Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2016.413 12 juli 2016

Zoeken

Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijkingVennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of -ontwijking - Meerwaarde op aandelen - Divers inkomen - Normaal beheer privévermogen - Verkoop van aandelen - Anti-misbruikbepaling - BTW - Overdracht van een bedrijfsafdeling

https://juriel.be/nl/rulings/2016-413-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-6626

Nummer
2016.413
Datum
12 juli 2016

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

65 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vennootschapsbelasting

Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of -ontwijking · Meerwaarde op aandelen · Divers inkomen · Normaal beheer privévermogen · Verkoop van aandelen · Anti-misbruikbepaling

BTW · Overdracht van een bedrijfsafdeling

Samenvatting

De partiële splitsing van de NV A, waarbij haar onroerend goed wordt afgesplitst naar de bestaande vennootschap BVBA B en exploitatie in de NV A behouden blijft, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92.

De daaropvolgende verkoop door de heer en mevrouw X – Y (aandeelhouders van de NV A en onrechtstreeks van de BVBA B) van de aandelen van de NV A aan derden, kan beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van een privévermogen, zodat de meerwaarde niet zal belast worden op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

De overdracht van het onroerend goed ingevolge de partiële splitsing van de NV A is vrijgesteld van de btw conform artikel 44, § 3, 1°, a) W.BTW.

De keuze van de voorgenomen rechtshandelingen (partiële splitsing van de NV A gevolgd door de overdracht van de aandelen van de NV A) is door andere motieven verantwoord dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of :

1.1. de partiële splitsing van de NV A, waarbij haar onroerend goed zal worden afgesplitst naar de bestaande vennootschap BVBA B, niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis en 211, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92);

1.2. de meerwaarde die na de voormelde partiële splitsing zal worden gerealiseerd naar aanleiding van de verkoop door de heer en mevrouw X - Y van hun aandelen van de NV A aan derden, niet belastbaar is door toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 en niet als winst in de zin van de artikelen 24 en 41 WIB 92, noch als bezoldiging in de zin van artikel 32, WIB 92 kwalificeert;

1.3. de partiële splitsing buiten het toepassingsgebied van het btw-stelsel valt overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, a) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.BTW);

1.4. de voormelde partiële splitsing gevolgd door de verkoop van de aandelen NV A verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. De NV A is een exploitatievennootschap waarvan de aandelen in bezit zijn van het echtpaar X - Y. De NV A oefent haar werkzaamheid enerzijds uit in een onroerend goed waarvan zij eigenaar is en anderzijds in het ernaast gelegen onroerend goed dat zij huurt van de BVBA B. De aandelen van de BVBA B zijn onrechtstreeks in handen van de aanvragers-natuurlijke personen.

3. De NV A zal partieel worden gesplitst waarbij haar onroerend goed wordt afgesplitst naar de BVBA B en vervolgens zullen de heer en mevrouw X – Y de aandelen van de NV A verkopen aan een derde partij.

III. Beslissing

III.A. Inzake de toepassing van artikel 183bis, WIB 92 (partiële splitsing)

4. Ingevolge de partiële splitsing zal het onroerend goed van de NV A worden afgesplitst naar de bestaande vennootschap BVBA B.

5. Deze verrichting heeft tot doel het bij de exploitatievennootschap aanwezige onroerend goed, dat voorlopig nog voor de exploitatie wordt gebruikt, onder te brengen in de BVBA B, die verder als vastgoedvennootschap zal dienst doen.

6. De afsplitsing van het onroerend goed is noodzakelijk om de overname van de aandelen van de NV A door een derde mogelijk te maken en de continuïteit van het bedrijf te garanderen. De overnemer is bereid de exploitatieactiviteit over te nemen maar is niet geïnteresseerd in het onroerend goed, temeer daar dit nog slechts tijdelijk voor de exploitatie zal kunnen worden gebruikt.

7. De aanvragers hebben bevestigd dat het over te dragen onroerend goed van de NV A schuldenvrij is en dat een marktconforme huur zal worden aangerekend voor het gebruik van het onroerend goed door de NV A.

8. De vastgoedactiviteit van de BVBA B zal verder worden uitgebouwd, wat blijkt uit het engagement dat door de heer en mevrouw X – Y wordt aangegaan om in de nabije toekomst investeringen in de bestaande of nieuwe onroerende goederen door te voeren. Het echtpaar X – Y zal een aanzienlijk deel van de verkoopprijs herinvesteren in de BVBA B door middel van een kapitaalverhoging die zal plaatsvinden binnen de 3 maanden na ontvangst van de prijs. De middelen verkregen naar aanleiding van de voormelde kapitaalverhoging zullen door de BVBA B vervolgens, binnen een termijn van 2,5 jaar na ondertekening van de aandelenoverdracht, worden geïnvesteerd in vastgoed met het oog op verhuring aan derden.

9. Bij de verdeling van de eigen vermogensbestanddelen ingevolge de partiële splitsing zal rekening worden gehouden met de toepassing van artikel 213, WIB 92 en met de voorschriften van de fiscale administratie terzake.

10. Noch de NV A, noch de BVBA B heeft overdraagbare verliezen, overdraagbare aftrek voor risicokapitaal, overgedragen investeringsaftrek of overgedragen DBI.

11. De partiële splitsing brengt geen voordeel met zich mee op het vlak van de aftrek voor risicokapitaal.

12. De aanvragers hebben bevestigd dat zij niet de intentie hebben om de aandelen van de BVBA B over te dragen.

13. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de NV A zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

14. De verkrijgende vennootschap BVBA B is een binnenlandse vennootschap.

15. De aanvragers hebben bevestigd dat de partiële splitsing zal plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen.

16. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, 4e lid, WIB 92 is voldaan, zodat de geplande partiële splitsing van de NV A kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

III.B. Inzake de toepassing van de artikelen 24, 32 en 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 (verkoop van aandelen)

III.B.1. Inzake de toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92

17. De geplande verkoop door de aanvragers-natuurlijke personen van de aandelen NV A, die volgt op de voormelde partiële splitsing van de NV A, vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

18. De aandelen van de betrokken vennootschap behoren tot het privévermogen van de aanvragers-natuurlijke personen.

19. De geplande aandelenoverdracht kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van het privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 :

19.1. de aandelen van de NV A zijn sinds de oprichting in bezit van de familie van de aanvragers-natuurlijke personen. De heer en mevrouw X - Y bezitten hun aandelen reeds geruime tijd;

19.2. het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

19.3. de voorgenomen verkoopverrichting, die volgt op de partiële splitsing van de NV A, kadert in de opvolging van de heer en mevrouw X – Y en heeft tot doel de exploitatieactiviteit van de vennootschap over te dragen aan een derde die deze verder zal uitbouwen. Op die manier wordt de continuïteit van en de tewerkstelling binnen het bedrijf veilig gesteld;

19.4. de heer en mevrouw X – Y verkopen aandelen aan de NV C, waarvan zij zelf geen aandelen zullen bezitten;

19.5. meerwaarde die bij de voorgenomen verkoopverrichting zal worden gerealiseerd is, gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico's, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92;

19.6. de aanwezige liquide middelen zijn, gelet op de in de aanvraag verstrekte motivatie, niet overtollig.

III.B.2. Inzake de toepassing van de artikelen 24 en 30, WIB 92

20. De aandelen van de betrokken vennootschappen behoren tot het privé-vermogen van de aanvragers-natuurlijke personen zodat zij niet onder het toepassingsgebied van artikel 24, noch van artikel 30, WIB 92 vallen.

III.C. Inzake de toepassing van artikel 44, § 3, 1° a), W.BTW

21. Ingevolge de partiële splitsing zal het onroerend goed van de NV A worden ingebracht in de bestaande vennootschap BVBA B.

22. De vraag wordt gesteld of deze partiële splitsing buiten het toepassingsgebied van het btw-stelsel valt overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, a) W.BTW.

23. De aanvragers argumenteren hierbij dat de partiële splitsing niet onder het btw-stelsel kan vallen vermits het ingevolge de partiële splitsing over te dragen onroerend goed, een gebouw betreft dat reeds vele jaren in het bezit is van de NV A en de overdracht hiervan alsdusdanig is vrijgesteld conform artikel 44, § 3, 1°, a), W.BTW.

24. Vermits het volgens de aanvrager in de zin van de btw een ‘oud gebouw’ betreft, kan de DVB effectief bevestigen dat de inbreng van het onroerend goed ingevolge de voorgenomen partiële splitsing vrijgesteld is conform artikel 44, § 3, 1°, a), W.BTW.

III.D. Inzake de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92

25. Het geheel van de verrichtingen kadert in de overdracht van de exploitatieactiviteit van de NV A aan een derde die het bedrijf zal verderzetten.

26. Door de partiële splitsing wordt het onroerend goed, dat door zijn locatie zijn belang voor de vennootschap en voor de overnemer zal verliezen, buiten deze overdracht gehouden. De afsplitsing van het onroerend goed is een voorwaarde zonder dewelke de overdracht niet zal kunnen plaatsvinden.

27. De daaropvolgende verkoop van aandelen heeft tot doel de aandelen van de NV A over te dragen aan de opvolger van de heer en mevrouw X - Y, een derde, die de vennootschap verder zal uitbouwen.

28. De partiële splitsing, gevolgd door de overdracht van de aandelen maakt het mogelijk de overname in volledige juridische continuïteit te laten verlopen. De heer en mevrouw X – Y zullen de verkoopprijs die zij ingevolge de overdracht van de aandelen van de NV A zullen ontvangen, gedeeltelijk herinvesteren in de BVBA B door middel van een kapitaalverhoging die zal worden onderschreven binnen de drie maanden na ontvangst van de betaling. Deze middelen zullen dienen voor uitbreiding van het vastgoed van de BVBA B en/of geïnvesteerd worden in de bestaande onroerende goederen van de BVBA B.

29. De keuze van het geheel van de rechtshandelingen is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92.

30. Onderhavige beslissing is gebaseerd op elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummer 12 en de beslissing in randnummer 29, niet uit over de mogelijke toepassing van anti-misbruikbepalingen (artikel 183bis, WIB 92 of artikel 344, § 1, WIB 92, ...) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals inzonderheid een latere overdracht van aandelen van de BVBA B.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 441 voorkomen