VENNOOTSCHAPSBELASTING: Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2017.125 21 maart 2017

Zoeken

VENNOOTSCHAPSBELASTING: Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijkingVENNOOTSCHAPSBELASTING: Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of -ontwijking - REGISTRATIERECHTEN: Inbreng van onroerende goederen - Inbreng van roerende goederen - BTW: Vrijstelling

https://juriel.be/nl/rulings/2017-125-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-055d

Nummer
2017.125
Datum
21 maart 2017

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

46 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

VENNOOTSCHAPSBELASTING

Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of -ontwijking

REGISTRATIERECHTEN · Inbreng van onroerende goederen · Inbreng van roerende goederen

BTW · Vrijstelling

Samenvatting

De partiële splitsing van de NV A, waarbij haar verhuurd residentieel vastgoed en liquide middelen schuldenvrij worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap, beantwoordt aan zakelijke overwegingen en heeft niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

De overdracht van de roerende en onroerende goederen is onderhevig aan een evenredig registratierecht van 0% met een minimum van het algemeen vast recht overeenkomstig de artikelen 115, 115bis en 167 W.Reg.

Aangezien de overgedragen onroerende goederen niet 'nieuw' zijn in de zin van artikel 44, § 3, 1°, a) W.BTW, is de overdracht vrijgesteld van btw.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1.1. de geplande partiële splitsing van de vennootschap NV A waarbij zij haar activiteiten op het vlak van residentieel vastgoed afsplitst naar de nieuw op te richten vennootschap Newco, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92), meer bepaald dat de voorgenomen partiële splitsing niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92 en onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92 kan plaatsvinden;

1.2. de geplande partiële splitsing van de NV A kan plaatsvinden aan een evenredig recht van 0% met een minimum van het algemeen vast recht overeenkomstig de artikelen 115, 115bis en 167 van het Wetboek der Registratierechten (W.Reg.);

1.3. de overdrachten in het kader van de partiële splitsing met vrijstelling van BTW verlopen in toepassing van artikel 44, § 3, 1°, a) van het Wetboek over de toegevoegde waarde (W.BTW).

II. Omschrijving van de verrichting

2. De NV A is een familiale vastgoedvennootschap die enerzijds residentieel vastgoed en anderzijds garageboxen verhuurt aan derden (behoudens één onroerend goed dat wordt verhuurd aan de familiale aandeelhouders). De verhuur van garageboxen vergt volgens de aanvrager een meer actief beheer en is bovendien onderworpen aan de BTW (in tegenstelling tot de verhuur van residentieel onroerend goed).

3. De geplande verrichting betreft de partiële splitsing van de NV A waarbij de verhuuractiviteiten inzake het residentieel vastgoed alsook liquide middelen zullen worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap. De aanvrager heeft bevestigd dat er geen schulden meer rusten op het af te splitsen onroerend goed. Alle overige activa en passiva zullen behouden blijven bij de NV A.

III. Beslissing

III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92

4. De partiële splitsing is inzonderheid ingegeven door volgende motieven:

4.1. De partiële splitsing zal toelaten dat beide vennootschappen zich kunnen focussen op hun kernactiviteit met elk een eigen risicoprofiel, beleid en expertise, investeringsbeleid en rendementsverwachtingen.

4.2. Door de partiële splitsing ontstaat de mogelijkheid om voor beide vennootschappen een afzonderlijke successieplanning op te stellen. De overdracht naar de volgende generatie kan na de partiële splitsing beter worden georganiseerd. In het kader van de toekomstige successieplanning zouden de kinderen eventueel de volle eigendom van de aandelen van de nieuw op te richten vennootschap kunnen verwerven.

5. De aanvrager heeft aangetoond dat er geen fiscale motieven aan de basis van de verrichting liggen:

5.1. de NV A heeft momenteel geen belastbare basis en beschikt over een beperkt fiscaal overdraagbaar verlies dat in toepassing van artikel 206, §2, WIB 92 zal worden verdeeld over beide vennootschappen;

5.2. de NV A heeft voor het overige geen overgedragen investeringsaftrekken, aftrek voor risicokapitaal of DBI-overschotten;

5.3. de partiële splitsing brengt voor de aanvrager geen voordeel met zich mee op het stuk van de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal;

5.4. uit de cijfergegevens blijkt dat beide vennootschappen na de partiële splitsing financieel leefbaar zullen zijn;

5.5. de aanvrager heeft bevestigd dat de eigenvermogensbestanddelen zullen worden verdeeld conform artikel 213 WIB 92;

5.6. de aanvrager heeft bevestigd dat de nog openstaande herbeleggingsverplichting in het kader van artikel 47 WIB 92 zal worden overgenomen door de NV A; aangezien de NV A ook de activa zal behouden die reeds als herbelegging werden verworven, zal de gespreide taxatie van de nog onbelaste meerwaarde integraal ten name van de NV A worden verdergezet conform de werkwijze zoals vermeld in randnummer 211/56 van de administratieve commentaar op het WIB 92;

5.7. de aanvrager heeft bevestigd dat de aandeelhouders, behoudens een eventuele overdracht van aandelen aan de kinderen van het echtpaar in het kader van een toekomstige successieplanning (zie ook randnummer 4.2), niet de intentie hebben om de aandelen van de NV A, noch de aandelen van de nieuw op te richten vennootschap te vervreemden.

6. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de NV A plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

7. De aanvrager heeft bevestigd dat de nieuw op te richten verkrijgende vennootschap een binnenlandse vennootschap zal zijn.

8. De aanvrager heeft tevens bevestigd dat de partiële splitsing zal worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen.

9. Derhalve kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de NV A kan plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

III.B. Inzake de toepassing van de artikelen 115, 115bis en 167 federaal W.Reg.

10. Ingevolge de voorgenomen partiële splitsing van de NV A wordt het residentieel vastgoed, alsook liquide middelen ingebracht in een nieuw op te richten vennootschap.

11. De aanvrager verklaart dat er geen schulden meer rusten op het af te splitsen onroerend goed. Er worden tevens geen andere schulden mee overgedragen. De inbreng wordt bijgevolg volledig vergolden door toekenning van maatschappelijke rechten.

12. In die zin hoeft er voor het Belgisch onroerend goed geen voorbehoud te worden gemaakt voor een mogelijke toepassing van artikel 120 W.Reg. en kan de inbreng ingevolge de partiële splitsing in België worden geregistreerd aan het evenredig recht van 0% met een minimum van het algemeen vast recht conform de artikelen 115 en 115bis juncto 167 W.Reg.

III.C. Inzake de toepassing van de btw

13. De aanvrager verklaart dat de ingebrachte Belgische onroerende goederen niet 'nieuw' zijn in de zin van artikel 44, §3, 1°, a) W.BTW. De DVB kan dan ook bevestigen dat de inbreng van deze Belgische 'oude' onroerende goederen ressorteert onder de toepassing van artikel 44, § 3, 1°, a) W.BTW en is vrijgesteld van btw.

14. Inzake het toepasselijk regime voor het buitenlands onroerend goed kan de DVB zich in casu niet uitspreken.

15. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding in randnummer 5.7 niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1 WIB 92, enz ...) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bv. de latere overdracht van de aandelen van de NV A en/of de nieuw op te richten vennootschap.