Verlaagd Btw-tarief · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2017.970 23 januari 2018

Zoeken

Verlaagd Btw-tariefBtw - Verlaagd Btw-tarief - Bodemsaneringswerken aan gebouwen bestemd voor onderwijs en leerlingenbegeleiding - Rubriek XL van Koninklijk Besluit nr. 20

https://juriel.be/nl/rulings/2017-970-verlaagd-btw-tarief-bodemsaneringswerken-gebouwen-114f

Nummer
2017.970
Datum
23 januari 2018

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

26 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2017.970 d.d. 23.01.2018

Btw · Verlaagd Btw-tarief · Bodemsaneringswerken aan gebouwen bestemd voor onderwijs en leerlingenbegeleiding · Rubriek XL van Koninklijk Besluit nr. 20

Samenvatting

Artikel 37 van het Btw-wetboek en het ter uitvoering ervan genomen K.B. nr. 20, tabel A rubriek XL voorziet, met ingang van 01.01.2016, in de toepassing van het 6% Btw tarief voor het werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen bedoeld in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, met betrekking tot de onder 1° en 2° genoemde gebouwen (m.b.t. gebouwen bestemd voor het school- en universitair onderwijs dat op grond van artikel 44, §2, 4°, a) van het Wetboek is vrijgesteld en van gebouwen bestemd voor de psycho-medisch-sociale centra en de centra voor leerlingenbegeleiding, die op grond van artikel 44, §2, 2°, tweede lid, zesde streepje van het Wetboek zijn vrijgesteld).

De term “gebouwen bestemd voor onderwijs en leerlingenbegeleiding” omvat eveneens : de afsluitingen, de (overdekte) speelplaats met inbegrip van de toestellen voor sport en vermaak die zijn ingelijfd bij de grond, het sportterrein, de fietsenstalling, de parking, de toegangsweg, de serre enz. die deel uitmaken van het terrein dat aangewend wordt voor het verrichten van handelingen als beoogd door artikel 44, §2, 4° a) van het Btw-Wetboek.

Om deze reden geldt de toepassing van het 6% tarief ook voor het werk in onroerende staat verricht in het kader van de bodemsanering van bovenvermeld terrein.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Met deze aanvraag wenst X, te vernemen of bodemsaneringswerken verricht aan schoolgebouwen, kunnen genieten van het 6% tarief als opgenomen in rubriek XL, tabel A, K.B. nr. 20 genomen ter uitvoering van artikel 37 van het Btw-Wetboek.

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. De aanvraag heeft betrekking op bodemsaneringswerken die ingevolge een uitgeschreven openbare aanbesteding door een aannemingsbedrijf uitgevoerd worden op het terrein van een onderwijsinstelling. Deze onderwijsinstelling verstrekt onderricht dat vrijgesteld is op basis van artikel 44, §2, 4°, a) van het Btw-Wetboek.

3. Op het terrein van de school (perceel X) is ter hoogte van een ondergrondse brandstoftank een gemengd-overwegend historische bodemverontreiniging met minerale olie ontstaan in het vaste deel van de aarde. Omwille van de beperkte omvang van de bodemverontreiniging en om de bouwwerken voor een nieuw schoolgebouw op het betrokken perceel niet te vertragen, werd beslist om de nodige bodemsaneringswerken als een zogenaamde kleine actie te beschouwen en op een kostenefficiënte en tijdbesparende manier uit te voeren. De bodemsanering bestaat uit de ontgraving in combinatie met een grondwaterverlaging (bemaling) ter hoogte van het bronperceel. Uit het verslag opgemaakt door een extern expert volgt dat het integrale perceel aangewend zal worden voor het onderbrengen van een school doe tot doel zal hebben, het verstrekken van onderwijs als opgenomen in artikel 44, §2, 4° a) van het Btw-Wetboek.

III. Beslissing

4. Artikel 37 van het Btw-wetboek en het ter uitvoering ervan genomen K.B. nr. 20, tabel A rubriek XL voorziet, met ingang van 01.01.2016, in de toepassing van het 6% Btw tarief voor het werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen bedoeld in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, met betrekking tot de onder 1° genoemde schoolgebouwen (m.b.t. gebouwen bestemd voor het school- en universitair onderwijs dat op grond van artikel 44, §2, 4°, a) van het Wetboek is vrijgesteld en van gebouwen bestemd voor de psycho-medisch-sociale centra en de centra voor leerlingenbegeleiding, die op grond van artikel 44, §2, 2°, tweede lid, zesde streepje van het Wetboek zijn vrijgesteld);

5. Wordt onder meer beoogd het oprichten, verbouwen, herstellen en onderhouden van schoolgebouwen, met uitsluiting van het reinigen.

6. Dat de aan een terrein verrichte saneringswerken moeten beschouwd worden als een herstellings- of onderhoudswerk of nog als het opnieuw in goede staat brengen van een bedrijfsmiddel, en derhalve geen reinigingswerken zijn werd door de administratie reeds bevestigd in haar beslissing nr. E.T. 111.708 dd 03.10.2006.

7. Anderzijds wordt onder 'schoolgebouw', in het kader van de onder randnummer 4 supra weergegeven regeling – voorwerp van beslissing Btw nr E.T. 129.073 dd 27.01.2016 - verstaan :

“De gebouwen die hoofdzakelijk worden gebruikt door een onderwijsinstelling die ze heeft opgericht, aangekocht of gehuurd voor het verstrekken van vrijgesteld onderricht op basis van artikel 44, § 2, 4°, a), van het Btw-Wetboek. Het 'schoolgebouw' kan bestaan uit meerdere delen van gebouwen of zelfs meerdere afzonderlijke gebouwen, die functioneel een geheel vormen.”

8. Voormelde Btw beslissing preciseert verder dat niet alleen de lokalen bestemd voor het eigenlijke onderricht (klaslokalen, zorglokaal, sportzalen, aula, wetenschaps-, computerlokalen e.d., werkplaatsen, enz.) zijn bedoeld, doch ook al de andere plaatsen die worden gebruikt door de studenten (refters, lees- en recreatiezalen, studiezalen, bibliotheken, gebedsruimte, buitenschoolse kinderopvang, enz.), alsmede lokalen bestemd voor het personeel (leraarslokaal, enz.), de technische lokalen (keukens, kelders, bergplaatsen, enz.), de administratieve lokalen (het secretariaat, enz.), de lokalen die gebruikt worden door de CLB’s en de zogenaamde 'mini-ondernemingen' of 'leerbedrijven'.

9. Tenslotte stelt de beslissing dat de afsluitingen, de (overdekte) speelplaats met inbegrip van de toestellen voor sport en vermaak die zijn ingelijfd bij de grond, het sportterrein, de fietsenstalling, de parking, de toegangsweg, de serre enz. die deel uitmaken van het terrein waarop het schoolgebouw is opgericht, eveneens beoogd worden.

10. De ruime interpretatie werd voorts bevestigd door de Minister van Financiën in zijn antwoord op de mondelinge parlementaire vraag van de heer K. Calvo dd 02.03.2016, alwaar gesteld werd dat het werk in onroerende staat, als voormeld, met betrekking tot grasperken en omheiningen onder de toepassing van het 6% tarief vallen, evenals de werken aan een conciërgewoning op het terrein van de school.

11. Gezien de onder randnummer 9 en 10 supra weergegeven illustratieve voorbeelden, dient besloten te worden dat men met “schoolgebouw” beoogt het terrein dat aangewend wordt door een onderwijsinstelling die onderricht verstrekt dat vrijgesteld is op basis van artikel 44, §2, 4° a) van het Btw-Wetboek.

12. Daar in onderhavig dossier de uit te voeren bodemsanering zich beperkt tot terrein dat door de onderwijsinstelling zelf aangewend zal worden, geniet het werk in onroerende staat verricht op voormeld terrein het Btw- tarief van 6% ingevolge rubriek XL, Tabel A bij K.B. nr. 20.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 449 voorkomens
WBTW art. 373 voorkomens
WBTW art. 192 voorkomens