Meerwaarde op aandelen, Divers inkomen, Normaal beheer privévermogen · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2018.1110 15 januari 2019

Zoeken

Meerwaarde op aandelen, Divers inkomen, Normaal beheer privévermogenMeerwaarde op aandelen - Divers inkomen - Normaal beheer privévermogen - Inbreng van aandelen - Gestort kapitaal - Vennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of -ontwijking - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling - Anti-misbruikbepaling

https://juriel.be/nl/rulings/2018-1110-meerwaarde-aandelen-divers-inkomen-normaal-85b3

Nummer
2018.1110
Datum
15 januari 2019

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

76 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2018.1110 d.d. 15.01.2019

Meerwaarde op aandelen · Divers inkomen · Normaal beheer privévermogen · Inbreng van aandelen · Gestort kapitaal · Vennootschapsbelasting · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of -ontwijking

BTW · Overdracht van een bedrijfsafdeling · Anti-misbruikbepaling

Samenvatting

De geplande inbreng door de heren X en Y van hun aandelen A NV in de nog op te richten holdingvennootschap Belco Holding, kan beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van een privévermogen, zodat de meerwaarde niet zal belast worden op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

Het gestort kapitaal dat naar aanleiding van de geplande inbreng van de aandelen A NV in Belco Holding wordt gevormd, wordt beschouwd als fiscaal gestort kapitaal in de zin van artikel 184, eerste lid, WIB 92, enerzijds ten belope van hun aanschaffingswaarde, voor wat betreft de aandelen verworven ingevolge de overname van een derde, en anderzijds ten belope van de waarde van het gestort kapitaal dat door de ingebrachte aandelen wordt vertegenwoordigd, voor wat betreft de aandelen verkregen naar aanleiding van de oprichting en de latere kapitaalverhoging, voor zover werkelijk volstort.

De voorgenomen partiële splitsing van A NV, die op de voormelde inbreng zal volgen en die tot doel heeft de verschillende activiteiten van A NV in afzonderlijke vennootschappen onder te brengen, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92.

De overgedragen activa en passiva vormen in hoofde van de respectievelijke overnemers geen geheel van elementen op basis waarvan een autonome activiteit kan worden uitgeoefend. De aanvrager verklaart ook zelf dat deze over te dragen elementen niet kwalificeren als een bedrijfstak in de zin van de artikelen 11 en 18, § 3, W.btw. Deze bepalingen zijn dan ook niet van toepassing en de verschillende overdrachten dienen hun standaard btw regime te ondergaan in hoofde van de afsplitsende en verkrijgende vennootschappen.

De keuze voor het geheel van de rechtshandelingen is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

1.1. de inbreng door de heren X en Y van hun aandelen A NV in een nog op te richten holdingvennootschap (hierna Belco Holding), kan beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privévermogen, zodat de meerwaarde niet belast zal worden op grond van artikel 90, 1° en 90, 9°, eerste gedachtestreepje van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92);

1.2. het kapitaal dat door de voormelde inbreng zal worden gevormd in Belco Holding, zal worden aangemerkt als fiscaal gestort kapitaal overeenkomstig artikel 184, derde lid, WIB 92;

1.3. de partiële splitsing van A NV door oprichting van drie nieuwe vennootschappen, beantwoordt aan de bepalingen zoals uiteengezet in artikel 183bis WIB 92, en belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92;

1.4. de activa en passiva die bij de hiervoor vermelde partiële splitsing van A NV zullen worden afgesplitst, hun normaal btw-regime zullen ondergaan aangezien zij niet kwalificeren als bedrijfstakken, zodat de artikelen 11 en 18, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.btw) niet van toepassing zijn;

1.5. het geheel van de verrichtingen niet valt onder het toepassingsgebied van de anti-misbruikbepaling in de inkomstenbelastingen zoals bepaald in artikel 344, § 1, WIB 92.

II. Omschrijving van de verrichting

2. A NV is een exploitatievennootschap, waarvan de aandelen elk voor de helft in bezit zijn van de heren X en Y. A NV heeft naast haar primaire activiteit tevens drie nevenactiviteiten ontwikkeld.

3. De aanvragers wensen de secundaire activiteiten van A NV onder te brengen in afzonderlijke vennootschappen en alle groepsvennoot-schappen te centraliseren in een overkoepelende holding. Daartoe zullen volgende verrichtingen worden doorgevoerd:

- inbreng door de heren X en Y van hun aandelen A NV in een nog op te richten holdingvennootschap (Belco Holding genaamd);

- partiële splitsing van A NV, waarbij de nevenactiviteiten 1, 2 en 3 zullen worden ondergebracht in respectievelijk Newco 1, Newco 2 en Newco 3.

II.A. Wat betreft de toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 (inbreng van aandelen)

4. De inbreng door de heren X en Y van hun aandelen A NV in de naar aanleiding van deze inbreng op te richten holdingvennootschap Belco Holding, vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

5. De aandelen A NV behoren tot het privévermogen van de aanvragers-natuurlijke personen.

6. De inbreng kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 :

6.1 de in te brengen aandelen van A NV werden door de aanvragers-natuurlijke personen verworven, enerzijds bij de oprichting van de vennootschap in 1995 en anderzijds ingevolge de overname van aandelen van een mede-oprichter en ingevolge een kapitaalverhoging in 1996;

6.2 er is geen korte tijdspanne tussen de oprichting van de vennootschap en de overdracht van de aandelen van de vennootschap;

6.3 het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

6.4 de geplande inbreng heeft tot doel de verschillende groepsvennootschappen, die zullen ontstaan ingevolge de op de inbreng volgende partiële splitsing van A NV, te structureren onder een centrale holdingvennootschap;

6.5 het is de bedoeling van de aanvragers om middels de Newco’s de secundaire activiteiten van A NV verder te ontwikkelen. De holdingstructuur biedt hierbij de mogelijkheid om de financiële middelen van de groep te centraliseren en waar nodig ter beschikking te stellen van de respectievelijke exploitatievennootschappen van de groep;

6.6 de meerwaarde die bij de inbreng van de aandelen wordt gerealiseerd, is gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico’s niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.

7. De DVB neemt kennis van de in de aanvraag aangehaalde motivering inzake de aanwezige liquiditeiten binnen de A NV.

II.B. Wat betreft de toepassing van artikel 184, derde lid, WIB 92 (fiscaal gestort kapitaal)

8. Artikel 184 WIB 92 luidt als volgt :

“Het gestorte kapitaal is het statutaire kapitaal voor zover dat gevormd wordt door werkelijk gestorte inbrengen en voor zover er geen vermindering heeft plaatsgevonden.

…

In geval van een inbreng van aandelen waarvoor de meerwaarden ofwel zijn vrijgesteld krachtens artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, en niet vallen onder de vrijstelling van meerwaarden op aandelen bepaald in artikel 192, ofwel niet belastbaar zijn overeenkomstig artikel 90, eerste lid, 9°, eerste streepje, of artikel 228, § 2, 9°, h, is het gestort kapitaal naar aanleiding van ruil van nieuwe aandelen uitgegeven door de inbrengverkrijgende vennootschap gelijk aan de aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen in hoofde van de inbrenger. Bij gebrek hieraan, wordt het gestort kapitaal geacht overeen te stemmen met de waarde van het gestort kapitaal dat door de ingebrachte aandelen wordt vertegenwoordigd, in het totaal gestort kapitaal van de vennootschap waarvan ze de vertegenwoordiging zijn. Voor het overige wordt deze inbreng als een belaste reserve aangemerkt.

In de andere gevallen dan het in het vorige lid bedoelde geval, wordt het gestort kapitaal geacht overeen te stemmen met de werkelijke waarde van de ingebrachte aandelen in de mate dat de inbreng wordt vergoed in aandelen.”

9. Het gestort kapitaal dat naar aanleiding van de geplande inbreng van de aandelen A NV in Belco Holding wordt gevormd, wordt beschouwd als fiscaal gestort kapitaal in de zin van artikel 184, eerste lid, WIB 92 ten belope van hun aanschaffingswaarde of, bij gebrek hieraan, ten belope van de waarde van het gestort kapitaal dat door de ingebrachte aandelen wordt vertegenwoordigd.

10. In casu wordt het naar aanleiding van de inbreng gevormd kapitaal beschouwd als fiscaal gestort kapitaal in de zin van artikel 184, eerste lid, WIB 92, enerzijds ten belope van de waarde van het gestort kapitaal dat door de ingebrachte aandelen wordt vertegenwoordigd, wat betreft de aandelen die aan de aanvragers-natuurlijke personen werden uitgegeven bij de oprichting en bij een latere kapitaalverhoging en die werkelijk volstort werden, en anderzijds ten belope van de aanschaffingswaarde van de aandelen die werden verworven ingevolge overname van een derde. Voor het overige wordt deze inbreng aangemerkt als een belaste reserve.

II.C. Wat betreft de toepassing van artikel 183bis en 211, § 1, WIB 92 (partiële splitsing)

11. Na de oprichting van Belco Holding door inbreng door de heren X en Y, zal A NV partieel gesplitst worden.

12. A NV heeft naast haar hoofdactiviteit tevens nevenactiviteiten ontwikkeld, welke zullen worden afgesplitst naar 3 nieuwe vennootschappen, respectievelijk Newco 1, Newco 2 en Newco 3.

13. De geplande partiële splitsing heeft tot doel de verschillende activiteiten van A NV in afzonderlijke vennootschappen onder te brengen, van waaruit deze verder kunnen worden ontwikkeld. De afzonderlijke activiteiten hebben geen uitstaans met elkaar en hebben, zowel naar cliënteel als naar partners toe, een verschillende doelgroep.

14. Het onderbrengen van de verschillende activiteiten in afzonderlijke vennootschappen zal ertoe leiden dat er voor iedere activiteit een afzonderlijk beleid zal kunnen worden gevoerd dat is aangepast aan de specifieke investerings- en kredietbehoeften.

15. Bij de verdeling van de eigen vermogensbestanddelen ingevolge de geplande partiële splitsing zal rekening worden gehouden met de toepassing van artikel 213, WIB 92 en met de voorschriften van de fiscale administratie terzake.

16. A NV is een winstgevende vennootschap en heeft een belastbare basis. Tevens werd bevestigd dat zij niet over overgedragen fiscale bestanddelen beschikt.

17. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van A NV, Newco 1, Newco 2 of Newco 3 over te dragen.

18. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van A NV zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

19. De verkrijgende vennootschappen Newco 1, Newco 2 en Newco 3 zullen binnenlandse vennootschappen zijn.

20. De aanvragers hebben bevestigd dat de partiële splitsing zal plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen.

21. Derhalve kan worden besloten dat de geplande partiële splitsing belastingneutraal kan plaatsvinden overeenkomstig artikel 211, § 1, WIB 92.

II.D. Wat betreft de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.btw (partiële splitsing)

22. Overeenkomstig artikel 11 W.btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

23. Artikel 18, § 3, W.btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

24. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch Btw Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

25. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines, heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

26. De artikelen 11 en 18, § 3, W.btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

27. In casu zal A NV via partiële splitsing verschillende nevenactiviteiten overdragen naar drie nieuwe vennootschappen.

28. De overgedragen activa en passiva vormen in hoofde van de respectievelijke overnemers geen geheel van elementen op basis waarvan een autonome activiteit kan worden uitgeoefend. De aanvrager verklaart ook zelf dat deze over te dragen elementen niet kwalificeren als een bedrijfstak in de zin van de artikelen 11 en 18, § 3, W.btw. Deze bepalingen zijn dan ook niet van toepassing en de verschillende overdrachten dienen hun standaard btw regime te ondergaan in hoofde van de afsplitsende en verkrijgende vennootschappen.

II.E. Wat betreft de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92

29. De geplande reorganisatie bestaat uit de inbreng van de aandelen A NV in een nog op te richten holdingvennootschap, gevolgd door de partiële splitsing van A NV.

30. Deze verrichtingen zijn erop gericht de verschillende activiteiten van A NV onder te brengen in afzonderlijke vennootschappen en deze te structureren onder een centrale holdingvennootschap, waardoor elke activiteit verder apart kan worden uitgebouwd en uitgebreid, aangestuurd vanuit een centrale holding.

31. De keuze voor het geheel van de rechtshandelingen is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92.

32. Ten slotte stelt de DVB vast dat er in de aanvraag melding wordt gemaakt van de artikelen 18, § 2, W.Reg. en 1, § 10, W.btw. Dit gebeurt echter zonder verdere vraagstelling en/of motivering. De DVB kan hierover dan ook geen uitspraak doen.

33. Onderhavige beslissing is gebaseerd op elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van anti-misbruikbepalingen (artikel 183bis, WIB 92 of artikel 344, § 1, WIB 92, ...) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals inzonderheid een latere overdracht van aandelen van A NV, Newco 1, Newco 2 of Newco 3 of een latere kapitaalvermindering of een latere inbreng of verkoop van de aandelen van Belco Holding in of aan een nieuw op te richten of bestaande vennootschap.

Aangehaalde teksten

7