Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking, Retroactiviteit · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2018.0545 17 juli 2018

Zoeken

Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking, RetroactiviteitVENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Retroactiviteit - PERSONENBELASTING - Meerwaarde op aandelen - Divers inkomen - REGISTRATIERECHTEN - BTW

https://juriel.be/nl/rulings/2018-0545-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-splitsing-zakelijke-overwegingen-7dbf

Nummer
2018.0545
Datum
17 juli 2018

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

81 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2018.0545 d.d. 17.07.2017

VENNOOTSCHAPSBELASTING · Belastingneutrale splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking · Retroactiviteit

PERSONENBELASTING · Meerwaarde op aandelen · Divers inkomen

REGISTRATIERECHTEN

BTW

Samenvatting

De partiële splitsing van de vennootschap X, waarbij de activa en passiva niet dienstig voor de activiteit P worden afgesplitst naar een nieuwe vennootschap Y teneinde een instap van derden in een nieuw opgerichte holding boven Z financieel haalbaar te maken, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92. Inzake registratierechten geldt het nul procent tarief van artikel 115 en 115bis W.Reg. met het minimum van het algemeen vast recht (artikel 167 W.Reg.). Voor btw geldt een vrijstelling conform artikel 44 W.Btw.

De overdracht van de aandelen van de partieel gesplitste vennootschap X aan vennootschap Z door persoon A na de partiële splitsing zal niet worden belast op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1 de voorgenomen partiële splitsing van vennootschap X waarbij een gedeelte van het vermogen zal worden afgesplitst en ingebracht in een nieuw op te richten vennootschap, kan worden beschouwd als een verrichting die beantwoordt aan zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft zoals bedoeld in artikel 211, § 1, vierde lid, 3° juncto artikel 183bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);

1.2 de boekhoudkundige retroactiviteit op fiscaal vlak kan worden aanvaard en tegenstelbaar zal zijn aan de administratie;

1.3 de voormelde partiële splitsing valt onder de toepassing van artikel 115 en artikel 115bis van het federaal Wetboek der Registratierechten (hierna W.Reg.);

1.4 de voormelde partiële splitsing niet onderworpen is aan BTW aangezien de vrijstellingsregeling overeenkomstig de artikelen 44, § 2, 13° en 44, § 3, 1°, a) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.Btw) van toepassing is;

1.5 de geplande overdracht tegen werkelijke waarde van 747 aandelen vennootschap X (op een totaal van 750), thans in het bezit van de heer A aan de holdingvennootschap Z als een normale verrichting van beheer van privévermogen als bedoeld in artikel 90, 9° WIB 92 kan worden beschouwd;

1.6 voormelde overdracht tevens niet beschouwd zal worden als winst in de zin van artikelen 24 en 41 WIB 92, noch als bezoldiging conform artikel 32 WIB 92.

II. Beschrijving van de verrichtingen

2. Vennootschap X heeft volgende hoofdactiviteiten:

• activiteit P

• activiteit Q.

3. Vennootschap X bezit het vruchtgebruik op een onroerend goed (blote eigendom in handen van de heer A en mevrouw D).

4. Alle aandelen van vennootschap X zijn in handen van de heer A.

5. De heer A wenst de exploitatie van activiteit P verder uit te bouwen, te samen met enkele collega’s die ook op zelfstandige basis werken. Voor hen is het financieel niet haalbaar om toe te treden tot de bestaande vennootschap X gelet op de huidige omvang van het vermogen van de vennootschap

6. Met het oog op de afslanking van de vennootschap werd enerzijds reeds overgegaan tot een uitkering van de rekening courant schuld (lening) ten aanzien van de heer A en werd anderzijds een kapitaalvermindering doorgevoerd.

7. In het kader van de verdere afslanking van de vennootschap zal een partiële splitsing worden doorgevoerd waarbij alle actief –en passiefbestanddelen die niet gelinkt zijn aan de exploitatie P partieel worden afgesplitst naar Newco. Het vruchtgebruik op het schuldenvrije onroerend goed maakt deel uit van de partieel af te splitsen bestanddelen. Er zal een huurovereenkomst worden afgesloten tussen de nieuw op te richten vennootschap en de partieel gesplitste vennootschap X teneinde een deel van het onroerend goed ter beschikking te stellen voor de exploitatie P. Een marktconforme huur zal worden aangerekend.

8. In vennootschap X worden enkel alle activa en passiva behouden die noodzakelijk zijn voor de exploitatie P. Er werd voor geopteerd om deze activiteiten te behouden in de bestaande vennootschap (in plaats van afsplitsing van deze activiteiten naar Newco) teneinde de administratieve lasten tot een minimum te beperken. De vennootschap zal functioneren als een middelenvennootschap.

9. In een volgende stap wordt een overkoepelende holding Z gecreëerd waarbij in eerste instantie de heer A en zijn twee collega’s B en C elk 33% zullen aanhouden. Bij de eventuele toetreding van nieuwe collega’s in de holdingvennootschap zal erover gewaakt worden dat elk over een gelijke participatie beschikt in de holdingvennootschap Z.

10. Vervolgens zal de holding de aandelen van de partieel gesplitste vennootschap X aankopen.

11. Vennootschap X stelt personeel tewerk. Het personeel zal niet overgaan ingevolge de partiële splitsing. De aanvragers hebben ook bevestigd dat de geplande partiële splitsing geen impact zal hebben op de tewerkstelling.

III. Beslissing

III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92

12. De fiscale aspecten van de reorganisatie kunnen als volgt worden samengevat:

• vennootschap X was de laatste jaren steevast winstgevend en beschikte steeds over een belastbare basis;

• de vennootschap beschikt niet over fiscaal overgedragen bestanddelen (overgedragen fiscale verliezen, overgedragen investeringsaftrek, overgedragen aftrek voor risicokapitaal en/of DBI-overschotten). Aangezien Newco een nieuw op te richten vennootschap zal zijn, zal dit evenmin het geval zijn voor Newco;

• er is geen intentie aanwezig om na de partiële splitsing over te gaan tot de overdracht van de aandelen Newco aan derden;

• de combinatie van een partiële splitsing gevolgd door een verkoop van alle aandelen van de partieel gesplitste vennootschap X levert een fiscaal voordeel op het vlak van de vennootschapsbelasting in vergelijking met de gewone verkoop aan een derde (omzetten van meerwaarden op activa in meerwaarden op aandelen). De aandelen van de vennootschap X zullen na de partiële splitsing worden verkocht aan de holdingvennootschap Z. Teneinde te onderbouwen dat de aandelenverkoop geen fiscaal motief uitmaakt in het kader van de partiële splitsing, verbindt de heer A er zich toe de volledige verkoopprijs te herinvesteren. Deze bedragen zullen worden aangewend met het oog op duurzame investeringen in onroerend goed. Het dient te gaan om materiële vaste activa.

13. De aanvragers hebben bevestigd dat de bepalingen van artikel 213 WIB 92 zullen worden nageleefd naar aanleiding van de partiële splitsing. Dit blijkt tevens uit de overgemaakte splitsingsstaat.

14. Uit de overgemaakte prognoses blijkt dat vennootschap X en Newco verwacht worden winstgevend te zijn na doorvoering van de partiële splitsing.

15. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

16. De aanvragers hebben bevestigd dat de partiële splitsing overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen zal verlopen. Newco zal een Belgische vennootschap zijn.

17. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van vennootschap X belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

18. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummer 12, 3de bullet, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van Newco.

III.B. Inzake de retroactiviteit

19. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

19.1 met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maand, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

19.2 en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

20. De partiële splitsing zal plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden.

21. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen uitzonderlijke verrichtingen zullen worden gesteld tijdens de retroactiviteitsperiode en dat er evenmin verliezen zullen worden geleden tijdens deze periode. Vennootschap X beschikt evenmin over DBI-overschotten.

22. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op fiscaal vlak kan worden aanvaard.

III.C. Inzake artikel 115 en 115bis W.Reg.

23. Artikel 115 W.Reg. bepaalt dat aan een recht van 0 procent wordt onderworpen de inbreng van roerende goederen in burgerlijke of handelsvennootschappen waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, onverschillig of de inbreng bij de oprichting van de vennootschap of naderhand plaats heeft. Het recht wordt vereffend op het totaalbedrag van de inbrengen.

24. Artikel 115bis W.Reg. bepaalt dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend worden of bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de Lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0 procent worden onderworpen.

25. Artikel 120 W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in een vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, wordt onderworpen aan de rechten zoals ze in het betreffend hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben.

Zo een inbreng meteen onroerende goederen vermeld in artikel 115bis W.Reg en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst.

26. In casu worden via partiële splitsing zowel roerende als onroerende goederen (liquide middelen, vruchtgebruik op een onroerend goed, geldbeleggingen, een wagen en financiële vaste activa) afgesplitst naar een nieuwe Belgische vennootschap (newco). Aan de nationaliteitsvereiste voor de toepassingen van de artikelen 115 en 115bis W.Reg. is met andere woorden voldaan.

27. Vermits er sprake is van een overname van passief, met name overdracht huurwaarborgen en ‘te betalen tax shelter’, is een aftoetsing van artikel 120 W.Reg. relevant. De aanvragers verklaren hierbij dat ‘te betalen tax shelter’ niet meer aanwezig zal zijn op het moment van het verlijden van de akte. Verder kan de DVB bevestigen dat de overdracht van de huurwaarborgen in casu niet als een schuld moet worden aanzien in de context van artikel 120 W.Reg. De aanvragers bevestigen tenslotte nogmaals dat er geen schulden worden overgedragen op de datum van het verlijden van de notariële akte, noch enige opleg in geld betaald zal worden, zodat de afsplitsing volledig schuldenvrij zal zijn en louter vergoed wordt in maatschappelijke rechten. Er dient dus geen voorbehoud inzake artikel 120 W.Reg. gemaakt te worden.

28. De DVB kan dan ook bevestigen dat de overdracht van de roerende en onroerende goederen ingevolge de partiële splitsing te registreren is aan het evenredig recht van 0 procent met het minimum van het algemeen vast recht overeenkomstig de artikelen 115 en 115bis juncto 167 W.Reg.

29. De onroerende goederen waarop de overdracht betrekking heeft, zijn gelegen in het Vlaams Gewest.

30. De DVB spreekt zich met deze beslissing niet uit over de bepalingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).

III.D. Inzake artikel 44 W.Btw

31. De aanvragers melden dat zij zich ingevolge de overdracht van de af te splitsen bestanddelen niet kunnen beroepen op het vrijstellingsregime zoals voorzien in de artikelen 11 en 18, § 3 W.Btw.

32. Niettemin wensen de aanvragers op te merken dat de overdracht van de bestanddelen niet onderhevig is aan btw aangezien deze beschouwd kan worden als een levering van goederen die uitsluitend ten behoeve van een op grond van artikel 44 W.Btw vrijgestelde activiteit werden aangewend en voor al deze goederen geen recht op aftrek is genoten (artikel 44, § 2, 13° W.Btw).

33. De aanvragers melden ook dat van de belasting tevens zijn vrijgesteld de levering van uit hun aard onroerende goederen (artikel 44, § 3, 1°, a) W.Btw).

34. De DVB kan bevestigen dat de overdracht van de roerende en onroerende goederen ingevolge de partiële splitsing is vrijgesteld van btw conform artikel 44, § 2, 13° en § 3, 1°, a) W.Btw.

III.E. Inzake artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92

35. Het onderbrengen van de activiteit in een vennootschap is destijds niet gebeurd met toepassing van het vrijstellingsregime van artikel 46 WIB 92. De oprichting is gebeurd middels een inbreng in geld waarna de goodwill en activa werden verkocht aan de vennootschap (quasi-inbreng). De aandelen van vennootschap X behoren bijgevolg tot het privé-vermogen (geen beroepsaandelen).

36. Na de partiële splitsing zullen de aandelen van de partieel gesplitste vennootschap X worden verkocht aan de holdingvennootschap Z. Deze verrichting kan worden beschouwd als een normale verrichting van beheer privé-vermogen gelet op de volgende elementen:

• de aandelen van vennootschap X zijn reeds van bij de oprichting in handen van de heer A;

• het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

• de verkoop dient gesitueerd te worden binnen de zakelijke motieven die ten grondslag liggen aan de reorganisatie;

• de vennootschap werd voorafgaand ontdaan van overtollige liquiditeiten.

37. De verkoop van de aandelen van de partieel gesplitste vennootschap X zal niet worden belast op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

III.F. Inzake de artikelen 24, 32 en 41 WIB 92

38. De betrokken aandelen behoren tot het privé-vermogen van de heer A (zie titel III.E.) en betreffen geenszins activa die voor de beroepswerkzaamheid gebruikt worden, zodat de artikelen 24 en 41 WIB 92 geen toepassing vinden.

39. De eventuele meerwaarde die door de heer A bij de verkoop aan de holdingvennootschap Z zal gerealiseerd worden is geen beloning die de opbrengst vertegenwoordigt van zijn opdracht of taak als bestuurder zodat zij niet als een bezoldiging in de zin van artikel 32, WIB 92 kan beschouwd worden. De waardering van de aandelen is niet gebaseerd op het verkregen loon van de heer A.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 442 voorkomens