---
title: "Voorafgaande beslissing 2017.073 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2017.073 van 21 maart 2017."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2017-073-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-9138"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Vennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of -ontwijking - Meerwaarde op aandelen - Divers inkomen - Normaal beheer privé-vermogen - Inbreng van aandelen - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

**Nummer**

2017.073

**Datum**

21 maart 2017

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

60 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

*Vennootschapsbelasting*

*Belastingneutrale partiële splitsing* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of -ontwijking* · *Meerwaarde op aandelen* · *Divers inkomen* · *Normaal beheer privévermogen* · *Inbreng van aandelen*

*BTW* · *Overdracht van een bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De inbreng door de heer en mevrouw X - Y van hun aandelen A BVBA en B BVBA in de recent opgerichte holdingvennootschap C BVBA, kan beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van een privévermogen, zodat de meerwaarde niet zal belast worden op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

De daaropvolgende partiële splitsingen van A BVBA en B BVBA, die tot doel hebben de onderscheiden exploitatieactiviteiten en het beheer van vastgoed van de groep in afzonderlijke vennootschappen onder te brengen, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kunnen plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

De voorgelegde partiële splitsingen voldoen op het vlak van btw aan de voorwaarden van de artikelen 11 en 18, §3, W.Btw en moet in die zin niet als een te belasten levering of dienst worden aanzien.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1.1. de inbreng door de heer en mevrouw X - Y van hun aandelen A BVBA en B BVBA in de holdingvennootschap C BVBA, kan beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privévermogen, zodat de meerwaarde niet belast zal worden op grond van artikel 90, 1° en 90, 9°, eerste gedachtestreepje van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92);

1.2. de partiële splitsing van enerzijds B BVBA, waarbij haar activiteit 1 zal worden afgesplitst naar de nog op te richten vennootschap D, en van anderzijds A BVBA, waarbij haar activiteit 1 zal worden afgesplitst naar de voormelde vennootschap D en haar activiteit 2 zal worden afgesplitst naar de nog op te richten vennootschap E, beantwoordt aan de bepalingen zoals uiteengezet in artikel 183bis WIB 92, en belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92;

1.3. de voorgenomen partiële splitsingen kwalificeren als een niet-levering zoals bedoeld in de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, §3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.Btw) en bijgevolg zullen plaatsvinden met toepassing van de fiscaal neutrale btw-regeling.

## II. Omschrijving van de verrichtingen

2\. De heer en mevrouw X - Y zijn de eigenaars van een groep van vennootschappen. De heer X bezit alle aandelen van A BVBA en de meerderheid van de aandelen van B BVBA. Mevrouw Y bezit een minderheidsparticipatie in B BVBA. De resterende aandelen B BVBA (eveneens een minderheidsparticipatie) zijn in bezit van A BVBA. Recent werd door de heer en mevrouw X - Y tevens een holdingvennootschap C BVBA opgericht die op haar beurt de vennootschap F BVBA heeft opgericht voor de opstart van een nieuwe activiteit (zie activiteit 4 hierna).

3\. De groep heeft meerdere activiteiten, met name, activiteit 1 tot en met 4, alsook het beheer van de onroerende goederen die voor deze diverse activiteiten worden gebruikt (activiteit 5).

4\. A BVBA oefent activiteiten 1 en 2 uit. Tevens heeft zij onroerende goederen in bezit die dienstig zijn voor de bedrijfsuitoefening. B BVBA oefent activiteiten 1 en 3 uit en bezit eveneens bedrijfsgebonden vastgoed. De groep oefent haar activiteiten uit in verschillende uitbatingszetels.

5\. De aanvragers wensen de groep te reorganiseren zodanig dat elke activiteit in een afzonderlijke vennootschap zal worden uitgeoefend en dat de verschillende vennootschappen zullen gecentraliseerd zijn onder de overkoepelende holdingvennootschap C BVBA.

6\. Hiertoe zullen meerdere opeenvolgende verrichtingen plaatsvinden:

6.1. de inbreng door de heer en mevrouw X - Y van de aandelen die zij bezitten in A BVBA en B BVBA (met uitzondering van één of twee aandelen per vennootschap omwille van de meer hoofdigheidsvereiste) in de recent opgerichte holdingvennootschap C BVBA;

6.2. de partiële splitsing van enerzijds A BVBA waarbij haar activiteit 1 zal worden afgesplitst naar de nog op te richten vennootschap D en haar activiteit 2 zal worden afgesplitst naar de nog op te richten vennootschap E en anderzijds B BVBA waarbij haar activiteit 1 zal worden afgesplitst naar vennootschap D.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 (inbreng van aandelen)*

7\. De heer en mevrouw X - Y zullen hun aandelen in A BVBA en B BVBA inbrengen in de recent opgerichte holdingvennootschap C BVBA.

8\. De geplande inbreng door enerzijds de heer X van zijn aandelen A BVBA (behoudens één aandeel) en B BVBA en anderzijds door mevrouw Y van haar aandelen B BVBA in de recent opgerichte holdingvennootschap C BVBA vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

9\. De aandelen van A BVBA en B BVBA behoren tot het privévermogen van de aanvragers-natuurlijke personen.

10\. De voorgenomen inbreng kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92:

10.1. de in te brengen aandelen A BVBA en B BVBA zijn reeds van bij de oprichting geruime tijd geleden in het bezit van de aanvragers-natuurlijke personen;

10.2. het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

10.3. door de inbreng van de aandelen A BVBA en B BVBA in C BVBA, zullen de aandelen van de groepsvennootschappen gecentraliseerd worden in een holdingvennootschap, van waaruit de groep verder zal worden uitgebouwd. Door C BVBA werd recent reeds een nieuwe vennootschap opgericht waarin een bijkomende activiteit zal worden ontwikkeld;

10.4. de centralisatie zal ertoe leiden dat het beleid en bestuur van de betrokken vennootschappen beter op elkaar kunnen worden afgestemd en hun financiële positie en kredietwaardigheid worden versterkt. Tevens kan de holding optreden als interne financier binnen de groep waarbij de middelen, aanwezig in de ingebrachte vennootschappen, worden aangewend tot financiering van nieuwe projecten of ter versteviging van de financiële structuur van één of meerdere groepsvennootschappen. De aanvragers hebben reeds een aantal zeer concrete investeringen voor ogen die in de aanvraag werden omschreven;

10.5. de inbrengverrichting kadert tevens in de familiale planning van de aanvragers-natuurlijke personen;

10.6. de meerwaarde die bij de inbreng van de aandelen wordt gerealiseerd, is gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico's niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.

11\. De DVB neemt kennis van de in de aanvraag aangehaalde motivering inzake de aanwezige liquiditeiten binnen de groep.

### *III.B. Inzake de toepassing van artikel 183bis, WIB 92 (partiële splitsingen)*

12\. Na de hiervoor vermelde inbrengverrichting zullen A BVBA en B BVBA partieel worden gesplitst. Bij A BVBA zullen de activiteiten 2 en 1 partieel worden afgesplitst naar respectievelijk vennootschap E en vennootschap D. Bij B BVBA zal activiteit 1 partieel worden afgesplitst naar vennootschap D.

13\. De geplande partiële splitsingen hebben tot doel de onderscheiden activiteiten van beide vennootschappen in afzonderlijke juridische entiteiten onder te brengen. Recent werd reeds binnen een afzonderlijke vennootschap een nieuwe activiteit opgestart.

14\. Door de geplande partiële splitsing van A BVBA zullen de activiteiten 2 en 1 respectievelijk worden afgesplitst naar twee nieuwe vennootschappen, terwijl het vastgoed zal behouden blijven in A BVBA (wiens naam zal gewijzigd worden) die verder als vastgoedvennootschap zal dienst doen.

15\. Door de geplande partiële splitsing van B BVBA zal activiteit 1 worden afgesplitst naar de nieuwe vennootschap D, terwijl activiteit 3 en het onroerend goed, dat exclusief voor activiteit 3 dienstig is, in de huidige B BVBA zullen behouden blijven.

16\. Het onderbrengen van het onroerend goed, in de mate dat dit gebruikt wordt voor meerdere activiteiten, en de onderscheiden exploitatieactiviteiten in verschillende vennootschappen zal ertoe leiden dat er voor iedere activiteit een afzonderlijk beleid zal kunnen worden gevoerd dat is aangepast aan de specifieke investerings- en kredietbehoeften.

17\. De aanvragers hebben bevestigd dat door A BVBA een marktconforme huur zal worden aangerekend aan de vennootschappen die gebruik maken van de onroerende goederen die in deze vennootschap zullen worden gecentraliseerd.

18\. De partiële splitsingen zullen geen invloed hebben op de tewerkstelling binnen de groep.

19\. Bij de verdeling van de eigen vermogensbestanddelen ingevolge de geplande partiële splitsingen zal rekening worden gehouden met de toepassing van artikel 213, WIB 92 en met de voorschriften van de fiscale administratie terzake.

20\. A BVBA en B BVBA zijn winstgevende vennootschappen en hebben een belastbare basis. Tevens werd bevestigd dat zij niet over overgedragen fiscale bestanddelen beschikken.

21\. De reorganisatie brengt geen voordeel met zich mee op het vlak van de aftrek voor risicokapitaal.

22\. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van de bij de partiële splitsingen betrokken vennootschappen over te dragen.

23\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van A BVBA en B BVBA zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

24\. Derhalve kan worden besloten dat, voor zover aan de overige voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, de geplande partiële splitsing van A BVBA en B BVBA kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

### *III.C. Inzake de toepassing van artikel 11 en 18, §3, W.Btw (partiële splitsingen)*

25\. Op basis van artikel 11 W.Btw wordt niet als een levering van een goed beschouwd de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3 W.Btw bevat hetzelfde principe voor diensten.

26\. In casu wordt de vraag gesteld of dit principe kan toegepast worden op drie onderscheiden partiële splitsingen. Via een eerste partiële splitsing wordt activiteit 1 overgedragen van A BVBA aan vennootschap D (nieuw op te richten vennootschap). Via een tweede partiële splitsing wordt activiteit 2 overgedragen van A BVBA aan vennootschap E (nieuw op te richten vennootschap). Via een derde partiële splitsing tenslotte zal activiteit 1 worden overgedragen van B BVBA aan vennootschap D (nieuw op te richten vennootschap).

27\. Bij elk van deze onderscheiden partiële splitsingen blijkt dat er een samenhangend geheel van activa wordt overgedragen waarmee een economische activiteit kan worden uitgeoefend. Telkenmale zou de overnemer eventueel verschuldigde btw in aftrek kunnen brengen.

28\. De DVB kan bevestigen dat deze drie partiële splitsingen kwalificeren als een niet-levering zoals bedoeld in de artikelen 11 en 18, §3 W.Btw en bijgevolg dienen plaats te vinden met toepassing van de fiscaal neutrale btw-regeling.

29\. Onderhavige beslissing is gebaseerd op elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummer 22, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 en de toepassing van anti-misbruikbepalingen (artikel 183bis, WIB 92 of artikel 344, §1, WIB 92, ...) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals inzonderheid een latere overdracht van aandelen van A BVBA, B BVBA, vennootschap D of vennootschap E of een latere inbreng of verkoop van de aandelen C BVBA in of aan een nieuwe of bestaande vennootschap.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen
