Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2017.163 dd. 06.07.2017
Btw · Btw-eenheid · Recht op aftrek · Werkelijk gebruik · Bijzondere verhoudingsgetallen
Samenvatting
De externe handelingen van de leden van de btw-eenheid X bestaan zowel in handelingen die recht op btw-aftrek verlenen als handelingen zonder recht op btw-aftrek.
Door de flagrante ongelijkheid tussen de omzetcijfers van deze deelactiviteiten dient de btw-eenheid haar recht op btw-aftrek uit te oefenen volgens de regels van het werkelijk gebruik.
Met betrekking tot goederen en diensten waarvoor het werkelijk gebruik niet kan worden toegepast omdat de goederen en diensten niet kunnen afgezonderd en toegewezen worden aan een welbepaalde deelactiviteit, wordt het recht op btw-aftrek uitgeoefend op basis van verdeelsleutels of bijzondere verhoudingsgetallen.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De rulingaanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat de btw-eenheid “X” de btw mag aftrekken volgens het werkelijk gebruik, dit overeenkomstig artikel 46 § 2 van het BTW Wetboek. Voor de goederen en diensten die niet specifiek toegewezen kunnen worden aan één activiteit zou het bijzonder verhoudingsgetal van de vennootschap waarin de activiteit zich bevinden waarop de kosten betrekking hebben worden toegepast. Voor de goederen en diensten die niet specifieker dan aan de btw-eenheid toegewezen kunnen worden, zal het bijzonder verhoudingsgetal van de btw-eenheid worden toegepast.
II. Omschrijving van de voorgenomen verrichtingen
2. BTW-eenheid “X” bestaat uit … vennootschappen.
3. De externe handelingen van de leden van deze btw-eenheid bestaan zowel in handelingen die recht op btw-aftrek verlenen als handelingen zonder recht op btw-aftrek.
4. Hierdoor is de btw-eenheid “Groep “X” een gemengde btw-plichtige.
5. De externe handelingen van de btw-eenheid zijn dus volgende activiteiten:
• Vastgoedmakelaar
• Syndicus
• Verzekeringsmakelaar
• Bankagent
• Verhuur van kluizen
• Verhuur onroerende goederen
• Bestuurder van vennootschappen
III. Beslissing
6. Overeenkomstig artikel 45, § 1, van het btw-wetboek, mag elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek brengen die werd geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.
7. De aanvrager, btw-eenheid “X” ,dient te worden aangemerkt als een enkele btw-belastingplichtige die in de plaats treedt van haar leden ten einde hun rechten en verplichtingen inzake btw gezamenlijk uit te oefenen. Het is bijgevolg de btw-eenheid die het recht op btw-aftrek uitoefent van de btw geheven van de goederen en diensten die gedurende haar bestaan aan haar leden worden verstrekt.
8. De externe handelingen van de btw-eenheid “X” bestaan zowel in handelingen die recht op btw-aftrek verlenen als handelingen zonder recht op btw-aftrek.
9. De btw-eenheid “X” is derhalve een btw-belastingplichtige met gedeeltelijk recht op btw-aftrek.
10. Op grond van artikel 46 btw-wetboek kan de btw in hoofde van zulke btw-plichtige op twee wijzen worden afgetrokken: ofwel volgens de methode van het algemeen verhoudingsgetal, zijnde een percentage dat wordt verkregen uit de breuk tussen de omzet gerealiseerd door handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat (teller) en de totale omzet van de door de betrokkene verrichtte handelingen (noemer) ofwel op grond van het werkelijke gebruik van goederen en diensten.
11. De methode van het algemeen verhoudingsgetal (art. 46, § 1 btw-wetboek) kan – door de forfaitaire aard ervan – echter leiden tot ongelijkheden inzake btw-aftrek. Soms speelt dit in het nadeel van de belastingplichtige, die ingevolge het verhoudingsgetal de aftrek niet kan verrichten waarop hij recht had, indien men rekening houdt met de werkelijke bestemming van de aangekochte goederen/diensten. In andere gevallen speelt deze methode in het voordeel van de belastingplichtige, die daardoor meer kan aftrekken dan het bedrag waarop hij in werkelijkheid recht had, gelet op het gebruik van de aangekochte goederen/diensten. Daarom kan de Administratie, op verzoek van de belastingplichtige, vergunning verlenen om het recht op aftrek uit te oefenen met inachtneming van de regel van het werkelijk gebruik. De administratie kan deze methode ook opleggen.
12. Aangezien het stelsel van het werkelijk gebruik de aftrek bepaalt door een onderscheid te maken volgens de bestemming van de aan de belastingplichtige verstrekte goederen en diensten, veronderstelt dit stelsel bepaalde voorwaarden:
• Het bestaan van duidelijk onderscheiden sectoren, waarvoor alle, of op zijn minst het grootste deel van de aan de belastingplichtige verstrekte goederen en diensten, sector per sector, kunnen worden toegewezen. In het geval van de btw-eenheid moet deze toewijzing in een eerste fase, lid per lid kunnen gebeuren.
• De belastingplichtige moet, inzonderheid op basis van documenten die hun verkrijging vaststellen, kunnen bewijzen dat de goederen en diensten onmiddellijk toegewezen aan een bepaalde deelactiviteit, rekening houdend met hun aard, alleen aan die bepaalde deelactiviteit kunnen toegewezen worden.
13. Binnen de btw-eenheid “X” zal de eindbestemming van de aan de belastingplichtige verstrekte goederen en diensten op controleerbare wijze worden vastgesteld. De inkomende handelingen worden in de vennootschapen zo veel mogelijk opgesplitst geboekt, elke kost wordt zoveel mogelijk aan elke aparte activiteit toegewezen.
14. Tevens blijkt een flagrante ongelijkheid tussen de omzetcijfers die betrekking hebben op de btw-belaste activiteiten en de btw-vrijgestelde activiteiten van de verschillende leden van de btw-eenheid.
15. In deze situatie zou de toepassing van het algemeen verhoudingsgetal aanleiding geven tot btw-aftrek van kosten verbonden aan niet-btw plichtige activiteiten en een te lage btw-aftrek voor kosten die betrekking hebben op btw-plichtige activiteiten.
16. Gelet op het bovenstaande beslist de DVB dat de btw-eenheid “X” zijn recht op btw-aftrek dient uit te oefenen volgens het werkelijk gebruik waarbij de inkomende goederen en diensten onmiddellijk toegewezen dienen te worden aan een bepaalde deelactiviteit.
17. In die omstandigheden is het duidelijk dat de uitoefening van het recht op aftrek volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten tot meer gelijkheid in de heffing van de belasting leidt.
18. Met betrekking tot goederen en diensten waarvoor het werkelijk gebruik niet kan toegepast worden omdat de goederen en diensten niet kunnen afgezonderd en toegewezen worden aan een welbepaalde deelactiviteit, dient het recht op btw-aftrek uitgeoefend te worden op basis van verdeelsleutels of bijzondere verhoudingsgetallen.
19. Aangezien binnen een btw-eenheid, in eerste instantie, de toewijzing lid per lid dient te gebeuren, krijgt de btw-eenheid “X” de toestemming om deze bijzondere verhoudingsgetallen te berekenen op basis van het algemeen verhoudingsgetal per afzonderlijk lid van de btw-eenheid waarin de activiteit wordt uitgeoefend waarvoor de inkomende handelingen worden bestemd.
20. De leden van de btw-eenheid “X” oefenen duidelijk onderscheiden activiteiten uit. Gelet op boekhoudkundige en fiscale voorschriften zullen er bijgevolg geen kosten zijn die niet aan een bepaald lid van de btw-eenheid toegewezen kunnen worden. Bijgevolg is er geen noodzaak om een bijzonder verhoudingsgetal op het niveau van de btw-eenheid “X” te bepalen.
21. De DVB doet hierbij geen onderzoek naar of uitspraak over de concrete percentages van de toe te passen bijzondere verhoudingsgetallen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.