Overdracht van een bedrijfsafdeling, handeling buiten de werkingssfeer · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2020.0404 9 juni 2020

Zoeken

Overdracht van een bedrijfsafdeling, handeling buiten de werkingssfeerBtw - Overdracht van een bedrijfsafdeling - Artikel 11 en 18,§3 W.Btw - Artikel 21 W.Btw

https://juriel.be/nl/rulings/2020-0404-overdracht-bedrijfsafdeling-artikel-11-btw-1bab

Nummer
2020.0404
Datum
9 juni 2020

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

51 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2020.0404 d.d. 09.06.2020

Btw · Overdracht van een bedrijfsafdeling · Artikel 11 en 18,§3 WBTW · Artikel 21 WBTW

Samenvatting

De overdracht van een bedrijfsafdeling, door een in Belgische gevestigde btw-plichtige aan een in een andere lidstaat gevestigde btw-plichtige die tevens over een Belgisch bijhuis beschikt, dient plaats te vinden met toepassing van artikel 11 en 18,§3 van het btw-wetboek wanneer blijkt dat de overgedragen bedrijfsafdeling vanuit btw-technisch oogpunt toegewezen wordt aan het Belgisch bijhuis.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvrager wenst bevestiging te bekomen dat :

1.1 het Belgisch bijkantoor van Y, als een belastingplichtige met recht op aftrek beschouwd kan worden, ingevolge de toepassing van de zogenaamde “Skandia”-principes;

1.2 de overdracht van de contracten aan Y, als lid van een buitenlandse btw-eenheid, plaatsvinden bij toepassing van artikel 21 van het btw-wetboek;

1.3 de overdracht van het personeel en de gerelateerde activa als contracten (zoals IT materiaal en de wagens) die uiteindelijk aan het Belgisch bijkantoor toegewezen worden binnen het toepassingsgebied van artikel 11 en 18, §3 van het Btw-Wetboek vallen.

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. Y is een in een andere lid-staat gevestigde vennootschap die aldaar deel uitmaakt van een BTW-eenheid en die met het oog op het creëren van een in-house bank, vooreerst een Belgisch bijkantoor zal oprichten.

3. X zal haar huidige cash en financial risk management verkopen aan Y door middel van een overdracht van een bedrijfstak. Dit betekent dat alle relevante activa en passiva (met inbegrip van de bestaande contracten met derde partijen/groepsvennootschappen) alsook alle werknemers die werken voor bovenstaande activiteiten, overgedragen zullen worden tegen de huidige marktwaarde.

4. Juridisch wordt - in het kader van de overdracht - alles overgedragen aan Y. Het staat van in het begin onomstotelijk vast dat vervolgens bepaalde activa door Y toegewezen zullen worden aan haar Belgisch bijkantoor.

5. Er wordt door Y een overeenkomst afgesloten met haar Belgisch bijkantoor waarbij deze laatste ondersteunende diensten zal verlenen aan Y.

6. Het grootste gedeelte van personeel van X dat momenteel betrokken is bij de treasury activiteiten wordt overgedragen aan Y om vervolgens door deze toegewezen te worden aan haar Belgisch bijkantoor om aldaar ondersteunende activiteiten te verrichten.

7. X zal na overdracht van haar treasury activiteiten – nog steeds haar non-treasury gerelateerde activiteiten blijven uitoefenen.

III. Beslissing

III.1. Belgisch bijkantoor als belastingplichtige

8. Zoals hiervoor vermeld (1), zal het Belgisch bijkantoor aan Y Treasury ondersteunende diensten verstrekken. Hierbij opmerkend dat Y deel uitmaakt c.q. lid is van een buitenlandse btw-eenheid.


[(1) randnummer 5]


9. In principe zijn handelingen tussen twee inrichtingen van een belastingplichtige niet onderworpen aan btw, omdat ze aangemerkt worden als een interne handeling van de belastingplichtige (HJEU, arrest FCE Bank, arrest C-210/04, van 23.03.2006).

10. In haar mijlpaalarrest “Skandia” (C-7/13), heeft het Europees Hof van Justitie evenwel geoordeeld dat de diensten die een in een derde land gevestigd hoofdkantoor verricht voor zijn filiaal in een lidstaat, belastbare handelingen vormen wanneer dat filiaal lid is van een btw-eenheid.

11. De Administratie heeft in haar administratieve beslissing van 3 april 2015 (E.T. 127.577) de volledige toepassing van dit arrest in België bevestigd. Uit deze beslissing volgt dat handelingen tussen hoofdhuis en bijhuis waarbij één van beide lid is van een btw-eenheid, als belastbare handelingen moeten worden aangemerkt.

12. Met verwijzing naar voormelde principes van het Skandia-arrest, dient het Belgisch bijkantoor als een afzonderlijke btw-plichtige aangemerkt te worden wiens handelingen als belastbare handelingen gelden.

13. Aangezien het Belgisch bijkantoor en Y moeten worden aangemerkt als afzonderlijke belastingplichtigen, zijn in hoofde van beide entiteiten voor de toepassing van de btw de normale regels van toepassing, zoals dit ook het geval zou zijn bij twee juridisch onderscheiden entiteiten (vb. inzake plaatsbepalingsregels, de regels inzake schuldenaar, verplichtingen, de toepassing van een vrijstelling, enz.).

14. De diensten die het Belgisch bijkantoor derhalve zal verrichten opzichtens Y maken belastbare B2B-diensten uit die voor btw-doeleinden plaatsvinden waar de ontvanger van de dienst is gevestigd.(cf. artikel 21, §2 van het Btw-wetboek). Het Belgisch bijkantoor zal deze diensten met andere woorden zonder Belgische btw aan Y dienen te factureren.

15. Overeenkomstig artikel 45, §1, 3° van het Btw-wetboek, mag het Belgisch bijkantoor de btw in aftrek nemen over de aan haar gefactureerde goederen- en dienstenleveringen met betrekking tot deze uitgaande activiteit. Deze diensten zouden immers eveneens recht op aftrek geven indien deze in België zouden plaatsvinden.

16. Gelet op bovenstaande, is het Belgisch bijkantoor een normale belastingplichtige met recht op aftrek.

III.2. De juridische overdracht – en de gevolgen van de skandia jurisprudentie

17. Vaststellend dat men binnen de buitenlandse groep waartoe Y behoort het concept van een “in house bank” wenst in te voeren en middels voormelde transactie juridisch één Treasury entiteit gaat creëren in hoofde van Y, gevestigd in een andere lidstaat dan België en aldaar lid van een buitenlandse btw-eenheid.

18. Anderzijds blijkt dat Y, na de juridische overname van de Treasury activiteiten onmiddellijk belangrijke activiteiten en de ermee verbandhoudende activa zal toewijzen aan haar Belgisch bijhuis, door haar voor deze doeleinden opgericht. Dit Belgisch bijhuis is een van haar hoofdhuis onderscheiden btw-plichtige (2).


[(2) Skandia, HvJ. C-7/13]


19. Zo zal het Belgisch bijhuis middels een service level agreement diensten verstrekken aan Y omvattende de uitvoering van transacties, bevestiging en afhandeling van contracten, reconciliatie, Treasury accounting en Treasury technologische diensten. Voorts zal het Belgisch bijhuis middels een dealing mandate, financial risk management prestaties verrichten.

20. Ook het grootste gedeelte van personeel dat momenteel betrokken is bij de Treasury activiteiten zal worden overgeplaatst naar het Belgisch bijhuis om aldaar bovenvermelde prestaties te verrichten.

21. Als hiervoor aangegeven worden het Belgisch bijkantoor en Y als twee onderscheiden btw-plichtigen aangemerkt, zodat bij de analyse van de overdracht van de Treasury activiteiten, vastgesteld moet worden dat deze als één juridisch aangemerkte overdracht, middels het bestemmingsbeginsel te herleiden is tot :

21.1 de respectievelijke contracten met derde partijen en andere groepsentiteiten (e.g. intragroepsleningen) die voorheen door de overdrager werden afgesloten (hierna Treasury contracten genoemd);

21.2 het personeel belast met de Treasury activiteiten en de gerelateerde activa als contracten (zoals IT materiaal en de wagens), waarmee het Belgisch bijkantoor, diensten zal verrichten voor Y.

III.3. Toepassing van artikelen 11 en 18,§3 in combinatie met artikel 21 van het btw-wetboek

22. In casu betreft het een overdracht door een in België gevestigde belastingplichtige aan, ingevolge de Skandia Jurisprudentie – twee onderscheiden btw-plichtigen.

23. De artikelen 11 en 18, §3 van het btw wetboek bepalen onder meer dat wanneer de overdracht van een bedrijfsafdeling omvattende goederen en diensten, ten bezwarende titel plaatsvindt en de overnemer een belastingplichtige is die de belasting geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken, indien ze ingevolge de overdracht verschuldigd zou zijn, die overdracht niet als levering van goederen noch als dienstenlevering wordt beschouwd. Met daaruit voortvloeiend dat de overnemer geacht wordt de persoon van de overdrager verder te zetten.

24. Het feit dat de elementen die de bedrijfsafdeling vormen allen juridisch overgaan op Y om - op de Treasury contracten na - door haar toegewezen te worden aan haar Belgisch bijhuis, waardoor activa in het kader van de juridische overdracht België niet verlaten, staat de kwalificatie als de overdracht van een bedrijfsafdeling in hoofde van het ontvangende Belgisch Bijkantoor, optredend als onderscheiden btw-plichtige, niet in de weg.

25. Het staat vast dat de goederen en diensten aanwezig in België en die finaal toekomen aan het Belgisch bijhuis, een bedrijfstak vormen die door een in België gevestigde btw-plichtige, in casu Belgische bijhuis, aangewend zullen worden in het kader van haar economische activiteit opzichtens Y. Hieruit volgt dat de overdracht van de finaal aan het Belgisch bijhuis toegewezen bestanddelen overgedragen moeten worden met toepassing van artikel 11 en 18,§3 van het btw-wetboek, daar deze overdracht beantwoordt aan de in voormelde artikelen gestelde voorwaarden. Met dien verstande dat ze bij facturatie gericht zijn aan het Belgisch btw-nummer van Y, Belgisch bijhuis.

26. Teneinde de opvolging van voormelde activa mogelijk te maken, dient het Belgisch bijhuis deze in haar Belgische btw-aangifte op te nemen met toepassing van de werkwijze eigen bij de verkrijging van activa ingevolge een artikel 11 en 18,§3 van het btw-wetboek, inclusief de ermee verbandhoudende bedrijfsmiddelentabel.

27. Op de overdracht van de Treasury contracten, die aangewend zullen worden door de in een andere Lidstaat gevestigde belastingplichtige Y – en aldus niet door het Belgisch bijhuis zelf – vinden de bepalingen van artikel 18,§3 van het btw wetboek geen toepassing. Om reden dat de overdracht plaatsvindt tussen btw-plichtigen, waarbij de overnemer de door hem in een andere lidstaat dan België ontvangen Treasury contracten zal aanwenden in het kader van zijn economische activiteit, waardoor deze diensten bij toepassing van artikel 21 van het btw-wetboek geacht worden plaats te vinden, daar alwaar deze diensten effectief door Y aangewend worden.

28. De vaststelling omtrent de eventuele belastbaarheid bij effectieve ontvangst van de Treasury contracten in hoofde van Y, dient beoordeeld te worden volgens de btw wetgeving van de lidstaat waar de ontvanger gevestigd is.

29. Dit impliceert aldus dat de bepalingen van artikel 18, § 3, van het Btw-Wetboek ter zake geen toepassing vinden. Het spreekt hierbij evenwel voor zich dat de aan deze handelingen verbonden verplichtingen (opname IC-listing…) dienen te worden voldaan. De beoordeling van de fiscale behandeling van betreffende diensten behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de fiscale autoriteiten van de andere Lidstaat.

30. Ook al wordt juridisch in het kader van de overdracht alles overgedragen aan Y, het staat van in het begin onomstotelijk vast dat bepaalde activa zullen toegewezen worden aan het Belgisch bijkantoor. Zoals eerder aangehaald wordt aan het Belgisch bijkantoor als onderdeel van de overeenkomst eveneens een dealing mandate toegewezen voor het verlenen van de ondersteunende diensten aan Y.

Aangehaalde teksten

6