Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2017.1030 d.d. 20.02.2018
Btw · Nieuw gebouw · Artikel 44, §3, 1°, a) tweede lid W.Btw
Samenvatting
Twee verbonden ondernemingen beschikken over grond en gebouwen, die deels afgebroken worden en waarop een nieuwe constructie – aansluitend aan de bestaande gebouwen, opgericht wordt met het oog op de overdracht van de nieuwe constructie aan een derde partij om financieringsredenen.
Om deze overdracht met toepassing van Btw te laten plaatsvinden, is vereist dat deze nieuwe constructie voor Btw doeleinden als een nieuw opgericht gebouw aangemerkt wordt.
Daartoe dient het autonoom functioneren van het gebouw onderzocht te worden.
Tekst van de beslissing
I. Voorwerp van de aanvraag
De aanvrager wil bevestiging bekomen dat de nieuw op te richten productiehal, voor Btw doeleinden als een nieuw gebouw aangemerkt zal worden in het kader van de toepassing van artikel 44, §3, 1°, a) tweede lid, tweede streep van het Btw-wetboek.
II. Omschrijving van de verrichtingen
2. Partij 1 wenst haar bedrijfsgebouwen uit te breiden. Hiervoor zou er naast de bestaande gebouwen een nieuwe productiehal gebouwd worden die aangebouwd is aan de huidige gebouwen. Een deel van de bestaande gebouwen zou hiervoor gesloopt worden.
3. De grond waarop deze nieuwe productiehal zal gebouwd worden is eigendom van Partij 2.
4. Na de bouw van de nieuwe productiehal zal Partij 3 het gebouw kopen om het vervolgens in leasing te geven aan Partij 1.
5. In de nieuwe productiehal wordt de productie en verpakking ondergebracht. Deze nieuwe productiehal beschikt over een productieruimte, een verpakkingsruimte, een invrieslokaal, een opslagplaats voor de grondstoffen, een sanitaire ruimte, een bureel,… Er zullen voor het nieuwe gebouw aparte nutsvoorzieningen aangesloten worden op het openbaar net.
6. Zowel de oude gebouwen als het nieuwe gebouw beschikken over hun eigen nooduitgangen, ingangen, laad- en loskaden, alsmede hun eigen onthaalruimten en parkeerplaatsen.
III. Beslissing
7. Artikel 130 van de programmawet van 2 augustus 2002 vulde artikel 1 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde aan met een paragraaf 9. Die paragraaf bepaalt dat voor de toepassing van de BTW onder een gebouw dient te worden verstaan, ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden.
8. Daar in de aanvraag het ontegensprekelijk gaat om een bouwwerk dat vast met de grond verbonden is, dient vervolgens nagegaan te worden of de nieuw op te richten constructie al dan niet als een uitbreiding van de bestaande gebouwen moet aangemerkt worden, dan wel of het als een afzonderlijke gebouw onafhankelijk van de overblijvende gebouwen kan functioneren.
9. Daartoe wordt nagegaan of de na afbraak overgebleven gebouwdelen, onafhankelijk van de nieuw tot stand gebrachte constructie kunnen functioneren, hetgeen het geval blijkt te zijn onder verwijzing naar de divers door de aanvrager aangegeven elementen als opgenomen in de randnummers 5 en 6 alsmede in diens motivering bij zijn aanvraag.
10. Tot slot dient geconcludeerd dat de nieuw tot stand gebrachte constructie, niettegenstaande ze ingepland wordt binnen de bestaande industriële site, en zelfs aansluit op de bestaande – overgebleven gebouwen, op bouwtechnisch gebied autonoom zal functioneren, hetgeen door de aanvrager aangetoond en onderbouwd werd in diens motivering. De vaststelling dat zowel de oude als nieuwe gebouwen vanuit functioneel oogpunt complementair aan elkaar zullen zijn, mede gegeven de verbondenheid tussen de in de gebouwen aanwezige gebruikers, doet geen afbreuk aan de conclusie dat het duidelijk onderscheiden gebouwen zijn.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.