Verlaagd btw-tarief · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2019.0689 27 augustus 2019

Zoeken

Verlaagd btw-tariefBTW - Verlaagd btw-tarief - Afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning - Rubriek XXXVII van Koninklijk Besluit nr. 20

https://juriel.be/nl/rulings/2019-0689-verlaagd-btw-tarief-afbraak-daarmee-bbe7

Nummer
2019.0689
Datum
27 augustus 2019

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

45 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2019.0689 d.d. 27.08.2019

Btw · Verlaagd Btw-tarief · Afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning · Rubriek XXXVII van Koninklijk Besluit nr. 20

Samenvatting

Het verlaagde btw-tarief als beoogd in rubriek XXXVII, tabel A bij KB nr. 20 is van toepassing op de afbraak van twee aaneengeschakelde garages met bijkomende berging en de heropbouw op dezelfde plaats van een ééngezinswoning met een iets kleinere grondoppervlakte maar die over twee bouwlagen zal beschikken.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Met deze aanvraag wenst X, te vernemen of het verlaagde btw-tarief van 6% bij toepassing van tabel A, rubriek XXXVII bij Koninklijk Besluit nr. 20 van 20/07/1970 genomen in uitvoering van artikel 37 van het btw-wetboek, toepasselijk is op de afbraak en heropbouw van een gebouw gelegen op een perceel grond ten kadaster gekend als Stad A, afdeling, Sectie nr. ... met een totale grondoppervlakte van 210m2.

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. X kocht op ... augustus 201 (i.e. datum notariële akte) de volle eigendom van een perceel met daarop een gebouw bestaande uit twee garages en een achterbouw, gelegen te , kadastraal gekend onder de afdeling sectie, nr. en met een totale grondoppervlakte van 210m2

3. Het oorspronkelijk gebouw kan meer precies als volgt worden omschreven:

3.1 De eerste en de tweede garage zijn volledig (zowel de ondergrond als de verschillende zijmuren) opgetrokken uit beton/steen en hebben een totale oppervlakte van... Het dak bestaat uit eternieten (nl. stenen) golfplaten.

3.2 Achteraan is er een derde deel bijgebouwd, waarbij de muren uit een houten constructie bestaan. Het dak bestaat dan weer uit eternieten (nl. stenen) golfplaten. Ook de vloeroppervlakte van dit bijgebouw is volledig gebetonneerd. De oppervlakte kan worden geschat op .

3.3 De totale oppervlakte van het af te breken opstallen bedraagt (ongeveer 11m diepte x 6,33m breedte).

4. Dit gebouw werd door X aangekocht met de intentie om het nadien te laten slopen en zodoende op dezelfde plaats een bescheiden ééngezinswoning te laten oprichten. Deze woning zal door X samen met zijn echtgenote worden betrokken.

5. Ingevolge de bovenstaande voorgenomen werken diende Aanvrager op ... november 201 een aanvraag in tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen bij het college van burgemeester en schepenen te A. Het betrof een aanvraag tot slopen en het oprichten van een ééngezinswoning (en het plaatsen van een tuinhuis). Op ... maart 201 verleende het college van burgemeester en schepenen de gunstige omgevingsvergunning aan X.

6. De nieuw op te richten ééngezinswoning wordt als volgt omschreven in voormelde aanvraag van omgevingsvergunning:

6.1 “De beoogde woning betreft een gesloten bebouwing met 2 bouwlagen, afgewerkt onder hellend dak. De woning heeft een maximale bouwdiepte van 9,98 m op het gelijkvloers en op de verdieping. De kroonlijsthoogte bedraagt 6,50 m.

6.2 De breedte van de nieuw op te richten ééngezinswoning zal maximaal 6,33 m bedragen. In totaal zal de nieuw op te richten woning bestaan uit 2 bewoonbare bouwlagen (+ een niet-ingerichte zolderruimte). De totale bewoonbare oppervlakte van de nieuw op te richten woning bedraagt ca. 126 m² (nl. ongeveer 9,98 m (diepte) x 6,33 m (breedte) x 2 bewoonbare bouwlagen), ofte 63 m2 per bouwlaag.

7. Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan het vervullen van de navolgende voorwaarden (rubriek XXXVII, tweede paragraaf):

7.1. de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering van de werken, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk als privé-woning wordt gebruikt;

7.2. de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die gelegen is in één van de grote steden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005 ter uitvoering van artikel 3 van de wet van 17 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid;

7.3. opgeheven bij art. 7 van het K.B. van 02.06.2010;

7.4. de bouwheer moet:

a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen een verklaring indienen. Deze verklaring dient te vermelden dat het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten bedoeld is om hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning te worden gebruikt en dient vergezeld te zijn van een afschrift van:

i. de bouwvergunning;

ii. het (de) aannemingscontract(en).

b) aan de dienstverrichter een afschrift van de verklaring bedoeld onder a) overhandigen.

7.5. het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, moet zich voordoen uiterlijk op 31 december van het jaar van de eerste ingebruikneming van het gebouw;

7.6. de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van het afschrift bedoeld onder punt 9.4°, b), hiervoor, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast de verklaring van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

8. Het verlaagde tarief is in geen geval van toepassing op:

8.1. werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

8.2. werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna’s, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties;

8.3. gehele of gedeeltelijke reiniging van een woning.

9. De aanvrager verklaart dat :

9.1. de op te richten woning blijvend hoofdzakelijk als privéwoning zal worden gebruikt;

9.2. de te slopen opstallen en de nieuw op te richten ééngezinswoning gelegen is op een perceel in Aalst waar het verlaagde btw-tarief van 6 % van toepassing is op de afbraak en heropbouw (toepassing Koninklijk Besluit nr. 20 van 20/07/1970 tabel A rubriek XXXVII - toelichting nr./E.T. 112.400 dd. 22/06/2007);

9.3. de stedenbouwkundige vergunningen voor de afbraak van de bestaande opstallen en de oprichting van de ééngezinswoning door de aanvrager c.q. eigenaar werd aangevraagd, per 11 maart 2019 toegekend en de werken in diens opdracht als bouwheer uitgevoerd zullen worden;

10. Het antwoord van de minister van financiën op de mondelinge parlementaire vraag verduidelijkt de voorwaarden waaraan het bestaande en af te breken gebouw als het nieuw op te richten gebouw moet voldoen, met name :

10.1. Het af te breken gebouw moet een uit zijn aard onroerend goed zijn dat met het oog op duurzaamheid opgetrokken werd. In onderhavige aanvraag werd vastgesteld dat de op het perceel aanwezige opstallen, zijnde gevisualiseerd twee garages en berging maar kadastraal gekend als bergruimte met een oppervlakte van 70 m2 op een terrein van 2 are en 10 centiare, bestaan uit vloerplaten met erop aangebrachte verankerde betonnen platen, beschikkend over indelingen uit beton, een dakbedekking met afvoerpijpen, poorten en een uit hout bestaande uitbreiding met dak en afvoerpijp. Omwille van de materialen waaruit ze opgericht werden en hun verankering in de grond dient gesteld dat zij beantwoorden aan het begrip gebouw als beoogt door artikel 1, §9 van het btw-wetboek en aldus voldoende duurzaam zijn. Het gegeven dat zij – volgens de kadastrale gegevens dateren uit 1975, duidt op een zekere reeds verstreken levensduur.

10.2. De af te breken opstallen moeten een significante omvang hebben. Bovendien is het toegelaten dat de heropgebouwde privéwoning niet op exact dezelfde plaats staat als het afgebroken gebouw, voor zover er op hetzelfde perceel wordt gebouwd . De huidige af te breken opstallen hebben een breedte van 6.33m en een diepte van 11 m, hetgeen overeenkomt met de breedte van de nieuw op te richten ééngezinswoning. Daarentegen zal deze nieuw op te richten woning slechts een bouwdiepte van 9,98m2 hebben, waardoor ze zelfs kleiner zal zijn dan de huidige bebouwing.

11. Vaststellende dat de bouwheer van de nieuwe woning, zijnde de aanvrager, verklaart dat hij omwille van het voorafgaandelijk karakter van zijn aanvraag, de door hem te vervullen administratieve verplichtingen opzichtens de btw-administratie als omschreven in rubriek XXXVII, tabel A bij KB nr. 20 nog niet vervuld heeft, maar deze na het bekomen van een positieve voorafgaande beslissing zal nakomen, dient in samenhang met de bevestiging door diens mandataris dat men nog geen aanvang genomen heeft met de werken te besluiten dat zijn aanvraag ontvankelijk is.

12. Noterend dat de aanvrager verklaart dat onderhavige aanvraag zich uitsluitend beperkt tot de ééngezinswoning die hij samen met zijn echtgenote zal betrekken en derhalve de oprichting van het tuinhuis uitgesloten wordt van de toepassing van het verlaagd btw-tarief, dient geconcludeerd dat de afbraak en de bouw van de ééngezinswoning kan genieten van het verlaagd btw tarief als opgenomen in rubriek XXXVII, tabel A bij KB nr. 20.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 222 voorkomens
WBTW art. 11 voorkomen
WBTW art. 371 voorkomen