---
title: "Voorafgaande beslissing 2016.322 · Vrijstelling"
description: "Vrijstelling. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2016.322 van 29 juni 2016."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2016-322-vrijstelling-verhuur-gemeubeld-appartement-bijkomende-3f66"
lang: "nl"
---

# Vrijstelling · Vrijstelling - Verhuur van een gemeubeld appartement met bijkomende dienstenKeuzestelsel: mogelijkheid om bijkomende diensten te onderwerpen aan de btw

**Nummer**

2016.322

**Datum**

29 juni 2016

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

91 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2016.322 dd. 29.06.2016

*Btw* · *Vrijstelling* · *Artikel 44, § 3, 2° W.BTW* · *Verhuur van een gemeubeld appartement met bijkomende diensten* · *Keuzestelsel: mogelijkheid om bijkomende diensten te onderwerpen aan de btw*

## Samenvatting

De vennootschap X verhuurt een aantal gemeubelde en vooraf schoongemaakte appartementen tegen een enige prijs, waarin ook de nutsvoorzieningen (internet en EGW) zijn begrepen. Naast de bedoelde schoonmaak vóór de aanvang van de verhuur levert vennootschap X geen enkele bijkomende dienst. Voor deze appartementen wordt evenmin een onthaal voorzien in het gebouw.

In deze omstandigheden is de volledige huurprijs in hoofde van vennootschap X vrijgesteld van btw op grond van artikel 44, § 3, 2° W.BTW. Als de huurders op vrijwillige basis bijkomende diensten wensen af te nemen, zoals de huur van linnen, tussentijdse schoonmaak of het opmaken van de bedden, doet vennootschap X daarvoor beroep op een derde partij. De huurders zullen daartoe dan een afzonderlijke overeenkomst moeten afsluiten met deze derde partij en deze laatste partij zal de huurder daarvoor een afzonderlijke vergoeding aanrekenen met btw.

Tijdens de periode tussen twee verhuurperiodes in, zal de vennootschap X de hiervoor bedoelde appartementen verhuren aan voornoemde derde partij, die deze appartementen op haar beurt zal verhuren voor korte termijn. Deze appartementen worden door deze derde partij dan verhuurd tegen een enige prijs, waarin de schoonmaak ervan vóór de aanvang van de verhuur is begrepen.

Ook in dergelijk geval van korte termijnverhuur is de enige huurprijs vrijgesteld van btw op grond van artikel 44, § 3, 2° W.BTW, zowel in de relatie tussen de vennootschap X en de derde partij, als in de relatie tussen de derde partij en diens huurders.

Als de huurders van de derde partij op vrijwillige basis bijkomende diensten wensen af te nemen, zoals de huur van linnen, tussentijdse schoonmaak of het opmaken van de bedden, zal deze derde partij hen daarvoor een afzonderlijke vergoeding aanrekenen met btw.

De nutsvoorzieningen (internet en EGW) zijn inbegrepen in de huurprijs van de appartementen, zoals aangerekend door vennootschap X. Doordat de vergoeding voor deze nutsvoorzieningen is begrepen in de huurprijs, is de btw op deze kosten niet aftrekbaar in hoofde van vennootschap X.

Dezelfde btw-regeling is van toepassing als vennootschap X een aantal appartementen in hetzelfde appartementsgebouw ook gemeubeld verhuurt aan dezelfde derde partij, die op haar beurt deze appartementen permanent op korte termijn zal verhuren tegen een enige huurprijs, waarin de schoonmaak ervan vóór de aanvang van de huur is begrepen.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Deze rulingaanvraag heeft betrekking op de btw-gevolgen van de verhuur van gemeubelde appartementen en specifiek op de toepassing van artikel 44, § 3, 2° W.BTW, van de artikelen 37 en 38 W.BTW en van rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20 juli 1970.

2\. Meer bepaald wensen de aanvragers de bevestiging te verkrijgen dat in de hierna geformuleerde en toegelichte feitelijke omstandigheden:

• de verhuur van gemeubelde appartementen samen met de autostaanplaatsen voor de toepassing van de btw wordt beschouwd als een vrijgestelde onroerende verhuur zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 2° W.BTW;

• de verhuur van de gemeubelde appartementen niet belet dat er nog altijd sprake is van privé-bewoning en de regeling van rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20 in hoofde van de eerste aanvrager onverkort kan worden behouden, en;

• de bijkomende, facultatieve diensten, die zullen worden geleverd door de tweede aanvrager, met btw zullen worden gefactureerd en geen afbreuk doen aan de toepassing van artikel 44, § 3, 2° W.BTW, voor wat betreft de verhuur van de gemeubelde appartementen.

De eerste aanvrager is hoofdzakelijk actief in de ontwikkeling van (residentiële) bouwprojecten, waarbij bepaalde projecten ook in eigen beheer worden gehouden om te verhuren. De tweede aanvrager is vastgoedmakelaar.

## II. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

### *II.1. Onroerende verhuur*

II.1.1. Verhuur van gemeubelde appartementen

3\. De verhuur van onroerende goederen bestaat er in wezen in dat een verhuurder een huurder voor een overeengekomen tijdsduur en onder bezwarende titel het recht verleent een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten.

4\. De verhuur van een onroerend goed wordt gekenmerkt door een betrekkelijk passieve activiteit van de verhuurder, die enkel verband houdt met het tijdsverloop en geen toegevoegde waarde van betekenis oplevert. Een onroerende verhuur is dan ook te onderscheiden van andere activiteiten die ofwel een zakelijk-industrieel en commercieel karakter hebben en die uitgesloten zijn van de vrijstelling voor onroerende verhuur, zoals de verhuur van een hotelkamer, een opslagruimte of nog de uitbating van een parking, ofwel een voorwerp hebben dat eerder slaat op het leveren van een prestatie dan op de loutere terbeschikkingstelling van een onroerend goed, zoals het recht een golfterrein te gebruiken, het recht een brug te gebruiken tegen betaling van tolgeld of het recht sigarettenautomaten te plaatsen in een bedrijfsruimte.

5\. De verhuur van gemeubelde appartementen is in het geheel vrijgesteld van btw, op voorwaarde dat die appartementen bestemd zijn voor privébewoning, ongeacht overigens de hoedanigheid van de verhuurder, voor zover die geen hotelhouder of uitbater van een met een hotel gelijkgestelde inrichting (in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10° W.BTW) is ([Aanschrijving nr. 4 van 12.01.1973](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/4-1973-aanschrijving-location-immobiliere-689c), randnr. 91).

6\. De btw-administratie vereist voor de uitsluiting van de vrijstelling voor onroerende verhuur (artikel 18, § 1, tweede lid, 10° W.BTW jo. artikel 44, § 3, 2), a), derde streepje W.BTW) dat het gaat om instellingen die worden uitgebaat onder de in de wetgeving op de hotelinrichtingen gestelde voorwaarden dan wel onder een ander statuut en die worden gekenmerkt door een permanente organisatie die alle materiële en menselijke factoren verenigt die het mogelijk maken aan gasten aan wie onderdak wordt verleend, diensten te verlenen zoals de ontvangst van de gasten, de terbeschikkingstelling van een gemeubelde kamer en huishoudlinnen, het onderhoud en het schoonmaken van de kamers, met inbegrip van het verschaffen en verversen van huishoudelijk linnen en eventueel het verschaffen van ontbijt ([Aanschrijving nr. 17 van 08.08.1994](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/17-1994-aanschrijving-secteur-immobilier-fourniture-logements-b7e4)).

7\. De inrichtingen die niet dit geheel van diensten verschaffen, komen echter toch voor het belasten van hun handelingen in aanmerking als uit concrete feiten blijkt dat systematisch aan alle klanten, voor een globale (enige forfaitaire) prijs, een dienst wordt aangeboden en verstrekt die zowel bestaat in:

• het ter beschikking stellen van gemeubeld logies van welke aard ook;

• het onthaal ter plaatse van gasten gedurende in ieder geval een groot gedeelte van de dag ([Parl. Vr. nr. 768 FOURNAUX van 02.05.2005](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/768-terbeschikkingstelling-gemeubeld-logies-fournaux-e09c), Vr. en Antw., Kamer, 2004-05, nr. 083, 14248-14250), en;

• volgens de door de uitbater vastgestelde formule, minstens één van de volgende bijkomende diensten:

 het regelmatig onderhoud en schoonmaken van gemeubelde kamers tijdens het verblijf, of;

 het verschaffen en het verversen van het huishoudlinnen tijdens het verblijf, of;

 het verschaffen van een ontbijt op de kamers of in de eetzaal van de inrichting (eigen onderlijningen) (Beslissing nr. E.T. 88.687 van 06.04.1999; zie ook: [Parl. Vr. nr. 768 FOURNAUX van 02.05.2005](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/768-terbeschikkingstelling-gemeubeld-logies-fournaux-e09c), Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 083, 14248-14250; [Parl. Vr. nr. 1865 NYSSENS van 04.02.2002](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1865-btw-vrijstelling-logies-betalende-gasten-7bdc), Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-56, 3083-3084; Btw-Handleiding, tekstversie 01.02.2015, nr. 55.B., tweede alinea).

8\. Voornoemde principes worden ook toegepast in recente voorafgaande beslissingen (zie Voorafgaande Beslissing nr. 2014.690 van 13.01.2015; Voorafgaande Beslissing nr. 2014.479 van 30.09.2014; zie ook Voorafgaande Beslissing nr. 900.032 van 10.03.2009, randnr. 22).

9\. Er zal aldus sprake zijn van een door artikel 44, § 3, 2° W.BTW vrijgestelde onroerende verhuur, als:

• de uitbater geen enkele van de hiervoor bedoelde bijkomende diensten aanbiedt, of;

• de uitbater die bijkomende diensten slechts verstrekt op uitdrukkelijke vraag van de klant mits betaling van een prijstoeslag, of nog;

• de diensten onder de hiervoor bedoelde voorwaarden worden verstrekt maar de klant de mogelijkheid heeft om af te zien van één of meerdere van die bijkomende diensten tegen een prijsvermindering, of;

• de inrichting niet over de nodige organisatie beschikt om, zoals hotels, de ontvangst en het onthaal van klanten te kunnen verzekeren.

10\. In de gegeven feitelijke omstandigheden zijn de voorgenomen verrichtingen van de eerste en de tweede aanvrager niet uitgesloten van de vrijstelling van btw voor onroerende verhuur.

11\. De hierna toegelichte facultatieve, bijkomende diensten die worden verricht door de tweede aanvrager moeten echter niet onder de btw-vrijstelling voor onroerende verhuur vallen en kunnen dus door de tweede aanvrager met toepassing van btw aangerekend worden en in hoofde van de tweede aanvrager recht op aftrek van voorbelasting verlenen, zoals hierna genoegzaam zal blijken.

II.1.2. Verhuur van gemeubelde appartementen met facultatieve, bijkomende diensten

12\. Traditiegetrouw stelt de btw-administratie dat wanneer de verhuurder van een uit zijn aard onroerend goed zich tegenover de huurder verbindt hem zogenoemde bijkomende diensten te verlenen, de handeling in de regel volledig is vrijgesteld ([Aanschrijving nr. 4 van 12.01.1973](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/4-1973-aanschrijving-location-immobiliere-689c), randnr. 94). De administratie gaat er van uit dat de verhuurder van een onroerend goed er zich ten overstaan van de huurder in wezen toe verbindt deze ook bijkomende diensten te verstrekken waarbij de totale dienstprestatie vrijgesteld wordt van belasting.

Onder deze bijkomende diensten dienen te worden begrepen, verwarming, elektriciteit, water, airconditioning, de bewaking van het onroerend goed, de schoonmaak van de privé gebruikte lokalen, met inbegrip van het glazenwassen aan de buitenzijde, het gebruik van gemeenschappelijke diensten, zoals het onthaal, de telefooninstallatie en de andere telecommunicatiediensten en de reiniging van de gemeenschappelijke delen met inbegrip van het onderhoud van de lift.

13\. De btw-administratie staat wel een afwijking toe op de algemene regel. Voornoemde bijkomende diensten waaronder verwarming, elektriciteit, water en airconditioning, mogen aan de belasting onderworpen worden als ze door de verhuurder zelf aan de huurder worden verleend en er een afzonderlijke prijs wordt voor bedongen ([Aanschrijving nr. 4 van 12.01.1973](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/4-1973-aanschrijving-location-immobiliere-689c), randnr. 95; Btw-Handleiding, tekstversie 01.02.2015, nr. 61/4).

De leiding en infrastructuur van verwarming, elektriciteit, water en airconditioning zijn echter bestanddelen van het uit zijn aard onroerend goed of zijn er blijvend mee verbonden en maken bijgevolg deel uit van de vrijgestelde onroerende verhuur. De verhuurder mag de btw geheven van deze infrastructuur dan ook in geen geval in aftrek brengen (Beslissing nr. E.T. 15.928 van 17.02.2005).

14\. Dit keuzerecht voor de verhuurder geldt ook wanneer hij een derde met het verrichten van deze bijkomende diensten belast (Beslissing nr. E.T. 15.572 van 19.10.1973).

15\. In de gegeven omstandigheden ondergaat de doorrekening door de tweede aanvrager van de hiervoor bedoelde facultatieve, bijkomende diensten (te weten de huur van linnen, tussentijdse schoonmaak en het opmaken van de bedden) haar eigen btw-regeling (i.e. afzonderlijke aanrekening met btw) vermits de overeenkomsten, de factureringswijze en de prijszetting niet aangeven dat de huurders één globale dienst willen afnemen van de verhuurder (al naargelang van het geval de tweede aanvrager of de eerste aanvrager).

Gelet op de schijnbare tegenstrijdigheid in de recente arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie ter zake van deze problematiek (H.v.J. 11.06.2009, [C-572/07](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-572-07-arrest), Tellmer Property, H.v.J. 27.09.2012, [C-392/11](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-392-11-arrest), Field Fisher Waterhouse en H.v.J. 16.04.2015, [C-42/14](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-42-14-arrest), Wojskowa Agencja Mieszkaniowa w Warszawie) die ingegeven lijkt door het feit dat de beoordeling van samengestelde (gebundelde, complexe) dienstprestaties voor btw-doeleinden sterk afhangt van de feitelijke omstandigheden van de zaak, is de houding van de btw-administratie verdedigbaar waar zij een groter belang hecht aan de positie van de verhuurders en de verhuurders een keuzerecht toestaat om, afhankelijk van de omstandigheden, de bijkomende diensten aan de btw te onderwerpen dan wel vrij te stellen.

16\. In het licht van al wat voorafgaat, heeft de DVB in de gegeven omstandigheden beslist wat volgt.

Verhuur door de eerste aanvrager

17\. De 15 van de 20 appartementen bedoeld in randnummer 10 worden door de eerste aanvrager gemeubeld verhuurd tegen een enige prijs, waarin de schoonmaak vóór de aanvang van de verhuur en de nutsvoorzieningen (internet en EGW) zijn inbegrepen. Naast laatstbedoelde schoonmaakdiensten levert de eerste aanvrager geen enkele bijkomende dienst.

Voor bedoelde 15 appartementen wordt geen onthaal voorzien in het gebouw.

In deze omstandigheden is de volledige huurprijs in hoofde van de eerste aanvrager vrijgesteld van btw op grond van artikel 44, § 3, 2° W.BTW.

Als de huurder op vrijwillige basis bijkomende diensten wenst af te nemen, zoals de huur van linnen, tussentijdse schoonmaak of het opmaken van de bedden, doet de eerste aanvrager daarvoor een beroep doen op een derde. De huurder zal daartoe dan een afzonderlijke overeenkomst moeten afsluiten met de tweede aanvrager en die zal de huurder daarvoor een afzonderlijke vergoeding aanrekenen met btw.

“Tijdelijke onderverhuur”

Tijdens de periode tussen twee verhuurperiodes in, zal de eerste aanvrager de hiervoor bedoelde 15 appartementen verhuren aan de tweede aanvrager, die deze appartementen op haar beurt zal verhuren voor korte termijn.

Deze appartementen worden door de tweede aanvrager dan verhuurd tegen een enige prijs, waarin de schoonmaak ervan vóór de aanvang van de verhuur is begrepen.

Ook in dergelijk geval van korte termijnverhuur is de enige huurprijs vrijgesteld van btw op grond van artikel 44, § 3, 2° W.BTW, zowel in de relatie tussen de eerste aanvrager en de tweede aanvrager, als in de relatie tussen de tweede aanvrager en diens huurders.

Als de huurders van de tweede aanvrager op vrijwillige basis bijkomende diensten wensen af te nemen, zoals de huur van linnen, tussentijdse schoonmaak of het opmaken van de bedden, zal de tweede aanvrager hen daarvoor een afzonderlijke vergoeding aanrekenen met btw.

De nutsvoorzieningen (internet en EGW) zijn inbegrepen in de huurprijs van de appartementen, zoals aangerekend door de eerste aanvrager.

Doordat de vergoeding voor deze nutsvoorzieningen is begrepen in de huurprijs, is de btw op deze kosten niet aftrekbaar in hoofde van de eerste aanvrager.

“Permanente onderverhuur”

18\. De eerste aanvrager verhuurt 5 van de 20 appartementen bedoeld in randnummer 11 ook gemeubeld aan de tweede aanvrager, die op zijn beurt deze 5 appartementen permanent op korte termijn zal verhuren tegen een enige huurprijs, waarin de schoonmaak ervan vóór de aanvang van de huur is begrepen.

Ook in dergelijk geval van korte termijnverhuur is de enige huurprijs vrijgesteld van btw op grond van artikel 44, § 3, 2° W.BTW, zowel in de relatie tussen de eerste aanvrager en de tweede aanvrager, als in de relatie tussen de tweede aanvrager en diens huurders.

19\. Ook voor deze 5 appartementen wordt geen onthaal voorzien in het gebouw.

20\. Als de huurders van de tweede aanvrager facultatief bijkomende diensten wensen af te nemen, zoals de huur van linnen, tussentijdse schoonmaak of het opmaken van de bedden, zal de tweede aanvrager hen daarvoor een afzonderlijke vergoeding aanrekenen met btw.

21\. Ook in het geval van deze 5 appartementen zullen de nutsvoorzieningen (internet en EGW) begrepen zijn in de huurprijs aangerekend door de eerste aanvrager aan de tweede aanvrager (vanuit louter praktisch oogpunt).

### *II.2. Verhuur van appartementen samen met autostaanplaatsen*

22\. De autostaanplaatsen die in het gebouw aanwezig zijn, zullen telkens samen met de betreffende appartementen worden verhuurd.

23\. De verhuur van parkeerruimte, al dan niet open, voor auto’s kan worden vrijgesteld van btw als die verhuur zo nauw verband houdt met de vrijgestelde verhuur van onroerend goed dat een andere bestemming heeft, zoals in het onderhavige geval gebouwen met een woonfunctie, dat beide verhuren één enkele economische handeling vormen.

Er is volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie in ieder geval sprake van een dergelijk nauw verband wanneer de parkeerruimte en het andere verhuurde onroerend goed deel uitmaken van eenzelfde onroerend complex en beide goederen door eenzelfde eigenaar aan dezelfde huurder zijn verhuurd. Dit geldt ook wanneer de verhuur van beide onroerende goederen geregeld wordt in afzonderlijk gesloten overeenkomsten (H.v.J. 13 juli 1989, 173/88, Morten Henriksen).

24\. Bijkomende diensten volgen de fiscale behandeling van de hoofddienst (de bijzaak volgt de hoofdzaak). Een dienst is bijkomend bij een hoofddienst wanneer hij voor de afnemer geen doel op zich is maar slechts een middel om de hoofddienst zo aantrekkelijk mogelijk te maken.

25\. De btw-administratie stelt dat de terbeschikkingstelling van parkeerruimte voor auto’s vrijgesteld is van btw als de terbeschikkingstelling nauw verbonden is met een vrijgestelde huurovereenkomst betreffende een voor een ander gebruik, zoals bewoning, bestemd onroerend goed en op voorwaarde dat de terbeschikkingstelling die vrijgestelde handeling aanvult, in welk geval de btw- vrijstelling geldt voor de gehele economische handeling.

De btw-administratie beschouwt de verhuur van parkeerruimte voor auto’s als een nauw verbonden handeling die de vrijgestelde verhuur van een ander gebouw aanvult als:

• de betrokken partijen dezelfde zijn en handelen in dezelfde hoedanigheid, zelfs bij afzonderlijk gesloten overeenkomsten (i.e. eenzelfde huurder en eenzelfde verhuurder), en;

• de parkeerruimte en het hoofdgebouw (bv. appartementsgebouw) deel uitmaken van eenzelfde onroerend geheel (Beslissing nr. E.T. 78.929 van 21.02.1994) of de parkeerruimte zich dichtbij het perceel bevindt waarop het hoofdgebouw is opgetrokken (Beslissing nr. E.T. 106.904 van 31.03.2004; zie ook Btw-Handleiding, 01.02.2015, nr. 53.B., eerste streepje).

26\. In casu zullen de verhuringen van de gemeubelde appartementen en de autostaanplaatsen één enkele economische handeling vormen, aangezien de autostaanplaatsen onder in het appartementsgebouw zijn gesitueerd en door dezelfde verhuurder aan dezelfde huurder zullen worden verhuurd.

In dit geval geldt de btw-vrijstelling voor de gehele economische handeling (ter zake betreft het geen keuzestelsel) en geniet de verhuurder bijgevolg geen recht op aftrek van voorbelasting.

II.3. behoud van het verlaagd btw-tarief van 6% voor afbraak en heropbouw in stadsgebied van bouwproject gelegen te ………. ……………….., . ………. ………………..

27\. De afbraak van de gebouwen genoemd in randnummer 5 voor rekening van de eerste aanvrager en de daarmee gepaard gaande heropbouw voor rekening van de eerste aanvrager van een nieuwbouw bestaande in, enerzijds, 20 door de eerste aanvrager voor privé-bewoning te verhuren appartementen en, anderzijds, een handels- of kantoorruimte op de gelijkvloerse verdieping, komen in aanmerking voor het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20, in de mate dat die handelingen betrekking hebben op de door de eerste aanvrager voor privébewoning te verhuren appartementen en uiteraard voor zover ook de andere toepassingsvoorwaarden van voornoemde rubriek XXXVII vervuld zijn.

28\. Voornoemde afbraak en heropbouw moeten echter worden belast met toepassing van het normale btw-tarief van 21% in de mate dat die handelingen betrekking hebben op de niet voor privébewoning bestemde entiteiten die deel uitmaken van de nieuwbouw, i.e. de handels- of kantoorruimte op de gelijkvloerse verdieping.

29\. De werken met betrekking tot voornoemde handels- of kantoorruimte die voorzien is in het gemengde bouwproject vallen uiteraard niet onder het tarief van 6% vermits zij geen betrekking hebben op een privéwoning. Dit geldt ook voor werken betreffende tuinaanleg en het oprichten van afsluitingen (KB nr. 20, tabel A, rubriek XXXVII, tweede lid, 1°). Deze werken blijven onderworpen blijven aan het normale btw-tarief van 21%.

30\. Dit standpunt werd bevestigd door de centrale diensten btw. De DVB verwijst naar het akkoord verkregen door de eerste aanvrager, die haar de beslissing van de centrale diensten btw heeft voorgelegd.

31\. Het behoud van de oorspronkelijke heffing is afhankelijk van de werkelijke bestemming van het gebouw voor privéwoningen. Het verlaagde btw-tarief van 6% kan bijgevolg slechts behouden blijven indien de waarschijnlijkheid van privébestemming door de werkelijkheid wordt bevestigd.

32\. Om te beoordelen of de bestemming het toegepaste btw-tarief rechtvaardigt, moet in principe rekening worden gehouden met de eerste bestemming die na de uitvoering van de werken aan het gebouw gegeven werd.

Als deze eerste bestemming echter toevallig, van korte duur en strijdig is met de normale bestemming van het gebouw, zoals dit werd verondersteld, kan rekening worden gehouden met een daaropvolgende, meer betekenisvolle bestemming ([Aanschrijving nr. 6 van 22.08.1986](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/6-1986-aanschrijving-7f20), punten 40 en 41; zie ook [Parl. Vr. nr. 188 VANRENTERGHEM 04.04.1986](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/188-tarief-onroerend-goed-gebouw-prive-d0a7), Vr. en Antw. Kamer, 1985-1986, nr. 19, 1910). Dit is meer bepaald het geval in de hiervoor beschreven scenario’s van “tijdelijke onderverhuur” en “permanente onderverhuur” door de tweede aanvrager (zie respectievelijk randnummers 17 en 18).

33\. Doordat de betreffende appartementen blijvend zullen worden bestemd voor hoofdzakelijk gebruik als privéwoning, zijn de toepassingsvoorwaarden voor het behoud van het verlaagde btw-tarief van 6% op de afbraak en heropbouw van het appartementsgebouw, voor wat betreft de appartementen, zoals bedoeld in rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20, bij voortduur van toepassing bij uitvoering van de voorgenomen verrichtingen van onroerende verhuur zoals bedoeld in artikel 44, § 3, 2° W.BTW, zoals hiervoor beschreven (randnummers 17 e.v.).

## Aangehaalde teksten

3

[C-392/11, arrest van 27 september 2012](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-392-11-arrest) 1 voorkomen

[C-42/14, arrest van 16 april 2015](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-42-14-arrest) 1 voorkomen

[C-572/07, arrest van 11 juni 2009](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-572-07-arrest) 1 voorkomen
