Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2018.0365 29 mei 2018

Zoeken

Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijkingVennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

https://juriel.be/nl/rulings/2018-0365-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-ea18

Nummer
2018.0365
Datum
29 mei 2018

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

44 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2018.0365 d.d. 29.05.2018

Vennootschapsbelasting · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking

BTW · Overdracht van een bedrijfsafdeling

Samenvatting

De partiële splitsing van de exploitatievennootschap NV A, waarbij haar exploitatieactiviteit wordt overgedragen aan een bestaande groepsvennootschap BVBA B (met aanverwante activiteit) met het oog op de verkoop van de aandelen van de BVBA B aan een derde partij, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92.

De partiële splitsing van de NV A dient te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1.1. De partiële splitsing van de NV A beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92), meer bepaald dat de partiële splitsing niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft (voorwaarde gesteld in artikel 211, §1, vierde lid, 3°, WIB 92);

1.2. De partiële splitsing onder de toepassing valt van de artikelen 11 en 18, §3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. De NV A heeft een activiteit x, terwijl de BVBA B een aanverwante activiteit y heeft.

3. Beide vennootschappen maken samen met de vastgoedvennootschap NV C deel uit van een groep vennootschappen die wordt gecontroleerd door de heer z.

4. De voorgenomen verrichting betreft een partiële splitsing waarbij de exploitatie van de NV A (d.w.z. alle activa en passiva met uitzondering van (i) het bedrijfsgebouw dat middels een recht van opstal werd opgericht op een terrein van de NV C, (ii) de daarmee verbonden schulden en (iii) bepaalde activa die niet rechtstreeks verbonden zijn met de exploitatie) zal worden overgedragen aan de BVBA B tegen uitgifte van nieuwe aandelen van de BVBA B aan de aandeelhouders van de NV A.

5. Alle personeelsleden verbonden aan de exploitatieactiviteit zullen worden overgedragen naar de BVBA B. De aanvrager heeft bevestigd dat de partiële splitsing geen negatieve impact zal hebben op de tewerkstelling.

6. Na de partiële splitsing zullen de aandelen van de BVBA B worden verkocht aan een derde partij.

III. Beslissing

III.A. Inzake de vennootschapsbelasting

7. De partiële splitsing is inzonderheid ingegeven door volgende motieven:

7.1. In tegenstelling tot de periode vlak na de oprichting van de BVBA B hebben beide vennootschappen thans gelijkaardige activiteiten en verhandelen zij elkaars producten, zodat de samenvoeging van hun exploitatieactiviteiten zal kunnen leiden tot de verwezenlijking van synergiën, een administratieve vereenvoudiging en een efficiëntere inzet van hun personeel (waarvan sommige werknemers reeds voor beide vennootschappen actief zijn);

7.2. Het beter verkoopbaar maken van de NV A en de BVBA B door enerzijds de exploitatieactiviteiten van beide vennootschappen in één juridische entiteit samen te voegen (binnen de BVBA B) en anderzijds het bedrijfsgebouw af te zonderen van de exploitatieactiviteit (binnen de NV A). De heer z wordt momenteel immers geconfronteerd met een opvolgingsprobleem, zodat alle vennootschappen er belang bij hebben dat een sterke partij wordt gevonden die de continuïteit van het bedrijf kan verzekeren.

8. De aanvrager heeft bevestigd dat na de verrichting een marktconforme huur zal worden aangerekend door de NV A aan de BVBA B voor het gebruik van het bedrijfsgebouw.

9. De aanvrager heeft verklaard dat de verdeling van de fiscale eigenvermogensbestanddelen zal gebeuren conform het bepaalde in artikel 213 WIB 92.

10. De aanvrager heeft bevestigd dat de partieel te splitsen vennootschap NV A enkel over een beperkt bedrag aan fiscaal overgedragen verliezen beschikt dat conform artikel 206, §2, WIB 92 deels zal worden overgedragen en beperkt. De aanvrager heeft bevestigd dat de verkrijgende vennootschap BVBA B over geen enkele overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen beschikt.

11. De aanvrager heeft bevestigd dat de aandeelhouders niet de intentie hebben om na de voorgenomen partiële splitsing de aandelen van de NV A te vervreemden.

12. Aangaande de verkoop van de aandelen van de BVBA B werd door de heer z het engagement aangegaan om minstens het gedeelte van de verkoopprijs dat verband houdt met de waarde van de afgesplitste bestanddelen van de NV A via een kapitaalverhoging te injecteren in de vastgoedvennootschap NV C die de middelen aldaar zal aanwenden in het kader van een vastgoedproject.

13. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de NV A plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

14. Deze beslissing is slechts geldig voor zover uiterlijk op 30 juni 2021 een overzicht van de herinvestering zoals vermeld in randnummer 12 zal worden verstrekt aan de lokale controledienst bevoegd voor de partieel te splitsen vennootschap.

15. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager worden vermeld. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding in randnummer 11, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, §1 WIB 92, enz …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bv. de latere overdracht van de aandelen van de NV A.

III.B. Inzake de btw

16. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

17. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

18. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

19. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

20. Naar aanleiding van de hierboven beschreven partiële splitsing van de NV A worden alle activa en passiva met betrekking tot de exploitatieactiviteit van deze vennootschap overgedragen aan de BVBA B.

21. Deze overdracht heeft betrekking op alle specifieke en noodzakelijke bestanddelen die de overnemer BVBA B in staat stelt om de exploitatieactiviteit van de NV A verder zelfstandig te exploiteren. Daarnaast worden ook overgedragen: (i) het cliënteel van de NV A, (ii) alle werknemers van de NV A en (iii) het huurrecht m.b.t. het gebouw waarin de activiteit momenteel wordt uitgeoefend.

22. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een bedrijfstak die een autonome economische activiteit uitmaakt en die op eigen kracht kan werken. Het heeft hierbij geen belang dat het opstalrecht op het bedrijfsgebouw en bepaalde activa die niet rechtstreeks verbonden zijn met de exploitatie van de NV A geen deel uitmaken van deze partiële splitsing.

23. Daarnaast zijn zowel de overdrager, NV A, als de overnemer, BVBA B, btw-belastingplichtigen met recht op btw-aftrek.

24. De hierboven beschreven partiële splitsing dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW te gebeuren.

25. Na de partiële splitsing zal de NV A het bedrijfsgebouw tegen een marktconforme huur verhuren aan BVBA B. Hierdoor zal de NV A mogelijks een btw-herziening moeten doorvoeren. De DVB heeft evenwel geen onderzoek uitgevoerd m.b.t deze btw-herziening.

Aangehaalde teksten

7