---
title: "Voorafgaande beslissing 2018.0420 · Belasting van niet-inwoners"
description: "Belasting van niet-inwoners, Inbreng van een Belgische inrichting, Anti-misbruikbepaling. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2018.0420 van 19 juni 2018."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2018-0420-belasting-inwoners-inbreng-belgische-inrichting-eee7"
lang: "nl"
---

# Belasting van niet-inwoners, Inbreng van een Belgische inrichting, Anti-misbruikbepaling · Belasting van niet-inwoners - Inbreng van een Belgische inrichting - Anti-misbruikbepaling - BTW - Overdracht van een algemeenheid van goederen

**Nummer**

2018.0420

**Datum**

19 juni 2018

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

44 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2018.0420 d.d. 19.06.2018

*Belasting van niet-inwoners* · *Inbreng van een Belgische inrichting* · *Anti-misbruikbepaling*

*BTW* · *Overdracht van een algemeenheid van goederen*

## Samenvatting

De inbreng door een buitenlandse vennootschap A van haar Belgische inrichting in een bestaande binnenlandse groepsvennootschap NV B valt onder de toepassing van artikel 231, §3, WIB 92.

Het geheel van de voorgenomen herstructureringsverrichtingen (inbreng van de Belgische inrichting gevolgd door de overdracht van de in ruil voor de voormelde inbreng nieuw uitgegeven aandelen van de NV B binnen de groep) heeft niet tot gevolg dat de fiscale neutraliteit van de inbreng van de Belgische inrichting door de buitenlandse vennootschap A in de binnenlandse vennootschap NV B in het gedrang komt op grond van artikel 344, §1, WIB 92.

De voormelde inbreng van de Belgische inrichting valt onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1.1. De inbreng van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A in de binnenlandse vennootschap NV B onder de toepassing van artikel 231, §3 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) valt en dus belastingneutraal zal kunnen doorgaan;

1.2. Het geheel van de voorgenomen herstructurering (zijnde stappen 1 tot en met 2B) niet tot gevolg heeft dat de fiscale neutraliteit van de inbreng van de Belgische inrichting in het gedrang komt op grond van de algemene antimisbruikbepaling zoals vervat in artikel 344, §1, WIB 92;

1.3. De voormelde inbreng van de Belgische inrichting onder het toepassingsgebied van de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, §3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna BTW) valt, aangezien de verrichting kwalificeert als een overdracht van een algemeenheid van goederen voor BTW doeleinden.

## II. Omschrijving van de verrichtingen

2\. De NV B is een Belgische operationele entiteit van de groep X.

3\. De subgroep Y, die in het verleden door de groep X werd overgenomen, heeft complementaire activiteiten. C is een Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A die behoort tot deze subgroep Y.

4\. Er werd door de groep X besloten het aantal juridische entiteiten via dewelke de groep in Europa actief is, te rationaliseren door de entiteiten van subgroep Y te integreren in de equivalente entiteiten van X en Y te exploiteren als een afdeling van de lokale X-entiteit. Deze herstructurering van de groep zal zorgen voor een vereenvoudiging van de structuur, wat zal resulteren in diverse synergiën, één aanspreekpunt voor de klanten, vereenvoudiging van koppelverkoop, kostenvermindering en een beter informatiebeheer.

5\. Opdat de groep X de Europese Y-entiteiten kan integreren in de X-entiteiten en deze kan exploiteren als een divisie van de lokale X-entiteit, zijn verschillende stappen noodzakelijk. De eerste stap is de inbreng door de buitenlandse vennootschap A van haar Belgische inrichting in de NV B in ruil voor aandelen.

6\. Om de aandeelhoudersstructuur terug te herstellen, zal de buitenlandse vennootschap A vervolgens de nieuw uitgegeven aandelen van de NV B uitkeren aan haar buitenlandse moedervennootschap (stap 2A), gevolgd door een inbreng van deze aandelen door deze moedervennootschap in één van haar dochtervennootschappen die vóór de inbreng van de Belgische inrichting de enige aandeelhouder was van de NV B (stap 2B).

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de toepassing van artikel 231, §3, WIB 92*

7\. Om de integratie van de Europese Y-entiteiten in de equivalente X-entiteiten te bereiken, zal de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A in zijn geheel worden ingebracht in de NV B. Alle activa en passiva (zoals technische uitrusting en operaties, voorraad, etc) verbonden aan de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A zullen aldus worden overgedragen in ruil voor nieuw uitgegeven aandelen door de NV B aan de buitenlandse vennootschap A. Waar mogelijk worden lopende overeenkomsten overgedragen aan de NV A. Voor de contracten die niet zomaar kunnen worden overgedragen (bijvoorbeeld omdat deze niet enkel betrekking hebben op de activiteiten van de Belgische inrichting), zullen nieuwe contracten worden afgesloten zodat de NV B de activiteiten van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A zonder onderbreking kan verderzetten.

8\. De aanvrager heeft bevestigd dat ook het personeelslid van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A zal overgaan naar de NV B en dat de inbreng geen negatieve gevolgen zal hebben voor de huidige werkgelegenheid van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A en de NV B.

9\. De aanvrager heeft bevestigd dat de overdracht van alle activa en passiva in boekhoudkundige continuïteit zal gebeuren.

10\. De buitenlandse vennootschap A zal in ruil voor haar inbreng van haar Belgische inrichting nieuw uitgegeven aandelen van de NV B ontvangen. Er zal geen andere vergoeding worden toegekend.

11\. De NV B en de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A zijn winstgevend en beschikken over een belastbare basis. Zij beschikken niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen.

12\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de analyse door de DVB kan derhalve worden aangenomen dat de voorgenomen inbreng van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A in de NV B beantwoordt aan alle in artikel 231, §3, WIB 92, gestelde voorwaarden.

### *III.B. Inzake de toepassing van artikel 344, §1, WIB 92*

13\. Na de inbreng door de buitenlandse vennootschap A van haar Belgische inrichting in de NV B in ruil voor aandelen (stap 1), zal de buitenlandse vennootschap A vervolgens de nieuw uitgegeven aandelen van de NV B uitkeren aan haar buitenlandse moedervennootschap (stap 2A). Dit zal worden gevolgd door een inbreng van deze aandelen door deze moedervennootschap in één van haar dochtervennootschappen die vóór de inbreng van de Belgische inrichting de enige aandeelhouder was van de NV B (stap 2B).

14\. De combinatie van een belastingneutrale inbreng van een Belgische inrichting gevolgd door een overdracht van de aandelen van de inbrenggenietende vennootschap (in casu stappen 2A en 2B) met het oog op de overdracht van de activa van de Belgische inrichting, zou als een fiscaal misbruik kunnen worden aanzien in de zin van artikel 344, §1, eerste lid, WIB 92 (omzetten van meerwaarden op activa in meerwaarden op aandelen) indien de verkrijger van de aandelen een derde partij is ten aanzien van de overdragende partij. In casu zullen de nieuw uitgegeven aandelen van de NV B binnen de groep worden verhangen teneinde de gewenste aandeelhoudersstructuur te bekomen. Het betreft hier dus geen overdracht aan een derde partij.

15\. De groep X heeft bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van de NV B over te dragen aan een derde partij.

16\. De fiscale neutraliteit van de voorgenomen inbreng van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A in de NV B komt door de daaropvolgende aandelenoverdrachten niet in het gedrang op basis van artikel 344, §1, WIB 92.

### *III.C. Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW*

17\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

18\. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

19\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

20\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

21\. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

22\. De inbreng van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A in de NV B beperkt zich niet louter tot de op de balans uitgedrukte activa- en passivabestanddelen. In het kader van de verderzetting van de economische activiteit door de NV B heeft de aanvrager bevestigd dat de voor de activiteit noodzakelijke contracten, na de vereiste aanpassingen rekening houdend met de gevolgen voortvloeiend uit de wereldwijde reorganisatie, verdergezet zullen worden.

23\. De aanvrager heeft bevestigd dat de overnemer, in de mate dat de btw verschuldigd zou zijn op deze overdracht, deze in aftrek zou kunnen brengen.

24\. De inbreng van de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap A in de NV B valt derhalve onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

25\. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummer 15, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 344, §1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de NV B aan derden.

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
