Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2019.1034 17 december 2019

Zoeken

Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijkingVENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Antimisbruikbepaling - Roerende voorheffing - Kapitaalvermindering - Dividend - Liquidatiereserve - PERSONENBELASTING - Divers inkomen - Normaal beheer van privévermogen - REGISTRATIERECHTEN - Bedrijfstak - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

https://juriel.be/nl/rulings/2019-1034-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-ddce

Nummer
2019.1034
Datum
17 december 2019

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

137 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2019.1034 d.d. 17.12.2019

VENNOOTSCHAPSBELASTING · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking · Antimisbruikbepaling · Roerende voorheffing · Kapitaalvermindering · Dividend · Liquidatiereserve

PERSONENBELASTING · Divers inkomen · Normaal beheer van privévermogen

REGISTRATIERECHTEN · Bedrijfstak

BTW · Overdracht van een bedrijfsafdeling

Samenvatting

De partiële splitsing van de vennootschap X, waarbij de activiteit A wordt afgesplitst naar een nieuw opgerichte vennootschap Y en activiteit B behouden blijft in vennootschap X met als doel de instapdrempel in vennootschap X te verlagen, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

De keuze voor het geheel van de verrichtingen (verkoop van de eigen aandelen door vennootschap X – partiële splitsing van vennootschap X – inbreng van een aandelenpakket van vennootschap X in vennootschap Y – verkoop van een aantal aandelen van vennootschap X aan een derde investeerder – kapitaalverhoging door de derde investeerder in vennootschap X) maakt geen fiscaal misbruik uit in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.

De partiële splitsing brengt geen kapitaalvermindering zoals bedoeld in artikel 537, zesde en zevende lid, WIB 92 met zich mee, waardoor de verrichting niet geacht wordt gepaard te gaan met een fictieve dividenduitkering zoals bedoeld in artikel 537, zesde en zevende lid, WIB 92.

De ruil van de aandelen van vennootschap X naar aanleiding van de partiële splitsing gevolgd door een gedeeltelijke overdracht (inbreng in vennootschap Y en verkoop aan derde-investeerder) van de aandelen X zal niet worden belast op grond van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 ten name van de aandeelhouders-natuurlijke personen.

De voorgenomen overdracht van goederen/diensten in het kader van de partiële splitsing geniet van het belastingneutrale btw-regime in de zin van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

De partiële splitsing van de vennootschap X kan worden verricht onder het vrijstellingsregime voorzien in artikel 117, § 2, Fed.W.Reg.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1 de voorgenomen partiële splitsing van de activiteit A van vennootschap X naar een nieuw opgerichte vennootschap, kan plaatsvinden in toepassing van het belastingneutraal regime zoals voorzien in artikel 211, § 1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en dat de voorgenomen reorganisatie niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;

1.2 de partiële splitsing geen kapitaalvermindering met zich meebrengt zoals bedoeld in artikel 537, zesde lid WIB 92, waardoor de verrichting niet geacht wordt gepaard te gaan met een dividenduitkering zoals bedoeld in artikel 537, zesde lid WIB 92;

1.3 de voorgenomen overdracht van goederen/diensten in het kader van de partiële splitsing een bedrijfsafdeling betreft en bijgevolg niet kwalificeert als een levering van goederen of diensten en aldus geniet van het belastingneutrale btw-regime in de zin van de artikelen 11 en 18, § 3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.Btw);

1.4 de partiële splitsing beantwoordt aan de voorwaarden zoals vermeld in artikel 117, § 2 van het Wetboek der Registratierechten (hierna W.Reg.) waardoor het bij artikel 115 W.Reg. bepaalde recht niet verschuldigd is;

1.5 de partiële splitsing gevolgd door de verkoop van de aandelen vennootschap X en de inbreng van de aandelen vennootschap X in vennootschap Y geen diverse inkomsten met zich meebrengen in hoofde van de individuele aandeelhouders in de zin van artikel 90, eerste lid, 1° WIB 92 en artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje WIB 92;

1.6 het geheel van rechtshandelingen verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen en bijgevolg niet kwalificeert als fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.

II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

2. Binnen de groep Q werd in het verleden een juridische structuur geïmplementeerd overeenkomstig de hoofdactiviteiten van de groep. Vennootschap X, tevens de topentiteit van de groep en moedervennootschap van de holdingvennootschappen S en T, verricht activiteiten A en B. De vennootschap X beschikt in het kader van activiteit B over licenties. Vennootschap X is ook eigenaar van een bedrijfsgebouw (dat zowel voor de activiteit A als B wordt aangewend) met magazijnen, opslagplaatsen, kantoren en verharde buitenruimten annex parkings.

3. De aandeelhouders van vennootschap X zijn de familie M en de stichting N (waarvan de certificaten in handen zijn van de familie M). De vennootschap X bezit ook een aantal eigen aandelen.

4. Potentiële investeerders tonen interesse in de activiteit B van de groep Q, doch wensen niet te investeren in het bedrijfsvastgoed noch in de andere activiteiten/deelnemingen van de groep. Zo lopen er concrete gesprekken met kandidaat-investeerder Z.

5. Vanuit die optiek worden op heden een aantal verrichtingen vooropgesteld. Naast de partiële splitsing van de activiteit A zullen nog een aantal verrichtingen plaatsvinden om de instap van een externe kandidaat-investeerder mogelijk te maken (een aantal van deze stappen zullen uiteraard slechts plaatsvinden op het ogenblik dat de afspraken met de kandidaat-investeerders volledig zijn afgerond). Hieronder worden de voorgenomen verrichtingen stap voor stap uiteengezet:

Stap 1: verkoop van de eigen aandelen van vennootschap X

6. Vennootschap X meent dat de eigen aandelen het ideale instrument vormen voor een kandidaat-investeerder zoals Z om in te stappen in het kapitaal van vennootschap X. Evenwel lijkt een onmiddellijke verkoop van de eigen aandelen aan vennootschap Z voor bijkomende complicaties te zullen zorgen in de context van een partiële splitsing, waardoor de voorkeur gegeven wordt om de eigen aandelen in eerste instantie aan de (stichting N van de) familie M te verkopen om ze vervolgens in stap 4 te vervreemden aan Z.

7. De eigen aandelen op de balans van vennootschap X worden verkocht tegen boekwaarde aan de (stichting N van de) familie M tegen een openstaande schuld. Vermits dit een tijdelijke oplossing is – het is immers de bedoeling om de eigen aandelen in stap 4 te vervreemden aan Z – hebben de familiale aandeelhouders niet de intentie om enig resultaat te realiseren op deze deelneming. Derhalve zal er voorzien worden in een prijscorrectiemechanisme dat toelaat de transactieprijs in stap 1 te spiegelen aan de transactieprijs in stap 4. Als er in stap 4 een meerwaarde zou blijken, zal de prijs van stap 1 correlatief worden aangepast zodat vennootschap X de (vrijgestelde) meerwaarde moet worden geacht te hebben gerealiseerd. Indien de uiteindelijke verkoopprijs lager zou zijn dan de aanschaffingsprijs van de eigen aandelen, zal de gerealiseerde minderwaarde worden aangemerkt als een uitgekeerd dividend (cf. artikel 186 WIB 92) waarop roerende voorheffing zal worden ingehouden door vennootschap X.

Stap 2: partiële splitsing van vennootschap X

8. In een volgende stap zal de activiteit A van vennootschap X worden gescheiden van haar activiteit B om de hiervoormelde reden dat kandidaat-investeerders doorgaans geen interesse hebben in zware logistieke investeringen en hierin de nodige flexibiliteit zoeken. Dit blijkt onomstotelijk uit de hangende discussies met Z die duidelijk heeft aangegeven slechts te willen toetreden tot het kapitaal van een vennootschap die enkel en alleen de activiteit B herbergt.

9. Vennootschap X verricht een partiële splitsing van haar activiteit A (waaronder HQ/management functies, deelnemingen in dochtervennootschappen en haar bedrijfsvastgoed naar een nieuw opgerichte vennootschap Y). In ruil verkrijgen de aandeelhouders van vennootschap X aandelen in vennootschap Y.

10. De partiële splitsing wordt gepland zonder retroactiviteit.

11. Verder zullen ook de contracten met 4 managementvennootschappen die diensten leveren aan vennootschap X worden overgedragen aan vennootschap Y.

Stap 3: inbreng aandelenpakket vennootschap X in vennootschap Y

12. Op heden kwalificeert vennootschap X als familiale vennootschap in de zin van artikel 2.8.6.0.3, § 2 Vlaamse Codex Fiscaliteit (hierna VCF). Opdat de vrijstelling onverkort kan worden toegepast, dient vennootschap X gedurende 3 jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking te blijven voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 2.8.6.0.3, § 2, 2° VCF. De aanvragers wensen er over te waken dat vennootschap X ook na stap 3 blijvend kwalificeert als familiale vennootschap.

13. Om de kwalificatie als familiale vennootschap te bestendigen na intrede van de kandidaat-investeerder in stap 4 zal de familie M (middels de stichting N) onmiddellijk na de partiële splitsing in stap 2 een deel van haar aandelen van vennootschap X inbrengen in vennootschap Y tegen uitgifte van nieuwe aandelen vennootschap Y (aandelenruil).

Stap 4: verkoop aandelenpakket vennootschap X aan de kandidaat-investeerder

14. De (stichting van de) familie M verkoopt een nader te bepalen aandelenpakket van vennootschap X (dit betreft de niet-ingebrachte aandelen in stap 3) aan de kandidaat–investeerder tegen marktwaarde. Het te verkopen aandelenpercentage zal aldus worden bepaald dat de werkelijke waarde van de te verkopen aandelen in vennootschap X na de partiële splitsing overeenstemt met de werkelijke waarde van de in stap 1 aangekochte aandelen. Er zal een prijscorrectie plaatsvinden om de verkoopsprijs van de verrichting in stap 1 te spiegelen aan de prijs betaald in stap 4. Er zal dus geen meer- of minderwaarde worden gerealiseerd door de aandeelhouders-natuurlijke personen. Derhalve zal de familie in stap 4 geen (korte termijn) meerwaarde op aandelen realiseren. De verkoopprijs zal integraal worden aangewend om de schuld uit stap 1 te vereffenen.

Stap 5: kapitaalverhoging vennootschap X

15. Vermits Z na stap 4 nog niet over het gewenste aandeelhouderspercentage in vennootschap X zal beschikken, zal deze bijkomende middelen inbrengen in het kapitaal van vennootschap X door middel van een kapitaalverhoging in speciën of in natura zodat het gewenste aandeelhouderspercentage wordt bereikt.

16. Zoals hoger aangegeven is het immers niet de intentie van de familie M om haar aandelenpakket gedeeltelijk te vervreemden, wat betekent dat de kandidaat-investeerder veeleer genoodzaakt is om het kapitaal van vennootschap X eenzijdig te verhogen om aldus – door verwatering van de bestaande aandeelhouders – het gewenste aandeelhouderspercentage op te bouwen.

Bekomen structuur

17. De aanvragers verstrekten een uittreksel van de relevante groepsstructuur na doorvoering van de hierboven beschreven stappen.

III. Beslissing

III.A. Inzake artikel 211, § 1, WIB 92

18. De beoogde verrichting in stap 2 betreft een partiële splitsing zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1 WIB 92.

19. Als gevolg van de partiële splitsing van vennootschap X wordt de activiteit B afgescheiden van de activiteit A (die wordt ondergebracht in vennootschap Y), teneinde de ondernemingswaarde van de vennootschap X zo laag mogelijk te houden en op die manier de externe investeerder in staat te stellen de meerderheid van de aandelen te verwerven in de activiteit B van de groep. De intrede van een externe investeerder met complementaire sectorkennis zal de verdere groei en expansie van vennootschap X ten goede komen.

20. Ingevolge de partiële splitsing zullen een aantal werknemers overgaan naar vennootschap Y. De overige werknemers die uitsluitend betrokken zijn bij de activiteit B zullen tewerkgesteld blijven bij vennootschap X. Er worden geen ontslagen verwacht noch in de context van de partiële splitsing, noch in het ruimere kader van de voorgenomen instap door een derde-investeerder.

21. De fiscale aspecten van de partiële splitsing (gepland zonder retroactiviteit) kunnen als volgt worden samengevat:

21.1 vennootschap X was de laatste jaren afwisselend verlieslatend en winstgevend. Het lopende boekjaar is tot dusver winstgevend. De aanvragers stellen dat vennootschap X en vennootschap Y worden geacht om na de partiële splitsing een positief resultaat te genereren. De samengestelde belastbare basis van vennootschap X en vennootschap Y zal m.a.w. dezelfde zijn alsof vennootschap X niet partieel was gesplitst;

21.2 vennootschap X beschikt over een beperkt bedrag aan fiscaal overgedragen verliezen. Mochten er op datum van de juridische doorvoering van de partiële splitsing nog fiscaal overgedragen verliezen zijn, dan hebben de aanvragers de toepassing van artikel 206, § 2, WIB 92 bevestigd. Deze verliezen zullen in het kader van de partiële splitsing op basis van artikel 206, § 2, eerste lid, WIB 92 in eerste instantie a rato van de behouden/toebedeelde fiscale nettowaarde enerzijds deels worden behouden bij vennootschap X en anderzijds deels worden toebedeeld aan vennootschap Y. De toebedeelde verliezen aan vennootschap Y zullen in toepassing van artikel 206, § 2, tweede lid, WIB 92 verder worden beperkt a rato van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen van vennootschap X in het totaal van de fiscale nettowaarden van de verkrijgende vennootschap (vennootschap Y) en van de overgenomen bestanddelen van vennootschap X;

21.3 aangezien vennootschap Y een nieuw opgerichte vennootschap is, zal deze vennootschap niet over fiscaal overgedragen bestanddelen beschikken (overgedragen verliezen, overgedragen investeringsaftrek, overgedragen aftrek voor risicokapitaal en/of DBI-overschotten);

21.4 er wordt geopteerd voor een afsplitsing van de activiteit A omdat een afsplitsing van de activiteit B vanuit operationeel perspectief moeilijk werkbaar zou zijn;

21.5 de aanvragers hebben bevestigd dat er, met uitzondering van de verkoop in stap 4, geen intentie is tot overdracht van de aandelen vennootschap X en/of vennootschap Y. Een verkoop van de aandelen vennootschap X (na doorvoering van de partiële splitsing) wordt niet uitgesloten, maar in voorkomend geval zullen de aandelen van vennootschap X slechts deels in handen van de externe kandidaat-investeerder komen. Daarenboven geniet het de absolute voorkeur van de familie M dat de kandidaat-investeerder d.m.v. een kapitaalverhoging tot het gewenste aandeelhouderspercentage komt.

22. De aanvragers hebben bevestigd dat de bepalingen van artikel 213 WIB 92 en de administratieve commentaar ter zake zullen worden nageleefd naar aanleiding van de partiële splitsing. Dit blijkt tevens uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat. Vennootschap X beschikt over een bedrag van aan gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden. Alle herbeleggingen zijn reeds gebeurd. De herbeleggingsactiva zullen volledig overgaan naar vennootschap Y.

23. De aanvragers hebben tevens bevestigd dat in toepassing van artikel 213 WIB 92 het kapitaal dat werd gevormd bij vennootschap X ingevolge artikel 537 WIB 92 evenzeer a rato van de behouden / toebedeelde fiscale nettowaarde zal worden verdeeld over vennootschap X en vennootschap Y.

24. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

25. De verkrijgende vennootschap in het kader van de partiële splitsing is een binnenlandse vennootschap.

26. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van vennootschap X belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

III.B. Inzake artikel 537 WIB 92

27. Artikel 537, eerste lid, WIB 92 stelt: “In afwijking van de artikelen 171, 3°, en 269, § 1, 1°, wordt het tarief van de personenbelasting, respectievelijk de roerende voorheffing vastgesteld op 10% voor de dividenden die overeenkomen met de vermindering van de belaste reserves zoals deze ten laatste op 31 maart 2013 zijn goedgekeurd door de Algemene Vergadering op voorwaarde dat en in de mate dat minstens het verkregen bedrag onmiddellijk wordt opgenomen in het kapitaal en dat deze opneming plaatsvindt tijdens het laatste belastbaar tijdperk dat afsluit voor 1 oktober 2014”.

28. Artikel 537, vijfde lid, WIB 92 stelt dat bij een latere kapitaalvermindering, het kapitaal dat wordt verminderd eerst wordt geacht afkomstig te zijn van het kapitaal dat werd ingebracht met de toepassing van het voordelige tarief van artikel 537 WIB 92.

29. Artikel 537, zesde lid, WIB 92 bepaalt: “Wanneer deze kapitaalvermindering volgens dit regime tot stand komt binnen acht jaar na de laatste inbreng in kapitaal, wordt zij in afwijking van artikel 18, eerste lid, 2°, beschouwd als een dividend. Het tarief van de personenbelasting en van de roerende voorheffing bedraagt, voor de verleende of toegekende dividenden:

• 1° tijdens de eerste vier jaar volgend op de inbreng, 17%;

• 2° tijdens het vijfde en zesde jaar volgend op de inbreng, 10%;

• 3° tijdens het zevende en achtste jaar volgend op de inbreng, 5%.”

30. Vennootschap X stelt dat zij haar kapitaal tijdens aanslagjaar 2014 verhoogd heeft, en dit overeenkomstig de toepassing van artikel 537 WIB 92. Bijgevolg dienen, in geval van kapitaalvermindering, de termijnen van artikel 537, zevende lid, WIB 92 gerespecteerd te worden. De aanvragers bevestigen dat de termijn van acht jaar, dewelke in casu gerespecteerd dient te worden, nog niet verstreken is.

31. In artikel 537, vijfde tot zevende lid, WIB 92 wordt er verwezen naar het artikel 18, eerste lid, 2°, WIB 92, dat betrekking heeft op de verminderingen van kapitaal in de zin van het W.Venn. Bijgevolg vallen de terugbetalingen van het maatschappelijk kapitaal die werden uitgevoerd onder andere omstandigheden (zoals de gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijke vermogen zoals bedoeld in artikel 187 en 209 WIB 92) niet binnen het toepassingsgebied van deze inhaalregeling en kunnen ze niet het voorwerp uitmaken van een aanslag ter zake. Dit standpunt wordt ook ingenomen in de circulaire nr. Ci.RH.233/630.825 (AAFisc Nr. 4/2014) van 23 januari 2014 onder voorbehoud van de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92.

32. Deze inhaalregeling is evenmin van toepassing wanneer een deel van het maatschappelijk kapitaal gevormd in toepassing van artikel 537, eerste lid, WIB 92 ingevolge een partiële splitsing bij de partieel gesplitste vennootschap verdwijnt en, in toepassing van de artikelen 80bis, 80 en 78, § 8, KB/W.Venn., met dezelfde fiscale samenstelling en kwalificatie, wordt teruggevonden bij de verkrijgende vennootschap.

33. Na de beoogde partiële splitsing zal een deel van het gestort kapitaal dat in hoofde van vennootschap X werd ingebracht overeenkomstig artikel 537, eerste lid, WIB 92, worden verdeeld onder de bij de partiële splitsing betrokken vennootschappen, zijnde vennootschap X en vennootschap Y, in overeenstemming met artikel 213 WIB 92. Overeenkomstig het principe van de fiscale neutraliteit behouden de verschillende bestanddelen van het gestort kapitaal immers dezelfde proportionaliteit (zie eveneens nrs. 211/34 tot 37 en 128 tot 130 van de administratieve commentaar op het WIB 92).

34. Indien zich later een kapitaalvermindering voordoet bij één van de betrokken vennootschappen, zullen de bepalingen van artikel 537, vijfde tot zevende lid, WIB 92, in voorkomend geval, van toepassing zijn op het gestort kapitaal zoals bedoeld in artikel 537, eerste lid, WIB 92 dat hen was toebedeeld (of behouden bleef) ingevolge de partiële splitsing.

35. De onaantastbaarheidsperiode van het overgedragen gedeelte van het gestort kapitaal zoals bedoeld in artikel 537, zesde en zevende lid WIB 92 bedraagt in casu 8 jaar aangezien de aanvrager stelt dat de termijn van acht jaar nog niet verstreken is. De periode van 8 jaar wordt berekend van dag tot dag en begint te lopen vanaf de dag volgend op de datum van de laatste inbreng in kapitaal (datum van de authentieke akte van de kapitaalverhoging) bij de partieel gesplitste vennootschap. Een partiële splitsing onder toepassing van de fiscale neutraliteit heeft niet tot gevolg dat de duur of de berekening van voormelde periode zal wijzigen.

III.C. Inzake de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW

36. Overeenkomstig artikel 11 W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

37. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

38. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

39. De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

40. De aanvragers hebben het doel van de voorgenomen transactie toegelicht maar tevens aangegeven welke de bestanddelen zijn die middels de partiële splitsing overgedragen worden naar vennootschap Y, teneinde haar toe te laten de economische activiteit op onafhankelijke wijze verder te zetten.

41. Vaststellende dat de activiteit A, voorheen door vennootschap X tevens verricht opzichtens andere vennootschappen, ingevolge de partiële splitsing samen met de vermelde activa door vennootschap Y op zelfstandige wijze verdergezet kunnen worden. Dat vennootschap Y in de mate de btw verschuldigd zou zijn op deze overdracht, zij deze gedeeltelijk in aftrek zou kunnen brengen, dient geconcludeerd dat deze overdracht plaatsvindt bij toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3 van het btw-wetboek.

III.D. Inzake de registratierechten

42. Vennootschap X zal via een partiële splitsing haar activiteit A inbrengen in een nieuw opgerichte vennootschap Y.

43. De vraag wordt gesteld of de voorwaarden voor vrijstelling inzake registratierechten (artikel 117, § 2 Fed.W.Reg.) vervuld zijn wat betreft de partiële splitsing door vennootschap X naar vennootschap Y.

44. Volgens artikel 117, § 2, Fed.W.Reg. is het bij artikel 115 van hetzelfde wetboek bepaalde recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

45. Bij koninklijk besluit (artikel 1 van het KB van 18 juli 1972 betreffende de uitvoering der artikelen 117 en 120 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten) worden de voorwaarden voor deze vrijstelling als volgt bepaald:

“ de vrijstelling van het evenredig recht voorzien in artikel 117, § 2, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, alsook de uitzondering gevestigd in artikel 120, 3e lid[…] van hetzelfde wetboek, zijn ondergeschikt aan de voorwaarde:

1° dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormen;

2° dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen, die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, samen met een storting in contanten, die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

Wordt niet beschouwd als een afdeling van de onderneming het beheer van de participaties en de waarden in portefeuille. De participaties en waarden in portefeuille worden slechts beschouwd als behorende tot een bedrijfstak wanneer zij normaal in de exploitatie van deze tak van de bedrijvigheid zijn geïntegreerd ”.

46. De inbreng van de bedrijfstak “A” zal worden gedaan door vennootschap X, een bestaande Belgische vennootschap. Hierdoor is er voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

47. De inbreng zal worden gedaan in de Belgische vennootschap Y.

48. De notie “bedrijfstak” dient vanuit twee invalshoeken te worden bekeken, enerzijds vanuit de inbrengende vennootschap en anderzijds vanuit de inbrenggenietende vennootschap. Ten name van de inbrengende vennootschap is het relevant of de overgedragen activa, passiva en andere rechten en elementen een geheel uitmaken en al een zekere vorm van autonomie hebben. Ten name van de inbrenggenietende vennootschap is het van belang of de ingebrachte afdeling autonoom kan functioneren binnen de inbrenggenietende vennootschap.

49. Uit de gegevens van de aanvraag blijkt dat alle activa en passiva die tot de bedrijfsafdeling “A” behoren zullen worden afgesplitst naar de nieuw opgerichte Belgische vennootschap Y, evenals de nodige contracten en deelnemingen.

50. Kantoormeubilair en ICT-materiaal worden ook afgesplitst naar vennootschap Y.

51. Een aantal personeelsleden van vennootschap X zullen worden overgedragen naar vennootschap Y.

52. De bedrijfstak omvat de bedrijfssite. Deze site bestaat enerzijds uit een parkeerterrein dat wordt aangehouden door vennootschap X in volle eigendom en anderzijds uit een terrein waarop een recht van opstal is gegeven aan derden, die beide daarop een nieuw gebouw hebben opgericht dat ter beschikking wordt gesteld aan vennootschap X onder de vorm van een onroerende leasing.

53. De overeenkomst van onroerende financieringshuur zal worden overgedragen aan vennootschap Y evenals alle overeenkomsten die worden aangegaan door de eigenaar van het vastgoed.

54. Na de partiële splitsing zal vennootschap Y een deel van de kantoorruimte en parking gebruiken voor eigen activiteit en het ander deel verhuren aan een marktconforme prijs aan vennootschap X en de andere groepsvennootschappen.

55. Uit de voorgaande opsomming van het geheel van de activa en de passiva die worden ingebracht in vennootschap Y blijkt, dat kan worden besloten dat het een inbreng betreft van een activiteit die kan worden beschouwd als een reeds bestaand georganiseerd geheel van activa en passiva dat op technisch vlak door eigen middelen reeds autonoom functioneert, en bij de inbrenggenietende Belgische vennootschap ook autonoom zal kunnen functioneren. De ingebrachte activiteit is bijgevolg te beschouwen als een bedrijfstak.

56. Deze inbreng zal volledig vergoed worden door de toekenning van aandelen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen in de Belgische vennootschap Y. Hieruit kan worden besloten dat aan de voorwaarde wordt voldaan dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstak, de inbreng uitsluitend vergoed wordt door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, al dan niet samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen niet overschrijdt (K.B. 18 juli 1972, art. 1). In casu wordt er geen geldopleg betaald.

57. De vervulling van de voorwaarden (K.B. 18 juli 1972) zal bevestigd worden in de notariële akte.

58. Voor de toepassing van de registratierechten wordt de inbreng beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

III.E. Inzake artikel 90 WIB 92

Wat betreft de aandelenruil ingevolge de partiële splitsing (stap 2)

59. Als gevolg van de partiële splitsing van vennootschap X zullen de aandeelhouders van vennootschap X aandelen vennootschap Y in ruil verkrijgen.

60. Deze ruil van de aandelen vennootschap X zal niet worden belast op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 ten name van de familieleden M en de stichting N (en haar certificaathouders).

Wat betreft stap 3 en stap 4

61. De aandelen van vennootschap X zijn reeds van geruime tijd in handen van de familie M. Bijgevolg kan worden besloten dat de aandelen van vennootschap X behoren tot het privévermogen (geen beroepsaandelen) van de aanvragers-natuurlijke personen.

62. De inbreng in stap 3 en de verkoop in stap 4 kunnen beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privévermogen, gelet op de volgende elementen:

• de aandelen van vennootschap X zijn reeds geruime tijd in handen van de familie M;

• het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

• de verrichtingen dienen gesitueerd te worden binnen het algehele opzet van de verrichtingen (zie randnummers 4 en 19). De inbreng in stap 3 is daarenboven ingegeven door de wens van de familie om vennootschap X het statuut van familiale vennootschap in de zin van artikel 2.8.6.0.3, § 2 VCF te laten behouden;

• de meerwaarde die bij de inbreng van de aandelen in het kader van stap 3 zal worden gerealiseerd is, gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico's, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92;

• in het kader van stap 4 zal geen meer- of minderwaarde worden gerealiseerd aangezien de verkoopprijs in stap 4 zal overeenstemmen met de prijs in stap 1.

III.F. Inzake artikel 344, § 1, WIB 92

63. De voorgenomen verrichtingen (stappen 1 tot en met 5) kaderen binnen het algehele opzet van de verrichtingen (zie randnummers 4 en 19).

64. Wat specifiek stap 1 betreft, met name de inkoop van de eigen aandelen, kan worden opgemerkt dat:

• deze stap is ingegeven vanuit de bekommernis om niet onmiddellijk deze aandelen aan Z te verkopen omdat deze derde dan zijn instemming zou moeten geven bij het doorvoeren van de navolgende partiële splitsing;

• deze stap vooral tot doel heeft te verhinderen dat er aanvankelijk eigen vermogen zou worden vernietigd om vervolgens extra inspanningen te moeten leveren om het eigen vermogen van de vennootschap terug op peil te brengen (ingevolge financiële parameters en bankcovenanten);

• de aanvragers hebben bevestigd dat indien de uiteindelijke verkoopprijs lager zou zijn dan de aanschaffingsprijs van de eigen aandelen, de gerealiseerde minderwaarde zal worden aangemerkt als een uitgekeerd dividend (cf. artikel 186 WIB 92) waarop roerende voorheffing zal worden ingehouden door vennootschap X.

65. Stap 3, met name de inbreng van een aandelenpakket vennootschap X in vennootschap Y, is mede ingegeven door de wens van de familie om vennootschap X het statuut van familiale vennootschap in de zin van artikel 2.8.6.0.3, § 2 VCF te laten behouden.

66. Bijgevolg kan worden besloten dat het geheel van verrichtingen geen misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.

III.G. Aandachtspunten

67. De aandacht wordt erop gevestigd dat het kapitaal dat ten name van vennootschap Y zal gecreëerd worden door de geplande inbreng van de aandelen van vennootschap X (stap 3), valt onder de toepassing van artikel 184, vierde lid, WIB 92 zoals gewijzigd voor inbrengen vanaf 1 januari 2017. Dit houdt in dat het gestort kapitaal naar aanleiding van ruil van nieuwe aandelen uitgegeven door vennootschap Y gelijk is aan de aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen in hoofde van de inbrenger. Bij gebrek hieraan, wordt het gestort kapitaal geacht overeen te stemmen met de waarde van het gestort kapitaal dat door de ingebrachte aandelen wordt vertegenwoordigd, in het totaal gestort kapitaal van de vennootschap waarvan ze de vertegenwoordiging zijn. Voor het overige wordt deze inbreng als een belaste reserve aangemerkt. Hierbij moet worden opgemerkt dat de naar aanleiding van in artikel 211, § 1, WIB 92, bedoelde belastingneutrale partiële splitsing verkregen aandelen dezelfde aanschaffingswaarde blijven behouden als de omgeruilde aandelen van de partieel gesplitste vennootschap. In geval van een partiële splitsing wordt de aanschaffingswaarde van de aandelen van de partieel gesplitste vennootschap en de verkrijgende vennootschap naar analogie van artikel 45, § 1, derde lid, WIB 92 bepaald naar verhouding tot de werkelijke waarde van het behouden respectievelijk overgedragen vermogen ten opzichte van de werkelijke waarde van de partieel gesplitste vennootschap vóór de verrichting (zie theoretisch voorbeeld in bijlage).

68. De DVB spreekt zich met deze beslissing niet uit over de bepalingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).

69. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummer 21.5, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van vennootschappen X (boven het vooropgestelde aandeelhouderspercentage en/of Y.

Aangehaalde teksten

7