---
title: "Voorafgaande beslissing 2018.1086 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale fusies"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale fusies, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2018.1086 van 18 december 2018."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2018-1086-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-fusies-zakelijke-overwegingen-26db"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale fusies, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking, Anti-misbruikbepaling · VENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale fusies - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Anti-misbruikbepaling - BTW - REGISTRATIERECHTEN

**Nummer**

2018.1086

**Datum**

18 december 2018

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

78 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2018.1086 d.d. 18.12.2018

*VENNOOTSCHAPSBELASTING* · *Belastingneutrale fusies* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking* · *Anti-misbruikbepaling*

*BTW*

*REGISTRATIERECHTEN*

## Samenvatting

De fusieverrichtingen, die kaderen binnen de internationale strategie van de groep om zoveel mogelijk productieactiviteiten te centraliseren en te integreren, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183*bis*, WIB 92.

Het geheel van de rechtshandelingen maakt geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

De fusieverrichtingen kunnen op het vlak van btw en registratierechten fiscaal neutraal plaatsvinden op basis van respectievelijk de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw en artikel 117, § 1 W.Reg.

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1 de voorgenomen verrichtingen beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183*bis* van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92), met andere woorden dat belastingfraude of belastingontwijking niet het hoofddoel, of één van de hoofddoelen is;

1.2 de daling van het eigen vermogen in hoofde van vennootschap Z voorafgaand aan de voorgenomen verrichtingen geen aanleiding geeft tot de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92;

1.3 een boekhoudkundige retroactiviteitsbepaling met betrekking tot de voorgenomen verrichtingen een correcte toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat en dat deze op fiscaal vlak kan worden aanvaard;

1.4 geen BTW noch registratierechten verschuldigd zijn op de overdracht van de activa en passiva naar aanleiding van de voorgenomen verrichtingen krachtens respectievelijk artikel 11 en artikel 18, § 3 van het Wetboek van de Belasting op Toegevoegde Waarde (hierna W.Btw) en artikel 117, § 2 van het federale Wetboek Registratierechten (hierna federaal W.Reg.).

## II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

**2.** De groep Q is wereldwijd actief binnen sector A.

**3.** Binnen de Belgische structuur van de groep bevinden zich drie operationele vennootschappen:

\- vennootschap Y (met als hoofdaandeelhouder de buitenlandse vennootschap T);

\- vennootschap Z (met als aandeelhouders de buitenlandse vennootschappen T en U). Naast haar operationele activiteiten was vennootschap Z een tiental jaren ook gedeeltelijk verantwoordelijk voor het beheer van de activiteit M binnen de groep Q. Deze activiteiten werd recent overgebracht naar de buitenlandse vennootschap T wat gepaard ging met een uitkering van vermogen;

\- vennootschap X (met als aandeelhouder vennootschap Y).

**4.** De buitenlandse vennootschap T is de holdingvennootschap van de groep, waar recent de activiteit M werd gecentraliseerd.

**5.** De internationale strategie van de groep Q bestaat erin om productieactiviteiten te centraliseren en integreren met het oog op verdere uitbouw en professionalisering.

**6.** Vanuit deze optiek is de groep voornemens om de drie Belgische operationele entiteiten, met name vennootschappen X, Y en Z, te fuseren in één entiteit (Newco).

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de toepassing van artikel 183bis, WIB 92*

**7.** De fusieverrichtingen zullen er tevens toe bijdragen dat:

\- klanten van vennootschappen X en Y, die in feite twee gelijkaardige eindproducten vervaardigen, niet voor elk product met een aparte leverancier dienen te onderhandelen;

\- het verwerken van de grondstof (door vennootschap Z) en de vervaardiging van het eindproduct (door vennootschap Y), die als complementaire activiteiten kunnen beschouwd worden, beter op elkaar afgestemd zullen zijn en aldus efficiënter zullen verlopen.

**8.** De aanvragers hebben bevestigd dat de voorgenomen verrichtingen geen impact zullen hebben op de tewerkstelling.

**9.** De fiscale aspecten van de reorganisatie kunnen als volgt worden samengevat:

\- vennootschappen X en Z zijn de laatste jaren winstgevend en beschikken over een belastbare basis. Vennootschap Y is de laatste jaren ook steeds winstgevend, maar de belastbare basis is telkens quasi nihil (op voordeel alle aard autokosten na) als gevolg van de aanwezigheid van fiscaal overgedragen verliezen;

\- vennootschappen X en Z beschikken niet over fiscaal overgedragen bestanddelen;

\- vennootschap Y beschikt over een bedrag aan overgedragen investeringsaftrek. Het aanwezige bedrag aan overgedragen investeringsaftrek zal geen beperking ondergaan n.a.v. de fusieverrichtingen;

\- vennootschap Y beschikt over een substantieel bedrag aan fiscaal overgedragen verliezen. In dit verband kan worden opgemerkt dat:

\- de fusieverrichtingen een fiscaal voordeel opleveren in die zin dat het een versneld gebruik van de (ingevolge artikel 206, § 2, WIB 92 gereduceerde) fiscaal overgedragen verliezen zal toelaten bij de fusievennootschap in vergelijking met een scenario waarbij vennootschap Y op stand alone basis zou verder gaan;

\- de voorafgaande recente uitkering van vermogen bij vennootschap Z een wezenlijke impact had op de fiscale nettowaarde van vennootschap Z die in het kader van onderhavige fusieverrichtingen relevant is voor de toepassing van artikel 206, §2, WIB 92, met als gevolg dat de verliesrecuperatie in het kader van de fusieverrichtingen aanzienlijk opgedreven wordt. In dit verband dient te worden opgemerkt dat:

\- kan worden aangenomen dat het gaat om operationele verliezen;

\- werd gestaafd dat voor deze uitkering van vermogen een niet-fiscaal motief voor handen is;

\- werd onderbouwd dat de timing met betrekking tot de uitkering van vermogen geen uitstaans heeft met de voorgenomen fusieverrichtingen;

\- de verliesrecuperatie getemperd zal worden door de kapitaalvermindering die voorafgaandelijk aan de retroactiviteitsdatum bij vennootschap Y zal doorgevoerd worden;

\- de berekening van de verliesbeperking in het kader van artikel 206, § 2, WIB 92 correct gebeurde door de aanvragers in die zin dat voor de fiscale nettowaarde van Newco bij de fusie met vennootschap Y werd rekening gehouden met het fusieresultaat ingevolge de voorafgaande fusie met vennootschap X en dat voor de fiscale nettowaarde van Newco bij de fusie met vennootschap Z werd rekening gehouden met het overgekomen vermogen vanuit vennootschap Y ingevolge de voorafgaande fusie;

\- aangezien Newco een nieuw op te richten vennootschap is, zal Newco niet over vrijgestelde reserves beschikken waarvoor nog openstaande herbeleggings- of investeringsverplichtingen gelden. De fusieverrichtingen hebben bijgevolg niet als doel om binnenkomende activa van de overgenomen vennootschappen te gaan aanwenden voor openstaande herbeleggings- of investeringsverplichtingen bij de overnemende vennootschap.

**10.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de fusieverrichtingen (zie randnummer 6) plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

### *III.B. Inzake de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92*

**11.** De voorgenomen verrichtingen kaderen binnen de zakelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de fusieverrichtingen.

**12.** Wat de daling van het eigen vermogen in hoofde van vennootschap Z betreft (als gevolg van de uitkering van vermogen), kan worden verwezen naar de beschouwingen in randnummer 9, 4 e bullet, 2 e pijl in het kader van de specifieke anti-misbruikbepaling.

**13.** Bijgevolg kan worden besloten dat het geheel van verrichtingen geen misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.

### *III.C. Inzake de retroactiviteit*

**14.** De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inz. t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

14.1 met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maand, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

14.2 en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

**15.** De fusieverrichtingen zullen plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit die de termijn van zeven maanden niet zal overschrijden.

**16.** In het kader van de in randnummer 14.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen of DBI door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande nr. 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). De aanvragers hebben bevestigd dat er geen uitzonderlijke verrichtingen zullen plaatsvinden tijdens de retroacitiviteitsperiode die een juiste toepassing van de belastingwetgeving in de weg zouden staan.

**17.** Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op fiscaal vlak kan worden aanvaard.

### *III.D. Inzake de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw*

**18.** Voor de drie fusies waarbij de vennootschappen X, Y en Z opgaan in Newco wordt de vraag gesteld of dit neutraal kan verlopen op het vlak van btw conform de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

**19.** Overeenkomstig artikel 11, W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

**20.** Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

**21.** Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch Btw Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

**22.** In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines, heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

**23.** De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

**24.** De vennootschappen X, Y en Z worden via fusie overgenomen door Newco.

**25.** Newco neemt alle activa en passiva over van de te fuseren vennootschappen. Het betreft met andere woorden telkens de overdracht van een algemeenheid van goederen.

**26.** Newco zal een belastingplichtige zijn die de btw, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, volledig in aftrek kan brengen.

**27.** Deze overdrachten ingevolge de fusieverrichting worden dan ook niet als een levering noch een dienst beschouwd conform de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

***III.E. Inzake artikel 117, § 2, W.Reg.***

**28.** Voor de drie fusies waarbij de vennootschappen X, Y en Z opgaan in Newco wordt tevens de vraag gesteld of dit neutraal kan verlopen op het vlak van registratierechten conform artikel 117, § 2, W.Reg.

**29.** De DVB merkt hierbij op dat voor het inroepen van het fiscaal neutrale karakter van fusies artikel 117, § 1, W.Reg. van toepassing is.

**30.** Volgens artikel 117, § 1 W.Reg. is het bij artikel 115 en 115*bis,* W.Reg. bepaalde recht niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit van goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

**31.** Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat:

\- de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen, en

\- eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.

**32**. In casu worden de vennootschappen X, Y en Z via fusies overgenomen door Newco. Dit betreft telkens de universaliteit van goederen en het zijn allemaal Belgische vennootschappen. Telkens bestaat de enige vergoeding uit aandelen, er is geen opleg in geld.

**33.** De voorwaarden om voor de fusies te kunnen genieten van de vrijstelling van artikel 117, § 1, W.Reg. zijn met andere woorden vervuld.

## Aangehaalde teksten

5

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
