Maatstaf van heffing, Financiële leasing · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2017.615 14 november 2017

Zoeken

Maatstaf van heffing, Financiële leasingBtw - Maatstaf van heffing - Financiële leasing - Oneigenlijke vrijstelling voor levering c.q. verhuur van vaartuigen - Recht op aftrek van voorbelasting - Artikel 26 W.BTW - Artikel 42, § 1, 1°, d) en 3° W.BTW - Artikel 45 W.BTW

https://juriel.be/nl/rulings/2017-615-maatstaf-heffing-financiele-leasing-oneigenlijke-659a

Nummer
2017.615
Datum
14 november 2017

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

62 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2017.615 d.d. 14.11.2017

Btw · Maatstaf van heffing · Artikel 26 W.BTW · Financiële leasing · Oneigenlijke vrijstelling voor levering c.q. verhuur van vaartuigen · Artikel 42, § 1, 1°, d) en 3° W.BTW · Recht op aftrek van voorbelasting · Artikel 45 W.BTW

Samenvatting

De aanvraag wordt ingediend door X, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Belgisch recht.

De subsidies die worden uitgekeerd aan een 100% aandeelhouder van X en vervolgens worden doorgestort als werkingssubsidies moeten door X niet gefactureerd worden aan de subsidieverstrekker, omdat zij geen vergoeding uitmaken voor door X te leveren prestaties ten aanzien van de subsidieverstrekker en deze werkingssubsidies bijgevolg geen deel uitmaken van de maatstaf van heffing in de zin van artikel 26 van het Btw-Wetboek. Aangezien er door X geen prestatie wordt verricht voor de subsidiërende instantie in ruil voor de subsidies, is het duidelijk dat de subsidies niet de tegenprestatie zijn voor deze handeling en worden de subsidies in deze situatie in geen geval aan de btw onderworpen.

De technische (oneigenlijke) vrijstelling van art. 42, § 1, 1°, d) en 3°, van het Btw-Wetboek is van toepassing op de levering door de leveranciers aan X c.q. de verhuur door X aan de exploitatievennootschappen van de betreffende specifieke vaartuigen.

De door X ontvangen subsidies, waarmee zij de toekenning kan financieren van een investeringstegemoetkoming aan de exploitatievennootschappen bij het behalen van welbepaalde contractuele doelstellingen en het nakomen van welbepaalde contractuele voorwaarden, maken geen prijssubsidies uit en behoren dus niet tot de maatstaf van heffing in de zin van artikel 26 van het Btw-Wetboek.

De hiervoor bedoelde door X genoten subsidies en de vrijstelling van artikel 42, § 1, 1°, d) en 3°, van het Btw-Wetboek in hoofde van X oefenen geen invloed uit op het recht van X om haar voorbelasting in aftrek te brengen volgens de normale regels in overeenstemming met artikel 45 van het Btw-Wetboek.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag wordt ingediend door X, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Belgisch recht.

2. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, verzoekt de aanvrager de DVB te willen bevestigen dat:

• de subsidies die worden uitgekeerd aan een 100% aandeelhouder van X en vervolgens worden doorgestort als werkingssubsidies door X niet moeten gefactureerd worden aan de subsidieverstrekker, omdat zij geen vergoeding uitmaken voor door X te leveren prestaties ten aanzien van de subsidieverstrekker en deze werkingssubsidies bijgevolg geen deel uitmaken van de maatstaf van heffing in de zin van artikel 26 van het Btw-Wetboek;

• de vrijstelling van art. 42, § 1, 1°, d) en 3°, van het Btw-Wetboek van toepassing is op de levering door de leveranciers aan X c.q. de verhuur door X aan de exploitatievennootschappen van de betreffende specifieke vaartuigen;

• de door X ontvangen subsidies, waarmee zij de toekenning kan financieren van een investeringstegemoetkoming aan de exploitatievennootschappen bij het behalen van welbepaalde contractuele doelstellingen en het nakomen van welbepaalde contractuele voorwaarden, geen prijssubsidies uitmaken en dus niet behoren tot de maatstaf van heffing overeenkomstig.de bewoordingen van artikel 26 van het Btw-Wetboek;

• de betreffende door X genoten subsidies en de vrijstelling van artikel 42, § 1, 1°, d) en 3°, van het Btw-Wetboek in hoofde van X haar recht op aftrek van voorbelasting volgens de normale regels in de zin van artikel 45 van het Btw-Wetboek, niet beïnvloeden.

II. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

3. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

II.A. Kwalificatie van de subsidies

4. In het geval van X is het zo dat de betreffende ontvangen subsidies bestemd zijn om door X te worden aangewend als algemene werkingsmiddelen om haar taak te volbrengen en dat zij derhalve niet kunnen beschouwd worden als een vergoeding voor een middelenverbintenis die door X zou zijn aangegaan.

5. De bedoelde subsidies vormen voor X aldus niet de tegenprestatie of een element van de tegenprestatie van een goederenlevering of van een dienst.

6. Er is geen tegenprestatie vanwege X ten aanzien van de subsidiërende instantie en de betreffende werkingssubsidies behoren dan ook niet tot de maatstaf van heffing in de zin van artikel 26 van het Btw-Wetboek. Deze subsidies worden immers niet verleend ingevolge een handeling onder bezwarende titel in overeenstemming met artikel 2 van het Btw-Wetboek.

II.B. Toepassingsvoorwaarden van de vrijstelling op grond van artikel 42, § 1, 1°, d) en 3°, van het Btw-Wetboek

7. Op grond van artikel 42, § 1, van het Btw-Wetboek zijn van btw vrijgesteld:

“1° de levering:

(…)

d) van binnenschepen bestemd voor de binnenlandse commerciële vaart;

(…)

3° de diensten die tot voorwerp hebben de bouw, de verbouwing, de herstelling, het onderhoud, de verhuur of de bevrachting van in 1° bedoelde vaartuigen.

(…)”

8. De activiteit van X bestaat er in om de hiervoor bedoelde specifieke vaartuigen ter beschikking te stellen van de exploitatievennootschappen (via een financiële lease).

9. Op basis van de algemene bewoordingen van artikel 18, § 1, tweede lid, 4°, van het Btw-Wetboek moet men er van uitgaan dat leasingactiviteiten kwalificeren als dienstprestaties in de zin van artikel 18 van het Btw-Wetboek en als gevolg in beginsel belast zijn met btw.

10. Op basis van de huidige administratieve richtlijnen en praktijk in België, worden roerende leaseovereenkomsten, voor zover die niet in een automatische eigendomsoverdracht voorzien, vooralsnog als diensten beschouwd voor de toepassing van de btw.

11. De minister van Financiën heeft in het verleden uitdrukkelijk verklaard dat met betrekking tot financiële leasing de regels van de huur toepasselijk zijn (Parl. St. Kamer, 1992-1993, 684/4, Verslag van de Commissie, 25).

12. Op grond van artikel 42, § 1, van het Btw-Wetboek is er een vrijstelling van btw inzake de levering door de leveranciers aan X c.q. de verhuur door X aan de exploitatievennootschappen van de bedoelde specifieke vaartuigen. De vraag wordt gesteld voor welke van de hierna genoemde vaartuigen en voor welke van de hierna genoemde vaartrajecten de geciteerde vrijstelling van artikel 42, § 1, 1°, d) en 3°, van het Btw-Wetboek van toepassing is.

13. X is er op het ogenblik dat zij de levering van het vaartuig bestelt bij de leverancier, van op de hoogte welke trajecten het vaartuig zal varen. X bestelt immers enkel bij de leverancier nadat er een overeenkomst werd afgesloten met de investerende private partner (de exploitatievennootschap). In deze overeenkomst wordt ook vermeld over welke trajecten het vaartuig gaat varen.

14. Artikel 42, § 1, van het Btw-Wetboek voorziet in een vrijstelling van btw voor de levering c.q. verhuur van binnenschepen bestemd voor de commerciële binnenvaart.

15. Alle vaartuigen bestemd voor de binnenvaart komen voor de vrijstelling van artikel 42, § 1, van het Btw-Wetboek, in aanmerking. Het is daarbij irrelevant of met deze vaartuigen een binnenlands, grensoverschrijdend of buitenlands vaartraject wordt afgelegd.

16. Inzake binnenvaart beperkt artikel 42, § 1, 1°, d), van het Btw-Wetboek de vrijstelling wel tot de vaartuigen bestemd voor de commerciële vaart, dit wil zeggen tot de vaartuigen die uitsluitend bezoldigd vervoer van personen of van goederen verrichten.

17. De btw-administratie is van oordeel dat alle door X in overleg met de investerende private partners te bouwen specifieke vaartuigen bij de levering hier te lande de vrijstelling van artikel 42, § 1, 1°, d), van het Btw-Wetboek kunnen genieten, op voorwaarde dat deze vaartuigen gebruikt worden om tegen betaling goederen te vervoeren.

Als deze vaartuigen voornoemde btw-vrijstelling kunnen genieten, dan is volgens de btw-administratie ook de verhuur ervan vrijgesteld op grond van artikel 42, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek.

De btw-administratie benadrukt wel dat deze btw-vrijstellingen afhankelijk zijn van het vervullen van een aantal door haar opgelegde btw-formaliteiten.

II.C. Maatstaf van heffing

18. X zal in eerste instantie een zakelijke “arm’s length” leaseprijs aanrekenen aan de investerende private partners. X zal wel voorzien in een investeringstegemoetkoming in de mate dat deze private partners welbepaalde contractuele doelstellingen behalen en welbepaalde contractuele voorwaarden nakomen.

19. De DVB merkt op dat de investeringstegemoetkomingsovereenkomst (prijsreductie-overeenkomst) een direct gevolg is van een commerciële, evenwichtige negotiatie met wederzijdse rechten en verplichtingen tussen onafhankelijke partijen gelet op de risico’s die de private partners gedurende het project X dragen.

20. In de contractuele relatie tussen X en de private operatoren/exploitatievennootschappen dient de investeringstegemoetkoming als een prijsvermindering gezien te worden onder de opschortende voorwaarde van het behalen van welbepaalde contractuele doelstellingen en het nakomen van welbepaalde contractuele voorwaarden.

II.D. Recht op aftrek van voorbelasting in hoofde van X

II.D.1. Invloed van het genieten van subsidies op het recht op aftrek inzake btw

21. In het geval van een volledig belastingplichtige die alleen maar belastbare handelingen stelt, zoals X, kan het genieten van werkingssubsidies haar recht op aftrek van voorbelasting niet beïnvloeden. Deze subsidies hebben er geen uitstaans mee. Er is geen verband tussen kosten en subsidies.

22. Het feit dat X naast inkomsten uit belastbare handelingen ook subsidies ontvangt, mag in de gegeven omstandigheden het recht op aftrek niet beïnvloeden. Het recht op aftrek is immers niet verbonden aan inkomsten maar aan handelingen. Geen enkele wetsbepaling laat in deze situatie toe het recht op aftrek te beperken in functie van de ontvangen subsidies.

23. Dit blijkt ook uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zie in dit verband onder meer H.v.J. 06.10.2005, Commissie t. Spanje, C-204/03, http://curia.europa.eu; H.v.J. 06.10.2005, Commissie t. Frankrijk, C-243/05, http://curia.europa.eu).

II.D.2. Invloed van technische btw-vrijstellingen op het recht op aftrek inzake btw

24. De enige activiteit van X bestaat er in om de hiervoor bedoelde specifieke vaartuigen ter beschikking te stellen van de exploitatievennootschappen (via een financiële lease). Deze activiteit is btw-belastbaar maar niet btw-belast want vrijgesteld op grond van artikel 42, § 1, 1°, d) en 3°, van het Btw-Wetboek (zie afdeling II.B., randnummers 7 t.e.m. 17 van deze voorafgaande beslissing waaruit blijkt dat de toepassingsvoorwaarden van deze btw-vrijstelling vervuld zijn).

25. De technische (oneigenlijke) vrijstellingen van de artikelen 39 t.e.m. 42 van het Btw-Wetboek oefenen geen invloed uit op het recht van de belastingplichtige om zijn voorbelasting in aftrek te brengen en bijgevolg heeft X bij voortduur volgens de normale regels recht op aftrek van de opwaartse btw in overeenstemming met artikel 45 van het Btw-Wetboek.

Aangehaalde teksten

6
WBTW art. 4214 voorkomens
WBTW art. 265 voorkomens
WBTW art. 453 voorkomens
WBTW art. 182 voorkomens
WBTW art. 21 voorkomen