---
title: "Voorafgaande beslissing 2019.1153 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2019.1153 van 14 januari 2020."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2019-1153-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-a063"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Vennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Liquidatiereserve - Verkoop van aandelen - Meerwaarde op aandelen - Divers inkomen - Normaal beheer van privé-vermogen - Antimisbruikbepaling - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

**Nummer**

2019.1153

**Datum**

14 januari 2020

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

102 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2019.1153 d.d. 14.01.2020

*Vennootschapsbelasting* · *Belastingneutrale partiële splitsing* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking* · *Liquidatiereserve* · *Verkoop van aandelen* · *Meerwaarde op aandelen* · *Divers inkomen* · *Normaal beheer van privé-vermogen* · *Antimisbruikbepaling*

*BTW* · *Overdracht van een bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De partiële splitsing van vennootschap X waarbij haar exploitatieactiviteit wordt overgedragen aan de bestaande vennootschap Y en haar zakelijke rechten op de onroerende goederen behouden blijven bij vennootschap X, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan belastingneutraal plaatsvinden onder het stelsel als bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

De partiële splitsing van vennootschap X, waarbij een gedeelte van de liquidatiereserve overeenkomstig artikel 213 WIB 92 zal worden overgedragen aan vennootschap Y, kan niet worden aanzien als een handeling als bedoeld in artikel 184quater, derde lid, WIB 92. Voor de bepaling van het toepasselijke tarief van roerende voorheffing op de eventuele toekomstige uitkeringen van deze liquidatiereserve door vennootschap X of vennootschap Y zoals bedoeld in artikel 269, §1, 8°, WIB 92, wordt rekening gehouden met de datum waarop deze reserve initieel werd aangelegd door vennootschap X.

De voorgenomen partiële splitsing valt onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

De verkoop door de heer en mevrouw A en B van de aandelen Y aan een derde partij kan worden beschouwd als een normale verrichting van beheer van een privévermogen, zodat de meerwaarde niet belastbaar is op grond van artikel 90, eerste lid, 1° of 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

De keuze voor het geheel van de rechtshandelingen (partiële splitsing gevolgd door de overdracht van de aandelen van vennootschap Y) is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen als bedoeld in artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en maakt geen fiscaal misbruik uit in de zin van artikel 344, §1, eerste lid, WIB 92.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag tot voorafgaande beslissing strekt ertoe zekerheid te bekomen dat:

1.1. De voorgenomen partiële splitsing van de vennootschap X, waarbij haar exploitatieactiviteit wordt overgedragen aan de bestaande vennootschap Y, voldoet aan de voorwaarden van artikel 211, §1 WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);

1.2. De boekhoudkundige retroactiviteit van de voormelde partiële splitsing op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard;

1.3. De voormelde partiële splitsing niet kan worden aanzien als een beloning, toekenning of handeling bedoeld in artikel 184quater, derde lid, WIB 92, en voor de bepaling van het toepasselijke tarief van de roerende voorheffing op de eventuele toekomstige uitkeringen van deze reserves zoals bedoeld in artikel 269, §1, 8°, WIB 92, rekening wordt gehouden met de datum waarop deze reserves initieel werden aangelegd binnen de vennootschap X;

1.4. De voormelde partiële splitsing onder de toepassing valt van de artikelen 11 en 18, §3, van het Wetboek over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW);

1.5. De daaropvolgende verkoop van de aandelen van vennootschap Y door de heer A en mevrouw B kadert binnen het normaal beheer van het privépatrimonium en derhalve de meerwaarde niet belastbaar is als divers inkomen overeenkomstig artikel 90, eerste lid, 1° of 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92;

1.6. Het geheel van de voorgenomen verrichtingen geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344, §1, WIB 92.

## II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

2\. Vennootschap X is een exploitatievennootschap die tevens het vruchtgebruik op een aantal onroerende goederen bezit die hetzij door haarzelf worden aangewend in het kader van de uitbating van haar activiteit, hetzij worden verhuurd aan vennootschap Y of derden.

3\. Vennootschap Y is een exploitatievennootschap die actief is in dezelfde sector als vennootschap X. Vennootschap Y beschikt niet over (het zakelijk recht op) onroerende goederen en oefent haar activiteit uit in gehuurde panden.

4\. De aandeelhouders van beide vennootschappen, zijnde de heer en mevrouw A en B, wensen over te gaan tot een partiële splitsing van vennootschap X waarbij de exploitatieactiviteit (alsook het daarvoor tewerkgestelde personeel) wordt overgedragen aan vennootschap Y terwijl het vruchtgebruik op de onroerende goederen behouden blijft bij vennootschap X.

5\. Aangezien het eigen vermogen van vennootschap X negatief is, zal voorafgaand aan de partiële splitsing een kapitaalverhoging plaatsvinden door een inbreng in speciën door de heer en mevrouw A en B. Deze inbreng zal naar aanleiding van de partiële splitsing worden verdeeld zodanig dat zowel het eigen vermogen dat bij vennootschap X behouden blijft als het eigen vermogen dat wordt overgedragen aan vennootschap Y, positief is.

6\. Vervolgens wensen de heer en mevrouw A en B de aandelen van vennootschap Y te verkopen aan een derde partij.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de toepassing van de artikelen 183bis en 211, §1, WIB 92 (partiële splitsing)*

7\. De geplande partiële splitsing beantwoordt aan de definitie van een met een splitsing gelijkgestelde verrichting zoals bedoeld in artikel 2, §1, 6°/1, g), WIB 92.

8\. Bij vennootschap X is er gedurende de laatste jaren sprake van een structureel verlies, hetgeen het gevolg is van het feit dat de markt zeer sterk wordt gedomineerd door enkele grote marktspelers die zich kunnen beroepen op een vaak (inter)nationale structuur, belangrijke schaalvoordelen en een administratieve ondersteuning. Deze voordelen zijn evenwel niet weggelegd voor kleine lokale spelers zoals vennootschap X en vennootschap Y. Om deze redenen dringt een overdracht aan een grote multinationale speler zich op, zodat voor de verdere uitbating een beroep kan worden gedaan op de structuur, het netwerk en de knowhow van een derde partij die actief is in dezelfde sector. De overnemer is evenwel enkel geïnteresseerd in de exploitatie en niet in de zakelijke rechten op de onroerende goederen die vennootschap X bezit. De partiële splitsing laat ook toe om de vastgoedportefeuille van vennootschap X verder uit te breiden en in deze vennootschap een zuivere vastgoedactiviteit te ontwikkelen.

9\. Er werd bevestigd dat de vooropgestelde partiële splitsing geen negatieve gevolgen zal hebben op het vlak van tewerkstelling.

10\. Na de partiële splitsing zal vennootschap X een gedeelte van het onroerend goed verder ter beschikking stellen van vennootschap Y door middel van een handelshuurovereenkomst. Er werd bevestigd dat hiervoor een marktconforme huur zal worden aangerekend.

11\. Vennootschappen X en Y zijn afwisselend verlieslatend/licht winstgevend en hebben slechts een zeer beperkte belastbare basis.

12\. Op datum van de afsluiting van het laatste boekjaar voorafgaand aan de datum van de partiële splitsing, beschikken beide vennootschappen over een beperkt bedrag aan fiscaal overdraagbare verliezen. Gelet op het feit dat de fiscale nettowaarde van vennootschap X negatief is, zullen alle fiscaal overdraagbare verliezen van vennootschap X verloren gaan, terwijl deze van de verkrijgende vennootschap Y volledig behouden zullen blijven. Verder beschikt vennootschap X nog over een investeringsaftrek die ten gevolge van de voorgenomen partiële splitsing zal worden verdeeld tussen beide vennootschappen in verhouding tot de fiscale nettowaarde van de behouden respectievelijk afgesplitste bestanddelen van vennootschap X in overeenstemming met het bepaalde in randnummer 211/79 van de administratieve commentaar op het WIB 92.

13\. De aanvragers hebben bevestigd dat bij de verdeling van de eigen vermogensbestanddelen ingevolge de geplande partiële splitsing rekening zal worden gehouden met de toepassing van artikel 213 WIB 92 en met de voorschriften van de fiscale administratie ter zake.

14\. De aanvragers hebben bevestigd dat zij niet de intentie hebben de aandelen van vennootschap X over te dragen.

15\. Aangaande de verkoop van de aandelen van vennootschap Y wordt door de heer en mevrouw A en B het engagement aangegaan om het gedeelte van de ontvangen verkoopprijs dat verband houdt met het afgesplitste vermogen van vennootschap X te herinvesteren. Deze herinvestering zal gebeuren middels een verhoging van de inbreng in vennootschap X van het gedeelte van de ontvangen verkoopprijs dat verband houdt met het afgesplitste vermogen van vennootschap X te verminderen met het deel van de in randnummer 5 vermelde kapitaalinjectie dat reeds werd ingebracht en werd toegewezen aan vennootschap X. Deze aldus verkregen middelen zullen door vennootschap X uiterlijk tegen xx.xx.xxxx worden aangewend voor duurzame investeringen en schuldaflossing.

16\. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de geplande partiële splitsing plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

17\. De verkrijgende vennootschap Y is een binnenlandse vennootschap.

18\. Derhalve kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap X kan plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

### *III.B. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting (partiële splitsing)*

19\. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag, inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

19.1. Met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;

19.2. En een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

20\. De boekhoudkundige retroactiviteitsperiode zal in casu niet meer dan zeven maanden bedragen.

21\. In het kader van de in randnummer 19.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen of DBI door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie ook dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). Zowel vennootschap X als vennootschap Y beschikken over fiscaal overdraagbare verliezen. Tijdens de boekhoudkundige retroactiviteitsperiode zal een kapitaalverhoging bij vennootschap X worden doorgevoerd gelet op haar negatief eigen vermogen. Rekening houdend met het vermelde in randnummer 12 kan worden gesteld dat de boekhoudkundige retroactiviteit in casu een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat .

22\. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op fiscaal vlak kan worden aanvaard.

### *III.C. Inzake de toepassing van artikel 184quater, WIB 92 (partiële splitsing)*

23\. Ingevolge artikel 184quater, eerste lid, WIB 92 “*kan een vennootschap die op grond van artikel 15, §§1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschap wordt aangemerkt een liquidatiereserve aanleggen*”.

24\. Artikel 184quater, derde lid, WIB 92 stelt verder dat de liquidatiereserve op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief moet worden geboekt en blijven en niet mag dienen tot grondslag voor enige beloning of toekenning.

25\. Artikel 269, §1, 8°, WIB 92 bepaalt dat “de aanslagvoet van de roerende voorheffing is vastgesteld op 5% of 17% (20% vanaf aanslagjaar 2018), voor de dividenden, andere dan deze bedoeld in artikel 209, in de mate dat hun toekenning of betaalbaarstelling voortkomt uit een aantasting van de liquidatiereserve bedoeld in artikel 184quater WIB 92, of voor de dividenden van buitenlandse oorsprong die in België zijn geïnd of verkregen in zoverre hun toekenning of betaalbaarstelling het gevolg is van analoge bepalingen of gelijkaardige gevolgen heeft genomen door een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en naargelang het aangetaste gedeelte van deze reserves gedurende ten minste 5 jaar of minder dan 5 jaar, te rekenen vanaf de laatste dag van het betreffende belastbaar tijdperk, behouden is gebleven op de wijze bedoeld in artikel 184quater, derde lid.”

26\. Uit de verstrekte gegevens van de aanvragers blijkt dat vennootschap X een liquidatiereserve heeft aangelegd in de zin van artikel 184quater, WIB 92.

27\. Ten gevolge van de partiële splitsing van vennootschap X gaat een deel van de liquidatiereserve over naar vennootschap Y. Ingevolge artikel 213, eerste lid, WIB 92 dient de liquidatiereserve van vennootschap X immers te worden overgedragen overeenkomstig de fiscale nettowaarde van de bestanddelen die door vennootschap Y worden overgenomen of verkregen.

28\. Zoals reeds gesteld in randnummer 24 bepaalt artikel 184quater, derde lid, WIB 92 dat de liquidatiereserve op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief moet worden geboekt en blijven en niet mag dienen tot grondslag voor enige beloning of toekenning.

29\. Het antwoord van de minister van Financiën op de parlementaire [vraag nr. 2648 van de heer Luk Van Biesen van 11 maart 2015](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/2648-liquidatiereserve-reserve-mondelinge-luk-biesen-b4f8) stelt dat bij een moeder-dochterfusie, het voordeel van een liquidatiereserve verloren gaat. Bij dergelijke moeder-dochterfusie worden de belaste reserves van de overgenomen vennootschap immers niet meer teruggevonden in het vermogen van de overnemende vennootschap, zodat niet langer voldaan is aan de voorwaarde voor het behoud van de liquidatiereserve.

30\. In casu betreft de verrichting echter een belastingneutrale partiële splitsing. Gezien het feit dat de liquidatiereserves nog steeds zullen teruggevonden worden bij vennootschappen X en Y na deze partiële splitsing, is er in casu geen sprake van een handeling zoals bedoeld in artikel 184quater, derde lid, WIB 92.

31\. Indien er later een aantasting voordoet, andere dan deze bedoeld in artikel 209 WIB 92, bij één van de betrokken vennootschappen, zullen de bepalingen van artikel 269, §1, 8°, WIB 92, in voorkomend geval, van toepassing zijn op de liquidatiereserve die hen was toebedeeld (of behouden bleef) ingevolge de partiële splitsing.

32\. Voor de bepaling van het toepasselijk tarief van de roerende voorheffing op eventuele uitkeringen van de liquidatiereserve bedoeld in artikel 269, §1, 8°, WIB 92 moet rekening worden gehouden met de datum waarop deze reserve initieel werd aangelegd door vennootschap X.

33\. Een partiële splitsing onder toepassing van de fiscale neutraliteit heeft niet tot gevolg dat de duur of de berekening van deze periode zal wijzigen.

### *III.D. Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W. BTW (partiële splitsing)*

34\. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

35\. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft voor recht gezegd dat voornoemd, [artikel 19, eerste lid, van richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19), ([artikel 5, lid 8, van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5)) aldus moet worden uitgelegd dat het niet-leveringsbeginsel geldt voor elke overdracht van een handelszaak of van een autonoom gedeelte van een onderneming met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een bedrijfsonderdeel vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend. Bij een dergelijke overdracht moet de verkrijger evenwel de bedoeling hebben om de aldus overgedragen handelszaak of het bedrijfsonderdeel te exploiteren, en niet om de betrokken activiteit onmiddellijk zonder meer te vereffenen en in voorkomend geval de voorraden te verkopen *(1)*.

---

*\[(1) Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Zita Modes Sárl tegen Administration de l’enregistrement et des domaines, zaak* [*C-497/01*](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest)*, 27.11.2003.\]*

---

36\. Voornoemd Hof legt het principe op volgens hetwelk men het begrip totale of gedeeltelijke algemeenheid van goederen dient te beoordelen in hoofde van de overnemer en niet in hoofde van de overdrager.

37\. Verwijzend naar de opgenomen elementen die door vennootschap X aan vennootschap Y middels een partiële splitsing worden overgedragen, dient vastgesteld dat alle elementen, behoudens de zakelijke rechten op de onroerende goederen in casu de winkels, vereist om de activiteit op autonome wijze verder te zetten, overgaan op vennootschap Y.

38\. In de aan het voornoemd Hof voorgelegde case Schriever *(2)* omvatte de overdracht van het handelsfonds evenmin het onroerend goed waarin voormelde uitgebaat werd, hierbij stellende dat de ligging van deze handelszaak bepalend was voor haar voortbestaan.

---

*\[(2) Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Finanzamt Lüdenscheid tegen Christel Schriever, zaak* [*C-444/10*](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-444-10-arrest)*, 10.11.2011.\]*

---

39\. Voornoemd Hof stelde dat:

> “*Om te bepalen of de betrokken transactie onder het begrip „overgang van een algemeenheid van goederen” in de zin van de Zesde richtlijn valt, een globale beoordeling moet worden uitgevoerd van de feitelijke omstandigheden die de transactie kenmerken. In dit verband moet bijzonder belang worden gehecht aan de aard van de economische activiteit waarvan de voortzetting wordt overwogen.*
>
> *Om de voortzetting van de overgedragen detailhandelszaak te waarborgen hoeft de eigenaar van de zaak in de regel niet eveneens de eigenaar te zijn van het onroerend goed waarin deze zaak is gevestigd, ook al is voor de uitoefening van een economische activiteit een winkelruimte noodzakelijk.*
>
> *Wanneer voorts blijkt dat het voor de voortzetting van de betrokken economische activiteit noodzakelijk is dat de verkrijger dezelfde ruimte gebruikt waarover de verkoper heeft beschikt, in beginsel niets zich er tegen verzet dat dit bezit wordt overgedragen via een huurovereenkomst die de partijen afsluiten*.”

40\. Vaststellende dat:

40.1. Vennootschap Y een btw-plichtige is, die dezelfde activiteit reeds uitbaat;

40.2. Alle elementen waaruit de handelszaken bestaan worden overgedragen;

40.3. Enkel de zakelijke rechten op de winkels niet overgaan op vennootschap Y, maar daarentegen het gebruik van diezelfde winkels middels een handelshuurovereenkomst tussen vennootschap X en vennootschap Y wordt gegarandeerd;

40.4. Het voormelde, vennootschap Y de nodige zekerheid biedt om de overgenomen activiteit verder te kunnen zetten in voornoemde winkels.

41\. Uitgaande van hetgeen voorafgaat, kan worden besloten dat de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW van toepassing zijn.

42\. De aandacht wordt evenwel gevestigd op het feit dat vennootschap X mogelijks een herziening van het recht op aftrek zal moeten doorvoeren met betrekking tot die onroerende goederen, die het voorwerp zijn van de handelshuurovereenkomsten afgesloten ten voordele van vennootschap Y.

### *III.E. Inzake de toepassing van artikel 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 (verkoop van aandelen)*

43\. De geplande verkoop door de heer en mevrouw A en B van alle aandelen van vennootschap Y aan een derde partij vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

44\. De aandelen van vennootschap Y (alsook van vennootschap X) behoren tot het privévermogen van de aanvragers-natuurlijke personen.

45\. De geplande aandelenoverdracht kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van het privévermogen in de zin van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92:

45.1. De aanvragers – natuurlijke personen bezitten de aandelen van vennootschap Y deels sedert haar oprichting en deels sedert de uitkoop van de andere toenmalige aandeelhouders; de aandelen van vennootschap X zijn reeds sinds de oprichting in het bezit van de aanvragers-natuurlijke personen;

45.2. De exploitatieactiviteit van vennootschap X en vennootschap Y heeft de laatste jaren zwaar te lijden in een concurrentiële markt die sterk gedomineerd wordt door enkele grote marktspelers; de overdracht van deze activiteit aan een derde partij kan de continuïteit ervan garanderen;

45.3. Gelet op het feit dat de Kandidaat-koper niet geïnteresseerd is in de zakelijke rechten op de onroerende goederen van vennootschap X, zal voorafgaandelijk aan de verkoop de vennootschap X partieel worden gesplitst waarbij de exploitatieactiviteit zal worden overgedragen aan vennootschap Y; op deze wijze zal de exploitatieactiviteit worden samengebracht in vennootschap Y zodat de overname kan gebeuren door middel van de eenvoudige overdracht van de aandelen van vennootschap Y;

45.4. Het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

45.5. De liquide middelen aanwezig bij vennootschap Y (na de partiële splitsing van vennootschap X) zijn niet als overtollig aan te merken;

45.6. De meerwaarde die bij de voorgenomen aandelenoverdracht zal worden gerealiseerd, is, gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van hoge risico’s, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°, WIB 92.

46\. Deze beslissing is slechts geldig voor zover de aandelenoverdracht plaatsvindt binnen het jaar vanaf de datum van deze beslissing.

### *III.F. Inzake de toepassing van artikel 344, §1, WIB 92 (geheel van de verrichtingen)*

47\. Het geheel van de verrichtingen, zijnde de partiële splitsing van vennootschap X gevolgd door de verkoop van alle aandelen van vennootschap Y aan een derde partij, kadert binnen de wens van de aanvragers om enerzijds voor de verdere exploitatie een beroep te doen op de structuur, het netwerk en de knowhow van een grote groep die actief is in dezelfde sector en anderzijds de vastgoedactiviteit van vennootschap X verder uit te bouwen.

48\. De partiële splitsing van vennootschap X strekt ertoe om de exploitatieactiviteit over te dragen en te centraliseren bij vennootschap Y, hetgeen zal worden gevolgd door de overdracht van de aandelen van vennootschap Y aan een derde partij die niet geïnteresseerd is in de zakelijke rechten op de onroerende goederen van vennootschap X.

49\. Aangaande de verkoop van de aandelen van vennootschap Y wordt door de heer en mevrouw A en B het engagement aangegaan om het gedeelte van de ontvangen verkoopprijs dat verband houdt met het afgesplitste vermogen van vennootschap X te herinvesteren. Deze herinvestering zal gebeuren middels een verhoging van de inbreng in vennootschap X ten belope van het gedeelte van de ontvangen verkoopprijs dat verband houdt met het afgesplitste vermogen van vennootschap X te verminderen met het deel van de in randnummer 5 vermelde kapitaalinjectie dat reeds werd ingebracht en werd toegewezen aan vennootschap X. Deze aldus verkregen middelen zullen door vennootschap X uiterlijk tegen xx.xx.xxxx worden aangewend voor duurzame investeringen en schuldaflossing.

50\. Gelet op het voorgaande is de DVB van mening dat de keuze voor het geheel van de opeenvolgende rechtshandelingen door andere motieven is verantwoord dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, §1, derde lid, WIB 92 en derhalve geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

51\. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding in randnummer 14, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, §1 WIB 92, enz …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bv. de latere overdracht van de aandelen van vennootschap X.

## Aangehaalde teksten

6

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 2 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-444/10, arrest van 10 november 2011](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-444-10-arrest) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
