---
title: "Voorafgaande beslissing 2015.705 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2015.705 van 19 januari 2016."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2015-705-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-89ec"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Vennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of -ontwijking - Belasting over de toegevoegde waarde - Btw-eenheid - Herziening van de aftrek van voorbelasting

**Nummer**

2015.705

**Datum**

19 januari 2016

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

35 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

*Vennootschapsbelasting*

*Belastingneutrale partiële splitsing* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of -ontwijking* · *Belasting over de toegevoegde waarde* · *Btw-eenheid - Herziening van de aftrek van voorbelasting*

## Samenvatting

De partiële splitsing van de vennootschap X, die ertoe strekt het bedrijfsmatig onroerend goed af te splitsen naar een nieuw opgerichte vennootschap Y teneinde enerzijds de groepsstructuur in overeenstemming te brengen met de buitenlandse groepsstructuur en anderzijds de geplande investeringen binnen de vastgoedvennootschap Y niet te onderwerpen aan het ondernemingsrisico, heeft niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking in de zin van artikel 183bis, WIB 92 en artikel 211, § 1, 4de lid, 3°, WIB 92.

Deze partiële splitsing die plaatsvindt tussen leden van een btw-eenheid, wordt aangemerkt als een interne handeling van de btw-eenheid en geeft dus op zichzelf geen aanleiding tot herziening van de oorspronkelijk afgetrokken btw, zoals bepaald in artikel 48, § 2 W.BTW, voor zover het bedrijfsmatig onroerend goed door deze btw-eenheid in dezelfde mate als vóór de partiële splitsing verder wordt gebruikt voor externe handelingen (handelingen met derden) die recht op aftrek van btw verlenen.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat :

1.1. de geplande partiële splitsing van de vennootschap X, waarbij haar bedrijfsvastgoed wordt afgesplitst naar een nieuw opgerichte vennootschap Y, beantwoordt aan de bepalingen zoals vermeld in artikel 211 §1, 4e lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) juncto artikel 183bis WIB 92, zodat deze partiële splitsing fiscaal neutraal kan worden doorgevoerd;

1.2. de geplande partiële splitsing die plaatsvindt tussen leden van een btw-eenheid (X en Y) op zichzelf geen aanleiding geeft tot een herziening van de oorspronkelijk afgetrokken btw, zoals bepaald in [artikel 48, §2 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) (hierna W.BTW) voor zover het bedrijfsvastgoed door deze btw-eenheid in dezelfde mate als vóór de partiële splitsing verder wordt gebruikt voor externe handelingen (handelingen met derden) die recht op aftrek van btw verlenen.

## II. Beslissing

### *II.A. Vennootschapsbelasting*

2\. Vennootschap X is gespecialiseerd in activiteit L. De groep waarvan X deel uitmaakt, is actief in verschillende Europese landen.

3\. De aandelen van de vennootschap X zijn in handen van vennootschap Z (hoofdaandeelhouder) en de heer A (minderheidsaandeelhouder). Vennootschap Z is in handen van de heer A (hoofdaandeelhouder) en mevrouw B en treedt op als holdingvennootschap van de groep. Vennootschap Z houdt onder andere ook nog aandelen aan in W (met als activiteit M) en Y (zie hierna).

4\. Vennootschap X beschikt over bedrijfsvastgoed. Dit onroerend goed wordt op heden deels gebruikt door vennootschap X voor de eigen activiteiten en deels ter beschikking gesteld aan vennootschap W.

5\. De groep wenst de activiteitenstructuur in België in overeenstemming te brengen met de structuur in het buitenland, waar reeds sprake is van een afzonderlijke vastgoedvennootschap en exploitatievennootschap. Daartoe zou overgegaan worden tot de partiële splitsing van X, waarbij het onroerend goed van X (evenals alle specifiek gelinkte schulden aan dit onroerend goed) zal worden overgedragen aan de recent opgerichte vennootschap Y.

6\. Vennootschap Y zal na de partiële splitsing als de Belgische vastgoedvennootschap fungeren. Door deze vennootschap werd recent een nieuw perceel grond aangekocht. Op het nieuwe perceel grond zal op korte termijn een loods worden gebouwd. De groep voorziet op korte termijn ook in de aankoop van een machine. Het budget voor deze uitbreiding (aankoop grond – bouw loods – aankoop machine) is aanzienlijk en zal ertoe bijdragen dat de groep de productie van product K, dat op heden via een buitenlandse leverancier wordt aangekocht, zelf zal kunnen uitvoeren.

7\. De aanvragers hebben bevestigd dat de partiële splitsing geen negatieve impact zal hebben op de tewerkstelling. Alle werknemers van X zullen na de partiële splitsing werkzaam blijven bij de exploitatievennootschap (zijnde X).

8\. De aanvragers hebben aangetoond dat de partiële splitsing geen fiscale voordelen met zich meebrengt :

8.1. de partiële splitsing van vennootschap X is neutraal voor wat de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal betreft;

8.2. vennootschap X beschikt niet over fiscaal overgedragen verliezen, overgedragen aftrek voor risicokapitaal, overgedragen investeringsaftrek of DBI-overschotten;

8.3. de aanvrager heeft bevestigd dat er na de partiële splitsing marktconforme vergoedingen zullen worden aangerekend tussen venootschap Y en de exploitatievennootschappen X en W.

9\. De aanvragers hebben ook gestaafd dat zowel X als Y leefbaar zullen zijn na de partiële splitsing en dat de verrichting niet gericht is op het organiseren van de insolvabiliteit. Voor alle bekende vorderingen of te verwachten claims zijn de nodige voorzieningen aangelegd.

10\. De aanvragers hebben bevestigd dat artikel 213 WIB 92 zal worden toegepast. Dit blijkt ook uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat.

11\. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan derhalve worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

12\. De overnemende vennootschap Y is een binnenlandse vennootschap. De aanvragers hebben bevestigd dat de partiële splitsing zal worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen.

13\. Bijgevolg kan de partiële splitsing van X plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel als bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

### *II.B. Btw*

14\. Vennootschappen V, W, X, Y en Z hebben een btw-eenheid gevormd vooraleer de geplande partiële splitsing wordt uitgevoerd.

15\. De partiële splitsing van het onroerend goed van X naar Y is te beschouwen als een handeling tussen de leden van een btw-eenheid (“interne handeling”) en valt dus buiten de werkingssfeer van de btw (Circulaire nr. AOIF 42/2007 (E.T. nr. 111.702) van 9 november 2007, punt 7.2.1.1.).

Hieruit volgt dat de artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW niet van toepassing zijn tussen deze leden van een btw-eenheid (ibidem).

16\. De hiervoor bedoelde afsplitsing van het onroerend goed wordt aangemerkt als een interne handeling en geeft dus op zichzelf geen aanleiding tot herziening van de oorspronkelijk afgetrokken btw, zoals bepaald in artikel 48, §2 W.BTW, voor zover uiteraard de btw-eenheid het overgedragen onroerend goed in dezelfde mate als vóór de partiële splitsing verder gebruikt voor handelingen met derden (“externe handelingen”) die recht op aftrek van btw verlenen.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 48](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) 1 voorkomen
