d. 23.03.2021

*Btw* · *Tarief* · *Bepaalde werken in onroerende staat die betrekking hebben op gebouwen bestemd voor het schoolonderwijs dat krachtens artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW is vrijgesteld* · *Artikelen* [*37*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) *en* [*38*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) *WBTW* · *Rubriek XL van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20*

## Samenvatting

De aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend in naam van het publiekrechtelijk lichaam X met btw-identificatienummer. X heeft de intentie om op een terrein waarvan het eigenaar is, een nieuw gebouw op te richten.

Dit gebouw zal hoofdzakelijk worden gebruikt voor onderwijsdoeleinden en in het bijzonder voor de academie en de humaniora aldaar alsook bijkomstig voor cultuur. Dit op te richten gebouw zal worden beheerd door het bestuur van X als inrichtende macht van de academie en van de humaniora. Het beheer van dit gebouw ligt aldus in handen van de onderwijsinstellingen zelf.

Het nieuw op te richten gebouw zal mogelijkerwijs, buiten de reguliere schooluren van de humaniora en de academie, ook kunnen worden gebruikt voor bepaalde culturele activiteiten, maar dat zal volgens de aanvrager beperkt zijn.

De oprichting door X van het nieuw gebouw voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% voor schoolgebouwen overeenkomstig rubriek XL van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970:

• voor zover het hoofdzakelijk gebruik van het bedoeld gebouw voor onderwijsdoeleinden kan worden vastgesteld door de som te maken van (i) de oppervlakte van het gebouw dat uitsluitend wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden en (ii) de oppervlakte van het gebouw dat gemengd wordt gebruikt waarbij het aandeel voor onderwijsdoeleinden wordt bepaald op basis van het werkelijk aantal uren op jaarbasis dat het gebouw wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden in verhouding tot het totaal aantal werkelijke uren gebruik op jaarbasis (met inbegrip van het gebruik door derden), met uitsluiting van de uren zonder gebruik buiten de normale werkuren en met uitsluiting van de uren van niet-gebruik van bepaalde ruimtes (bepaalde leslokalen, aula, …) tijdens de reguliere schooluren, en;

• op voorwaarde dat het aldus bepaalde gebruik van het gebouw voor onderwijsdoeleinden duurzaam is.

## Tekst van de beslissing

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend in naam van het publiekrechtelijk lichaam X met btw-identificatienummer.

2\. X heeft de intentie om op een terrein waarvan het eigenaar is, een nieuw gebouw op te richten.

3\. Dit op te richten gebouw zal worden beheerd door het bestuur van X als inrichtende macht van de academie en van de humaniora. Het beheer van dit gebouw ligt aldus in handen van de onderwijsinstellingen zelf.

4\. Het nieuw op te richten gebouw zal buiten de reguliere schooluren van de humaniora en de academie, ook kunnen worden gebruikt voor bepaalde culturele activiteiten.

5\. Het nieuw op te richten gebouw zal onder meer bestaan uit de zaal Z die door X zal kunnen worden gebruikt voor de organisatie van eigen culturele voorstellingen. Ook verenigingen kunnen de zaal Z gebruiken voor de programmatie van voorstellingen. Dit gebruik voor culturele doeleinden is echter beperkt tot zaterdagavond en zondag, vermits de humaniora (die dagonderwijs verstrekt) het nieuwe gebouw zal gebruiken tijdens de klassieke reguliere schooluren op weekdagen en de academie (die avondonderwijs verstrekt) dit gebouw zal gebruiken tijdens de reguliere schooluren op weekdagen ’s avonds en op zaterdag overdag.

Het culturele aspect is volgens de aanvrager noodzakelijk voor de optimale benutting van het betreffende gebouw alsook de polyvalentie ervan.

## II. Vraagstelling

6\. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de DVB de bevestiging te verkrijgen dat de oprichting van het nieuw gebouw door X, dat de inrichtende macht is van de academie en de humaniora aldaar, voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% voor schoolgebouwen overeenkomstig rubriek XL van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970.

## III. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

7\. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

### *III.A. Het verlaagde BTW-tarief van 6% voor schoolgebouwen overeenkomstig BTW-KB nr. 20, bijlage, tabel a, rubriek xl: toepassing in casu*

#### III.A.1. Noodzakelijke voorwaarde: gebouwen bestemd voor het verstrekken van btw-vrijgesteld onderwijs

8\. De toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% voor schoolgebouwen is onderworpen aan de voorwaarde dat de levering, bouw en renovatie, alsook de in artikel 44, § 3, 2°, b) W.BTW bedoelde btw-lease en de in artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW bedoelde optioneel belaste beroepsmatige onroerende verhuur, betrekking heeft op gebouwen die hoofdzakelijk worden gebruikt om krachtens artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW vrijgesteld onderwijs te verstrekken.

9\. Dit voordeeltarief is van toepassing ongeacht de hoedanigheid van de persoon die de werken doet uitvoeren of het gebouw koopt. Het gebruik of de bestemming van de gebouwen voorafgaandelijk aan de uitvoering van de werken in onroerende staat, aan de verkoop of aan de overige in rubriek XL van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 opgesomde handelingen, is overigens niet van belang.

10\. Er wordt ook op gewezen dat men zich bij de beoordeling over de al dan niet toepassing van dit voordeeltarief van 6%, in principe dient te houden aan de eerste aanwending van het gebouw na de uitvoering van de werken.

Nochtans benadrukt de btw-administratie dat, indien deze eerste aanwending toevallig, van korte duur en strijdig is met de normale bestemming van het gebouw, zoals dit werd ontworpen, het niet uit te sluiten is dat, na onderzoek van het geval, men rekening zal houden met de daaropvolgende meer betekenisvolle aanwending ([Circulaire 2018/C/6](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2018-c-6-betrekking-toepassingsgebied-rubriek-xl-tabel-8cd2) van 18.01.2018, punt 48, www.fisconetplus.be).

11\. Voor een omschrijving van het begrip schoolonderwijs dat op grond van artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW is vrijgesteld, refereert de DVB aan de [circulaire AAFisc nr. 50/2013 (E.T.124.537) van 29.11.2013](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/50-2013-aafisc-exoneration-enseignement-formation-professionnelle-8782).

Artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW beoogt onder meer het onderwijs dat bestaat uit het geven van lessen, in de regel gedurende een periode die overeenstemt met een schooljaar, met inachtneming van een pedagogisch programma en met de organisatie van examens met het oog op de aflevering van een geschrift (diploma, getuigschrift, brevet, attest, kwalificatiebewijs).

Het gaat in het bijzonder om het gereglementeerde onderwijs waaronder het middelbaar onderwijs. Het kunstonderwijs dat wordt verstrekt door een muziekacademie, een dansacademie, en dergelijke, wordt ook bedoeld voor zover wordt voldaan aan voornoemde voorwaarden en de in dit kader verrichte diensten geen louter recreatief karakter vertonen.

12\. Het moge duidelijk zijn dat zowel de humaniora als de academie worden beoogd door artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW.

Uit het academiereglement van de academie, zoals voorgelegd aan de DVB, blijkt immers dat dit onderwijs bestaat uit het geven van lessen gedurende een periode die overeenstemt met een schooljaar. Uit dit academiereglement blijkt ook dat de leerlingen, behoudens bij gewettigde afwezigheid, deelnemen aan alle lessen en activiteiten vanaf 1 september tot en met 30 juni.

Uit dit academiereglement blijkt bovendien dat er een pedagogisch programma in acht wordt genomen en dat het volgen van de lessen geen louter recreatief karakter vertoont.

Daarenboven is het voor alle leerlingen verplicht om voor alle vakken deel te nemen aan de evaluatieactiviteiten (artikelen 33 en 40 e.v. van het academiereglement). Bij het met succes doorlopen van de betreffende opleiding ontvangen de leerlingen een diploma (attest). Hiervoor wordt ook een proclamatie georganiseerd.

13\. De infrastructuur die onderwijsinstellingen gebruiken maar door derden worden beheerd, wordt niet als schoolgebouw beschouwd ([Circulaire 2018/C/6](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2018-c-6-betrekking-toepassingsgebied-rubriek-xl-tabel-8cd2) van 18.01.2018, punt 23, eerste lid, www.fisconetplus.be).

In het onderhavige geval stelt dit probleem zich niet. Het op te richten gebouw zal worden beheerd door het bestuur van X in zijn hoedanigheid van inrichtende macht van de humaniora en de academie aldaar. Het beheer van het op te richten gebouw ligt aldus in handen van de onderwijsinstellingen zelf.

#### III.A.2. Beoogde schoolgebouwen

14\. Volgens de btw-administratie verstaat men onder ‘schoolgebouw’ de gebouwen die hoofdzakelijk worden gebruikt door een onderwijsinstelling die ze heeft opgericht, aangekocht of gehuurd voor het verstrekken van vrijgesteld onderwijs op grond van artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW.

Belangrijk is dat het ‘schoolgebouw’ kan bestaan uit meerdere delen van gebouwen of zelfs meerdere afzonderlijke gebouwen die functioneel één geheel vormen op de schoolsite (campus).

De werken zullen worden aanbesteed door X zelf, als inrichtende macht van de bedoelde onderwijsinstellingen. Er wordt aldus voldaan aan de voorwaarde dat het gebouw dient te worden gebruikt door een onderwijsinstelling die het gebouw heeft opgericht, aangekocht of gehuurd.

15\. Het voordeeltarief is niet alleen van toepassing op de lokalen bestemd voor het eigenlijke onderricht (klaslokalen, zorglokaal, sportzalen, aula, wetenschapslokalen, computerlokalen e.d., werkplaatsen, enz.) worden beoogd, maar ook op alle andere plaatsen die worden gebruikt door de studenten (refters, lees- en recreatiezalen, studiezalen, bibliotheken, gebedsruimte, buitenschoolse kinderopvang, enz.).

Het voordeeltarief geldt ook voor de lokalen bestemd voor het personeel (leraarslokaal, enz.), de technische lokalen (keukens, kelders, bergplaatsen, enz.), de administratieve lokalen (het secretariaat, enz.), de lokalen die gebruikt worden door de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB's) en de zogenaamde ‘mini-ondernemingen’ of ‘leerbedrijven’ ([Circulaire 2018/C/6](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2018-c-6-betrekking-toepassingsgebied-rubriek-xl-tabel-8cd2) van 18.01.2018, punt 17, www.fisconetplus.be).

16\. De terreinen die deel uitmaken van de onderwijscampus, alsook de bij die terreinen ingelijfde installaties (bv. (overdekte) speelplaats met inbegrip van de toestellen voor sport en vermaak die zijn ingelijfd bij de grond, sportterrein, parking, fietsenstalling, afsluitingen, toegangsweg, serre, enz.) worden ook beoogd door de bedoelde rubriek XL ([Circulaire 2018/C/6](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2018-c-6-betrekking-toepassingsgebied-rubriek-xl-tabel-8cd2) van 18.01.2018, punt 6, www.fisconetplus.be).

#### III.A.3. Voorwaarde tot hoofdzakelijk gebruik van het gebouw voor btw-vrijgesteld onderwijs – oppervlaktecriterium

17\. Het gebeurt dat in een schoolgebouw een beperkte oppervlakte wordt voorzien die niet gelinkt is aan onderwijsdoeleinden.

De minister van Financiën heeft in een antwoord op een parlementaire vraag van 05.11.2020 van mevrouw Leen Dierick bevestigd dat, wanneer in een gebouw (of gedeelte van een gebouw geplaatst in een stelsel van gedwongen mede-eigendom waarvoor een basisakte werd opgesteld, in welk geval elk privatief deel en het bijhorend deel gemeenschappelijke delen afzonderlijk wordt beoordeeld) lokalen met een oppervlakte van niet meer dan 50% van de oppervlakte van het volledige gebouw, worden gebruikt voor andere doeleinden dan btw-vrijgesteld onderwijs, zoals hiervoor bedoeld, de btw-administratie het oppervlaktecriterium toepast om te beoordelen of het gebouw (of een gedeelte ervan) hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het verstrekken van bedoeld btw-vrijgesteld onderwijs ([Parl. Vr. nr. 54 DIERICK van 05.11.2020](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/54-schoolgebouwen-btw-hoofdzakelijk-gebruik-leen-8027), Vr. en Antw. Kamer, 2019-2020, 55/3030, 192, www.fisconetplus.be).

Het oppervlaktecriterium vormt dus as such de essentie bij de beoordeling of voor bouwprojecten de btw kan worden gerekend tegen het voordeeltarief van 6% overeenkomstig de bedoelde rubriek XL voor schoolgebouwen. Van zodra meer dan 50% van de oppervlakte van het gebouw (of een gedeelte ervan) wordt gebruikt voor bedoeld btw-vrijgesteld onderwijs, kwalificeert het gebouw als een schoolgebouw.

18\. Als het gebouw voor niet meer dan 50% voor bedoeld btw-vrijgesteld onderwijs zou worden gebruikt, aanvaardt de btw-administratie niet dat het verlaagde btw-tarief overeenkomstig de bedoelde rubriek XL wordt toegepast pro rata het gebruik voor bedoeld btw-vrijgesteld onderwijs.

**III.A.4. Gemengd gebruikte gebouwen: gebruik van het gebouw buiten de reguliere schooluren (buitenschoolse capaciteit) – criterium van tijdsbesteding**

19\. Wanneer een gebouw of een gedeelte van een gebouw bestemd is om te worden gebruikt voor meerdere doeleinden, i.e. ook wordt gebruikt voor andere doeleinden dan eigenlijk onderwijs, kan het onroerend goed worden aangemerkt als een gebouw bedoeld in rubriek XL van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20, op voorwaarde dat het gebouw hoofdzakelijk, i.e. ten belope van meer dan 50%, wordt gebruikt voor het verstrekken van btw-vrijgesteld onderwijs, zoals hiervoor bedoeld ([Circulaire 2018/C/6](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2018-c-6-betrekking-toepassingsgebied-rubriek-xl-tabel-8cd2) van 18.01.2018, punt 19, www.fisconetplus.be).

De schoolinfrastructuur mag dus ook bijkomstig voor andere doeleinden worden gebruikt, zolang het schoolgebouw hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het verstrekken van het hiervoor bedoeld btw-vrijgesteld onderwijs.

20\. De vraag is of bij gemengd (niet-gelijktijdig of gelijktijdig) gebruik van een gebouw (of een gedeelte ervan) het voornaamste gebruik voor eigenlijk onderwijs moet worden beoordeeld volgens het oppervlaktecriterium of volgens het criterium van de gebruiksduur van de lokalen voor eigenlijk onderwijs of een combinatie van beide (cf. T. LAMPARELLI, De verlaagde btw-tarieven in de bouwsector, Mechelen, Wolters Kluwer, 2019, 249).

21\. Als de schoolinfrastructuur buiten de reguliere schooluren ook nog ter beschikking wordt gesteld van derden, verenigingen, e.a., moet het gebouw nog altijd hoofdzakelijk worden gebruikt voor bedoeld btw-vrijgesteld onderwijs.

22\. De minister van Financiën heeft in een antwoord op een parlementaire vraag van 05.11.2020 van mevrouw Leen Dierick het gewijzigde standpunt van de btw-administratie ter zake bevestigd en verduidelijkt.

De minister van Financiën bevestigt dat de voorwaarde tot hoofdzakelijk gebruik voor onderwijsdoeleinden moet worden getoetst aan de werkelijk gebruikte uren op jaarbasis ([Parl. Vr. nr. 53 DIERICK van 05.11.2020](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/53-schoolgebouwen-btw-schooluren-leen-dierick-d8ac), Vr. en Antw. Kamer, 2019-2020, 55/3030, 190, www.fisconetplus.be) (eigen benadrukking) .

Wanneer dezelfde ruimte voor meerdere doeleinden wordt gebruikt, past de btw-administratie, om te bepalen of een gebouw (of een gedeelte ervan) hoofdzakelijk, dus voor meer dan 50%, wordt gebruikt voor bedoeld btw-vrijgesteld onderwijs, een verhouding toe met in de teller het gebruik per jaar van het gebouw tijdens de reguliere schooluren en met in de noemer het totaal aantal uren per jaar dat het gebouw wordt gebruikt met inbegrip van de uren (op weekdagen buiten de reguliere schooluren, in het weekend en tijdens de schoolvakanties) tijdens dewelke het gebouw ter beschikking wordt gesteld van derden.

**III.A.5. Gemengd gebruikte gebouwen: gebruik van het gebouw buiten de reguliere schooluren (buitenschoolse capaciteit) – methodiek van de DVB: combinatie van oppervlaktecriterium en criterium van tijdsbesteding**

23\. In de hiervoor geciteerde ministeriële antwoorden op de parlementaire [vragen nr. 53 en 54 van 05.11.2020](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/53-schoolgebouwen-btw-schooluren-leen-dierick-d8ac) wordt niet verduidelijkt in welke mate welk van beide criteria, oppervlakte of tijdsbesteding, moet worden toegepast.

24\. De DVB is van oordeel dat bij gemengd (niet-gelijktijdig of gelijktijdig) gebruik van een gebouw (of een gedeelte ervan) het hoofdzakelijk gebruik voor onderwijsdoeleinden kan worden beoordeeld volgens een combinatie van het oppervlaktecriterium en het criterium van tijdsbesteding.

25\. In eerste instantie worden dan de oppervlaktes van het gebouw (of een deel ervan) die uitsluitend voor onderwijsdoeleinden worden gebruikt, afgezonderd. Voor deze oppervlaktes kan er geen twijfel over bestaan dat de ruimtes wel degelijk voor onderwijsdoeleinden zullen worden gebruikt.

Voor wat betreft de gemengde ruimtes, wordt vervolgens rekening gehouden met het totale aandeel (percentage) dat ook kan worden toebedeeld aan btw-vrijgesteld onderwijs.

26\. Het hoofdzakelijk gebruik van het gebouw (of een deel ervan) voor onderwijsdoeleinden kan dus worden vastgesteld door de som te maken van:

i. de oppervlakte van het gebouw dat uitsluitend wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden, en;

ii. de oppervlakte van het gebouw dat gemengd wordt gebruikt waarbij het aandeel voor onderwijsdoeleinden wordt bepaald op basis van het aantal werkelijke uren op jaarbasis dat het gebouw wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden (in geval van gemengd en gelijktijdig gebruik van bepaalde ruimtes voor onderwijs en cultuur, schat de DVB de raming als redelijk in waarbij 50% van de werkelijke gebruiksuren per jaar wordt geacht te slaan op btw-vrijgesteld onderwijs en 50% op andere doeleinden) in verhouding tot het totaal aantal werkelijke uren gebruik op jaarbasis (met inbegrip van het gebruik door derden), met uitsluiting van de uren zonder gebruik buiten de normale werkuren en met uitsluiting van de uren van niet-gebruik van bepaalde ruimtes (bepaalde leslokalen, aula, …) tijdens de reguliere schooluren.

### *III.B. Conclusie*

27\. Uit de indeling die aan het nieuw op te richten gebouw zal worden gegeven, blijkt dat dit gebouw bestemd is om te worden gebruikt voor meerdere doeleinden; het betreft een multifunctioneel ontmoetingscentrum voor onderwijsdoeleinden en voor cultuur.

28\. Voor het bouwproject van de aanvrager kan dus naar het oordeel van de DVB de volgende methodiek worden toegepast:

• vooreerst dient de totale oppervlakte van het project bepaald te worden en dient vastgesteld te worden hoeveel m² uitsluitend zal worden gebruikt voor onderwijsdoeleinden en hoeveel m² uitsluitend zal worden gebruikt voor andere doeleinden. Aldus zal kunnen worden vastgesteld hoeveel m² gemengd zal worden gebruikt voor onderwijs en cultuur;

• als vervolgens wordt rekening gehouden met het aantal werkelijke uren dat per jaar het (de) gemengde gebouw/ruimtes za(u)l(l)en worden gebruikt voor onderwijsdoeleinden (in geval van gemengd en gelijktijdig gebruik van bepaalde ruimtes voor onderwijs en cultuur, schat de DVB de raming als redelijk in waarbij 50% van de werkelijke gebruiksuren per jaar wordt geacht te slaan op btw-vrijgesteld onderwijs en 50% op andere doeleinden), kan worden vastgesteld dat het gebouw voor een bepaald percentage van het totaal aantal uren, zal worden gebruikt voor onderwijsdoeleinden.

29\. Zodoende kan en mag het aldus bepaalde percentage van de oppervlakte die gemengd gebruikt zal worden, worden toegevoegd aan het gebruik voor onderwijsdoeleinden. Dit resulteert in een toevoeging aan de oppervlakte van de ruimtes die al uitsluitend worden gebruikt voor onderwijsdoeleinden.

Als het totale percentage van de oppervlakte van het gebouw die wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden - die wordt berekend door de som te maken van (i) de oppervlakte van het gebouw dat uitsluitend wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden en (ii) de oppervlakte van het gebouw dat gemengd wordt gebruikt waarbij het aandeel voor onderwijsdoeleinden wordt bepaald op basis van het werkelijk aantal uren op jaarbasis dat het gebouw wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden (in geval van gemengd en gelijktijdig gebruik van bepaalde ruimtes voor onderwijs en cultuur, schat de DVB de raming als redelijk in waarbij 50% van de werkelijke gebruiksuren per jaar wordt geacht te slaan op btw-vrijgesteld onderwijs en 50% op andere doeleinden) in verhouding tot het totaal aantal werkelijke uren gebruik op jaarbasis (met inbegrip van het gebruik door derden), met uitsluiting van de uren zonder gebruik buiten de normale werkuren en met uitsluiting van de uren van niet-gebruik van bepaalde ruimtes (bepaalde leslokalen, aula, …) tijdens de reguliere schooluren -, boven 50% ligt, kan het 6% btw-tarief overeenkomstig voornoemde rubriek XL toepassing vinden.

30\. Of dit effectief zo is, laat de DVB over aan het eindoordeel van het bevoegde lokaal btw-controlekantoor waarvan de aanvrager afhangt. De DVB doet enkel uitspraak over de te hanteren methodiek zonder de concrete cijfers te onderzoeken of te beoordelen. Het lokaal btw-controlekantoor zal aan de hand van de door de DVB omschreven methodiek de concrete cijfermatige toepassing beoordelen.

Het behoort tot de bevoegdheid van het bevoegde lokaal btw-controlekantoor om aan de hand van de door de DVB omschreven methodiek te verifiëren of het betreffende gebouw na de uitvoering van de werken hoofdzakelijk wordt gebruikt voor btw-vrijgesteld onderwijs (in de zin van artikel 44, § 2, 4°, a) W.BTW) en of de bestemming van dit gebouw voor bedoeld onderwijs duurzaam is ([Parl. Vr. nr. 1398 VAN MECHELEN van 05.01.2017](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1398-btw-tarief-onderwijsinfrastructuur-onder-huursubsidieregeling-178c), Vr. en Antw. Kamer, 54/102, 497; [Circulaire 2018/C/6](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2018-c-6-betrekking-toepassingsgebied-rubriek-xl-tabel-8cd2) van 18.01.2018, punt 48, www.fisconetplus.be).

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) 1 voorkomen

[WBTW art. 38](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) 1 voorkomen
