---
title: "Voorafgaande beslissing 2017.355 · Rubriek XXXI, tabel A, bijlage KB nr. 20"
description: "Rubriek XXXI, tabel A, bijlage KB nr. 20, Verbouwde oude gebouwen, onroerend goed. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2017.355 van 12 september 2017."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2017-355-rubriek-xxxi-tabel-bijlage-verbouwde-0220"
lang: "nl"
---

# Rubriek XXXI, tabel A, bijlage KB nr. 20 · Btw - Rubriek XXXI, tabel A, bijlage KB nr. 20 - Verbouwde oude gebouwen

**Nummer**

2017.355

**Datum**

12 september 2017

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

48 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2017.355 dd. 12.09.2017

*Btw* · *Rubriek XXXI, tabel A, bijlage KB nr. 20* · *Verbouwde oude gebouwen*

## Samenvatting

De verbouwing en uitbreiding van een privatieve kavel in een gebouw tot één duplex appartement kan aangemerkt worden als een omvorming of verbouwing in het kader van de toepassing van het 6% btw-tarief conform rubriek XXXI van tabel A zoals opgenomen in de bijlage van het KB nr. 20.

## Uit het door de DVB gedane onderzoek blijkt het volgende:

1\. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 21 en 22 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

2\. De naamloze vennootschap Y is eigenaar van de volgende onroerende goederen in de stad x:

2.1. Het kantoorgebouw met aanhorigheden, \[…\] voor een oppervlakte van 805 m².

2.2. De bergplaats met aanhorigheden, \[…\], voor een oppervlakte van 445m².

3\. De aanvrager, X, wenst op deze in vorige randnummer vermelde site over te gaan tot de bouw van appartementen na afbraak van de bestaande gebouwen en mits renovatie en uitbreiding van het voormalig kantoorgebouw (stedenbouwkundige vergunning dd. \[…\], dossier \[…\]). Hiertoe zal er door de grondeigenaar, Y, een eigendomsoverdragend recht van opstal worden verleend aan de aanvrager (ontwerp basisakte, cf. bijlage 6 bij de aanvraag).

4\. Voor één specifieke privatieve kavel in gans het project (in het ontwerp van basisakte aangeduid als triplexappartement ‘\[…\]’ en in de bouwvergunning voor de bestemmingswijziging, dossier \[…\], als ‘appartement \[…\]’) wenst de aanvrager de bevestiging van de DVB dat de werken voor de verbouwing en uitbreiding aan haar kunnen worden gefactureerd met toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% conform rubriek XXXI van tabel A zoals opgenomen in de bijlage van KB nr. 20.

5\. In bepaalde gevallen kan er voor werken in onroerende staat (vb. renovatiewerken) met betrekking tot privéwoningen effectief toepassing gemaakt worden van het verlaagd btw-tarief van 6%. Rubriek XXXI, §1 & §3 van Tabel A als bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 20 bepaalt in dit verband:

“§1. Het werk in onroerende staat en de andere handelingen bedoeld in \[paragraaf 3\] worden onderworpen aan het verlaagd tarief, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld:

1° de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben;

2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning worden gebruikt;

3° de handelingen moeten worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming ten minste vijftien jaar voorafgaat aan het eerste tijdstip van opeisbaarheid van de btw dat zich voordoet overeenkomstig artikel 22, §1 of artikel 22bis van het Wetboek;

4° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker;

5° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen: behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast het attest van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

\[…\]

§3 worden beoogd:

1° het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed;

2° prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt;

3° Iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting van een gebouw:

a) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel of aan de radiatoren;

b) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;

c) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en de lampen;

d) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon;

e) van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of badkamer is uitgerust;

f) van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;

4° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbekleding of –bedekking als de plaatsing ervan in een gebouw ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;

5° het aanhechten, het plaatsen, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, van goederen bedoeld in 3° en 4° hierboven;

6° de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van de hierboven bedoelde handelingen;

\[…\]”.

6\. De aanvrager overloopt in zijn aanvraag al de voornoemde voorwaarden van §1 van rubriek XXXI.

*‘1° de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben;’*

7\. Op dit punt is het relevant om na te gaan of de bouwfysische vergroting van de privatieve kavel een kwalificatie van ‘omvorming’ in de weg staat. De vertrekbasis in het bestaande gebouw voor de te vormen privatieve kavel betreft volgens de aanvrager een oppervlakte op de gelijkvloerse verdieping van 24,90 m² en een oppervlakte op de eerste verdieping van 189,90 m². In totaal is dit een oppervlakte van het oude gedeelte van 214.80 m². De aanvrager verklaart verder dat na uitvoering van de geplande werken deze privatieve kavel een oppervlakte zal hebben van 24,90 m² op het gelijkvloers, 189,90 m² op de eerste verdieping, 128,40 m² op de tweede verdieping en een constructie op het dakterras van 35,00 m². De vloeroppervlaktes van de nieuw te creëren dakterrassen zelf, op de tweede verdieping en op het dak van de tweede verdieping, rekent de DVB hierbij niet mee. De bebouwde oppervlakte na uitvoering van de werken bedraagt dus 378,2 m². De oppervlakte van het oude gedeelte is met andere woorden groter dan de helft van de totale oppervlakte van deze privatieve kavel na de uitvoering van de werken. Verder stelt de DVB op basis van de voorgelegde plannen vast dat het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk kan functioneren van het oude gedeelte maar dit laatste enkel aanvult. Conform de naar voor gebrachte leidraad in btw-beslissing nr. E.T.106.933 dd. 01/09/1994 kunnen we dus ondanks de beoogde uitbreiding nog steeds over een ‘omvorming’ spreken in de zin van rubriek XXXI.

*‘2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning worden gebruikt;’*

8\. De aanvrager verklaart dat hij de beoogde kavel renoveert om vervolgens de privatieve delen en de daaraan verbonden quotiteiten in de gemeenschappelijke delen als één woning te verkopen. Er is reeds een koper (de drie kinderen \[…\]) die de woning voor privé gebruik zal behouden, meer specifiek als vakantieverblijf.

*‘3° de handelingen moeten worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming ten minste vijftien jaar voorafgaat aan het eerste tijdstip van opeisbaarheid van de btw dat zich voordoet overeenkomstig artikel 22, §1 of artikel 22bis van het Wetboek;’*

9\. De aanvrager verklaart dat het gebouw waarin de betrokken kavel zich bevindt reeds meer dan 15 jaar oud is.

*‘4° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker;’*

10\. De aannemers verstrekken en factureren hun werken aan de aanvrager. De aanvrager zelf, een onderneming die zoals in de voorgelegde vraag een kavel in een gebouw renoveert tot woning om deze te verkopen, kunnen we kwalificeren als eindverbruiker (btw aanschrijving 86/06 dd. 22/08/1986, randnummer 76).

*‘5° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen: behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast het attest van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.’*

11\. De aanvrager verklaart dat de benodigde attesten zullen worden opgesteld.

12\. Op basis van voorgaande elementen kan de DVB besluiten dat op de voorgenomen werken met betrekking tot de specifieke privatieve kavel het verlaagde btw-tarief van 6% van toepassing is.

13\. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat inzake de werken aan de gemeenschappelijke delen dit verlaagd tarief maar toepasselijk is a rato van het aandeel in de gemeenschap van deze privatieve kavel.
