Meerwaarde op aandelen, Divers inkomen, Normaal beheer privévermogen · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2020.1318 16 juni 2020

Zoeken

Meerwaarde op aandelen, Divers inkomen, Normaal beheer privévermogenMeerwaarde op aandelen - Divers inkomen - Normaal beheer privévermogen - Verkoop van aandelen - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of -ontwijking - REGISTRATIERECHTEN - Inbreng van een bedrijfstak - BTW - Onroerende goederen - Zakelijk recht - Vrijstelling

https://juriel.be/nl/rulings/2020-1318-meerwaarde-aandelen-divers-inkomen-normaal-1d40

Nummer
2020.1318
Datum
16 juni 2020

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

84 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2020.1318 d.d. 16.06.2020

Meerwaarde op aandelen · Divers inkomen · Normaal beheer privévermogen · Verkoop van aandelen

VENNOOTSCHAPSBELASTING · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of -ontwijking

REGISTRATIERECHTEN · Inbreng van een bedrijfstak

BTW · Onroerende goederen · Zakelijk recht · Vrijstelling

Samenvatting

De voorgenomen partiële splitsing van exploitatievennootschap A BV, waarbij haar onroerende goederen en een bedrag aan liquide middelen zullen worden afgesplitst naar de nog op te richten vennootschap Immo Newco BV, met het oog op de overdracht van A BV aan een geïnteresseerde derde en de heroriëntatie van de activiteiten waarbij de ontvangen verkoopprijs geherinvesteerd wordt in Immo Newco BV, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92.

De partiële splitsing van A BV naar Immo Newco BV kan worden verricht onder het vrijstellingsregime voorzien in artikel 117, § 2, Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167 Fed.W.Reg.

De voorgenomen partiële splitsing van A BV dient te gebeuren met toepassing van artikel 44, § 2, 13° en artikel 44, § 3, 1° a, en b, van het btw-wetboek.

De verkoop door de heer en mevrouw X -Y, die samen alle aandelen van A BV bezitten, van hun aandelen A BV (na partiële splitsing) kan beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van een privévermogen, zodat de meerwaarde niet zal belast worden op grond van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, WIB 92.

De boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsing, die niet meer dan 7 maanden zal bedragen, kan op het vlak van de vennootschapsbelasting worden aanvaard.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat:

1.1 de partiële splitsing van A BV, waarbij haar onroerend goed, zal worden afgesplitst naar een nog op te richten vennootschap, hierna Immo Newco BV genaamd, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92;

1.2 de voormelde partiële splitsing onder de toepassing valt van artikel 117, § 2, van het federale Wetboek der Registratie-, Hypotheek-, en Griffierechten (W.Reg.);

1.3 de voormelde partiële splitsing onder de toepassing valt van artikel 44, § 2, 13° en 44, § 3, 1°, a en b, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.Btw);

1.4 de boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard;

1.5 de geplande verkoop door de heer en mevrouw X – Y van hun aandelen A BV, na de partiële splitsing, kan beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privévermogen, zodat de meerwaarde niet belast zal worden op grond van de artikelen 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste streepje, WIB 92.

II. Beslissing

2. A BV is een exploitatievennootschap waarin mevrouw Y haar activiteit uitbaat. De aandelen van de vennootschap zijn in bezit van de heer en mevrouw X - Y. In de vennootschap zijn enkele werknemers tewerkgesteld, alsook een aantal zelfstandige medewerkers. De vennootschap is eveneens eigenaar van een aantal onroerende goederen, waaronder het bedrijfsgebonden vastgoed, waarvan het beheer door de heer X wordt waargenomen.

3. De beoogde verrichting betreft de partiële splitsing van A BV, gevolgd door de verkoop van de aandelen van deze vennootschap aan een derde. De geplande partiële splitsing is een verrichting die beantwoordt aan de definitie van een met een splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g) WIB 92.

II.A. Inzake de partiële splitsing

Inzake de toepassing van artikel 183bis WIB 92

4. Ingevolge de partiële splitsing zal het onroerend goed van A BV, evenals de erop betrekking hebbende schulden en een bedrag aan liquide middelen, worden afgesplitst naar een nog op te richten vennootschap, Immo Newco BV.

5. Deze verrichting heeft tot doel het bij de exploitatievennootschap aanwezige onroerend goed, onder te brengen in een afzonderlijke vennootschap.

6. De afsplitsing van het onroerend goed is noodzakelijk om de overname van de aandelen van A BV door een derde, met name de vennootschap B NV, mogelijk te maken. De overname kadert in een algemene consolidatietendens die in de sector gaande is.

7. De aanvragers hebben bevestigd dat een marktconforme huur zal worden aangerekend voor het gebruik van het bedrijfsvastgoed door A BV.

8. De heer en mevrouw X -Y zullen de onmiddellijk te ontvangen verkoopprijs, alsook het definitief verworven doch uitgesteld te verkrijgen deel van de verkoopprijs gebruiken om duurzaam te investeren in nieuwe of bestaande activiteiten.

9. Bij de verdeling van de eigen vermogensbestanddelen ingevolge de partiële splitsing zal rekening worden gehouden met de toepassing van artikel 213, WIB 92 en met de voorschriften van de fiscale administratie terzake.

10. A BV beschikt niet over overgedragen fiscale bestanddelen.

11. De aanvragers hebben bevestigd dat zij niet de intentie hebben om de aandelen van Immo Newco BV over te dragen.

12. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van A BV zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

13. De verkrijgende vennootschap zal een binnenlandse vennootschap zijn.

14. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de geplande partiële splitsing van A BV kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit van de verrichting op het vlak van de vennootschapsbelasting

15. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag, inzonderheid t.a.v. voormeld retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

- met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;

- en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

16. De geplande partiële splitsing zal plaatsvinden uiterlijk op 31 juli 2020, met een terugwerkende kracht naar 1 januari 2020, zodat de normale termijn van zeven maanden niet zal worden overschreden.

17. Gelet op het voorgaande kan worden gesteld dat deze boekhoudkundige retroactiviteitsclausule een correcte toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat en dat deze op fiscaal vlak kan worden aanvaard.

Inzake de toepassing van artikel 117, § 2, Fed.W.Reg.

18. Volgens artikel 117, § 2, Fed.W.Reg. is het bij artikel 115 van hetzelfde wetboek bepaalde recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

19. Bij koninklijk besluit (artikel 1 van het KB van 18 juli 1972 betreffende de uitvoering der artikelen 117 en 120 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten) worden de voorwaarden voor deze vrijstelling als volgt bepaald:

“ de vrijstelling van het evenredig recht voorzien in artikel 117, § 2, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, alsook de uitzondering gevestigd in artikel 120, 3e lid […] van hetzelfde wetboek, zijn ondergeschikt aan de voorwaarde:

1° dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormen;

2° dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen, die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, samen met een storting in contanten, die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

Wordt niet beschouwd als een afdeling van de onderneming het beheer van de participaties en de waarden in portefeuille. De participaties en waarden in portefeuille worden slechts beschouwd als behorende tot een bedrijfstak wanneer zij normaal in de exploitatie van deze tak van de bedrijvigheid zijn geïntegreerd ”.

20. A BV zal via een partiële splitsing haar operationele activiteit “beheer van patrimonium” overdragen aan de nieuw op te richten vennootschap Immo Newco BV. Deze activiteit omvat het beheren, exploiteren, verwerven en vervreemden en alle overige handelingen van onroerende goederen.

21. De inbreng van de activiteit “beheer van patrimonium” zal worden gedaan door A BV, een bestaande Belgische vennootschap. Hierdoor is er voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel is gevestigd op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

22. De inbreng zal worden gedaan in de Belgische vennootschap Immo Newco BV.

23. De notie “bedrijfstak” dient vanuit twee invalshoeken te worden bekeken, enerzijds vanuit de inbrengende vennootschap en anderzijds vanuit de inbrenggenietende vennootschap. Ten name van de inbrengende vennootschap moet worden beoordeeld of de overgedragen activa, passiva en andere rechten en elementen een geheel uitmaken en al een zekere vorm van autonomie hebben. Ten name van de inbrenggenietende vennootschap is het van belang of de ingebrachte afdeling autonoom kan functioneren binnen de inbrenggenietende vennootschap.

24. Uit de gegevens van de aanvraag blijkt dat alle activa en passiva die tot de activiteit “beheer van patrimonium” behoren, zullen worden afgesplitst naar de nieuw op te richten Immo Newco BV:

24.1. liquide middelen;

24.2. onroerende goederen waarvan 1% in volle eigendom privé wordt aangehouden zowel om financiële als successierechtelijke redenen en de overige 99% door de afsplitsende vennootschap, met uitzondering van één handelspand en garage welke voor 1% volle eigendom en 99% naakte eigendom in privé bezit zijn en waarvan 99% vruchtgebruik wordt uitgeoefend door A BV;

24.3. alle huurcontracten met derden en inclusief de onroerende goederen die betrekking hebben op de exploitatie zullen worden verhuurd aan marktconforme voorwaarden aan de exploitatievennootschap A BV;

24.4. de schulden die worden afgesplitst hebben uitsluitend betrekking op onroerende goederen die worden ingebracht in Immo Newco BV.

25. Uit de voorgaande opsomming van het geheel van de activa en de passiva die worden overgedragen aan Immo Newco BV, kan worden besloten dat het een inbreng betreft van een activiteit die kan worden beschouwd als een reeds bestaand georganiseerd geheel van activa en passiva dat op technisch vlak door eigen middelen reeds autonoom functioneert, en bij de inbrenggenietende Belgische vennootschap ook autonoom zal kunnen functioneren. De ingebrachte activiteit is bijgevolg te beschouwen als een bedrijfstak.

26. Deze inbreng zal volledig worden vergoed door de toekenning van aandelen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen in de Belgische Immo Newco BV. Hieruit kan worden besloten dat aan de voorwaarde wordt voldaan dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstak, de inbreng uitsluitend wordt vergoed door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, al dan niet samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen niet overschrijdt (K.B. 18 juli 1972, artikel 1). In casu wordt er geen geldopleg betaald.

27. De vervulling van de voorwaarden (K.B. 18 juli 1972) zal bevestigd worden in de notariële akte.

28. Voor de toepassing van de registratierechten wordt de inbreng beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

Inzake de toepassing van de artikelen 44, § 2, 13° en 44, § 3, 1°, a en b, W.Btw

29. In het kader van de hierboven beschreven partiële splitsing naar Immo Newco BV zullen een aantal onroerende goederen (handelszaken en garages) overgedragen worden. Tevens wordt het zakelijk recht waarin de exploitatie wordt uitgebaat overgedragen naar Immo Newco BV.

30. Er wordt bevestigd dat deze onroerende goederen voor de toepassing van de btw-wetgeving kwalificeren als “oude gebouwen”. Overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, a en b, van het btw-wetboek zijn bovenstaande overdrachten van btw vrijgesteld.

31. Daarnaast zal n.a.v. deze partiële splitsing rollend materieel naar Immo Newco BV worden overgedragen. Er wordt bevestigd dat dit rollend materieel uitsluitend werd aangewend voor de vrijgestelde activiteit. Overeenkomstig artikel 44, § 2, 13° btw-wetboek is de overdracht van dit rollend materieel vrijgesteld van btw.

II.B. Inzake de verkoop van aandelen door de heer en mevrouw X – Y (toepassing artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, WIB 92)

32. De geplande verkoop door de heer en mevrouw X -Y van hun aandelen A BV (na partiële splitsing) aan een derde, vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

33. De aandelen van de betrokken vennootschap behoren tot het privévermogen van de aanvragers-natuurlijke personen.

34. De geplande aandelenoverdracht kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van het privévermogen in de zin van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, WIB 92:

- de heer en mevrouw X -Y bezitten hun deelneming in A BV van bij de oprichting van deze vennootschap;

- het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

- de voorgenomen verkoopverrichting die volgt op de partiële splitsing van A BV heeft tot doel de exploitatieactiviteit van de vennootschap over te dragen aan een derde die deze verder zal uitbouwen;

- de meerwaarde die bij de voorgenomen aandelenoverdracht zal worden gerealiseerd is, gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico's, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92;

- ingevolge de partiële splitsing die aan de verkoop voorafgaat zal een bedrag aan liquide middelen worden afgesplitst. De liquide middelen die nog in A BV aanwezig zullen zijn, kunnen beschouwd worden als werkkapitaal.

35. De DVB spreekt zich met deze beslissing niet uit over de bepalingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 441 voorkomen