Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2018.0184 d.d. 27.03.2018
Cafetariaplan · Directe belastingen · Belastbaar tijdstip · Btw · Belastbaar feit en tijdstip van opeisbaarheid · Maatstaf van heffing · Regels van de “normale waarde
Samenvatting
In het kader van het door de aanvrager beheerde cafetariaplan zullen de verkregen voordelen belast worden overeenkomstig de fiscale behandeling van het betreffende voordeel voorzien in de Belgische wetgeving.
Voor de beoordeling van het al dan niet belastbaar karakter van het door de begunstigde verkregen voordeel, dient men zich te plaatsen op het moment dat de begunstigde over het voordeel kan beschikken, zijnde op het moment van de effectieve terbeschikkingstelling of uitbetaling van een voordeel.
Wanneer de punten worden omgezet in voordelen (goederen en/of diensten) die binnen de werkingssfeer van de btw vallen, vindt het belastbaar feit plaats op het ogenblik van omzetting wanneer alle elementen van het gekozen voordeel bekend zijn (i.e. prijs, tarief, e.a.), dit zal met name het geval zijn wanneer de goederen en/of diensten effectief ter beschikking worden gesteld van de werknemer, en wordt de btw opeisbaar op het moment van de effectieve terbeschikkingstelling van het voordeel.
Bij de bepaling van de maatstaf van heffing tussen werkgever en werknemer zal rekening moeten worden gehouden met de ‘normale waarde’ van de verstrekte goederen of diensten, zoals die overeenkomstig het Btw-Wetboek is bepaald.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe te willen bevestigen dat in het kader van het door de aanvrager beheerde cafetariaplan:
Wat de directe belastingen betreft:
1.1 voor de beoordeling van het al dan niet belastbaar karakter van het door de werknemer verkregen voordeel, men zich dient te plaatsen op het moment dat de werknemer effectief over het voordeel kan beschikken;
1.2 de middels de omzetting van de punten verkregen voordelen zullen belast worden overeenkomstig de fiscale behandeling van het betreffende voordeel voorzien in de Belgische wetgeving, te weten:
• het belastbaar voordeel voor het persoonlijk gebruik bij de omzetting naar een leasingwagen wordt forfaitair vastgesteld op basis van artikel 36, § 2, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);
• de omzetting naar bijkomend lease-budget voor een bedrijfswagen van één categorie hoger zal belast worden volgens de waarderingsregels zoals bepaald in artikel 36, § 2, WIB 92;
• de omzetting naar een abonnement voor het openbaar vervoer is van belasting vrijgesteld op grond van artikel 38, § 1, 9°, a), WIB 92;
• de omzetting naar een abonnement voor een parkingplaats in het kader van woon-werkverkeer is een kost eigen aan de werkgever en is aldus niet belastbaar in hoofde van de werknemer (artikel 31, 1°, in fine, WIB 92);
• de omzetting naar extralegale vakantiedagen wordt behandeld als de toekenning van een belastbare bezoldiging in de zin van artikel 31, 1°, WIB 92;
• de omzetting naar cash in bruto als premie wordt aangemerkt als een belastbare bezoldiging in de zin van artikel 31, 1°, WIB 92;
1.3 de aanvrager de gerelateerde kosten in aftrek kan nemen overeenkomstig de regels van toepassing op elk specifiek voordeel, op het moment dat de met het voordeel overeenstemmende kost zeker en vaststaand wordt in hoofde van de werkgever en aldus ook een definitief karakter krijgt;
1.4 de aanvrager haar fiscale verplichtingen inzake rapportering van inkomsten correct naleeft door het rapporteren van voormelde belastbare voordelen in de relevante loonfiches 281.X in dit voor het jaar waarin de begunstigde het voordeel verkrijgt;
1.5 de invoering van het cafetariaplan geen fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92 uitmaakt.
Wat de btw betreft:
1.6 de ‘funding’ van de punten buiten de werkingssfeer van de btw valt;
1.7 de ‘spending’ van de punten als een levering/dienst onder bezwarende titel wordt beschouwd in zoverre het gekozen voordeel binnen de werkingssfeer van de btw valt;
1.8 in het geval de omzetting van de punten naar het gekozen voordeel als een levering/dienst onder bezwarende titel dient beschouwd te worden, de btw opeisbaar wordt op het moment van de effectieve terbeschikkingstelling van het voordeel en dat de regels van de ‘normale waarde’ hierop van toepassing zijn;
1.9 de gekozen diensten/leveringen die binnen de werkingssfeer van de btw vallen bij eventuele facturatie aan de werkgever hun eigen btw-regeling ondergaan;
1.10 de werkgever, in zoverre de gekozen goederen/diensten geacht worden onder bezwarende titel te zijn verleend aan haar werknemers en behoudens specifieke aftrekbeperkingen, haar recht op aftrek zal kunnen uitoefenen overeenkomstig de algemene beginselen van artikel 45, § 1, van het Btw-Wetboek (hierna W.BTW).
II. Omschrijving van de verrichting
2. De aanvrager werkt aan een nieuw verloningsbeleid door middel van de invoering van een cafetariaplan.
3. De aanvrager wil de samenstelling van het totale verloningspakket aanpassen aan de persoonlijke behoeften van elke medewerker.
4. Vandaar dat een deel van de verloning zal toegekend worden in de vorm van punten.
5. Deze punten kunnen aangewend worden voor verschillende keuzemogelijkheden in het cafetariaplan.
6. Het cafetariaplan bestaat uit twee luiken:
6.1 de opbouw van punten door inschrijving op een daartoe voorziene puntenrekening (‘funding’);
6.2 de aanwending (‘spending’), welke bestaat uit twee stappen:
6.2.1 de allocatie van de punten door de medewerker, zijnde de keuze van de aanwending van de punten voor één of meerdere voordelen;
6.2.2 de omzetting, i.e. de effectieve terbeschikkingstelling of uitbetaling van het gekozen voordeel.
7. De medewerker dient de bestemming van de verkregen punten vóór 31 december van het kalenderjaar volgend op het jaar van toekenning van de punten aan de aanvrager te bevestigen. Indien de medewerker nalaat de keuze voor een voordeel binnen het plan te bevestigen voor deze datum, volgt een automatische omzetting in speciën.
8. De begunstigden kunnen binnen het cafetariaplan momenteel kiezen voor een leasingwagen zonder tankkaart, een leasingwagen van een categorie hoger, een abonnement voor het openbaar vervoer, een jaarabonnement op de parking van de NMBS, extralegale vakantiedagen of speciën.
9. De eigenlijke omzetting van de punten (gevolgd door de effectieve toekenning van het gekozen voordeel) dient meestal te gebeuren tegen ten laatste 31 december van het jaar volgend op de allocatie. Voor punten die werden bestemd voor vakantiedagen geldt een verlengde geldigheid tot 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de bestemming van de punten. De keuze voor speciën wordt evenwel gevolgd door een onmiddellijke omzetting.
III. Beslissing
10. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 en 22 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.
11. De aanvrager wenst een cafetariaplan of flexibel verloningsplan in te voeren waarbij medewerkers de mogelijkheid krijgen om, binnen bepaalde grenzen, zelf hun loonpakket samen te stellen. De voornaamste objectieven hierbij zijn personalisering en ‘empowerment’ bij de samenstelling van het loonpakket.
12. De aanvrager bevestigt dat het cafetariaplan wordt ingevoerd binnen het voorziene wettelijke kader en conform de hiërarchie van de rechtsnormen, op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst die op een niet-discretionaire wijze de modaliteiten van het plan oplegt. De werknemer dient bovendien nog een individuele keuze te maken om toe te treden tot het plan.
13. Het cafetariaplan gaat uit van een juridische omzetting van bepaalde actuele bezoldigingscomponenten naar een budget opgebouwd uit punten en bestaat uit twee luiken, meer bepaald de ‘funding’ en de ‘spending’.
14. De bezoldigingscomponenten die het budget (bestaande uit punten in het voorgelegde plan) zullen opbouwen zijn de volgende:
14.1 het equivalent van de 13de maand conform de regeling die van toepassing is in de onderneming. Het aantal toegekende punten is gelijk aan het afgerond nominaal cijfer van het bedrag van de 13de maand.
14.2 de variabele verloning naargelang het statuut van de werknemer;
15. Het gaat in geen geval om de vervanging van vaste verloning (buiten de eindejaarspremie). Ook het budget dat nu door de werknemers reeds wordt besteed aan leasewagens maakt geen deel uit van de ‘funding’.
16. Vanaf de inschrijving van de punten op de puntenrekening zullen de werknemers een keuze kunnen maken over hoe zij de punten willen besteden aan alternatieve looncomponenten (‘allocatie’ genaamd in het voorgelegde plan), waarna de eigenlijke toekenning van de gekozen voordelen zal plaatsvinden binnen bepaalde termijnen (de ‘omzetting’).
Wat de directe belastingen betreft:
III.A. Belastbaar moment en fiscale behandeling van de voordelen in hoofde van de begunstigde werknemers en de aanvrager
III.A.1 Belastbaar moment
17. Overeenkomstig artikel 31, tweede lid, 2°, WIB 92 zijn bezoldigingen van werknemers alle beloningen die voor de werknemer de opbrengst zijn van arbeid in dienst van een werkgever inzonderheid voordelen van alle aard verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid.
18. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 360 WIB 92 wordt de voor een aanslagjaar verschuldigde belasting gevestigd op de inkomsten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft verkregen.
19. Tot het belastbare tijdperk behoren de beroepsinkomsten, bestaande uit o.m. tijdens dat tijdperk aan de belastingplichtige betaalde of toegekende bezoldigingen (artikel 204, 3°, b), KB/WIB 92).
20. Nr. 360/66 van de administratieve commentaar op het WIB 92 (hierna Com.IB 92) bepaalt het volgende: “De bezoldigingen van werknemers, van bestuurders en van werkende vennoten en de pensioenen, renten of toelagen moeten voor hun geheel worden aangerekend voor het jaar of het gedeelte van het jaar in de loop waarvan zij werden "betaald of toegekend" (artikel 204, 3°, b) en c), KB/WIB 92).
Deze bezoldigingen, pensioenen, renten of toelagen worden, ten name van de verkrijgers, aan de PB of aan de BNI onderworpen:
20.1 voor het aanslagjaar dat het jaartal draagt van het jaar volgend op dat van de betaling of toekenning, indien de gronden voor belastbaarheid aanwezig waren op 31 december van het jaar van de betaling of van de toekenning;
20.2 voor het aanslagjaar dat het jaartal draagt van het jaar van de betaling of van de toekenning, indien de gronden voor belastbaarheid zijn weggevallen vóór 31 december van dat jaar”.
21. Nr. 360/67 Com.IB 92 bepaalt vervolgens: “De toekenning en de betaling van de bezoldigingen, enz., vallen dikwijls samen. Opdat er toekenning is, in de fiscale betekenis van het woord, is het noodzakelijk dat de verkrijger werkelijk over de inkomsten kan beschikken; m.a.w., de inkomsten moeten onmiddellijk kunnen worden geïncasseerd (zie commentaar op artikel 273 WIB 92).”
22. Uit de aanvraag blijkt dat:
22.1 het cafetariaplan niet eenzijdig wordt opgelegd maar ingevoerd wordt bij collectieve arbeidsovereenkomst die op een niet-discretionaire wijze de modaliteiten van het plan oplegt. Indien de werknemers wensen deel te nemen aan het plan, moeten zij nog een individuele keuze maken om toe te treden. Het plan laat ook toe om jaarlijks uit te treden;
22.2 het cafetariaplan in geen geval gaat om de vervanging van vaste verloning (andere dan de eindejaarspremie);
22.3 de personeelsleden een keuze moeten maken binnen het cafetariaplan alvorens men een recht op enige vergoeding of voordeel kan laten gelden;
22.4 de punten die worden ingeschreven op de puntenrekening kunnen gebruikt worden voor de zgn. ‘spending’ procedure, hetgeen de keuze voor een specifiek voordeel en de omzetting in het gekozen voordeel inhoudt;
22.5 een punt louter een niet-gewaarborgde en voorwaardelijke belofte vertegenwoordigt om een toekomstig voordeel te kunnen verkrijgen;
22.6 zolang de begunstigde geen allocatie van zijn punten doet en zijn punten derhalve niet omzet, de werkelijke waarde van het voordeel niet gekend is;
22.7 het punt de begunstigde in staat stelt om een bepaald voordeel (in natura of speciën) te verkrijgen naar keuze uit een lijst van welomschreven voordelen, tegen afstand van een bepaald aantal punten. Het benodigde aantal zal echter afhangen van de door de aanvrager bepaalde omzettingskoers die voor elk voordeel verschilt en kan eveneens fluctueren in de tijd;
22.8 zolang de finale omzetting niet heeft plaatsgevonden de inschrijvingen op de puntenrekening niet inruilbaar zijn, noch overdraagbaar aan derden;
22.9 de puntenrekening niet door de begunstigde gebruikt kan worden om mogelijke uitstaande debets of credits met de aanvrager die vallen buiten de werkingssfeer van het cafetariaplan te compenseren;
22.10 de inschrijvingen op de punten account geen bijkomende inkomsten genereren onder de vorm van interesten of dividenden;
22.11 de punten worden toegekend onder opschortende voorwaarde van tewerkstelling tot op het moment van de omzetting, bepaalde omstandigheden uitgezonderd.
23. Gelet op wat voorafgaat en het gevoerde onderzoek terzake, is de DVB van oordeel dat in het onderhavig geval de begunstigde werknemers van het cafetariaplan pas reëel en effectief over inkomsten kunnen beschikken na het moment van omzetting van de punten. Het is slechts na de omzetting van de punten, in casu op het moment van de effectieve terbeschikkingstelling of uitbetaling van het gekozen voordeel, dat de betrokkene werkelijk over inkomsten kan beschikken, waardoor slechts op dat moment belastbaarheid in hoofde van de begunstigde werknemer ontstaat.
III.A.2 Fiscale behandeling van de voordelen
24. Gelet op wat voorafgaat, zullen de verschillende voordelen voorzien binnen het betrokken cafetariaplan (terbeschikkingstelling van een leasingwagen, keuze voor een leasingwagen van een klasse hoger, abonnement op het openbaar vervoer, jaarabonnement parking NMBS, extralegale vakantiedagen, speciën) hun eigen fiscale behandeling en waardering ondergaan, op basis van de normale fiscale bepalingen terzake, waarvan de voornaamste hieronder worden vermeld.
A. Terbeschikkingstelling van een leasingwagen en keuze voor een leasingwagen van een klasse hoger
25. Het belastbare voordeel voor het persoonlijk gebruik van de bedrijfswagen wordt forfaitair vastgesteld op basis van artikel 36, § 2, WIB 92. In dit voordeel is het voordeel van de door de werkgever verstrekte tankkaart inbegrepen, wanneer een werkgever zowel een bedrijfswagen als een tankkaart ter beschikking stelt.
26. De elektriciteit die wordt verstrekt door de werkgever voor het opladen van de elektrische bedrijfswagen wordt geacht begrepen te zijn in het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van de bedrijfswagen (PV nr. 818 van Luk Van Biesen van 20 maart 2014, QRVA 53/159, blz. 309).
27. Het gebruik van een ter beschikking gestelde laadpaal voor het opladen van de elektrische bedrijfswagen geeft evenmin aanleiding tot een bijkomend voordeel van alle aard.
B. Abonnement op het openbaar vervoer voor woon-werkverplaatsingen (met derdebetalersregeling door de werkgever)
28. Artikel 38, § 1, 9°, a), WIB 92 bepaalt dat voor de werknemer wiens beroepskosten forfaitair worden bepaald, de vergoedingen die de werkgever toekent als terugbetaling of betaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling voor het volledige bedrag worden vrijgesteld indien de werknemer die verplaatsing maakt met het openbaar vervoer.
29. In zoverre de werknemer zich dus met het openbaar vervoer naar het werk verplaatst en zijn beroepskosten forfaitair worden bepaald, is de werkgeverstussenkomst in de abonnementskosten voor het openbaar vervoer volledig vrijgesteld.
C. Jaarabonnement parking NMBS
30. Dit abonnement kadert in een policy van de aanvrager waarbij de parkeerplaats wordt betaald in het kader van het woon-werkverkeer.
31. De kosten voor het betalend parkeren in de nabijheid van een station die worden terugbetaald aan een werknemer die eerst zijn wagen en vervolgens de trein neemt om een ander gedeelte van zijn woon-werkverplaatsingen af te leggen, worden beschouwd als eigen kosten van de werkgever in de zin van artikel 31, 1°, in fine, WIB 92.
D. Extralegale vakantiedagen
32. Het loon dat wordt doorbetaald tijdens een extralegale vakantiedag vormt een belastbare bezoldiging in de zin van artikel 31, 1°, WIB 92.
E. Premie in speciën
33. Indien een werknemer ervoor kiest om (een deel van) het budget te laten uitbetalen in speciën, zal dit kwalificeren als een belastbare bezoldiging in de zin van artikel 31, 1°, WIB 92.
III.B. Aftrekbaarheid van de kosten in hoofde van de werkgever
34. De aanvrager kan de kosten gerelateerd aan de voordelen in aftrek nemen overeenkomstig de regels en eventuele aftrekbeperkingen van toepassing op elk specifiek voordeel (ingevolge de bepalingen van artikel 49 en volgende WIB 92), op het moment dat de met het voordeel overeenstemmende kost zeker en vaststaand wordt.
III.C. Rapporteringsverplichting overeenkomstig artikel 57 WIB 92
35. Gelet op wat voorafgaat, zal de aanvrager de verplichtingen inzake rapportering van inkomsten op basis van artikel 57 WIB 92 correct naleven door het rapporteren van voormelde belastbare voordelen in individuele fiches met betrekking tot de respectievelijke jaren waarin de begunstigde de omzetting van de punten doet en de voordelen aldus worden toegekend.
III.D. Artikel 344, § 1, WIB 92
36. Zoals toegelicht in de aanvraag, is de voorgelegde verrichting verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.
Wat de btw betreft:
III.E. De ‘funding’ of toekenning van punten
37. De ‘funding’ van punten door de werkgever op een puntenrekening valt buiten de werkingssfeer van de btw aangezien op het moment van de ‘funding’ het te verkrijgen voordeel, zijnde de werkelijke tegenprestatie of het belastbaar feit, nog niet gekend is. Op het moment van de ‘funding’ zijn er geen of nauwelijks relevante elementen bekend omtrent het te verkrijgen voordeel, noch bij de werknemer, noch bij de werkgever. Het is daarom ook nog niet mogelijk om de (eventuele) btw-gevolgen te bepalen op het moment van de ‘funding’ van punten.
38. Zoals hiervoor beschreven, kunnen de punten later, op het moment van ‘spending’, mogelijk ingeruild worden tegen extra vakantiedagen, cash of andere voordelen in natura. In bepaalde omstandigheden, namelijk eenzijdige verbreking van de arbeidsovereenkomst, zullen de punten zelfs verloren gaan. Daarnaast is de eenheidswaarde van een punt op het moment van ‘funding’ nog onbekend. Deze zal pas later vastgesteld kunnen worden in functie van het gekozen voordeel, maar ook in functie van andere factoren zoals het moment waarop het voordeel wordt aangevraagd.
39. Bijgevolg valt de ‘funding’ van punten buiten de werkingssfeer van de btw. Dit is in overeenstemming met de principes van artikel 2 W.BTW, de gevestigde rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zie onder meer H.v.J. 16.12.2010, C-270/09, Mc Donald Resorts, http://curia.europa.eu) en ook al met de nieuwe regels van de voucherrichtlijn (Richtlijn (EU) 2016/1065 van de Raad van 27.06.2016 tot wijziging van de Richtlijn 2006/112/EG wat de behandeling van vouchers betreft, Pb.L 01.07.2016, afl. 177, 9) die moeten zijn omgezet uiterlijk op 31.12.2018 en zullen gelden voor vouchers die worden uitgegeven na 31.12.2018.
III.F. De ‘spending’ of omzetting van punten
40. Wanneer de punten worden omgezet in voordelen (goederen en/of diensten) die binnen de werkingssfeer van de btw vallen, zullen zij onderworpen zijn aan de btw-regeling die geldt voor elk van deze voordelen.
41. Het belastbaar feit zal plaatsvinden op het ogenblik van omzetting wanneer alle elementen van het gekozen voordeel bekend zijn (i.e. prijs, tarief, e.a.), dit zal met name het geval zijn wanneer de goederen en/of diensten effectief ter beschikking worden gesteld van de werknemer.
42. Bij de bepaling van de maatstaf van heffing tussen werkgever en werknemer zal weliswaar wel rekening moeten worden gehouden met de ‘normale waarde’ van de verstrekte goederen of diensten overeenkomstig artikel 33, § 2 W.BTW en zoals verder verduidelijkt in punt 3.4 in punt 3.4 van Circulaire AAFisc nr. 36/2015 (nr. E.T. 119.650) van 23.11.2015.
43. De werkgever zal de btw voldoen overeenkomstig de btw-regeling die van toepassing is op het gekozen voordeel.
III.F.1 Tijdstip van opeisbaarheid
44. Overeenkomstig de artikelen 16 en 22 W.BTW wordt de btw opeisbaar op het moment van het belastbaar feit. In de regel zal het belastbaar feit plaatsvinden op het moment van omzetting van de punten, met name wanneer alle elementen van het gekozen voordeel bekend zijn.
45. Voor de levering van goederen is dat in de regel het moment waarop het goed ter beschikking wordt gesteld van de verkrijger (artikel 16, § 1 W.BTW) en bij diensten op het tijdstip waarop de dienst is verricht (artikel 22, § 1 W.BTW).
46. In afwijking op deze regel wordt de btw opeisbaar bij uitreiking van de factuur, ongeacht of de uitreiking plaatsvindt vóór of na het belastbaar feit (artikel 17, § 1 W.BTW en artikel 22bis, § 1 W.BTW).
47. Voor handelingen met particulieren, en werknemers worden in casu als particulieren beschouwd, voorziet het Btw-Wetboek erin dat voor de leveringen van goederen en diensten waarvoor geen facturatieplicht geldt, de btw pas opeisbaar wordt op het ontvangen bedrag op het tijdstip waarop de betaling (of een deel ervan) ontvangen wordt (artikel 17, § 3 W.BTW en artikel 22bis, § 3 W.BTW).
De afhouding van de punten van de rekening van de begunstigde werknemer wordt aldus als ‘betaling’ beschouwd en dus als tijdstip waarop de btw opeisbaar wordt. Dit is in de regel het moment van de effectieve terbeschikkingstelling van het voordeel.
III.F.2 Maatstaf van heffing
48. Op grond van artikel 26 W.BTW wordt voor de leveringen van goederen en de diensten de belasting berekend over alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van die handelingen verband houden.
49. In afwijking van artikel 26 W.BTW, is de maatstaf van heffing voor de levering van goederen of de diensten de normale waarde zoals die overeenkomstig artikel 32 W.BTW is bepaald indien:
1. de tegenprestatie lager is dan de normale waarde;
2. de afnemer van de levering van goederen of de dienst geen volledig recht op aftrek heeft van de verschuldigde belasting;
3. de afnemer verbonden is met de leverancier van de goederen of de dienstverrichter ingevolge een arbeidsovereenkomst, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad of als vennoot, lid of bestuurder van de vennootschap of rechtspersoon, met inbegrip van hun familieleden tot in de vierde graad.
50. Als normale waarde in de zin van artikel 32 W.BTW wordt beschouwd het volledige bedrag dat een afnemer in de handelsfase waarin de levering van goederen of de dienst wordt verricht, bij eerlijke concurrentie zou moeten betalen aan een onafhankelijke leverancier of dienstverrichter op het grondgebied van het land waar de handeling belastbaar is, om de desbetreffende goederen of diensten op dat tijdstip te verkrijgen.
In afwijking daarvan, en bij ontstentenis van een vergelijkbare verrichting, mag de normale waarde van een levering niet lager zijn dan de aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, berekend op het tijdstip waarop de levering wordt verricht, en, met betrekking tot een dienst, een waarde die niet lager is dan de voor het verrichten van die dienst gemaakte uitgaven.
51. In het onderhavige geval zal de maatstaf van heffing van de handelingen verricht door de werkgever in het kader van het te implementeren cafetariaplan, minstens gelijk zijn aan de monetaire waarde van de punten omgezet door de werknemer (uitgaande van het principe dat 1 punt gelijk is aan 1 euro) verminderd met het bedrag van de btw met betrekking tot die goederenleveringen en diensten, berekend tegen het btw-tarief toepasselijk op de bedoelde goederenleveringen en diensten. Met andere woorden, het bedrag van de punten omgezet door de werknemer moet worden beschouwd als een bedrag btw inbegrepen.
52. Als deze maatstaf van heffing echter niet overeenstemt met de normale waarde, wordt deze maatstaf van heffing dan verhoogd tot deze normale waarde, ervan uitgaande dat, rekening houdend met de goederen en de diensten die kunnen verkregen worden via het cafetariaplan, het over het algemeen mogelijk zal zijn het bedrag te bepalen dat de werknemer bij eerlijke concurrentie in de fase van het finaal verbruik had moeten betalen aan een onafhankelijke leverancier of dienstverrichter. Dit bedrag zal niet noodzakelijk overeenstemmen met het bedrag dat werd voldaan door de werkgever om de betreffende goederen of diensten te verkrijgen.
III.G. Recht op aftrek van voorbelasting in hoofde van de werkgever
53. De werkgever zal zijn recht op aftrek op de facturen van derden-leveranciers uitoefenen overeenkomstig de algemene regels van het recht op aftrek van artikel 45, § 1 W.BTW. In zoverre het de aanrekening betreft van voordelen die eerder door de externe dienstverlener werden aangekocht bij deze derden-leveranciers en deze voordelen binnen de werkingssfeer van de btw vallen, zal zij, tenzij voor het gekozen voordeel specifieke aftrekbeperkingen gelden (bijvoorbeeld artikel 45, § 2 W.BTW), een volledig recht op aftrek van voorbelasting kunnen uitoefenen in de mate dat deze voordelen geacht worden om onder bezwarende titel ter beschikking gesteld te worden aan de werknemers.
Indien de werkgever een beperkt recht op aftrek zou hebben omwille van haar gemengde activiteiten, dan zal zij bij de uitoefening van haar recht op aftrek rekening moeten houden met de principes van artikel 46, § 1 en § 2 W.BTW.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.