---
title: "Voorafgaande beslissing 2019.0032 · Belasting van niet-inwoners"
description: "Belasting van niet-inwoners, Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2019.0032 van 19 februari 2019."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2019-0032-belasting-inwoners-belastingneutrale-inbreng-bedrijfsafdeling-e00d"
lang: "nl"
---

# Belasting van niet-inwoners, Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling · Belasting van niet-inwoners - Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling - Belgische inrichting - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

**Nummer**

2019.0032

**Datum**

19 februari 2019

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

51 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2019.0032 d.d. 19.02.2019

*Belasting van niet-inwoners* · *Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling* · *Belgische inrichting* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking*

*BTW* · *Overdracht van een bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De overdracht van een Belgische inrichting in het kader van een grensoverschrijdende inbreng van een bedrijfsafdeling door een intra-Europese vennootschap X in een andere intra-Europese vennootschap Y kan plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel als bedoeld in artikel 231, §2, WIB 92.

De inbreng dient plaats te vinden met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. De overdracht van het Belgisch bijkantoor ingevolge de inbreng door de intra-Europese vennootschap X in de intra-Europese vennootschap Y fiscaal neutraal zal zijn voor de belasting van niet-inwoners (vennootschappen) en onder de toepassing valt van artikel 231, §2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);

1.2. De voormelde overdracht onder de toepassing valt van de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, §3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW);

## II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

2\. De vennootschappen X en Y behoren tot dezelfde internationale groep.

3\. De vennootschap X is gevestigd in land E. De vennootschap oefent haar activiteiten uit via een aantal lokale bijkantoren, waaronder een Belgisch bijkantoor. Het Belgisch bijkantoor kan op basis van artikel 229, §1, WIB 92 worden beschouwd als een Belgische inrichting en dient jaarlijks een aangifte in de belasting van niet-inwoners (vennootschappen) in.

4\. De vennootschap Y is gevestigd in land F. In het kader van de huidige herstructurering heeft deze vennootschap recentelijk bijhuizen opgericht in verschillende Europese landen, waaronder België.

5\. In het licht van een gewijzigde internationale context heeft de groep beslist om haar structuur aan te passen.

6\. De herstructurering omhelst verschillende stappen waaronder een grensoverschrijdende inbreng waarbij de vennootschap X al haar in een bepaalde regio gevestigde bijhuizen (waaronder het Belgisch bijhuis) zal inbrengen in de vennootschap Y.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de toepassing van artikel 232, §2, WIB 92*

7\. Zowel de inbrengende vennootschap (vennootschap X) als de inbrengverkrijgende vennootschap (vennootschap Y) kunnen worden aangemerkt als een intra-Europese vennootschap in de zin van artikel 2, §1, 5°, b) bis, WIB 92. De vennootschappen X en Y zijn fiscaal inwoner van respectievelijk land E en land F, hebben een rechtsvorm zoals vermeld in bijlage I, deel A, bij de Richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009 en zijn er onderworpen aan het normale regime van de vennootschapsbelasting zonder keuzemogelijkheid en zonder ervan te zijn vrijgesteld.

8\. Met de wet van 11 december 2008 werd het WIB 92 aangepast conform de Richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten (zoals daarna vervangen door de Richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009). In de memorie van toelichting (Doc 52 1398/001) staat hieromtrent het volgende vermeld:

> “*De diverse juridische begrippen die worden gehanteerd, zoals de fusie, de splitsing, de met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichtingen, de aandelenruil, de inbreng van een bedrijfsafdeling, een tak van werkzaamheid of de algemeenheid van goederen, hebben de betekenis die daar aan verleend wordt in het vennootschappenrecht (wat de aandelenruil betreft werden de voorwaarden zoals vermeld in de op 17 februari 2005 gecoördineerde richtlijn, evenwel in de fiscale bepalingen zelf ingeschreven). Dit impliceert dat een verrichting die mogelijkerwijze economisch, bijvoorbeeld, een fusie zou zijn (met verdwijning van een rechtspersoon waarvan het gehele vermogen terug te vinden is bij de overnemende rechtspersoon), doch die niet beantwoordt aan de vereisten om conform het Wetboek van vennootschappen een fusie uit te maken, ook voor de toepassing van de bepalingen van het WIB 92 niet als een “fusie” zal worden beschouwd of behandeld. Dit is met name het geval indien een als fusie vooropgestelde verrichting zou gepaard gaan met een opleg in geld van meer dan 10 %”.*

9\. De inbreng van een bedrijfstak wordt in het Wetboek van vennootschappen als volgt gedefinieerd:

9.1. Volgens artikel 679 is een inbreng van een bedrijfstak de rechtshandeling waarbij een vennootschap, zonder ontbinding, een bedrijfstak alsmede de daaraan verbonden activa en passiva overdraagt aan een andere vennootschap tegen een vergoeding die uitsluitend bestaat in aandelen van de verkrijgende vennootschap;

9.2. Volgens artikel 680 is een bedrijfstak een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.

10\. De inbreng zal alle activa, passiva, rechten en verplichtingen van het Belgisch bijkantoor van vennootschap X omvatten. Ook de personeelsleden die werkzaam zijn voor het Belgisch bijkantoor van vennootschap X zullen worden overgedragen aan het Belgisch bijkantoor van de vennootschap Y , evenals het leasingcontract met betrekking tot het onroerend goed waarin het Belgisch bijkantoor zijn activiteiten uitoefent. Er wordt opgemerkt dat de Belgische inrichting van vennootschap X niet over vrijgestelde reserves beschikt, zodat er geen overname is van dergelijke reserves bij de Belgische inrichting van vennootschap Y. Het Belgisch bijkantoor van vennootschap Y zal na de inbreng autonoom en onafhankelijk van vennootschap X functioneren. Operationeel zal er niets wezenlijks veranderen, behalve dat het bijkantoor niet langer functioneert als een bijkantoor van vennootschap X, maar als een bijkantoor van vennootschap Y. Er werd tevens bevestigd dat de inbreng zal worden vergoed in aandelen zonder geldopleg. Bijgevolg kan de inbreng worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 231, §2, eerste lid, WIB 92.

11\. Overeenkomstig artikel 231, §2, eerste lid, WIB 92 dient de inbreng van een bedrijfsafdeling plaats te vinden met toepassing in de staat van vestiging van de inbrengende vennootschap van de belastingvrijstelling bepaald door de Richtlijn 2009/133/EG van de Raad van 19 oktober 2009. Aan deze voorwaarde gesteld in artikel 231, §2, eerste lid, WIB 92 kan in casu worden geacht te zijn voldaan.

12\. De verkregen bestanddelen die bijdragen tot de totstandkoming van de resultaten van de Belgische inrichting van vennootschap Y, zullen in toepassing van artikel 233 WIB 92 in aanmerking worden genomen voor de belastinggrondslag, waardoor tevens is voldaan aan de voorwaarde gesteld in artikel 231, §2, tweede lid, WIB 92.

13\. De aanvrager heeft bevestigd dat de inbreng zal worden uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en conform de van toepassing zijnde vennootschapsrechtelijke bepalingen in land F. Deze bepalingen zijn gelijkaardig aan de Belgische bepalingen ter zake daar zij gebaseerd zijn op de Richtlijn 2005/56/EG inzake grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (zoals daarna vervangen door de Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht), waardoor tevens is voldaan aan de voorwaarde gesteld in artikel 231, §2, derde lid, 1°, WIB 92.

14\. De fiscale gevolgen van de inbrengverrichting kunnen als volgt worden samengevat:

14.1. Er is geen impact op de belastbare basis in België: het belastbare resultaat dat voorheen werd verwezenlijkt door de Belgische inrichting van vennootschap X zal voortaan tot stand worden gebracht door de Belgische inrichting van vennootschap Y;

14.2. De Belgische inrichting van vennootschap X beschikt enkel over overgedragen fiscale verliezen. Aangezien de Belgische inrichting van vennootschap Y pas werd opgericht met het oog op de inbreng, beschikt zij niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen (overgedragen verliezen, overgedragen aftrek voor risicokapitaal, overgedragen investeringsaftrek, DBI-overschotten);

14.3. De aanvrager heeft bevestigd dat, behoudens een overdracht van de aandelen van de inbrengverkrijgende vennootschap Y binnen de groep, er geen intentie bestaat om deze aandelen over te dragen aan derden.

15\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de inbrengverrichting plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92, waardoor tevens is voldaan aan de voorwaarde gesteld in artikel 231, §2, derde lid, 2°, WIB 92.

16\. Derhalve kan worden besloten dat aan alle voorwaarden zoals gesteld in artikel 231, §2, WIB 92 is voldaan, zodat de inbreng door vennootschap X in vennootschap Y geen belastingheffing teweegbrengt ten name van de Belgische inrichting.

17\. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummer 14.3 van deze beslissing, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, §1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bijvoorbeeld de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van vennootschap Y aan derden.

### *III.B. Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW*

18\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

19\. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

20\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

21\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

22\. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

23\. Naar aanleiding van de onder de randnummer 10 beschreven inbreng dient vastgesteld dat de inbreng de activa en passiva, rechten en verplichtingen van het Belgisch bijhuis van vennootschap X (zoals ze zijn op het moment van inbreng) omvatten. Deze activa zullen het Belgisch bijhuis van vennootschap Y toelaten om een onafhankelijke economische activiteit uit te voeren en de activiteiten van het Belgisch bijhuis van vennootschap X verder te zetten zonder onderbreking.

24\. De aanvrager verklaart dat, hoewel vennootschap X bepaalde activiteiten verricht, zij als belastingplichtige recht op btw-aftrek geniet, conform artikel 45, §1, 4°, W.BTW, daar zij bepaalde diensten verricht voor klanten gevestigd buiten de Europese Unie.

25\. Alle lopende contracten afgesloten door het Belgisch bijhuis van vennootschap X (inclusief de contracten met klanten die gevestigd zijn buiten de Europese Unie en recht op btw-aftrek openen in hoofde van het Belgisch bijhuis op basis van artikel 45, §1, 4°, W.BTW) worden overgedragen aan het Belgisch bijhuis van vennootschap Y. De omzet (premies) uit deze contracten zal aan het Belgisch bijhuis van vennootschap Y toekomen.

26\. De aanvrager verklaart dat ingevolge de inbreng het Belgisch bijhuis van vennootschap Y een btw-belastingplichtige is die, in de mate er op de overdracht btw verschuldigd zou zijn, gedeeltelijk recht op aftrek van btw zou genieten.

27\. De hierboven beschreven inbreng dient derhalve plaats te vinden onder toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
