---
title: "Voorafgaande beslissing 2018.035 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2018.035 van 27 februari 2018."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2018-035-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-cade"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Vennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

**Nummer**

2018.035

**Datum**

27 februari 2018

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

45 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2018.0035 d.d. 27.02.2018

*Vennootschapsbelasting* · *Belastingneutrale partiële splitsing* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking*

*BTW* · *Overdracht van een bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De partiële splitsing van de vennootschap X, waarbij enerzijds de exploitatieactiviteiten zullen worden afgesplitst naar een nieuw op te richten vennootschap en zullen worden verder gezet op een nieuwe locatie en anderzijds de bestaande bedrijfssite zal worden behouden bij de vennootschap X met het oog op de verwezenlijking van een vastgoedproject, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92.

De voormelde partiële splitsing dient te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat de partiële splitsing van de vennootschap X waarbij de operationele activiteit wordt overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap:

1.1 niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, vierde lid, WIB 92 en;

1.2 kan genieten van het vrijstellingsregime inzake BTW in toepassing van de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, §3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).

## II. Beschrijving van de verrichting

2\. De vennootschap X is gespecialiseerd in de activiteit Q. De vennootschap bezit enkele onroerende goederen die dienstig zijn in het kader van de exploitatie evenals een stuk grond.

3\. Personen A, B en C zijn de huidige aandeelhouders van de vennootschap. Zij houden thans zelf geen aandelen aan van een vastgoedvennootschap.

4\. Na enkele moeilijke jaren waarin de vennootschap verlieslatend was, werd enkele jaren terug volop ingezet op professionalisering. Op heden dringen zich opnieuw investeringen op om de competitiviteit te verhogen. Het valt evenwel niet meer te verantwoorden om deze investeringen door te voeren op de huidige locatie aangezien de huidige site zich bevindt in een woonzone waarvoor de vennootschap niet beschikt over een exploitatievergunning. Bovendien zijn de huidige werkplaatsen verouderd en niet efficiënt ingericht omdat de voorbije jaren ongestructureerd werd uitgebreid en bijgebouwd. Het moderniseren van de site om deze in overeenstemming te brengen met de noden van een modern bedrijf binnen zijn sector zou enkel kunnen worden verwezenlijkt door het grotendeels slopen en heropbouwen van de huidige infrastructuur, wat economisch niet haalbaar is en waarvoor het verkrijgen van een bouwvergunning zeer twijfelachtig is.

5\. In die optiek ligt vandaag de partiële splitsing voor van de vennootschap X, waarbij het de bedoeling is om:

• enerzijds de exploitatie af te splitsen naar een nieuw op te richten vennootschap en verder te zetten op een nieuwe locatie. Door de Raad van Bestuur werd reeds opdracht gegeven om makelaars te contacteren. Enkele concrete opties worden overwogen en de bedoeling ligt voor om eind dit jaar een nieuw pand te betrekken;

• anderzijds de bestaande onroerende goederen te behouden in de bestaande vennootschap die zal fungeren als vastgoedvennootschap met het oog op het ontwikkelen van de terreinen. De bestaande gebouwen zouden worden afgebroken om de terreinen bouwrijp te maken voor residentiële ontwikkeling. Indien de gronden enkel mogen gebruikt worden voor de bouw van ééngezinswoningen, zal er worden overgegaan tot verkoop van de woningen en zullen de opbrengsten worden geherinvesteerd in bedrijfspanden of residentieel/commercieel vastgoed. Indien een bouwvergunning kan worden verkregen voor de bouw van appartementen, zou in samenwerking met een vastgoedmakelaar een ontwikkeling kunnen worden gerealiseerd waarbij de appartementen deels verkocht en deels verhuurd zouden kunnen worden.

6\. De straight loan aanwezig bij de vennootschap X dient om de investeringen en de activiteiten te financieren en is door de jaren opgebouwd. De straight loan wordt 50/50 opgedeeld over de partieel te splitsen vennootschap en de nieuw op te richten vennootschap. De opdeling vloeit voort uit de borgstellingen. De onroerende goederen staan voor ongeveer 50% borg naar de banken toe en het handelsfonds staat borg voor de rest. Voor de bank is het van belang deze opdeling aan te houden teneinde goedkeuring te verlenen aan de partiële splitsing.

7\. De vennootschap stelt momenteel een aantal werknemers tewerk. Al het personeel evenals het volledige management zullen overgaan naar de nieuw op te richten vennootschap. Zij zullen de eerste jaren ook instaan voor de administratie van de vastgoedvennootschap middels een dienstverleningsovereenkomst. Voor de ontwikkelingsactiviteit bij de vastgoedvennootschap zal kennis worden ingekocht.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, §1, WIB 92*

8\. Als gevolg van de partiële splitsing zullen de risico’s verbonden aan de exploitatieactiviteit geen impact hebben op de vastgoedactiviteit, waardoor de banken bereid zouden zijn om de noodzakelijke financiering te verstrekken. Tevens heeft de aanvrager bevestigd dat momenteel geen lopende claims aangaande de exploitatieactiviteit aanwezig zijn waarvoor niet de nodige middelen zijn voorzien.

9\. De aanvrager heeft aangetoond dat de partiële splitsing van de vennootschap X geen fiscale voordelen met zich meebrengt:

• de vennootschap is de laatste jaren winstgevend;

• de vennootschap beschikt over een bedrag aan fiscaal overgedragen verliezen die ingevolge de toepassing van artikel 206, § 2, WIB 92 a rato van de behouden / afgesplitste fiscale nettowaarde zal worden verdeeld over de partieel te splitsen vennootschap en de nieuw op te richten vennootschap;

• de vennootschap beschikt niet over overgedragen aftrek voor risicokapitaal, overgedragen investeringsaftrek en/of DBI-overschotten;

• de aanvrager heeft bevestigd dat na de partiële splitsing en in afwachting van de verhuis van de exploitatieactiviteit naar een andere locatie de nieuw op te richten vennootschap de huidige gebouwen zal huren van de vennootschap X aan marktconforme voorwaarden;

• uit de prognose blijkt dat na de partiële splitsing zowel voor de exploitatievennootschap als voor de vastgoedvennootschap winstgevendheid in het vooruitzicht wordt gesteld;

• de aanvrager heeft bevestigd dat er geen intentie bestaat om na de partiële splitsing over te gaan tot overdracht van de aandelen van de vennootschap X en/of de nieuw op te richten vennootschap.

10\. De aanvrager heeft bevestigd dat de bepalingen van artikel 213 WIB 92 zullen worden nageleefd naar aanleiding van de partiële splitsing. Dit blijkt tevens uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat.

11\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

12\. De aanvrager heeft bevestigd dat de verkrijgende vennootschap een Belgische vennootschap zal zijn en dat de partiële splitsing overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen zal verlopen.

13\. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van de vennootschap X belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92.

14\. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummer 9, 6e bullet, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, §1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van vennootschap X en/of de nieuw op te richten vennootschap na de partiële splitsing.

### *III.B. Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW*

15\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

16\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

17\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

18\. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

19\. De aanvrager verklaart dat al het materieel, de voorraden, het volledige cliënteel alsmede personeel overgedragen zal worden aan de nieuw op te richten vennootschap, zodat er geconcludeerd kan worden dat zowel op technisch als organisatorisch vlak de economische activiteit, bestaande uit renovatieactiviteiten, op autonome wijze verdergezet kan worden. De btw verschuldigd op deze overdracht zou in hoofde van de nieuw op te richten vennootschap, overnemer, voor aftrek in aanmerking komen.

20\. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW dient te gebeuren. De DVB spreekt zich geenszins uit over mogelijke btw-herzieningen in hoofde van de overblijvende onroerend goed vennootschap.

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 1 voorkomen
