Tarief, Huisvesting in het kader van het sociaal beleid · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2020.1254 25 augustus 2020

Zoeken

Tarief, Huisvesting in het kader van het sociaal beleidBtw - Tarief - Huisvesting in het kader van het sociaal beleid - Artikelen 37 en 38 W.BTW - Rubriek X, § 1, B. (jo. § 1, A., d), 3°) van tabel B van de bijlage bij KB nr. 20

https://juriel.be/nl/rulings/2020-1254-tarief-huisvesting-in-kader-sociaal-4a18

Nummer
2020.1254
Datum
25 augustus 2020

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

97 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2020.1254 d.d. 25.08.2020

Btw · Tarief · Huisvesting in het kader van het sociaal beleid · Artikelen 37 en 38 W.BTW · Rubriek X, § 1, B. (jo. § 1, A., d), 3°) van tabel B van de bijlage bij KB nr. 20

Samenvatting

Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend door X, een instelling met sociaal karakter die is erkend door de bevoegde overheid. Het hulpverleningsaanbod van X is gericht op kwetsbare cliënten die zich in problematische leefsituaties bevinden. X voorziet hiervoor in een modulair hulpverleningsaanbod (residentieel en semi-residentieel) op maat van de cliënt in kwestie en zijn betrokken contextfiguren.

X is voornemens een gebouwencomplex op te richten dat meer aangepast is om haar hulpverleningsaanbod te realiseren. De hoofdzakelijke bestemming van het gebouwencomplex is een residentiële voorziening die op duurzame wijze in dag- en nachtopvang voorziet van residenten en die erkend is door de bevoegde overheid in het kader van de op X toepasselijke wetgeving.

In de gegeven feitelijke omstandigheden is het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X, § 1, B. (jo. rubriek X, § 1, A., punt d), 3°) van tabel B van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970, in uitvoering van artikel 37 van het Btw-Wetboek, van toepassing op het werk in onroerende staat (op grond van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek) en de handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° t.e.m. 6° van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970 (met uitsluiting van de gehele of gedeeltelijke reiniging van het wooncomplex en de handelingen vermeld in voornoemde rubriek X, § 2 1° en 2°), van toepassing op de hierna opgesomde materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) verstrekt en gefactureerd aan de private vzw X, en te realiseren op de betreffende projectsite:

• de materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de verblijfsgebouwen (residentiële afdelingen) die exclusief bestemd zijn en gebruikt worden voor de residentiële werking van X;

• de materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de ruimtes (lokalen of vertrekken) in het administratief gebouw die exclusief bestemd zijn en gebruikt worden voor de residentiële werking van X evenals op de gemengd gebruikte gemeenschappelijke ruimtes in dat gebouw.

De materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de oprichting van vertrekken in het administratief gebouw waar X instaat voor de ambulante opvang (dagbegeleiding) en de kortdurende (kortstondige, tijdelijke) opvang van cliënten en die dus niet, ook niet bijkomstig en gemengd, ten dienste staan van de residentiële werking van X, zijn onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

De materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de oprichting van de lokalen in het administratief gebouw die de administratieve medewerkers huisvesten en die niet ten dienste staan van de residentiële werking van X, zijn onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

De materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die geen betrekking hebben op het eigenlijke woningcomplex, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg of het oprichten van afsluitingen tussen tuinen of percelen, zijn onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend door X, een instelling met sociaal karakter die is erkend door de bevoegde overheid.

Het hulpverleningsaanbod van X is gericht op kwetsbare cliënten die zich in problematische leefsituaties bevinden. X voorziet hiervoor in een modulair hulpverleningsaanbod (residentieel en semi-residentieel) op maat van de cliënt in kwestie en zijn betrokken contextfiguren.

2. X is voornemens een nieuwbouw op te richten die meer aangepast is om haar hulpverleningsaanbod te realiseren.

3. De hoofdzakelijke bestemming van het gebouwencomplex is een residentiële voorziening die op duurzame wijze in dag- en nachtopvang voorziet van residenten en die erkend is door de bevoegde overheid in het kader van de op X toepasselijke wetgeving.

4. Dit investeringsproject omvat nieuwbouw verblijfsgebouwen exclusief bestemd voor de residentiële leefgroepen en, op dezelfde projectsite, een nieuw administratief gebouw ter ondersteuning van deze verblijfsgebouwen (residentiële afdelingen) gelegen op de locatie.

De projectsite dient dus in globo te worden beoordeeld, het administratief gebouw maakt er functioneel onlosmakelijk deel van uit.

5. Dit administratief gebouw huisvest naast technische lokalen die ten dienste staan van de residentiële werking van X, ook lokalen bestemd voor het personeel ten dienste van de huisvesting van de cliënten, evenals louter administratieve lokalen, twee vertrekken die worden ingezet voor de semi-residentiële werking van X, i.e. de ambulante opvang (dagbegeleiding) en de kortdurende (kortstondige, tijdelijke) opvang van cliënten, en gemeenschappelijke ruimtes.

II. Vraagstelling

6. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de DVB de bevestiging te verkrijgen dat het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X van tabel B van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970 van toepassing is op de volgende werken in onroerende staat tot realisatie van het beoogde nieuwbouwproject:

i. de materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de hierna bedoelde verblijfsgebouwen die exclusief bestemd zijn en gebruikt worden voor de residentiële werking van X;

ii. de materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de hierna bedoelde ruimtes (lokalen of vertrekken) in het administratief gebouw die exclusief bestemd zijn en gebruikt worden voor de residentiële werking van X evenals op de gemengd gebruikte gemeenschappelijke ruimtes in het administratief gebouw die ten dienste staan van zowel de residentiële werking als de semi-residentiële werking van X;

iii. de materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de omgevingsaanleg, i.e. de aanleg van buitenterrassen die onmiddellijk fysisch verbonden zijn met de bedoelde verblijfsgebouwen en de aanleg van de gemeenschappelijk oprit en de brandweg naar de bedoelde gebouwen op de bedoelde site.

III. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

7. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

III.A. Algemeen: huisvesting in het kader van het sociaal beleid

III.A.1. Toepassingsvoorwaarden

8. Het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X van tabel B van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970 is van toepassing op de volgende handelingen:

• de leveringen van nieuwe gebouwen (in de zin van artikel 1, § 9, van het Btw-Wetboek (hierna afgekort tot “W.BTW”)) alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op nieuwe gebouwen die niet van btw zijn vrijgesteld op grond van artikel 44, § 3, 1° W.BTW, wanneer die gebouwen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid.

Onder die gebouwen worden onder meer verstaan, woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten en die worden geleverd en gefactureerd aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheerder zijn van onder meer jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand (zie ook Btw-Commentaar, editie 01.07.2018, Boekwerk II, Hoofdstuk 7, Afdeling 5, punt 10, rubriek B, subrubriek a, (1) 108 (132)).

• het eigenlijk en oneigenlijk werk in onroerende staat (op grond van artikel 19, § 2, tweede lid W.BTW en de handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° t.e.m. 6° van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970), met uitsluiting van het reinigen, waarbij het criterium inzake de ouderdom van het gebouw geen rol speelt, met betrekking tot de hiervoor bedoelde woningcomplexen mits die worden verstrekt en gefactureerd aan de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke personen die voor dit verlaagd tarief in aanmerking komen.

Het gaat hierbij zowel om nieuwbouw, fundamentele vernieuwbouw als om renovatie- en onderhoudswerken;

• de in artikel 44, § 3, 2°, b) W.BTW bedoelde btw-lease zoals voorzien in het Btw-KB nr. 30 van 29.12.1992 en de in artikel 44, § 3, 2°, d) W.BTW bedoelde onroerende verhuur (optionele belastingheffing) die betrekking hebben op de hiervoor bedoelde privéwoningen en woningcomplexen wanneer de afnemer een genoemde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon is die voor het verlaagde btw-tarief van 12% in aanmerking komt.

III.A.2. Uitsluitingen van de toepassing van het verlaagde btw-tarief

9. Overeenkomstig paragraaf 2, 1° en 2° van voornoemde rubriek X is dit 12% voordeeltarief in geen geval van toepassing op:

• werk in onroerende staat en de andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op het eigenlijke wooncomplex, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en het oprichten van afsluitingen;

• werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.

III.B. Toepassing in casu

10. In casu zal X een nieuw gebouw oprichten op een perceel gelegen op de projectsite.

11. De vraag is of het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X van tabel B van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970 toepasselijk is op de bedoelde materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) uitgevoerd door de aanvrager.

III.B.1. Beoogde inrichting

12. Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 12% komen overeenkomstig voornoemde rubriek X de publiek- of privaatrechtelijke personen in aanmerking die instaan voor het beheer van jeugdbeschermingstehuizen en van residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand (zie ook Btw-Commentaar, editie 01.07.2018, Boekwerk II, Hoofdstuk 7, Afdeling 5, punt 10, rubriek B, subrubriek a, (1) 108 (132)).

13. Om dit verlaagd tarief te kunnen inroepen, moet de inrichting gezamenlijk aan de volgende voorwaarden voldoen:

• minderjarigen onderdak bieden overeenkomstig de wetgeving op de jeugdbescherming;

• personen duurzaam opvangen in het kader van een internaatstelsel (verstrekken van een duurzaam verblijf in tegenstelling tot een kortstondig of een tijdelijk verblijf);

• met het oog op die opvang door een bevoegde overheid erkend zijn.

14. X voldoet aan al deze voorwaarden. X is door de bevoegde overheid erkend als een instelling met sociaal karakter.

III.B.2. Begrip ‘woningcomplex’ en bepaling van de door het verlaagde btw-tarief beoogde lokalen

15. Het bedoelde verlaagde btw-tarief van 12% kan maar toegepast worden op de hiervoor bedoelde onroerende handelingen die betrekking hebben op woningcomplexen die gebruikt worden of gebruikt zullen worden voor de huisvesting van de betrokken personen.

16. Onder woningcomplexen wordt verstaan al de lokalen die bestemd zijn of bestemd worden voor de huisvesting van deze personen om te voldoen aan de vereisten van hun verblijf en van hun gemeenschappelijk leven.

17. Niet alleen de lokalen bestemd voor de eigenlijke huisvesting (appartementen, privé- of gemeenschappelijke kamers, slaapzalen, e.a.) zijn bedoeld, maar ook de andere plaatsen die worden gebruikt door de beoogde personen (restaurants, lees- of recreatiezalen, salons met bar of tv, studiezalen, bibliotheken voorbehouden aan de beoogde personen), alsmede de lokalen bestemd voor het personeel ten dienste van de huisvesting (monitors, toezichters, verpleegkundigen, dienstpersoneel) en de technische lokalen (keukens, wasplaatsen, kelders, opslagplaatsen, bergplaatsen, e.a.) (Aanschrijving nr. 12 van 10.10.1984, punt 16, www.fisconetplus.be).

18. Uit de omschrijving van de activiteiten blijkt dat X een residentiële voorziening runt die op duurzame wijze, in hoofdzaak in dag- en nachtverblijf, cliënten huisvest en erkend is door de bevoegde overheid.

X heeft een erkenning voor de intensieve begeleiding van een totale capaciteit van een aantal cliënten, met gezin en familiale omgeving, waarvan de overgrote meerderheid residenten zijn. Slechts een zeer beperkt aantal cliënten wordt begeleid in de ambulante of kortdurende opvang die wordt voorzien in de vertrekken die daartoe voorzien zijn in het bedoeld administratief gebouw.

19. De materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de verblijfsgebouwen die exclusief bestemd zijn en gebruikt worden voor de residentiële werking van X, zijn onderworpen aan het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X van tabel B van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970.

III.B.3. Hoofdzakelijke bestemming voor huisvesting en gemengd gebruik

20. De DVB stelt vast dat X in het hiervoor bedoelde administratief gebouw, dat functioneel één ondeelbaar geheel uitmaakt met de verblijfsgebouwen op de nieuwbouwsite, ook ambulante opvang en kortdurende opvang aanbiedt voor de bedoelde cliënten (semi-residentiële werking).

21. De DVB stelt ook vast dat de hoofdzakelijke bestemming van het gebouwencomplex in globo duidelijk het aanbieden van huisvesting voor de bedoelde cliënten betreft (residentiële werking) en dat voornoemde semi-residentiële werking dus bijkomstig is. Dit gegeven wordt door de aanvrager onderbouwd op basis van het oppervlaktecriterium.

De aanvrager verklaart dat de ruimtes in het administratief gebouw (twee vertrekken) bestemd voor de semi-residentiële werking van X (ambulante opvang en kortdurende opvang) door X niet ook gebruikt worden voor doeleinden van haar residentiële werking en dus niet gemengd gebruikt worden (cf. aanschrijving nr. 12 van 10.10.1984, punten 18, 67 lid 2, 68 en 76, www.fisconetplus.be).

De gemeenschappelijke ruimtes in het administratief gebouw bestemd voor de semi-residentiële werking door X worden daarentegen wel degelijk ook gebruikt voor doeleinden van haar residentiële werking (cf. aanschrijving nr. 12 van 10.10.1984, punten 18, 67 lid 2, 68 en 76, www.fisconetplus.be).

22. De DVB kan in die omstandigheden aanvaarden dat de materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de gemengd gebruikte gemeenschappelijke ruimtes in het administratief gebouw (e.g. toiletten, douche, gang, traphal, printerruimte, serverruimte), voor het geheel onderworpen zijn aan het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X van tabel B van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970.

De omstandigheid dat de bedoelde voorziening naast een residentiële werking ook een semi-residentiële werking (ambulante opvang en kortdurende opvang) kent, vormt in de gegeven omstandigheden geen beletsel voor de toepassing van het bedoelde verlaagde btw-tarief van 12% op deze gemengd gebruikte gemeenschappelijke ruimtes.

Als de door de bedoelde regeling beoogde huisvesting (residentiële werking) in de toekomst echter bijkomstig zou worden, is het bedoelde verlaagde btw-tarief van 12% slechts van toepassing in de mate dat deze gemengd gebruikte ruimtes voor de beoogde huisvesting worden gebruikt. Die verhouding dient dan onder de controle van de btw-administratie te worden vastgesteld door de aanvrager.

23. De materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de ruimtes in het administratief gebouw die exclusief bestemd zijn en gebruikt worden voor de ambulante opvang (dagbegeleiding) en de kortdurende opvang voor cliënten (semi-residentiële werking van X), zijn onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

24. Ook de materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de louter administratieve lokalen in het administratief gebouw, zijn onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

25. Het spreekt voor zich dat materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die geen betrekking hebben op het eigenlijke woningcomplex, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg of het oprichten van afsluitingen tussen tuinen of percelen, niet in aanmerking komen voor de toepassing van het bedoelde verlaagde btw-tarief van 12%, in welk geval het standaard btw-tarief van 21% van toepassing is. Dit geldt ook voor de aanleg van de parkeerplaatsen (cf. infra).

26. De intellectuele prestaties (architecten, landmeters, ingenieurs, e.a.) die worden verricht ter voorbereiding of ter coördinatie van de uitvoering van onroerende handelingen, kunnen niet worden beschouwd als werken in onroerende staat noch als daarmee gelijkgestelde handelingen. Deze prestaties kunnen derhalve niet het verlaagde btw-tarief overeenkomstig voornoemde rubriek X genieten.

III.C. Toepassing in casu voor de omgevingsaanleg

Toegangswegen

27. Onder een toegangsweg die het bedoelde verlaagde btw-tarief van 12% kan genieten, wordt verstaan elke weg die een gebouw dat bestemd is om te worden bewoond, rechtstreeks verbindt met de openbare weg en die wordt gebruikt, al dan niet uitsluitend, door de bewoners en bezoekers van dat gebouw (Beslissing nr. E.T. 80.398 van 01.10.1996, www.fisconetplus.be).

28. In die gedachtegang van de btw-administratie is de aanleg van een weg altijd onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21% wanneer deze weg niet verbonden is met de openbare weg en enkel dient als wandelpad in de tuin.

29. Rekening houdend met de administratieve richtlijnen moet de aanleg van de gemeenschappelijke oprit en brandweg naar de bedoelde gebouwen op de bedoelde site, het verlaagde btw-tarief van 12% genieten overeenkomstig voornoemde rubriek X.

De aanleg van de voor voertuigen berijdbare weg gesitueerd in het midden van de tuin van de bedoelde site, blijkens het aan de DVB voorgelegde inplantingsplan van de bedoelde site, is daarentegen onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

Ook de aanleg van de wandelpaden tussen de verblijfsgebouwen en/of het administratief gebouw, is onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

Buitenterrassen

30. De terrassen aangelegd op het perceel van een gebouw worden slechts beschouwd als deel uitmakend van de woning wanneer ze grenzen aan een gebouw dat bestemd is om te worden bewoond.

31. Rekening houdend met de administratieve richtlijnen kan de aanleg van de terrassen die onmiddellijk fysisch verbonden zijn met de verblijfsgebouwen, het verlaagde btw-tarief van 12% genieten overeenkomstig voornoemde rubriek X.

Parkings (open lucht parkeerplaatsen) voor personeel en bezoekers

32. Aangezien een parking niet beantwoordt aan het hiervoor omschreven begrip ‘terras’, zijn de onroerende werkzaamheden die er betrekking op hebben, zonder onderscheid onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21% (Beslissing nr. E.T. 80.398 van 01.10.1996, www.fisconetplus.be).

III.D. Conclusie

33. In de gegeven feitelijke omstandigheden is het verlaagde btw-tarief van 12% overeenkomstig rubriek X, § 1, B. (jo. rubriek X, § 1, A., punt d), 3°) van tabel B van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970, van toepassing op het hierna opgesomde werk in onroerende staat (op grond van artikel 19, § 2, tweede lid W.BTW) en de handelingen uitdrukkelijk opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° t.e.m. 6° van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970 (met uitsluiting van de gehele of gedeeltelijke reiniging van het woningcomplex en de handelingen vermeld in voornoemde rubriek X, § 2, 1° en 2°) tot realisatie van de beoogde oprichting van het hiervoor bedoelde gebouwencomplex en verstrekt en rechtstreeks gefactureerd aan de private vzw X, en te realiseren op de projectsite:

• de materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de hiervoor bedoelde verblijfsgebouwen (residentiële afdelingen) die exclusief bestemd zijn en gebruikt worden voor de residentiële werking van X;

• de materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de ruimtes (lokalen of vertrekken) in het administratief gebouw die exclusief bestemd zijn en gebruikt worden voor de residentiële werking van X evenals op de gemengd gebruikte gemeenschappelijke ruimtes in dat gebouw:

- de lokalen bestemd voor het hulpverlenend personeel ten dienste van de residentiële werking van X;

- de technische lokalen bestemd voor de technische medewerkers ten dienste van de residentiële werking van X;

- de gemengd gebruikte gemeenschappelijke ruimtes (onder meer toiletten, douche, gang, traphal, printerruimte, serverruimte) die zowel ten dienste staan van de residentiële werking als van de semi-residentiële werking van X.

• de materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de omgevingsaanleg, i.e. de aanleg van de buitenterrassen die onmiddellijk fysisch verbonden zijn met de verblijfsgebouwen en de aanleg van de gemeenschappelijk oprit en de brandweg naar de bedoelde gebouwen op de bedoelde site (uitgezonderd de aanleg van de voor voertuigen berijdbare weg gesitueerd in het midden van de tuin van de bedoelde site, cf. supra).

De DVB doet hierbij enkel uitspraak over de te hanteren methodiek zonder de concrete cijfers te onderzoeken of te beoordelen. Het lokaal btw-controlekantoor zal aan de hand van de door de DVB omschreven methodiek de concrete cijfermatige toepassing beoordelen.

34. De materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de oprichting van de beide hiervoor bedoelde vertrekken in het administratief gebouw, waar X instaat voor de ambulante opvang (dagbegeleiding) en de kortdurende (kortstondige, tijdelijke) opvang van haar cliënten en die dus niet, ook niet bijkomstig en gemengd, ten dienste staan van de residentiële werking van X, zijn onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

35. De materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die betrekking hebben op de oprichting van de administratieve lokalen in het administratief gebouw die de administratieve medewerkers huisvesten en die niet ten dienste staan van de residentiële werking van X, zijn onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%.

36. De materiële werken in onroerende staat (nieuwbouw) die geen betrekking hebben op het eigenlijke woningcomplex, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg of het oprichten van afsluitingen tussen tuinen of percelen, zijn onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21% en hetzelfde geldt ook voor de aanleg van de wandelpaden tussen de verblijfsgebouwen en/of het administratief gebouw en van de voor voertuigen berijdbare weg gesitueerd in het midden van de tuin van de hiervoor bedoelde nieuwbouwsite evenals voor de parkeerplaatsen voor personeel en bezoekers op de hiervoor bedoelde nieuwbouwsite.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 11 voorkomen
WBTW art. 191 voorkomen
WBTW art. 371 voorkomen