Fiche van de FOD Financiën
Meerwaarde op aandelen
Divers inkomen · Normaal beheer privévermogen · Inbreng van aandelen · Interne meerwaarde · Holdingvennootschap · Vennootschapsbelasting · Belastingneutrale partiële splitsing · Belastingneutrale splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking
Registratierechten · Inbreng van een universaliteit van goederen
BTW · Overdracht van een bedrijfsafdeling
Samenvatting
De geplande inbreng door de aanvragers-natuurlijke personen van de aandelen A, B, C en D in een nieuw op te richten holdingvennootschap kan, gelet op de in de beslissing opgenomen overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van privévermogen als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.
De voorgenomen partiële splitsing van de vennootschap A, die ertoe strekt twee onderscheiden activiteiten onder te brengen in twee verschillende vennootschappen, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
De voorgenomen splitsing van de vennootschap D, die ertoe strekt het vastgoed dienstig voor de twee onderscheiden activiteiten onder te brengen in twee verschillende vastgoedvennootschappen, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
De voorgenomen splitsing van de vennootschap D kan worden aangemerkt als een inbreng van de universaliteit van goederen van een vennootschap en kan genieten van de vrijstelling van evenredige registratierechten conform artikel 117, § 1, Federaal W. Reg.
De partiële splitsing van de vennootschap A dient te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat:
1.1. de inbreng door X, Y en Z (hierna: aanvragers-natuurlijke personen) van hun aandelen in de vennootschappen A, B, C en D in een nieuw op te richten holding (hierna: HoldCo) kwalificeert als een verrichting van normaal beheer van een privévermogen, zodat de meerwaarde die zal worden gerealiseerd niet belastbaar is door toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92);
1.2. de partiële splitsing van de vennootschap A beantwoordt aan het bepaalde van artikel 183bis, WIB 92 en bijgevolg belastingneutraal kan plaatsvinden overeenkomstig artikel 211, § 1, WIB 92;
1.3. de splitsing van de vennootschap D beantwoordt aan het bepaalde van artikel 183bis, WIB 92 en bijgevolg belastingneutraal kan plaatsvinden overeenkomstig artikel 211, § 1, WIB 92;
1.4. de splitsing van de vennootschap D kan worden doorgevoerd met vrijstelling van registratierechten overeenkomstig artikel 117, § 1, Federaal W. Reg.;
1.5. de activiteit behorend tot sector 1 van de vennootschap A, een bedrijfstak vormt in de zin van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW en derhalve kan worden overgedragen zonder BTW.
II. Omschrijving van de verrichtingen
2. Het voorstel waarover het voorafgaand schriftelijk akkoord van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken wordt gevraagd omhelst de volgende drie verrichtingen:
2.1. de inbreng in natura door de (familiale) aandeelhouders X, Y en Z van al de aandelen die zij privé aanhouden - behoudens één aandeel elk - in de vennootschappen A, B, C en D in (ruil voor aandelen in) een nieuw op te richten holding HoldCo;
2.2. de partiële splitsing van de vennootschap A, waarbij de activiteit behorend tot sector 1 wordt afgesplitst naar de vennootschap B. De aandeelhouder HoldCo zal in ruil aandelen in de vennootschap B verkrijgen zonder geldopleg;
2.3. de splitsing van de vennootschap D, waarbij alle onroerende goederen die worden gebruikt voor verhuur verwant met sector 1 worden afgesplitst naar de bestaande vennootschap C en de onroerende goederen die voor andere doeleinden worden aangewend, worden afgesplitst naar de nieuw op te richten vastgoedvennootschap NewCo.
III. Beslissing
III. A. Inzake personenbelasting (toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 bij de inbreng van aandelen)
3. De geplande inbreng door de aanvragers-natuurlijke personen van hun aandelen in de familiale vennootschappen A, B, C en D in een nieuw op te richten holdingvennootschap, vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.
4. De aandelen van de betrokken vennootschappen behoren tot het privévermogen van de aanvragers-natuurlijke personen.
5. De geplande overdracht kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92:
5.1. de in te brengen aandelen zijn sinds geruime tijd (grotendeels bij de oprichting van de vennootschappen) in het bezit van de aanvragers;
5.2. het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;
5.3. de geplande inbreng kadert in het verzekeren van de familiale verankering en het waarborgen van de continuïteit van de groep (uitwerken van een familiale opvolgingsregeling);
5.4. door het centraliseren van de aandelen onder een overkoepelende holding kunnen op holdingniveau concrete afspraken worden gemaakt en kunnen financiële middelen worden geoptimaliseerd teneinde nieuwe activiteiten te ontplooien in een afzonderlijke groepsvennootschap en een verdere groei te realiseren;
5.5. in het verleden werden dividenden uitgekeerd;
5.6. de DVB weerhoudt geen bijzondere opmerkingen over het voorgelegde waarderingsverslag dat de waarde van de in te brengen vennootschappen weergeeft en waarvan een kopie bij de voorliggende beslissing is gevoegd;
5.7. de meerwaarde die bij de overdracht van de aandelen wordt gerealiseerd is, gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico’s, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.
6. Binnen de groep zijn er geen overtollige liquiditeiten aanwezig die mogelijk naar de aandeelhouders-natuurlijke personen zouden kunnen doorstromen. Aan de hand van de cijfermatige uitbouw van toekomstige investeringsprojecten werd aangetoond dat alle beschikbare middelen noodzakelijk zijn om de jaarlijks terugkomende investeringen te kunnen dragen.
7. De DVB neemt kennis van de aangehaalde motivering inzake de aanwending van de aanwezige liquide middelen binnen de groep en verwijst hiervoor naar randnummer 40 hierna.
8. Onderhavige beslissing inzake de inbreng van aandelen is slechts geldig voor zover het definitieve waarderingsverslag van de in te brengen aandelen en het inbrengverslag van de bedrijfsrevisor dat de waarde van de aandelen A, B, C en D weergeeft, zullen worden overgemaakt aan de lokale controleur van de aanvragers-natuurlijke personen.
9. De aandacht wordt erop gevestigd dat de beslissing inzake de inbreng van aandelen slechts geldig blijft voor zover de inbrengverrichting plaatsvindt binnen de periode van één jaar vanaf de datum van de voorafgaande beslissing.
III. Inzake vennootschapsbelasting (de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 bij de partiële splitsing en splitsing)
10. De groep bestaat uit vier vennootschappen waarvan alle aandelen in handen zijn van de familiale aandeelhouders X, Y en Z.
11. De activiteiten, die zich enerzijds situeren in sector 1 en anderzijds in sector 2, zijn tot op heden ondergebracht in de exploitatievennootschap A.
12. Het ligt in de wens van de aanvragers om beide voormelde activiteiten die zich o.a. onderscheiden op het vlak van cliënteel, risicoprofiel en winstgevendheid, onder te brengen in twee entiteiten. Hiertoe zal de activiteit behorend tot sector 1 worden overgebracht naar de recent opgerichte vennootschap B, die momenteel nog niet operationeel is.
13. Het aanwezige vastgoed binnen de groep zit thans verspreid over twee bestaande vastgoedvennootschappen, met name C en D die elk meerdere onroerende goederen bezitten. Er werd bevestigd dat hierbij geen sprake is van enig privégebruik door de familiale aandeelhouders.
14. De aanvragers willen in het verlengde van voormelde opsplitsing van de exploitatieactiviteiten tevens het vastgoed volgens hun aanwending verdelen over twee vastgoedvennootschappen. Hiertoe zal middels een splitsing van de vennootschap D het vastgoed voor verhuur verwant met sector 1 worden ondergebracht in de bestaande vennootschap C (die reeds over onroerend goed beschikt met deze bestemming) en het overige vastgoed in een nieuw opgerichte vastgoedvennootschap NewCo.
15. De herstructurering zal ertoe leiden dat een eigen beleid zal kunnen worden gevoerd dat is aangepast aan de specifieke noden of eisen eigen aan de betrokken activiteit (en het daarmee verband houdend onroerend goed), hetgeen de toekomstige interne groei ten goede komt.
16. De aanvragers hebben bevestigd dat de (partiële) splitsingen geen gevolgen zullen hebben voor de globale tewerkstelling binnen de groep.
17. Er bestaat geen intentie om de aandelen van de afzonderlijke vennootschappen die bij de (partiële) splitsingen zijn betrokken te vervreemden.
18. De herstructurering brengt op groepsniveau geen voordeel met zich mee op het vlak van de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal.
19. De bij de (partiële) splitsingen betrokken vennootschappen bezitten geen fiscaal overdraagbare bestanddelen, behoudens de overnemende vennootschappen B (in opstartfase en beschikkend over fiscaal overgedragen verliezen en aftrek voor risicokapitaal) en C (beschikkend over fiscaal overgedragen verliezen). De herstructurering houdt geen optimalisatie in op het vlak van deze overgedragen fiscale bestanddelen, aangezien bij toepassing van artikel 206, § 2, WIB 92 de overdraagbare verliezen grotendeels verloren zullen gaan. De belastbare basis op groepsniveau blijft quasi intact. Het betreffen bovendien financieel gezonde afdelingen.
20. De aanvragers hebben bevestigd dat de eigen vermogensbestanddelen van de (partieel) te splitsen vennootschappen zullen worden verdeeld overeenkomstig de verdeelsleutel als bedoeld in artikel 213, WIB 92 en de administratieve commentaar terzake.
21. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap A en de splitsing van vennootschap D zullen plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
22. De verkrijgende vennootschappen B, C en NewCo betreffen binnenlandse vennootschappen.
23. De aanvragers hebben eveneens bevestigd dat de partiële splitsing en splitsing zullen plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen.
24. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, 4e lid, WIB 92 is voldaan, zodat de geplande partiële splitsing van vennootschap A en de splitsing van vennootschap D kunnen worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.
III. C. Inzake registratierechten (de toepassing van artikel 117, § 1, Federaal W.Reg.)
25. De inbreng ten gevolge van de splitsing zal worden gedaan door de Belgische vennootschap D. Hierdoor is er voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng gedaan wordt door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.
26. Aangezien de beoogde verrichting een splitsing betreft, heeft de inbreng betrekking op de universaliteit van de goederen van de te splitsen vennootschap.
27. De inbreng zal uitsluitend worden vergoed in aandelen. Er zal geen opleg in geld betaald worden door de verkrijgende vennootschappen C en NewCo.
28. Derhalve kan worden besloten dat de splitsing van vennootschap D kan genieten van de vrijstelling van evenredige registratierechten conform artikel 117, § 1, Federaal W.Reg.
III. D. Inzake BTW (de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W. BTW)
29. Overeenkomstig artikel 11, W. BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.
30. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).
31. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.
32. De artikelen 11 en 18, § 3, W. BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.
33. Naar aanleiding van de hierboven beschreven partiële splitsing van de vennootschap A zal de activiteit die zich situeert in sector 1 worden afgesplitst naar vennootschap B.
34. Deze in te brengen bedrijfsafdeling bestaat uit alle activa en passiva verbonden met de activiteit behorend tot sector 1: software, inrichting en uitrusting, materiaal, handelsvorderingen, waarborgen, groepsvorderingen, liquiditeiten, eigen vermogensbestanddelen, schulden.
35. Deze overdracht omvat ook de personeelsleden die exclusief worden ingezet in sector 1.
36. Derhalve heeft deze overdracht betrekking op alle specifieke en noodzakelijke bestanddelen die de overnemer in staat stelt om de activiteit behorend tot sector 1 verder zelfstandig te exploiteren.
37. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting dus betrekking op een bedrijfsafdeling die een autonome economische activiteit uitmaakt en die op eigen kracht kan werken.
38. De overnemende vennootschap B zal als gemengde btw-belastingplichtige een gedeeltelijk recht op btw-aftrek genieten.
39. De hierboven beschreven partiële splitsing dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW te gebeuren.
*
* *
40. Onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding in randnummers 6 en 17, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis, WIB 92, artikel 344, § 1, WIB 92) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals de eventuele toekomstige overdracht van aandelen van de bij de partiële splitsing en splitsing betrokken vennootschappen of een latere kapitaalvermindering door de holdingvennootschap.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.