---
title: "Voorafgaande beslissing 2019.1098 · Recht op aftrek van voorbelasting"
description: "Recht op aftrek van voorbelasting. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2019.1098 van 7 juli 2020."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2019-1098-recht-aftrek-voorbelasting-artikel-45-67fb"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek van voorbelasting · Btw - Recht op aftrek van voorbelasting - Artikel 45, § 1 W.BTW - Gemengde belastingplichtige met vrijwillige toepassing van de regel van het werkelijk gebruik - Artikel 46, § 2 W.BTW - Herziening van de btw-aftrek - Artikel 48, § 2 W.BTW

**Nummer**

2019.1098

**Datum**

7 juli 2020

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

98 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2019.1098 d.d. 07.07.2020

*Btw* · *Recht op aftrek van voorbelasting* · *Artikel 45, § 1 W.BTW* · *Gemengde belastingplichtige met vrijwillige toepassing van de regel van het werkelijk gebruik* · *Artikel 46, § 2 W.BTW* · *Herziening van de btw-aftrek* · *Artikel 48, § 2 W.BTW*

## Samenvatting

De aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend door de vereniging zonder winstoogmerk X die is geïdentificeerd voor btw-doeleinden en is erkend door de bevoegde Vlaamse overheid.

X wenst haar recht op btw-aftrek met betrekking tot de voorgenomen oprichting en exploitatie van een onroerend goedcomplex uit te oefenen op grond van de regel van het werkelijk gebruik overeenkomstig [artikel 46, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46).

X kan op grond van [artikel 46, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) haar recht op aftrek van input-btw op haar beroepsuitgaven, zowel de zuiver toewijsbare als de niet zuiver toewijsbare uitgaven (gemengde kosten), bepalen volgens de methodiek vooropgesteld en toegelicht door de DVB.

De DVB doet hierbij enkel uitspraak over de te hanteren methodiek zonder de concrete cijfers te onderzoeken of te beoordelen. Het lokaal btw-controlekantoor zal aan de hand van de DVB-proof methodiek de concrete cijfermatige toepassing beoordelen.

## Tekst van de beslissing

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend door de in België gevestigde vereniging zonder winstoogmerk X die is geïdentificeerd voor btw-doeleinden.

2\. X is een gemengde belastingplichtige die momenteel haar recht op btw-aftrek uitoefent volgens de methode van het algemeen verhoudingsgetal en die haar recht op btw-aftrek met betrekking tot de voorgenomen oprichting en exploitatie van een onroerend goedcomplex, bestaande uit een zaal, kantoorruimtes voor eigen gebruik en (ho)reca-uitbatingen, wenst uit te oefenen op grond van de regel van het werkelijk gebruik overeenkomstig [artikel 46, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46).

Door deze voorgenomen verrichting zal X bijkomende met btw te belasten activiteiten uitoefenen.

## II. Vraagstelling

3\. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag er toe van de DVB de bevestiging te verkrijgen dat X op grond van [artikel 46, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46), de bijzondere verhoudingsgetallen zoals door X vastgesteld volgens de door X vermelde en toegelichte criteria, kan hanteren om haar recht op btw-aftrek op haar beroepsuitgaven, zowel de zuiver toewijsbare als de niet zuiver toewijsbare uitgaven (gemengde kosten), te kunnen uitoefenen en om de omvang van haar aftrek van btw geheven van deze kosten te kunnen bepalen.

4\. De aanvrager X heeft hieromtrent de afdeling beheer van het Centrum waarvan hij afhangt, gecontacteerd. Dit Centrum wenste hierover echter geen standpunt in te nemen en heeft X doorverwezen naar de DVB.

## III. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

5\. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

### *III.A. Theoretisch kader*

III.A.1. Berekening van de gedeeltelijke btw-aftrek bij gemengde belastingplicht

6\. Op grond van [artikel 45, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) mag elke belastingplichtige de btw van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten in aftrek brengen, op voorwaarde dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van btw-belaste handelingen.

7\. Wanneer eenzelfde goed of dienst tegelijkertijd wordt gebruikt voor handelingen die wel, en voor handelingen die geen recht op aftrek van voorbelasting verlenen, is er sprake van een gedeeltelijke of beperkte aftrek. Het bedrag van de voorbelasting moet dan voorlopig worden gesplitst in een aftrekbaar en een niet-aftrekbaar gedeelte, volgens een algemeen verhoudingsgetal of volgens het werkelijk gebruik.

8\. Een belastingplichtige die in de uitoefening van zijn economische activiteit ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor aanspraak op aftrek bestaat, brengt de btw ter zake van de voor die activiteit gebruikte goederen en diensten in beginsel in aftrek op grond van het algemeen verhoudingsgetal (artikel 46, § 1 W.BTW).

9\. In afwijking van [artikel 46, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) kan door of vanwege de minister van Financiën aan de belastingplichtige, op zijn verzoek, vergunning worden verleend om het recht op aftrek uit te oefenen met inachtneming van het werkelijk gebruik van de goederen of diensten of een deel daarvan (artikel 46, § 2 W.BTW; [Cass. 02.10.2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak/regel-werkelijk-gebruik-bevoegdheid-rechter-cassatie-brussel-2003-10-02-8a53), Beheersmaatschappij De Wit, www.cass.be; F.J.F., nr. 2004/57).

10\. De overgang van het stelsel van het algemeen verhoudingsgetal naar dat van het werkelijk gebruik kan in principe slechts worden verleend op 1 januari van het jaar volgend op het jaar van het verzoek tot toepassing van de regel van het werkelijk gebruik.

Het verzoek tot toepassing van de regel van het werkelijk gebruik gebeurt in de praktijk door middel van een stuk dat de belastingplichtige moet indienen bij de afdeling beheer van het Centrum waarvan hij afhangt en dat wordt gevoegd bij de eerste periodieke btw-aangifte waarin de aftrek volgens het werkelijk gebruik wordt uitgeoefend.

De belastingplichtige die, ondanks het niet indienen van dit verzoek, zijn recht op aftrek uitoefent volgens de regel van het werkelijk gebruik, kan de btw-administratie verzoeken om de toestand alsnog retroactief te regulariseren (R.v.S. 03.11.1997, Arr.RvS, 1997, nr. 69.334; [Cass. 02.10.2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak/regel-werkelijk-gebruik-bevoegdheid-rechter-cassatie-brussel-2003-10-02-8a53), www.cass.be). De DVB wijst in dit verband op de houding van de btw-administratie die toestaat dat dit verzoek retroactief wordt ingediend.

11\. De methode van het werkelijk gebruik is in wezen een systeem van toewijzing (affectatie) van kosten aan welbepaalde activiteiten of sectoren. Bij toepassing van deze methode valt de btw geheven van de gedane beroepsuitgaven op te splitsen in drie groepen:

\- btw geheven van goederen en diensten die uitsluitend voor de belaste sector van de economische activiteit zijn bestemd: btw volledig aftrekbaar volgens de gangbare regels;

\- btw geheven van goederen en diensten die uitsluitend voor de niet-belaste sector van de economische activiteit zijn bestemd: btw niet aftrekbaar;

\- btw geheven van goederen en diensten die voor beide sectoren zijn bestemd:

• btw aftrekbaar volgens een algemeen verhoudingsgetal;

• btw aftrekbaar volgens een bijzonder verhoudingsgetal (indien specifieke criteria voorhanden zijn, kan een bijzondere verhouding worden vastgesteld).

12\. Bij gemengde belastingplichtigen die hun btw-aftrek uitoefenen volgens de regel van het werkelijk gebruik kan een bijzonder verhoudingsgetal worden vastgesteld om de omvang van de btw-aftrek over de algemene (gemengde) kosten te bepalen. Voor de bepaling van dit bijzonder verhoudingsgetal dient een duidelijke, aanvaardbare, werkbare en na een verloop van tijd nog controleerbare omslag- of verdeelsleutel bepaald te worden.

Dit bijzonder verhoudingsgetal kan gebaseerd zijn op bijvoorbeeld de personeelssterkte, de oppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor de verschillende activiteiten, de verhouding van het aantal afgelegde kilometers voor de onderscheiden activiteiten of de tijd aangewend voor de belaste respectievelijk de vrijgestelde activiteit.

De belastingplichtige die bijzondere verhoudingsgetallen toepast die gesteund zijn op het werkelijk gebruik moet de btw-administratie daarvan kennis geven. Hij doet dit in een stuk dat hij moet indienen bij het Centrum waarvan hij afhangt. In dat stuk duidt hij de criteria aan die hij bij de berekening heeft gebruikt (Btw-Commentaar, editie 01.07.2018, Boekwerk III, Hoofdstuk 11, Afdeling 15, punt 4, rubriek B, subrubriek c, (1) 93 (111)).

Indien bij gebreke aan objectieve criteria geen bijzonder verhoudingsgetal valt vast te stellen, kan de belastingplichtige subsidiair beroep doen op het stelsel van aftrek volgens het algemeen verhoudingsgetal.

III.A.2. Bijzondere herziening van de aftrek bij gemengde belastingplicht

13\. De belastingplichtige moet een herziening verrichten wanneer een wijziging in het gebruik van de bedrijfsmiddelen intreedt vóór het verstrijken van het vierde, veertiende of vierentwintigste jaar na dat waarin het recht op aftrek is ontstaan (of verplicht na dat waarin het bedrijfsmiddel in gebruik is genomen, wat onroerende bedrijfsmiddelen betreft). De herziening wordt verricht in de btw-aangifte met betrekking tot het aangiftetijdvak waarin het goed van de ene sector naar de andere werd overgebracht (van belaste naar vrijgestelde sector of omgekeerd).

14\. Wanneer een bedrijfsmiddel waarvoor de aftrek moet worden herzien, overgaat van een bedrijfsafdeling waarvan de handelingen recht op aftrek verlenen naar een bedrijfsafdeling waarvan de handelingen geen recht op aftrek verlenen, is het terug te storten bedrag gelijk aan de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting verminderd met één vijfde, één vijftiende of één vijfentwintigste per jaar dat verstreken is vóór het jaar waarin de wijziging in het gebruik is ingetreden ([artikel 20, tweede lid van Btw-KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art20) van 10.12.1969).

In het tegenovergestelde geval is het bedrag van de aftrek gelijk aan de belasting die oorspronkelijk niet kon worden afgetrokken, verminderd met één vijfde, één vijftiende of één vijfentwintigste per jaar dat verstreken is vóór het jaar waarin de wijziging in het gebruik is ingetreden ([artikel 20, derde lid van Btw-KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art20) van 10.12.1969).

### *III.B. Toepassing op onderhavige situatie*

III.B.1. Duiding van de problematiek

15\. X wenst haar recht op btw-aftrek met betrekking tot de voorgenomen oprichting en exploitatie van een onroerend goedcomplex, bestaande uit een zaal, kantoorruimtes voor eigen gebruik en (ho)reca-uitbatingen, uit te oefenen op grond van de regel van het werkelijk gebruik overeenkomstig [artikel 46, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46).

16\. Door deze voorgenomen verrichting zal X bijkomende met btw te belasten activiteiten uitoefenen. Voor de eigen werking van de vereniging is X vrijgesteld van btw.

17\. Deze rulingaanvraag heeft betrekking op de toepassing van de regel van het werkelijk gebruik evenals op de methodiek van de bijzondere verhoudingsgetallen, omslag- of verdeelsleutels die de aanvrager wenst toe te passen om zijn recht op aftrek op zijn beroepsuitgaven, zowel de zuiver toewijsbare als de niet zuiver toewijsbare uitgaven (gemengde kosten), te kunnen uitoefenen.

18\. Dergelijke bijzondere verhoudingsgetallen dienen vastgesteld te worden in overleg met de btw-administratie en kunnen worden vastgesteld zoals een algemeen verhoudingsgetal of kunnen eventueel op grond van andere criteria bepaald worden. Bijzondere verhoudingsgetallen kunnen ook per uitgavenpost worden vastgesteld en uitgesplitst.

III.B.2. Voorstel van methodiek door de aanvrager

19\. Het recht op aftrek met betrekking tot de beroepsuitgaven werd door de aanvrager nog niet uitgeoefend en na doorverwijzing door het bevoegde lokaal btw-controlekantoor verzoekt hij nu de DVB om haar goedkeuring te verlenen aan de methode van het werkelijk gebruik zoals door hem toe te passen is evenals aan de door hem omschreven en toegelichte methodiek om dit soort bijzondere verhoudingstallen vast te stellen.

20\. Het betreft, ruwweg gesteld, omslag- of verdeelsleutels zoals (i) de tijd aangewend voor de beoogde btw-belaste en van btw vrijgestelde deelactiviteit, personeelssterkte (tijdens een aanloopperiode) en bezettingsgraad voor de hiervoor bedoelde zaal en de kantoorruimtes (na het verstrijken van de aanloopperiode) (ii) de oppervlakte van de betreffende ruimte die wordt gebruikt voor de verschillende activiteiten voor de gemeenschappelijke kosten in verband met het bedoelde onroerend goed en een bijzonder verhoudingsgetal berekend zoals een algemeen verhoudingsgetal voor de overige niet zuiver (direct) toewijsbare uitgaven.

III.B.3. Beoordeling van methodiek voorgesteld door de aanvrager

21\. De DVB heeft zeker begrip voor de argumenten die de aanvrager aanhaalt om aan te tonen dat de opstart en het op kruissnelheid brengen van de commerciële uitbating van het nieuw te bouwen onroerend goedcomplex de nodige tijd zal vergen.

De DVB trekt deze argumenten en hun juistheid zeker niet in twijfel maar kan niet anders dan vaststellen dat zij weliswaar aannemelijk maar niet relevant zijn voor de bepaling van het recht op aftrek van voorbelasting volgens de regel van het werkelijk gebruik.

22\. Naar het oordeel van de DVB moeten oplossingen gezocht worden die zo nauw mogelijk aansluiten bij het bestemmingsbeginsel en de realiteit. Als de eerste jaren (i.e. bouw- en aanloopperiode) het onroerend goedcomplex en de gerelateerde ruimtes dus overwegend worden gebruikt voor van btw vrijgestelde activiteiten (i.e. eigen werking) omdat X nog geen aan btw onderworpen activiteiten heeft weten te ontwikkelen, zal voor X de aftrekbare btw met betrekking tot de oprichting van het complex dan ook tijdens die eerste jaren beperkt zijn. Dit is nu eenmaal inherent aan de methode van de regel van het werkelijk gebruik zelf.

23\. De DVB is het niet eens met de voorgestelde modus operandi om de problematiek van de aftrek van input-btw op te splitsen in twee periodes, te weten de bouw- en aanloopperiode en de periode nadien. Rekening houdend met wat voorafgaat kan de DVB er zich evenmin akkoord mee verklaren dat X de bijzondere verhoudingsgetallen vaststelt zoals door haar bepaald en voorzien.

III.B.4. BTW-analyse en methodiek

24\. De methode van het werkelijk gebruik is in wezen een systeem van toewijzing (affectatie) van kosten aan welbepaalde activiteiten of sectoren (met andere woorden, het bestemmingsbeginsel wordt opnieuw toegepast). Bij toepassing van deze methode valt de btw geheven van de gedane beroepsuitgaven op te splitsen in drie groepen:

\- btw geheven van goederen en diensten die uitsluitend voor de belaste sector van de economische activiteit zijn bestemd: btw volledig aftrekbaar volgens de gangbare regels;

\- btw geheven van goederen en diensten die uitsluitend voor de niet-belaste sector van de economische activiteit zijn bestemd: btw niet aftrekbaar;

\- btw geheven van goederen en diensten die voor beide sectoren zijn bestemd:

• btw aftrekbaar volgens een algemeen verhoudingsgetal;

• btw aftrekbaar volgens een bijzonder verhoudingsgetal (indien specifieke criteria voorhanden zijn, kan een bijzondere verhouding worden vastgesteld).

25\. De btw geheven van de gedane beroepsuitgaven valt vooreerst op te splitsen in een sector met volledig recht op aftrek van btw en een sector met gedeeltelijk of beperkt recht op aftrek van btw. Daarnaast is er nog een sector waarin de kosten niet kunnen worden toewezen (geaffecteerd) aan één van beide voornoemde sectoren omdat ze er gemeenschappelijk aan zijn.

i. Eerste sector: sector met volledig recht op aftrek

26\. De eerste sector is de sector met volledige aftrek van input-btw volgens de gangbare regels ((ho)reca-uitbatingen). Voor deze sector moeten eerst de oprichtingskosten voor het onroerend goedcomplex en gerelateerde ruimtes worden afgezonderd van die voor (ho)reca-uitbatingen die duidelijk voor btw-belaste doeleinden worden aangewend.

27\. De terbeschikkingstelling van de (ho)recaruimte, hetzij autonoom, hetzij voor eigen activiteiten van de vereniging of voor activiteiten van derden, hoort altijd samen met en gaat altijd gepaard met de (ho)recafunctie ervan en bijgevolg is er nooit sprake van een loutere zaalverhuur (zie ook beslissing nr. E.T. 130.238 van 12.09.2016, spec. aanhef, www.fisconetplus.be; in casu is er geen feitelijke of juridische grondslag voor de toepassing van [artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)).

De andere (ho)reca-uitbating staat volledig los van de uitbating van de rest van het centrum. De (ho)reca-uitbating wordt uitgebaat met vaste openingsmomenten en zal in die zin niet alleen open zijn op de momenten dat er activiteiten plaatsvinden in de zaal.

28\. Voor de afzondering van de oprichtingskosten, en eventueel de onderhouds- en herstellingskosten (al zullen die initieel beperkt in omvang zijn), van het onroerend goedcomplex, kan de oppervlakte in m2 als verdeel- of omslagsleutel worden gebruikt. De DVB neemt een coulante houding aan door te veronderstellen dat de oprichtingskosten van het complex voor de verschillende onderdelen ervan in dezelfde lijn liggen.

29\. De btw geheven van de aldus afgezonderde oprichtingskosten met betrekking tot de (ho)reca-uitbatingen, is dan volledig aftrekbaar op grond van [artikel 45, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) volgens de gangbare regels.

De btw geheven van de overige kosten ter zake (aankoop van meubilair en ander uitrustingsmateriaal dat duidelijk bestemd is voor de (ho)reca-uitbatingen, verbruiksgoederen, e.a.) is ook volledig aftrekbaar op grond van [artikel 45, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) volgens de gangbare regels.

ii. Tweede sector: sector met gedeeltelijk of beperkt recht op aftrek

30\. De tweede sector is een sector met gedeeltelijk recht op aftrek van input-btw. Het recht op aftrek wordt dan berekend volgens een bijzonder verhoudingsgetal dat wordt bepaald, ofwel, op basis van het aantal bezettingsdagen per jaar toe te wijzen aan btw-belaste activiteiten (commerciële terbeschikkingstellingen van de zaal aan derden en de opvolging ervan) en van btw vrijgestelde activiteiten (eigen werking en ondersteunende taken van de culturele werking van de vereniging), ofwel, op basis van het omzetcijfer maar dan uitsluitend het omzetcijfer uit deze sector (dus meer bepaald uitgezonderd de verkoop van verbruiksgoederen).

31\. Naar het oordeel van de DVB lijkt de bezettingsgraad in de gegeven omstandigheden een aanvaardbare verdeel- of omslagsleutel. Als de bezettingsgraad aantoonbaar en controleerbaar is, zou er in principe geen sprake mogen zijn van enigerlei scheeftrekking in het recht op aftrek van input-btw. De DVB kan zich vinden in de argumentatie van de aanvrager dat dit criterium beter het gebruik van de zaal weerspiegelt dan de gerealiseerde omzet.

32\. Dit bijzonder verhoudingsgetal op basis van de bezettingsgraad of eventueel de gerealiseerde omzet, zoals hiervoor toegelicht, is dan toe te passen op de residuaire oprichtingskosten van het onroerend goedcomplex (na afzondering van de oprichtingskosten betreffende de (ho)reca-uitbatingen), de aankoop van meubilair en ander uitrustingsmateriaal (na afzondering van het meubilair bestemd voor de (ho)reca-uitbatingen) evenals de aankoop van en eventueel de onderhoudswerken aan uitrustingsmateriaal en ander eventueel technisch materiaal.

iii. Derde sector: gemengde sector

33\. De btw op de kosten die op beide sectoren van de economische activiteit van X betrekking hebben en aldus een gemengd karakter vertonen, kan ook niet volledig worden afgetrokken.

Er bestaan geen regels om de aftrek van de btw op dergelijke kosten te beperken. Derhalve moeten hier naar het oordeel van de DVB oplossingen gezocht worden die zo nauw mogelijk aansluiten bij het bestemmingsbeginsel en de realiteit. Het enige criterium is het bestemmingsbeginsel zo dicht mogelijk te benaderen en de realiteit in de uitgewerkte verhoudingen of criteria te eerbiedigen. Het gaat hier om feitenkwesties.

34\. Voor deze niet zuiver toewijsbare uitgaven kan het recht op aftrek van input-btw worden bepaald volgens een bijzonder verhoudingsgetal berekend zoals een algemeen verhoudingsgetal (ditmaal op basis van het geheel van de belaste en vrijgestelde omzet).

Dit bijzonder verhoudingsgetal berekend zoals een algemeen verhoudingsgetal is dan toe te passen op kosten die op beide sectoren van de economische activiteit van X betrekking hebben en aldus een gemengd karakter vertonen, zoals bijvoorbeeld gemeenschappelijke kosten met betrekking tot het onroerend goed complex (lift, trappenhal, sanitair, e.a.) accountantskosten of water-, gas- energie- en brandstofverbruik (mits aanwezigheid van slechts één teller).

III.B.5. BTW-analyse en methodiek

35\. Rekening houdend met al wat voorafgaat kan de DVB zich er akkoord mee verklaren dat X haar recht op aftrek van input-btw bepaalt volgens de methodiek vooropgesteld en toegelicht door haar in afdeling III.B.4., sub i., ii. en iii., van deze voorafgaande beslissing).

36\. De DVB benadrukt dat de vaststelling van de in deze voorafgaande beslissing vermelde bijzondere verhoudingsgetallen zo nauw mogelijk moet aansluiten bij de realiteit, werkbaar moet zijn en op termijn controleerbaar moet zijn door de btw-administratie.

37\. X kan de regel van het werkelijk gebruik en de bedoelde bijzondere verhoudingsgetallen toepassen met ingang van het jaar x (meer bepaald voor het eerst in de btw-maandaangifte uiterlijk in te dienen op de 20ste dag van de maand volgend op die waarin de bouwwerken een aanvang hebben genomen). De vereniging X die, ondanks het (in het onderhavige geval in het jaar x-1) niet indienen van het verzoek tot toepassing van de regel van het werkelijk gebruik, zijn recht op aftrek in het jaar x uitoefent volgens die regel, kan de btw-administratie verzoeken om de toestand alsnog retroactief te regulariseren. De DVB wijst in dit verband op de houding van de btw-administratie die toestaat dat dit verzoek retroactief wordt ingediend (zie randnrs. 9 en 10 van deze voorafgaande beslissing).

38\. De DVB doet hierbij enkel uitspraak over de te hanteren methodiek zonder de concrete cijfers te onderzoeken of te beoordelen. Het lokaal btw-controlekantoor zal aan de hand van de door de DVB omschreven methodiek de concrete cijfermatige toepassing beoordelen.

39\. Het bijzonder verhoudingsgetal dat wordt berekend zoals een algemeen verhoudingsgetal kan door X worden afgerond tot op de hogere eenheid. De bijzondere verhoudingsgetallen die worden berekend volgens een andere methodiek dienen wiskundig te worden afgerond naar de hogere of lagere eenheid.

40\. De gemengde belastingplichtige die een bijzonder verhoudingsgetal toepast moet in principe gedurende de herzieningstermijn elk jaar de afgetrokken btw herzien in functie van de schommelingen van dit verhoudingsgetal.

Na het afsluiten van ieder boekjaar zal bij wijziging van de toegepaste omslag- of verdeelsleutel de in aftrek gebrachte btw op de bedrijfsmiddelen voor de nog te lopen herzieningstermijn (positief of negatief, al naargelang van het geval) worden herzien. Ieder jaar zal dezelfde werkwijze worden toegepast.

Deze herzieningen moeten worden verricht in de btw-aangifte die in de maand april (uiterlijk op 20 april) van ieder jaar moet worden ingediend.

Wat betreft onroerende bedrijfsmiddelen, neemt de herzieningstermijn altijd een aanvang op 1 januari van het jaar waarin die bedrijfsmiddelen door de belastingplichtige in gebruik worden genomen (Beslissing nr. E.T.121.450 van 27.03.2012, www.fisconetplus.be).

41\. X is niet verplicht een herziening van de bijzondere verhoudingsgetallen door te voeren indien het verschil tussen het voorlopig en definitief bijzonder verhoudingsgetal niet meer dan 5% bedraagt.

42\. Er wordt geen herziening verricht van de aftrek van de belasting geheven van herstellings- of onderhoudswerk aan bedrijfsmiddelen.

43\. De DVB benadrukt tenslotte volledigheidshalve dat in de gegeven omstandigheden het bedrag van de door X ontvangen werkingstoelagen zonder invloed is op het bepalen van het recht op aftrek van X en dat deze werkingstoelagen ook buiten beschouwing moeten blijven wanneer een bijzonder verhoudingsgetal wordt berekend voor de gemengde kosten die niet uitsluitend toewijsbaar zijn aan een bepaalde categorie van activiteiten.

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) 6 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 3 voorkomens

[KB nr. 3 art. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 2 voorkomens

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen
