Fiche van de FOD Financiën
VENNOOTSCHAPSBELASTING
Belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling · Belastingneutrale fusie door overneming · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of -ontwijking
REGISTRATIERECHTEN · Inbreng van roerende goederen · Inbreng van een universaliteit
BTW · Overdracht van een algemeenheid van goederen · Bedrijfsafdeling
Samenvatting
De voorgenomen inbreng door moedervennootschap X in dochtervennootschap Y kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, lid 1, 2°, WIB 92 en beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92. Deze inbreng betreft enkel roerende goederen en valt onder het nultarief conform artikel 115 W.Reg.
De fusie door overneming van Z door zustervennootschap Y beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan aldus belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92. Tevens ressorteert deze fusie door overneming onder de vrijstelling van artikel 117, § 1, W.Reg.
Zowel de inbreng als de fusie valt onder het regime van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:
- de inbreng van de commerciële activiteit van de vennootschap X in haar bestaande dochtervennootschap Y kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, lid 1, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 46, § 1, lid 3, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92;
- de inbreng van de commerciële activiteit onder de toepassing valt van artikel 115, van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek-, en Griffierechten (hierna W.Reg.);
- de inbreng van de commerciële activiteit kan genieten van het vrijstellingsregime inzake BTW in toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW);
- de fusie door overneming van de vennootschap Z door de vennootschap Y, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, vierde lid, WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;
- de fusie door overneming onder de toepassing valt van artikel 117, § 1, W.Reg.;
- de fusie door overneming kan genieten van het vrijstellingsregime inzake BTW in toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.
II. Omschrijving van de verrichting(en)
2. X is een holdingvennootschap die naast haar taken als holdingvennootschap (verlenen van overkoepelende diensten voor de groep) ook een commerciële activiteit heeft. Voor deze activiteit heeft zij een aanzienlijk aantal werknemers in dienst. X is tevens eigenaar van een onroerend goed dat wordt gebruikt als kantoorgebouw in het kader van haar eigen activiteiten en deels aan derden wordt verhuurd. Daarnaast bezit zij drie concessies op andere onroerende goederen.
3. Twee van de dochtervennootschappen van X, namelijk Y en Z oefenen activiteiten uit in dezelfde sector. Daarnaast bezit X nog deelnemingen in twee andere vennootschappen.
4. X wenst over te gaan tot een inbreng van haar commerciële activiteit in Y waardoor X enkel nog de holding- en vastgoedactiviteiten op zich zal nemen. Voorts wenst de aanvrager over te gaan tot een fusie tussen Z en Y.
III. Beslissing
Directe belastingen
5. De inbreng omvat de activa (cliënteel, materiële vaste activa, klantenvorderingen, ...) en passiva die specifiek betrekking hebben op de in te brengen commerciële activiteit. Daarnaast zullen ook alle personeelsleden (op enkele werknemers na die verder zullen instaan voor de achterblijvende activiteiten bij X) overgaan naar Y. De deelnemingen in de dochtervennootschappen zullen geen deel uitmaken van de inbreng omwille van het feit dat bepaalde deelnemingen geen verband houden met de in de te brengen commerciële activiteit en het de bedoeling is om de holdingactiviteit te behouden bij X. Ook het kantoorgebouw en de concessies betreffende de onroerende goederen zullen niet worden ingebracht wegens het feit dat (i) het huidige kantoorgebouw reeds voor een beperkt gedeelte aan derden wordt verhuurd en na de inbreng ook nog zal worden gebruikt door X om haar holding- en vastgoedactiviteit in te huisvesten, (ii) de groep wenst uit te wijken naar een andere locatie waardoor op termijn de betrokken onroerende goederen niet meer zullen worden aangewend in het kader van de in te brengen commerciële activiteit, en (iii) het de bedoeling is dat de thans nog beperkte vastgoedactiviteit (verhuur van onroerend goed) verder zal worden ontwikkeld door X. Een gedeelte van het onroerend goed zal na de inbreng ter beschikking gesteld worden van Y tot op het ogenblik van de herlocatie. De aanvrager heeft eveneens aangetoond dat de ingebrachte activiteit op zichzelf beschouwd financieel leefbaar is.
6. Uit het voormelde blijkt dat het gaat om een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken (cfr. artikel 680 van het Wetboek van vennootschappen). De aanvragers hebben bevestigd dat de inbreng volledig en uitsluitend zal worden vergoed door toekenning van nieuw uit te geven aandelen van Y. De inbreng van de commerciële activiteit door X kan derhalve worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, lid 1, 2°, WIB 92.
7. De geplande verrichtingen worden ondersteund door volgende motivatie:
- in de loop der jaren zijn de operationele activiteiten van X, Y en Z eerder overlappend en groeien deze, door de constante vernieuwing en uitbreiding in de sector, meer en meer naar elkaar toe. Het is voor het management noodzakelijk om de structuur te stroomlijnen en overlappingen te vermijden, met het doel om in de toekomst een betere integrale service aan de klanten te kunnen aanbieden;
- de geplande verrichtingen maken het mogelijk om de exploitatie te optimaliseren en te versterken. Door de opsplitsing kan het operationeel deel van groep beter opgevolgd worden en behoudt X de nodige opportuniteiten om interessante acquisities te kunnen doen;
- het is de bedoeling dat de structuur mogelijkheden biedt om gedifferentieerd lange termijn incentives (zoals managementparticipaties of optieplannen) aan de verschillende entiteiten aan te bieden, zoals vandaag reeds van toepassing is in aanverwante vennootschappen of andere participaties.
8. Uit de fiscale analyse van voorliggende casus is gebleken dat de verrichtingen niet zijn ingegeven door fiscale overwegingen:
- Y beschikt over een zeer beperkt bedrag aan overdraagbare fiscale verliezen. Deze verliezen zullen zowel bij de inbreng van de bedrijfsafdeling vanuit X als bij de fusie met Z worden beperkt in functie van de fiscale nettowaarde;
- X, Y en Z beschikken niet over andere overdraagbare bestanddelen;
- de voorgenomen verrichtingen zullen geen impact hebben op de berekeningsbasis voor de aftrek voor risicokapitaal;
- de aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van Y over te dragen aan derden;
- de verrichting zal geen negatieve impact hebben op de tewerkstelling maar vormt eerder een belangrijke troef voor het aantrekken van nieuw talent.
9. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de geplande inbreng van de commerciële activiteit door X in Y en de fusie door overneming van Z door Y niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
10. De overnemende vennootschap is een binnenlandse vennootschap.
11. De aanvragers hebben verklaard dat de geplande verrichtingen zullen plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen.
12. Derhalve kan de inbreng van de commerciële activiteit door X in Y plaatsvinden onder het stelsel bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92 en kan de fusie door overneming van Z door Y plaatsvinden onder het stelsel bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
Registratierechten
13. De operationele activiteit die X inbrengt in Y betreft louter roerende goederen. Y is een Belgische vennootschap. Deze inbreng kan dan ook worden geregistreerd aan het tarief van nul procent conform artikel 115 W.Reg.
14. De aansluitende fusie waarbij Y de ganse activiteit van Z overneemt en de aandeelhouders van Z (louter) vergoed worden door nieuwe aandelen in Y ressorteert onder de vrijstelling van artikel 117, § 1 W.Reg.
Btw
Inbreng bedrijfsafdeling
15. De operationele activiteit die X inbrengt in Y betreft vooreerst de materiële vaste activa. Verder betreft de inbreng de vorderingen en schulden die specifiek verbonden zijn aan de activiteit, alsook de overgang van het volledige klantenbestand (goodwill) en alle personeelsleden, behoudens enkele personen die verder de holdingactiviteiten van X zullen ondersteunen.
16. In het licht van de artikelen 11 en 18, § 3 W. Btw kan het bovenstaande geheel gekwalificeerd worden als een bedrijfsafdeling. Het feit dat de onroerende goederen die momenteel worden aangewend voor de exploitatie van de over te dragen bedrijfsafdeling niet mee worden overgedragen, belet deze kwalificatie niet. De over te dragen activiteit kan volgens de aanvrager immers op eender welke locatie worden uitgeoefend en is op die manier niet gebonden aan haar huidige infrastructuur en locatie.
17. De inbrenggenietende vennootschap Y heeft volledig recht op aftrek. Momenteel bestaat er binnen de groep geen Btw-eenheid.
18. De inbreng valt onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3 W. Btw.
Fusie
19. Ter gelegenheid van de fusie worden alle activa en passiva van Z ingebracht in Y. Dit kan gekwalificeerd worden als een algemeenheid van goederen zoals bedoeld in de artikelen 11 en 18, § 3 W. Btw.
20. De inbrenggenietende vennootschap Y heeft volledig recht op aftrek. Momenteel bestaat er binnen de groep geen BTW-eenheid.
21. De fusie valt onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3 W. Btw.
22. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers werden vermeld. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding in randnummer 8.4, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1 WIB 92, ...) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing. De DVB spreekt zich evenmin uit over de eventuele btw-herziening die plaats zou moeten vinden in hoofde van X met betrekking tot de niet overgedragen onroerende goederen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.