Fiche van de FOD Financiën
BELASTING VAN NIET INWONERS
Inbreng van een Belgische inrichting · Vrijgestelde meerwaarden
REGISTRATIERECHTEN · Inbreng van onroerende goederen · Inbreng van roerende goederen
BTW · Vrijstelling
Samenvatting
De inbreng van de Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap in een binnenlandse vennootschap valt onder de toepassing van artikel 231, § 3, WIB 92.
Deze inbreng kan plaatsvinden met toepassing van de artikelen 115 en 115bis, W.Reg. en is van btw vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, a), W.BTW.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat de inbreng door de buitenlandse vennootschap A van haar Belgische inrichting in de binnenlandse vennootschap NV B:
1.1. valt onder het toepassingsgebied van artikel 231, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92);
1.2. kan plaatsvinden met vrijstelling van btw in toepassing van artikel 44, § 3, 1°, a) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.BTW);
1.3. kan plaatsvinden met vrijstelling van registratierechten in toepassing van de artikelen 115 en 115bis van het Wetboek der Registratie-, hypotheek-, en griffierechten (W.Reg.).
II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager
2. De buitenlandse vennootschap A is een vastgoedvennootschap. Vennootschap A bezit in België gelegen onroerende goederen die zij verhuurt.
3. De buitenlandse vennootschap A wenst haar Belgische inrichting in te brengen in de binnenlandse vennootschap NV B.
III. Beslissing
III.A. Betreffende de toepassing van artikel 231, § 3, WIB 92
4. Overeenkomstig artikel 231, § 3, WIB 92 zijn de meerwaarden vrijgesteld die worden verwezenlijkt of vastgesteld ter gelegenheid van de inbreng van een Belgische inrichting in een binnenlandse vennootschap tegen verkrijging van aandelen die het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen.
5. De administratieve commentaar op het WIB 92, nr. 229/6 vierde lid, bepaalt dat wanneer een buitenlandse immobiliënvennootschap (als zodanig aangemerkt op grond van haar maatschappelijk doel) een in België gelegen onroerend goed in eigendom heeft en zij dit goed verhuurt, dit impliceert dat deze vennootschap over een Belgische inrichting beschikt (zie Brussel, 12.11.1993, Burgerlijke vastgoedvennootschap naar Monegaskisch recht RHONAN).
6. Vennootschap A bezit in België onroerende goederen die ze verhuurt. Op basis van haar maatschappelijk doel kan vennootschap A worden beschouwd als een immobiliënvennootschap. Bijgevolg kan worden gesteld dat vennootschap A over een Belgische inrichting in de zin van artikel 229, § 1, WIB 92 beschikt.
7. Vennootschap A is een buitenlandse vennootschap in de zin van artikel 2, § 1, 5°, c), WIB 92.
8. De NV B is een binnenlandse vennootschap in de zin van artikel 2, § 1, 5°, b), WIB 92, waarvan de acitviteit bestaat uit de verhuur van een onroerend goed.
9. Vennootschap A wenst haar Belgische inrichting in te brengen in de NV B tegen verkrijging van aandelen die het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen.
10. De aanvrager heeft bevestigd dat alle activa en passiva van de vaste inrichting van de vennootschap A zullen worden ingebracht in de NV B, met dien verstande dat vóór de juridische datum van de inbrengverrichting de schulden van de Belgische inrichting zullen worden afgelost. De inbreng zal gebeuren onder het stelsel van de boekhoudkundige continuïteit.
11. De activiteiten van de Belgische inrichting zullen na de inbreng worden verdergezet door de inbrenggenietende vennootschap NV B.
12. De verrichting kadert in een vereenvoudiging van de historisch gegroeide groepsstructuur, waarbij gestreefd wordt naar de centralisatie van al het Belgisch vastgoed binnen één binnenlandse vennootschap.
13. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de analyse door de DVB kan worden aangenomen dat de voorgenomen inbreng van de Belgische inrichting beantwoordt aan alle in artikel 231, § 3, WIB 92, gestelde voorwaarden.
III.B. Betreffende de toepassing van artikel 44, § 3, 1°, a), W.BTW
14. Artikel 44, § 3, 1°, a), W.BTW voorziet dat de levering van onroerende goederen met vrijstelling van btw kan plaatsvinden indien de levering betrekking heeft op een "oud" onroerend goed, d.w.z. dat de levering plaatsvindt na 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of eerste inbezitneming.
15. In het onderhavige geval dateren de onroerende goederen in kwestie van jaren geleden en zijn ze tevens reeds jaren geleden in gebruik genomen.
16. In de gegeven omstandigheden is de inbreng van de betreffende in België gelegen onroerende goederen door de vennootschap A in de NV B vrijgesteld van btw op grond van artikel 44, § 3, 1°, a), W.BTW.
III.C. Betreffende de toepassing van de artikelen 115, 115bis en 120, W.Reg.
17. Artikel 115, W.Reg. bepaalt dat de inbrengen van roerende goederen in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0 pct. worden onderworpen.
18. Artikel 115bis, W.Reg. bepaalt dat de inbrengen van onroerende goederen - andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend worden of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden - in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0 pct. worden onderworpen.
19. Artikel 120, W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in een vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, wordt de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115bis, W.Reg. en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117, W.Reg.
20. Er kan geen beroep gedaan worden op de vrijstellingsbepaling van artikel 117 vermits de inbrengende vennootschap, noch haar zetel van werkelijke leiding, noch haar statutaire zetel gevestigd heeft op het grondgebied van een EU-lidstaat. Bijgevolg gaat het in se om de zuivere inbreng van roerende en onroerende goederen al dan niet met schulden.
21. De inbreng wordt vergoed in aandelen en er is geen opleg in contanten. Indien er op de juridische datum van de inbreng passief mee overgaat, speelt de problematiek van de gemengde inbreng (artikel 120, W.Reg.).
22. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het feit dat de vennootschap A en de NV B voldoen aan de nationaliteitsvereiste, kan worden besloten dat de inbreng door de vennootschap A zal geschieden met toepassing van de artikelen 115, 115bis juncto 120, W.Reg., evenwel met een minimumheffing van het algemeen vast recht conform artikel 167 W.Reg. en desgevallend met een heffing van 10 % registratierechten op het gedeelte van de overname van de schuld dat evenredig betrekking heeft op de ingebrachte onroerende goederen.
23. Voor de toepassing van de registratierechten wordt de inbreng beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum waarop de inbreng in België effectief plaatsvindt en dus bij het verlijden van de notariële akte.
24. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld werden. De DVB spreekt zich in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 344, § 1, WIB 92, artikel 18, § 2, W.Reg., ...) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de NV B.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.