---
title: "Voorafgaande beslissing 2018.0562 · Cafetariaplan, Directe belastingen"
description: "Cafetariaplan, Directe belastingen, Belastbaar tijdstip. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2018.0562 van 10 juli 2018."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2018-0562-cafetariaplan-directe-belastingen-belastbaar-tijdstip-faaa"
lang: "nl"
---

# Cafetariaplan, Directe belastingen, Belastbaar tijdstip · Cafetariaplan - Directe belastingen - Belastbaar tijdstip - BTW - Belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid - Maatstaf van heffing - Regels van de “normale waarde”

**Nummer**

2018.0562

**Datum**

10 juli 2018

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

153 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2018.0562 d.d. 10.07.2018

*Cafetariaplan* · *Directe belastingen* · *Belastbaar tijdstip*

*BTW* · *Belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid* · *Maatstaf van heffing* · *Regels van de “normale waarde”*

## Samenvatting

In het kader van het door de aanvrager beheerde cafetariaplan zullen de verkregen voordelen belast worden overeenkomstig de fiscale behandeling van het betreffende voordeel voorzien in de Belgische fiscale wetgeving.

Voor de beoordeling van het al dan niet belastbaar karakter van het door de begunstigde verkregen voordeel, dient men zich te plaatsen op het moment dat de begunstigde over het voordeel kan beschikken, zijnde op het moment van de effectieve terbeschikkingstelling of uitbetaling van een voordeel.

Wanneer de punten worden omgezet in voordelen (goederen en/of diensten) die binnen de werkingssfeer van de btw vallen, vindt het belastbaar feit plaats op het ogenblik van omzetting wanneer alle elementen van het gekozen voordeel bekend zijn (i.e. prijs, tarief, e.a.), dit zal met name het geval zijn wanneer de goederen en/of diensten effectief ter beschikking worden gesteld van de werknemer, en wordt de btw opeisbaar op het moment van de effectieve terbeschikkingstelling van het voordeel.

Bij de bepaling van de maatstaf van heffing tussen werkgever en werknemer zal rekening moeten worden gehouden met de ‘normale waarde’ van de verstrekte goederen of diensten, zoals die overeenkomstig het Btw-Wetboek is bepaald.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te willen bevestigen dat in het kader van het door de aanvrager beheerde cafetariaplan:

## *Wat de directe belastingen betreft:*

1.1. Voor de beoordeling van het al dan niet belastbaar karakter van het door de werknemer verkregen voordeel, men zich dient te plaatsen op het moment dat de werknemer effectief over het voordeel kan beschikken;

1.2. De middels de omzetting van de punten verkregen voordelen zullen belast worden overeenkomstig de fiscale behandeling van het betreffende voordeel voorzien in de Belgische fiscale wetgeving;

1.3. De aanvrager de gerelateerde kosten in aftrek kan nemen overeenkomstig de regels van toepassing op elk specifiek voordeel, op het moment dat de met het voordeel overeenstemmende kost zeker en vaststaand wordt in hoofde van de werkgever en aldus ook een definitief karakter krijgt;

1.4. De aanvrager haar fiscale verplichtingen inzake rapportering van inkomsten correct naleeft door het rapporteren van voormelde belastbare voordelen in de relevante loonfiches 281.10 en dit voor het jaar waarin de begunstigde het voordeel verkrijgt;

1.5. Indien de hierna vermelde grenzen en modaliteiten rond het gebruik van warranten worden nageleefd, er geen sprake is van een oneigenlijk gebruik van het warrantenplan;

1.6. De implementatie van een nieuw verloningsbeleid met inbegrip van een cafetariaplan gebaseerd op de in deze aanvraag beschreven principes geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344, §1, WIB 92.

## *Wat de btw betreft:*

1.7. De ‘funding’ van de punten buiten de werkingssfeer van de btw valt;

1.8. De ‘spending’ van de punten als een levering/dienst onder bezwarende titel wordt beschouwd in zoverre het gekozen voordeel binnen de werkingssfeer van de btw valt;

1.9. In het geval de omzetting van de punten naar het gekozen voordeel als een levering/dienst onder bezwarende titel dient beschouwd te worden, de btw opeisbaar wordt op het moment van de effectieve terbeschikkingstelling van het voordeel en dat de regels van de ‘normale waarde’ hierop van toepassing zijn;

1.10. De gekozen diensten/leveringen die binnen de werkingssfeer van de btw vallen bij eventuele facturatie aan de werkgever hun eigen btw-regeling ondergaan;

1.11. De werkgever, in zoverre de gekozen goederen/diensten geacht worden onder bezwarende titel te zijn verleend aan haar werknemers en behoudens specifieke aftrekbeperkingen, haar recht op aftrek zal kunnen uitoefenen overeenkomstig de algemene beginselen van [artikel 45, §1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) (hierna W.BTW).

## II. Beslissing

2\. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 en 22 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

3\. De aanvrager wenst een flexibel verloningsplan in te voeren waarbij werknemers de mogelijkheid krijgen om, binnen bepaalde grenzen, zelf hun loonpakket samen te stellen. De voornaamste objectieven hierbij zijn de implementatie van een performant retentiebeleid en inspelen op de persoonlijke behoeften van de werknemers bij de samenstelling van het loonpakket.

4\. De aanvrager bevestigt dat het plan wordt ingevoerd binnen het voorziene wettelijke kader en conform de hiërarchie van de rechtsnormen, waarbij zowel de loonbeschermingswet als de baremieke lonen en alle cao’s strikt worden gerespecteerd.

5\. Het flexibel verloningsplan gaat uit van een juridische omzetting van bepaalde actuele bezoldigingscomponenten naar een budget opgebouwd uit punten en bestaat uit twee luiken, meer bepaald de ‘funding’ en de ‘spending’.

6\. De actuele bezoldigingscomponenten die het budget (genaamd punten in het voorgelegde plan) zullen opbouwen zijn de volgende:

6.1. De 13 de maand, zoals voorzien door de sectorale cao, zal worden omgezet in punten;

6.2. De variabele verloning;

6.3. Het mobiliteitsbudget;

6.4. Exceptionele premies.

7\. Het gaat in geen geval om de vervanging van de maandelijkse vaste verloning. Ook het mobiliteitsbudget houdt geen omzetting van bestaande of toekomstige vaste verloning in, maar betreft het wagen- of mobiliteitsbudget bestaand op het moment van invoering van het flexibel verloningsplan.

8\. Vanaf de inschrijving van de punten op de punten account zullen de werknemers een keuze kunnen maken over hoe zij de punten willen besteden aan alternatieve looncomponenten (‘allocatie’ genaamd in het voorgelegde plan), waarna de eigenlijke toekenning van de gekozen voordelen zal plaatsvinden binnen bepaalde termijnen (de ‘omzetting’).

## *Wat de directe belastingen betreft:*

### *II.A. Belastbaar moment en fiscale behandeling van de voordelen in hoofde van de begunstigde werknemers en de aanvrager*

## II.A.1 Belastbaar moment

9\. Overeenkomstig artikel 31, tweede lid, 2°, WIB 92 zijn bezoldigingen van werknemers alle beloningen die voor de werknemer de opbrengst zijn van arbeid in dienst van een werkgever inzonderheid voordelen van alle aard verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid.

10\. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 360 WIB 92 wordt de voor een aanslagjaar verschuldigde belasting gevestigd op de inkomsten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft verkregen.

11\. Tot het belastbare tijdperk behoren de beroepsinkomsten, bestaande uit o.m. tijdens dat tijdperk aan de belastingplichtige betaalde of toegekende bezoldigingen (artikel 204, 3°, b), KB/WIB 92).

12\. Nr. 360/66 van de administratieve commentaar op het WIB 92 (hierna Com.IB 92) bepaalt het volgende: “De bezoldigingen van werknemers, van bestuurders en van werkende vennoten en de pensioenen, renten of toelagen moeten voor hun geheel worden aangerekend voor het jaar of het gedeelte van het jaar in de loop waarvan zij werden "*betaald of toegekend*" (artikel 204, 3°, b) en c), KB/WIB 92).

Deze bezoldigingen, pensioenen, renten of toelagen worden, ten name van de verkrijgers, aan de PB of aan de BNI onderworpen:

12.1. Voor het aanslagjaar dat het jaartal draagt van het jaar volgend op dat van de betaling of toekenning, indien de gronden voor belastbaarheid aanwezig waren op 31 december van het jaar van de betaling of van de toekenning;

12.2. Voor het aanslagjaar dat het jaartal draagt van het jaar van de betaling of van de toekenning, indien de gronden voor belastbaarheid zijn weggevallen vóór 31 december van dat jaar”.

13\. Nr. 360/67 Com.IB 92 bepaalt vervolgens: “*De toekenning en de betaling van de bezoldigingen, enz., vallen dikwijls samen. Opdat er toekenning is, in de fiscale betekenis van het woord, is het noodzakelijk dat de verkrijger werkelijk over de inkomsten kan beschikken; m.a.w., de inkomsten moeten onmiddellijk kunnen worden geïncasseerd (zie commentaar op artikel 273 WIB 92).”*

14\. Uit de aanvraag blijkt dat:

14.1. Het flexibel verloningsplan niet gaat om de vervanging van vaste maandelijkse verloning;

14.2. De personeelsleden een keuze moeten maken binnen het plan alvorens men een recht op enige vergoeding of voordeel kan laten gelden;

14.3. De punten die worden ingeschreven op de punten account kunnen gebruikt worden voor de zgn. ‘spending’ procedure, hetgeen de keuze voor een specifiek voordeel en de omzetting in het gekozen voordeel inhoudt;

14.4. Een punt louter een niet-gewaarborgde en voorwaardelijke belofte vertegenwoordigt om een toekomstig voordeel te kunnen verkrijgen;

14.5. Zolang de begunstigde geen allocatie van zijn punten doet en zijn punten derhalve niet omzet, de werkelijke waarde van het voordeel niet gekend is;

14.6. Een punt de begunstigde in staat stelt om een bepaald voordeel (in natura of speciën) te verkrijgen naar keuze uit een lijst van welomschreven voordelen, tegen afstand van een bepaald aantal punten. Het benodigde aantal zal echter afhangen van de door de aanvrager bepaalde omzettingskoers die voor elk voordeel verschilt en kan eveneens fluctueren in de tijd;

14.7. Zolang de finale omzetting niet heeft plaatsgevonden de inschrijvingen op de puntenrekening niet inruilbaar zijn, noch overdraagbaar aan derden;

14.8. De puntenrekening kan niet door de begunstigde gebruikt worden om mogelijke uitstaande debets of credits met de aanvrager die vallen buiten de werkingssfeer van het cafetariaplan te compenseren;

14.9. De inschrijvingen op de puntenrekening geen bijkomende inkomsten genereren onder de vorm van interesten of dividenden;

14.10. De punten worden toegekend onder opschortende voorwaarde van tewerkstelling tot op het moment van de omzetting, bepaalde omstandigheden uitgezonderd.

15\. In het onderhavig geval kunnen de begunstigde werknemers van het cafetariaplan pas reëel en effectief over inkomsten beschikken na het moment van omzetting van de punten. Het is slechts na de omzetting van de punten, in casu op het moment van de effectieve terbeschikkingstelling of uitbetaling van het gekozen voordeel, dat de betrokkene werkelijk over inkomsten kan beschikken, waardoor slechts op dat moment belastbaarheid in hoofde van de begunstigde werknemer ontstaat.

## II.A.2 Fiscale behandeling van de voordelen

16\. De verschillende voordelen voorzien binnen het betrokken flexibel verloningsplan (opleidingen, warranten, extralegale vakantiedagen, gebruik van ICT-materiaal, terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen, abonnement op het openbaar vervoer, terbeschikkingstelling van een bedrijfsfiets, speciën, aanvullingen op ziekte- en hospitalisatieverzekeringen en aanvullende kinderbijslag) zullen hun eigen fiscale behandeling en waardering ondergaan, op basis van de normale fiscale bepalingen terzake, waarvan de voornaamste hieronder worden vermeld.

*A. Opleidingen*

17\. Het plan laat de werknemer niet toe om in te schrijven op louter niet-beroepsmatige opleidingen, welke een voordeel van alle aard zouden uitmaken in hoofde van de verkrijger.

18\. Opleidingen die rechtstreeks verband houden met de concrete professionele activiteit van de betrokkene zijn in hoofde van de medewerker niet belastbaar, en vormen in hoofde van de werkgever een aftrekbare beroepskost (kosten eigen aan de werkgever).

19\. Opleidingen die weliswaar in het kader van de tewerkstelling worden aangeboden, maar geen direct verband houden met de concrete professionele activiteit van de betrokkene, zijn niet aftrekbaar als beroepskost voor de werkgever, maar zijn wel vrijgesteld van belastingen in hoofde van de medewerker als sociaal voordeel, mits aan alle voorwaarden ter zake is voldaan. Zij zijn derhalve niet als beroepskosten aftrekbaar in hoofde van de aanvrager ingevolge artikel 53, 14° WIB 92.

*B. Inschrijving op een warrantenplan*

20\. Er kan worden verwezen naar de bepalingen inzake aandelenopties vermeld in de artikelen 41 tot 47 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, in zover dat de toegekende warranten binnen het toepassingsgebied van deze artikels zullen vallen, alsmede naar de begrenzingen inzake oneigenlijk gebruik zoals vermeld onder randnummers 45 tot 48.

21\. Wanneer het om opties gaat die genoteerd of verhandeld worden op een beurs, hetgeen volgens de aanvrager het geval is, wordt het belastbare voordeel bepaald op grond van de laatste slotkoers van de optie die voorafgaat aan de dag van het aanbod conform artikel 43, §2 van voormelde wet.

*C. Extralegale vakantiedagen*

22\. Het loon dat wordt doorbetaald tijdens een extralegale vakantiedag vormt een belastbare bezoldiging in de zin van artikel 31, tweede lid, 1° WIB 92 en als dusdanig een aftrekbare beroepskost in hoofde van de werkgever overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 49, 52, 3° en 57 WIB 92.

*D. Terbeschikkingstelling van ICT materiaal*

23\. Het belastbare voordeel wegens het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde PC, tablet, internetaansluiting, mobiele telefoon of vast of mobiel telefoonabonnement dient te worden vastgesteld op basis van artikel 18, §3, 10, KB/WIB 92 (ingevoerd per koninklijk besluit van 2 november 2017), van toepassing op de voordelen waarover een belastingplichtige vanaf 1 januari 2018 beschikt.

24\. De kosten verbonden aan de terbeschikkingstelling van ICT, zoals omschreven in de aanvraag en gelet op de maximale toegelaten combinaties, vormen aftrekbare beroepskosten in hoofde van de vennootschap overeenkomstig de bepalingen van artikel 49, artikel 52, 3° en artikel 57 WIB 92.

*E. Terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen*

25\. Het belastbare voordeel voor het persoonlijk gebruik van de bedrijfswagen wordt forfaitair vastgesteld op basis van artikel 36, §2, WIB 92. In dit voordeel is het voordeel van de door de werkgever verstrekte tankkaart inbegrepen, wanneer een werkgever zowel een bedrijfswagen als een tankkaart ter beschikking stelt.

26\. De elektriciteit die wordt verstrekt door de werkgever voor het opladen van de elektrische bedrijfswagen wordt geacht begrepen te zijn in het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van de bedrijfswagen (PV nr. 818 van Luk Van Biesen van 20 maart 2014, QRVA 53/159, blz. 309).

27\. Het gebruik van een ter beschikking gestelde laadpaal voor het opladen van de elektrische bedrijfswagen geeft evenmin aanleiding tot een bijkomend voordeel van alle aard.

28\. Wat betreft de aftrek van kosten voor de terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen (met tankkaart) dient men in het algemeen rekening te houden met de bepalingen van artikel 66, §1, 198, §1, 9° en 9°bis en 198bis WIB 92.

*F. Abonnement op het openbaar vervoer voor woon-werkverplaatsingen (met derdebetalersregeling)*

29\. Artikel 38, §1, 9°, a), WIB 92 bepaalt dat voor de werknemer wiens beroepskosten forfaitair worden bepaald, de vergoedingen die de werkgever toekent als terugbetaling of betaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling voor het volledige bedrag worden vrijgesteld indien de werknemer die verplaatsing maakt met het openbaar vervoer.

30\. In zoverre de werknemer zich dus met het openbaar vervoer naar het werk verplaatst en zijn beroepskosten forfaitair worden bepaald, is de werkgeverstussenkomst in de abonnementskosten voor het openbaar vervoer volledig vrijgesteld.

31\. De tussenkomst is aftrekbaar in hoofde van de werkgever.

*G. Terbeschikkingstelling van een fiets*

32\. Op basis van artikel 38, §1, 14°, b), WIB 92 wordt het voordeel dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling door de werkgever van een rijwiel of speed pedelec en de toebehoren, met inbegrip van onderhouds- en stallingskosten vrijgesteld, op voorwaarde dat deze gebruikt wordt voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling.

33\. De vrijstelling heeft betrekking op het volledige voordeel dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een rijwiel of speed pedelec die daadwerkelijk voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. Indien deze gebruikt wordt voor de woon-werkverplaatsing, dan is ook het zuivere privé-gebruik ervan (tijdens weekend, vakantie, …) vrijgesteld van belasting.

34\. Overeenkomstig artikel 64ter, 3°, a), WIB 92 zijn de kosten die specifiek zijn gedaan of gedragen door de werkgever om het gebruik van de fiets door de personeelsleden voor hun verplaatsingen tussen hun woonplaats en hun plaats van tewerkstelling aan te moedigen ten belope van 120 % aftrekbaar, in zoverre het kosten betreft die zijn gedaan of gedragen om rijwielen of speed pedelecs en hun toebehoren te verwerven, te onderhouden en te herstellen die ter beschikking gesteld worden van personeelsleden.

35\. Financieringskosten komen niet in aanmerking voor de 120 % aftrek (Com.IB 92 nr. 64ter/55).

*H. Premie in speciën*

36\. Indien een medewerker ervoor kiest om (een deel van) het budget te laten uitbetalen in speciën, zal dit kwalificeren als een belastbare bezoldiging in de zin van artikel 31, tweede lid, 1° WIB 92 en is het als dusdanig aftrekbaar in hoofde van de aanvrager overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 49, 52, 3° en 57 WIB 92.

*I. Uitbreiding dekking collectieve hospitalisatieverzekering en verzekering ambulante medische zorgen*

37\. De medewerker heeft de mogelijkheid om te kiezen voor een bijkomende dekking binnen de bestaande collectieve hospitalisatieverzekering en/of voor een aanvullende dekking voor ambulante medische of tandheelkundige zorgen, tegen de omruiling van punten.

38\. Hiertoe zijn er verschillende keuzemogelijkheden:

38.1. Uitbreiding van de bestaande hospitalisatieverzekering naar de inwonende gezinsleden van de medewerkers;

38.2. Aanvullende dekking voor ambulante medische kosten (al dan niet inclusief de inwonende gezinsleden);

38.3. Aanvullende dekking voor tandheelkundige zorgen (al dan niet inclusief de inwonende gezinsleden).

39\. Tegen omzetting van een bepaald aantal punten, zal de werkgever de bijkomende premies voor deze aanvullende dekkingen ten laste nemen.

40\. Voor de fiscale behandeling van de premies en uitkeringen van deze collectieve verzekeringen kan worden verwezen naar de administratieve richtlijnen dienaangaande, zoals weergegeven in de circulaires nr. Ci.RH.332/577.284 (AOIF 14/2006) d.d. 14.04.2006 en Ci.RH.332/583.327 (AOIF nr. 42/2010) d.d. 20.05.2010 (inzonderheid randnummers 12 tot 25).

*J. Betaling van aanvullende kinderbijslag*

41\. De aanvullende kinderbijslag die door de aanvrager betaald wordt aan de werknemers of bedrijfsleiders wordt beschouwd als een belastbare bezoldiging in de zin van artikel 31, tweede lid, 1° WIB 92 of artikel 32, tweede lid, 1° WIB 92.

42\. Deze aanvullende vergoeding is aftrekbaar als bezoldiging in hoofde van de aanvrager overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 49, 52, 3° en 57 WIB 92.

## *II. B. Aftrekbaarheid van de kosten in hoofde van de werkgever*

43\. De aanvrager kan de kosten gerelateerd aan de voordelen in aftrek nemen overeenkomstig de normale regels en eventuele aftrekbeperkingen van toepassing op elk specifiek voordeel (ingevolge de bepalingen van artikel 49 en volgende WIB 92), op het moment dat de met het voordeel overeenstemmende kost zeker en vaststaand wordt in hoofde van de werkgever. De voornaamste bepalingen worden onder rubriek II.A.2. vermeld.

## *II. C. Rapporteringsverplichting overeenkomstig artikel 57 WIB 92*

44\. De aanvrager zal de verplichtingen inzake rapportering van inkomsten op basis van artikel 57 WIB 92 correct naleven door het rapporteren van voormelde belastbare voordelen in individuele fiches met betrekking tot de respectievelijke jaren waarin de begunstigde de omzetting van de punten doet en de voordelen aldus worden toegekend.

### *II.D. Afwezigheid oneigenlijk gebruik van de warrantenplannen*

45\. In de voorafgaande beslissingen inzake optie- en warrantenplannen wordt onder andere voorzien dat de toekenning van warranten/opties niet disproportioneel (wat het bedrag en de frequentie betreft) mag zijn ten opzichte van de bezoldiging die normaal wordt toegekend.

46\. In zijn geheel, mag de omzetting van units in warranten of opties op jaarbasis niet meer dan 20% van het totale verloningspakket uitmaken, opdat de omzetting geen aanleiding geeft tot het ontstaan van een oneigenlijk gebruik in de zin van de bepalingen van de voorafgaande beslissingen met betrekking tot de optie- of warrantenplannen. Het totale verloningspakket op jaarbasis wordt als volgt gedefinieerd:

46.1. Het bruto *(1)* maandloon x 12,92 uitbetalingen (= inclusief vakantiegeld);

---

*\[(1) Zijnde het loon vóór aftrek van de sociale zekerheidsbijdragen in hoofde van de werknemer, exclusief werkgeversbijdragen\]*

---

46.2. Het bedrag van het zgn. “keuzebudget” (overeenstemmend met de vroegere bruto *(2)* 13de maand);

---

*\[(2) Idem\]*

---

46.3. De bruto *(3)* variabele verloning.

---

*\[(3) Idem\]*

---

47\. Ten einde vast te stellen dat het grensbedrag zoals bepaald volgens de voorgaande paragraaf niet wordt overschreden moet men met de werkelijke waarde van de warranten of opties rekening houden.

48\. De bovenstaande omzetting van punten in aandelenopties of warranten, binnen de grenzen voorzien in randnummer 46, is niet disproportioneel in de zin van de bepalingen van de voorafgaande beslissingen met betrekking tot de optie- en warrantenplannen en geeft zodoende geen aanleiding tot het ontstaan van een oneigenlijk gebruik van de optie- of warrantenplannen waarop de toekenning is gebaseerd.

### *II.E. Artikel 344, §1, WIB 92*

49\. De invoering van het flexibel verloningsplan is ingegeven door verscheidene doelstellingen:

49.1. De implementatie van een performant retentiebeleid door het loonbeleid te moderniseren, waarbij de werkgever competitief wil blijven op de arbeidsmarkt en goede werknemers in dienst wenst te houden;

49.2. Het inspelen op de behoefte van de werknemers om steeds meer zelf een keuze te maken op basis van hun privé-situatie en hun persoonlijke behoeften, waardoor de noodzaak bestaat om het huidige verloningspakket te flexibiliseren;

49.3. Employer branding, waarbij de werkgever verder wil bouwen aan een aantrekkelijke omgeving en een modern imago wenst te cultiveren teneinde de werknemers te behouden, maar ook nieuw talent aan te trekken.

50\. Op basis van het voormelde is de voorgelegde verrichting verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, §1 WIB 92.

## Wat de btw betreft:

### *II.F. De ‘funding’ of toekenning van punten*

51\. De ‘funding’ van punten door de werkgever op een puntenrekening valt buiten de werkingssfeer van de btw aangezien op het moment van de ‘funding’ het te verkrijgen voordeel, zijnde de werkelijke tegenprestatie of het belastbaar feit, nog niet gekend is. Op het moment van de ‘funding’ zijn er geen of nauwelijks relevante elementen bekend omtrent het te verkrijgen voordeel, noch bij de werknemer, noch bij de werkgever. Het is daarom ook nog niet mogelijk om de (eventuele) btw-gevolgen te bepalen op het moment van de ‘funding’ van punten.

52\. Zoals hiervoor beschreven, kunnen de punten later, op het moment van ‘spending’, mogelijk ingeruild worden tegen extra vakantiedagen, cash of andere voordelen in natura. In bepaalde omstandigheden, namelijk eenzijdige verbreking van de arbeidsovereenkomst, zullen de punten zelfs verloren gaan. Daarnaast is de eenheidswaarde van een punt op het moment van ‘funding’ nog onbekend. Deze zal pas later vastgesteld kunnen worden in functie van het gekozen voordeel, maar ook in functie van andere factoren zoals het moment waarop het voordeel wordt aangevraagd.

53\. Bijgevolg valt de ‘funding’ van punten buiten de werkingssfeer van de btw. Dit is in overeenstemming met de principes van artikel 2 W.BTW, de gevestigde rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zie onder meer H.v.J. 16.12.2010, [C-270/09](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-270-09-arrest), Mc Donald Resorts, http://curia.europa.eu) en ook al met de nieuwe regels van de voucherrichtlijn (Richtlijn (EU) 2016/1065 van de Raad van 27.06.2016 tot wijziging van de Richtlijn 2006/112/EG wat de behandeling van vouchers betreft, Pb.L 01.07.2016, afl. 177, 9) die moeten zijn omgezet uiterlijk op 31.12.2018 en zullen gelden voor vouchers die worden uitgegeven na 31.12.2018.

### *II.G. De ‘spending’ of omzetting van punten*

54\. Wanneer de punten worden omgezet in voordelen (goederen en/of diensten) die binnen de werkingssfeer van de btw vallen, zullen zij onderworpen zijn aan de btw-regeling die geldt voor elk van deze voordelen.

55\. Het belastbaar feit zal plaatsvinden op het ogenblik van omzetting wanneer alle elementen van het gekozen voordeel bekend zijn (i.e. prijs, tarief, e.a.), dit zal met name het geval zijn wanneer de goederen en/of diensten effectief ter beschikking worden gesteld van de werknemer.

56\. De werkgever zal de btw voldoen overeenkomstig de btw-regeling die van toepassing is op het gekozen voordeel.

## II.G.1 Tijdstip van opeisbaarheid

57\. Overeenkomstig de artikelen 16 en 22 W.BTW wordt de btw opeisbaar op het moment van het belastbaar feit. In de regel zal het belastbaar feit plaatsvinden op het moment van omzetting van de punten, met name wanneer alle elementen van het gekozen voordeel bekend zijn.

58\. Voor de levering van goederen is dat in de regel het moment waarop het goed ter beschikking wordt gesteld van de verkrijger (artikel 16, §1 W.BTW) en bij diensten op het tijdstip waarop de dienst is verricht (artikel 22, §1 W.BTW).

59\. In afwijking op deze regel wordt de btw opeisbaar bij uitreiking van de factuur, ongeacht of de uitreiking plaatsvindt vóór of na het belastbaar feit (artikel 17, §1 W.BTW en artikel 22bis, §1 W.BTW).

60\. Voor handelingen met particulieren, en werknemers worden in casu als particulieren beschouwd, voorziet het Btw-Wetboek erin dat voor de leveringen van goederen en diensten waarvoor geen facturatieplicht geldt, de btw pas opeisbaar wordt op het ontvangen bedrag op het tijdstip waarop de betaling (of een deel ervan) ontvangen wordt (artikel 17, §3 W.BTW en artikel 22bis, § 3 W.BTW).

61\. De afhouding van de punten van de rekening van de begunstigde werknemer wordt aldus als ‘betaling’ beschouwd en dus als tijdstip waarop de btw opeisbaar wordt. Dit is in de regel het moment van de effectieve terbeschikkingstelling van het voordeel.

## II.G.2 Maatstaf van heffing

62\. Op grond van artikel 26 W.BTW wordt voor de leveringen van goederen en de diensten de belasting berekend over alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van die handelingen verband houden.

63\. In afwijking van artikel 26 W.BTW, is de maatstaf van heffing voor de levering van goederen of de diensten de normale waarde zoals die overeenkomstig artikel 32 W.BTW is bepaald indien:

\- de tegenprestatie lager is dan de normale waarde;

\- de afnemer van de levering van goederen of de dienst geen volledig recht op aftrek heeft van de verschuldigde belasting;

\- de afnemer verbonden is met de leverancier van de goederen of de dienstverrichter ingevolge een arbeidsovereenkomst, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad of als vennoot, lid of bestuurder van de vennootschap of rechtspersoon, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad.

64\. Als normale waarde in de zin van artikel 32 W.BTW wordt beschouwd het volledige bedrag dat een afnemer in de handelsfase waarin de levering van goederen of de dienst wordt verricht, bij eerlijke concurrentie zou moeten betalen aan een onafhankelijke leverancier of dienstverrichter op het grondgebied van het land waar de handeling belastbaar is, om de desbetreffende goederen of diensten op dat tijdstip te verkrijgen.

In afwijking daarvan, en bij ontstentenis van een vergelijkbare verrichting, mag de normale waarde van een levering niet lager zijn dan de aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, berekend op het tijdstip waarop de levering wordt verricht, en, met betrekking tot een dienst, een waarde die niet lager is dan de voor het verrichten van die dienst gemaakte uitgaven.

65\. In het onderhavige geval zal de maatstaf van heffing van de handelingen verricht door de werkgever in het kader van het te implementeren cafetariaplan, minstens gelijk zijn aan de monetaire waarde van de punten omgezet door de werknemer (uitgaande van het principe dat 1 punt gelijk is aan 1 euro) verminderd met het bedrag van de btw met betrekking tot die goederenleveringen en diensten, berekend tegen het btw-tarief toepasselijk op de bedoelde goederenleveringen en diensten. Met andere woorden, het bedrag van de punten omgezet door de werknemer moet worden beschouwd als een bedrag btw inbegrepen.

66\. Als deze maatstaf van heffing echter niet overeenstemt met de normale waarde, wordt deze maatstaf van heffing dan verhoogd tot deze normale waarde, ervan uitgaande dat, rekening houdend met de goederen en de diensten die kunnen verkregen worden via het cafetariaplan, het over het algemeen mogelijk zal zijn het bedrag te bepalen dat de werknemer bij eerlijke concurrentie in de fase van het finaal verbruik had moeten betalen aan een onafhankelijke leverancier of dienstverrichter. Dit bedrag zal niet noodzakelijk overeenstemmen met het bedrag dat werd voldaan door de werkgever om de betreffende goederen of diensten te verkrijgen.

### *II.H. Recht op aftrek van voorbelasting in hoofde van de werkgever*

67\. De werkgever zal zijn recht op aftrek op de facturen van derden-leveranciers uitoefenen overeenkomstig de algemene regels van het recht op aftrek van artikel 45, §1 W.BTW. In zoverre het de aanrekening betreft van voordelen die eerder door de externe dienstverlener werden aangekocht bij deze derden-leveranciers en deze voordelen binnen de werkingssfeer van de btw vallen, zal zij, tenzij voor het gekozen voordeel specifieke aftrekbeperkingen gelden (bijvoorbeeld artikel 45, §2 W.BTW), een volledig recht op aftrek van voorbelasting kunnen uitoefenen in de mate dat deze voordelen geacht worden om onder bezwarende titel ter beschikking gesteld te worden aan de werknemers.

68\. Indien de werkgever een beperkt recht op aftrek zou hebben omwille van haar gemengde activiteiten, dan zal zij bij de uitoefening van haar recht op aftrek rekening moeten houden met de principes van artikel 46, §1 en §2 W.BTW.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

[C-270/09, arrest van 16 december 2010](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-270-09-arrest) 1 voorkomen
