Alternatieve instelling voor collectief beheer, Financieel beheer, Administratief beheer · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2017.948 23 mei 2018

Zoeken

Alternatieve instelling voor collectief beheer, Financieel beheer, Administratief beheerAlternatieve instelling voor collectief beheer - Financieel beheer - Administratief beheer - Vrijstelling - Recht op aftrek - Werkelijk gebruik - Bijzondere verhoudingsgetallen

https://juriel.be/nl/rulings/2017-948-alternatieve-instelling-collectief-beheer-financieel-ae30

Nummer
2017.948
Datum
23 mei 2018

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

42 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2017.948 d.d. 23.05.2018

BTW · Alternatieve instelling voor collectief beheer · Financieel beheer · Administratief beheer · Vrijstelling · Recht op aftrek · Werkelijk gebruik · Bijzondere verhoudingsgetallen

Samenvatting

Vennootschap X zal diensten verlenen aan een Fonds dat kwalificeert als een alternatieve instelling voor collectieve beleggingen.

De diensten van financieel en administratief beheer zijn vrijgesteld van btw, de project opvolgingstaken dienen aan btw te worden onderworpen. Vennootschap X oefent haar recht op btw-aftrek uit op basis van het werkelijk gebruik.

Het Fonds dient beschouwd te worden als een beleggingsvennootschap in de zin van artikel 2, §1, 5°, f) WIB 92.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De rulingaanvraag strekt ertoe te laten bevestigen dat, gelet op de kwalificatie van het Fonds als alternatieve instelling voor collectieve belegging, (i) de taken van financieel en administratief beheer die X voor het Fonds zal verrichten de vrijstelling zoals voorzien in artikel 44, §3, 11° WBTW genieten, terwijl (ii) de project opvolgingstaken die X zal verrichten aan btw zijn onderworpen. Vermits X aldus de hoedanigheid zal hebben van gemengde belastingplichtige in de zin van artikel 46 WBTW wordt met deze aanvraag eveneens beoogd te laten bevestigen dat X haar recht op aftrek van input-btw kan uitoefenen volgens de regel van het werkelijk gebruik zoals voorzien in artikel 46, §2 WBTW.

2. Deze rulingaanvraag strekt er verder toe te laten bevestigen dat het Fonds kwalificeert als een “beleggingsvennootschap” in de zin van artikel 2, §1, 5°, f) WIB 1992, zodat de Belgische vennootschappen die in het Fonds investeren kunnen genieten van de DBI-aftrek op de dividenden die door het Fonds zullen worden uitgekeerd, mits naleving van de voorwaarden bepaald in artikel 203 WIB 1992, zodat in hoofde van deze investeerders niet moet voldaan worden aan de participatievoorwaarden vermeld in artikel 202, §2, eerste lid WIB 1992 (met name het bezitten van een deelneming van minstens 10% of met een aanschaffingswaarde van minstens 2.500.000 euro, die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom wordt of werd behouden).

II. Beslissing

II.A. BTW

3. Overeenkomstig artikel 44, §3, 11° van het btw-wetboek zijn van de belasting vrijgesteld:

“Het beheer van:

a) de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die aan de voorwaarden voldoen van de richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;

b) de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve beleggingen en hun beheerders;

c) de openbare of institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschappen bedoeld in artikel 2, 1°, 2° en 3°, van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen;

d) de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.”

4. Om te beoordelen of de diensten die X zal verlenen voor het Fonds onder de btw-vrijstelling van artikel 44, §3, 11° btw-wetboek vallen dient rekening te worden gehouden met de Europese BTW-reglementering zoals geïnterpreteerd door het Hof van Justitie alsook met de specifiek eigen wetgeving en reglementering die van toepassing is op de AICB. Daarnaast heeft de Circulaire nr. AOIF 22/2008 (E.T. 113.316) dd. 17.06.2008 de btw-vrijstelling van artikel 44, §3,11° btw-wetboek verder verduidelijkt.

5. Het Fonds zal voor haar operationele werking beroep doen op X. Deze vennootschap zal voor het Fonds zowel beheerstaken verrichten als project opvolgingstaken uitvoeren voor (de projectvennootschappen van) het Fonds.

6. De diensten van financieel en administratief beheer zijn vrijgesteld van btw overeenkomstig artikel 44, §3, 11° btw-wetboek, maar materiële en technische diensten vallen niet onder deze btw-vrijstelling vallen en dienen derhalve aan de btw te worden onderworpen.

7. X zal voor het Fonds immers ook taken verrichten die verband houden met de feitelijke exploitatie van de onroerende goederen. Het gaat meer bepaald over diensten inzake (i) projectopvolging en projectontwikkeling, (ii) commercialisatie van de onroerende goederen, waaronder het onderhandelen en afsluiten van terbeschikkingstellingsovereenkomsten (bv. huurovereenkomst en/of zakelijke rechten) met gebruikers, en (iv) het feitelijk beheer van de onroerende goederen, waaronder het analyseren van de opportuniteit van bijkomende investeringen, herstellingen en onderhoud, alsook het afsluiten van de nodige contracten met oog op de uitvoering daarvan.

8. De diensten die betrekking hebben op de feitelijke exploitatie van onroerende goederen van een gemeenschappelijk beleggingsfonds maken evenwel deel uit van het vrijgestelde beheer van het fonds. X zal deze diensten aan de btw dienen te onderwerpen.

9. X zal hierdoor een gemengde btw-belastingplichtige zijn, met een gedeeltelijk recht op btw-aftrek.

10. Op grond van artikel 46 btw-wetboek kan de btw in hoofde van zulke btw-plichtige op twee wijzen worden afgetrokken: ofwel volgens de methode van het algemeen verhoudingsgetal, zijnde een percentage dat wordt verkregen uit de breuk tussen de omzet gerealiseerd door handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat (teller) en de totale omzet van de door de betrokkene verrichtte handelingen (noemer) ofwel op grond van het werkelijke gebruik van goederen en diensten.

11. X zal voor het Fonds duidelijk van elkaar te onderscheiden economische activiteiten uitoefenen en kan het merendeel van de goederen en diensten die zij aankoopt onmiddellijk worden toegewezen aan hetzij de belaste hetzij de vrijstelde btw-activiteit.

12. In die omstandigheden is het duidelijk dat de uitoefening van het recht op aftrek volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten tot meer gelijkheid in de heffing van de belasting leidt.

II.B. Inkomstenbelasting

13. Onder een beleggingsvennootschap zoals gedefinieerd in artikel 2, §1, 5°, f) WIB92 wordt verstaan, enigerlei vennootschap die het gemeenschappelijk beleggen van kapitaal tot doel heeft.

14. Artikel 2, §1, 5°, f) WIB92 impliceert dat er een pluraliteit van beleggers aanwezig is. Op heden hebben … investeerders zich principieel toegezegd om te investeren in het Fonds, en er zouden nog gesprekken lopende zijn met andere investeerders. De beoogde fondsgrootte bedraagt … miljoen EUR, met een maximum van … miljoen EUR.

15. Het Fonds zal investeren in vastgoedprojecten die volgens de aanvrager inspelen op de trends van de volgende decennia, met name: actief ouder worden, stads-en dorpskernopwaardering, vlotte mobiliteit, zorg voor andersvaliden en minderbegoeden, functievermenging en duurzaamheid.

16. Het Fonds kan evenwel nog andere projecten investeren, maar de totaliteit hiervan zal volgens de aanvrager nooit meer dan … % van het toegezegde kapitaal mogen bedragen. Volgens de aanvrager voorziet het Fonds evenwel geen significante investeringen in kantoren, retail of logistiek vastgoed.

17. Het Fonds zal geen andere activa bezitten dan de investeringen die zij zal verrichten. Binnen de principiële investeringsperiode van 5 jaar na de eerste closing zullen de liquide middelen worden geïnvesteerd. Nadien zal het Fonds het maximum van de netto uitkeerbare cash uitkeren aan haar investeerders.

18. Het Fonds is opgericht voor een periode van … jaar die tweemaal met één jaar verlengbaar is. Vanaf … jaar kunnen de investeerders beslissen om het Fonds om te vormen tot een fonds met onbepaalde duurtijd (“evergreen fund”). De algemene vergadering van aandeelhouders zal dit overeenkomstig de bepalingen uit de Fund Regulations dienen goed te keuren.

19. Het is de Raad van Bestuur van het Fonds die zal beslissen over de (des)investeringen. Op basis van de verstrekte informatie heeft het Fonds tot doel de nagestreefde rendementen ook te bereiken door realisatie van investeringen, m.a.w. wordt ook de realisatie van meerwaarden nagestreefd, in het bijzonder in het licht van de beperkte bestaansduur van het Fonds. Het Fonds heeft momenteel principieel … investeerders. Niet alle investeerders zullen aldus vertegenwoordigd zijn in de Raad van Bestuur van het Fonds. De investeerders zullen aldus niet individueel kunnen beslissen over de (des)investeringen.

20. Het Fonds dient beschouwd te worden als een beleggingsvennootschap in de zin van artikel 2, §1, 5°, f) WIB 92.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 445 voorkomens
WBTW art. 463 voorkomens