Vennootschapsbelasting, belastingneutrale splitsing, splitsing van vennootschappen, belastingontwijking, belastingontduiking · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2015.358 6 oktober 2015

Zoeken

Vennootschapsbelasting, belastingneutrale splitsing, splitsing van vennootschappen, belastingontwijking, belastingontduikingvennootschapsbelasting - belastingneutrale splitsing - splitsing van vennootschappen - belastingontwijking - belastingontduiking - belasting over de toegevoegde waarde - overdracht van een bedrijfsafdeling - abnormaal of goedgunstig voordeel - verrekenprijs

https://juriel.be/nl/rulings/2015-358-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-splitsing-vennootschappen-belastingontwijking-4b5c

Nummer
2015.358
Datum
6 oktober 2015

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

124 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2015.358 dd. 06.10.2015

Vennootschapsbelasting · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking · Retroactiviteit · Btw · Overdracht van een bedrijfsafdeling · Abnormaal of goedgunstig voordeel · Verrekenprijzen

Samenvatting

De partiële splitsing van de vennootschap A, waarbij in het kader van internationale samenwerking werd beslist om bepaalde know how en merken over te dragen aan een NewCo, vindt plaats op basis van zakelijke overwegingen en heeft niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking in de zin van artikel 183bis, WIB 92. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn van toepassing op deze partiële splitsing.

De boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsing van meer dan 7 maand kan op fiscaal vlak aanvaard worden.

De vergoeding in aandelen in ruil voor de inbreng in de IP-vennootschap van de merken door A is marktconform en maakt bijgevolg geen verleend of verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel uit in hoofde van A en van de IP-vennootschap overeenkomstig de artikelen 26 en 207, tweede lid WIB 92. De royaltyvrije licentie die na de inbreng van de juridische eigendom van de merken in de IP-vennootschap zal worden verleend aan NewCo maakt geen verleend of verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel uit in hoofde van A en van de IP-vennootschap overeenkomstig de artikelen 26 en 207, tweede lid WIB 92.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat :

1.1. de partiële splitsing van de vennootschap A, waarbij de activiteit W wordt afgesplitst naar NewCo, beantwoordt aan zakelijke overwegingen zoals bepaald in artikel 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92), en daardoor, voor zover de overige formele voorwaarden hiertoe vervuld zijn, kan genieten van het belastingneutrale regime vervat in artikel 211 §1 lid 1 j° lid 4 WIB 92;

1.2. de boekhoudkundige retroactiviteit van meer dan 7 maanden tegenstelbaar is aan de fiscale administratie;

1.3. de partiële splitsing van A waarbij de activiteit W wordt afgesplitst naar NewCo beantwoordt aan het begrip ‘bedrijfsafdeling’ in de zin van de artikelen 11 en 18, §3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW);

1.4. de vergoeding in aandelen in ruil voor de inbreng in B van bepaalde immateriële vaste activa door vennootschap E enerzijds, en andere immateriële vaste activa door de buitenlandse vennootschap G, anderzijds, marktconform is en bijgevolg geen verleend of verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel uitmaakt in hoofde van respectievelijk E en B overeenkomstig de artikelen 26 en 207, lid 2 WIB 92;

1.5. de royaltyvrije licentie die ná de inbreng van de juridische eigendom van de immateriële vaste activa in B door deze vennootschap zal worden verleend aan NewCo, geen verleend of verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel uitmaakt in hoofde van respectievelijk B en NewCo overeenkomstig de artikelen 26 en 207, lid 2 WIB 92.

II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

II.A. Beschrijving van de activiteiten van de groep en de betrokken vennootschappen

Groep T

2. De aanvragers verstrekten een overzicht van de huidige groepsstructuur van de groep T.

3. De groep T is actief in de sector U. De groep bestaat uit A, de joint venture tussen de Belgische vennootschap E en de buitenlandse vennootschap F, behorend tot de buitenlandse groep K.

Vennootschap A

4. In de vennootschap A worden activiteiten V en W uitgevoerd.

5. Vennootschap A stelt personeel tewerk.

Vennootschap E

6. Vennootschap E werd opgericht door de familieleden L. Vennootschap E fungeerde tot voor kort tevens als de managementvennootschap van de familieleden L en is eigenaar van het onroerend goed. Bepaalde immateriële vaste activa werden geregistreerd op naam van E.

7. Sinds enkele jaren wordt de weg naar de internationale expansie voorbereid.

Vennootschappen X en Y

8. De familieleden L hebben recent hun eigen afzonderlijke holdingvennootschappen opgericht. Het betreft de vennootschappen X en Y. De reden voor deze afzonderlijke holdingvennootschappen is ingegeven door het feit dat de familieleden L op het vlak van de aanwending van de middelen binnen E en het investeringsbeleid elk hun eigen weg wensen uit te gaan en de focus daarbij op andere aspecten zal liggen. De oprichting van afzonderlijke holdingvennootschappen komt hieraan tegemoet. Dit impliceert dan ook dat de aandelen van alle relevante groepsvennootschappen op termijn onder deze vennootschappen zullen komen te hangen.

Groep K

9. Groep K is eveneens actief in sector U.

10. De buitenlandse vennootschap F is een indirecte dochtervennootschap van groep K.

11. Binnen dezelfde groep is G (i.e. een zustermaatschappij van F) de vennootschap die alle immateriële vaste activa aanhoudt. Bepaalde immateriële vaste activa werden geregistreerd op naam van G.

II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichtingen

II.B.1. Achtergrond

12. In de overeenkomst met het oog op de internationale samenwerking tussen E en groep K, werd, naast de oprichting van lokale operationele entiteiten in het buitenland en supervisie door A, overeengekomen dat :

• de aandelen in A, die momenteel in handen zijn van F, i.e. een dochtervennootschap van groep K, zullen worden verkocht aan resp. X en Y (elk 25%);

• de activiteit W vanuit A zal worden overgedragen aan een nieuw opgerichte vennootschap “NewCo” die eveneens voor 100% zal worden aangehouden door X en Y;

• bepaalde immateriële vaste activa zullen door E en G worden ingebracht in een nieuw op te richten vennootschap B die zal worden aangehouden door E (meerderheidsaandeelhouder) en G (minderheidsaandeelhouder);

• een nieuwe vennootschap C zal worden opgericht die zal worden aangehouden door X en Y enerzijds en groep K anderzijds en zal instaan voor de ontwikkeling van eventuele nieuwe niche-activiteiten.

Chronologie van de verrichtingen

13. Om tot de vooropgestelde structuur onder X en Y te komen, zullen achtereenvolgens de volgende stappen plaatsvinden:

• in eerste instantie zal F haar participatie in A verkopen aan respectievelijk X en Y;

• simultaan zal B worden opgericht door inbreng van bepaalde immateriële vaste activa door E en G;

• nadien verkoopt E haar participaties in A en B aan respectievelijk X en Y;

• de volgende stap betreft de partiële splitsing van A waarbij de activiteit W zal worden afgesplitst naar NewCo;

• in een laatste stap zullen de familieleden L hun participatie in E overdragen aan respectievelijk X en Y.

De vennootschap C werd reeds opgericht als een dochtervennootschap van de groep K. Momenteel vinden er nog geen activiteiten plaats. Het opzet is om op een later tijdstip een deel van de deelgerechtigdheden in C over te dragen aan de vennootschappen X en Y.

14. Na de overdracht van activiteit W door A aan NewCo zal A nog louter activiteit V uitvoeren.

15. NewCo daarentegen zal verantwoordelijk zijn voor activiteit W. De personeelsleden verbonden aan activiteit W zullen mee overgaan naar NewCo. Daarnaast zal NewCo een licentie verkrijgen van vennootschap B voor het gebruik van de immateriële vaste activa. Op die manier zal NewCo de immateriële vaste activa aldus verder ter beschikking kunnen stellen van de lokale operationele entiteiten (op basis van sublicentieovereenkomsten).

16. NewCo zal zich zowel op de Belgische als op de internationale activiteiten richten. Met betrekking tot laatstgenoemde activiteiten werden er reeds verschillende nieuwe werknemers aangeworven binnen A die zullen worden overgedragen aan NewCo en die zich voltijds zullen richten op activiteit W.

17. De voornaamste reden voor de afzondering van de juridische titels van de immateriële vaste activa in een afzonderlijke vennootschap, B, bestaat in het feit dat de aanvrager en groep K deze immateriële vaste activa willen afschermen van elk operationeel risico.

II.B.2. Partiële splitsing van A

18. Met het oog op een efficiënte en vlotte overgang van activiteit W naar NewCo, beogen de aanvragers een partiële splitsing van A waarbij de activa en passiva, alsook het bijhorend personeel dat hierop betrekking heeft, zullen worden afgesplitst. Dit zal NewCo toelaten om, ná de verrichting, autonoom en zelfstandig de activiteiten W uit te oefenen.

19. Volledigheidshalve vermelden de aanvragers dat A geen onroerende goederen in eigendom heeft en er bijgevolg dus ook geen onroerende goederen zullen worden overgedragen aan NewCo.

20. Voor een volledig overzicht van de over te dragen bestanddelen verwijzen de aanvragers naar de overgemaakte splitsingsstaat.

21. Na de partiële splitsing, zal NewCo instaan voor het beheer en de verdere ontwikkeling van activiteit W.

22. Zoals hiervoor reeds aangegeven, zal A na de partiële splitsing louter nog activiteit V uitvoeren. Het zal dan ook enkel de bestanddelen en het personeel behouden dat noodzakelijk is om in de toekomst verder te kunnen instaan voor deze activiteit.

23. De aanvragers hebben aangegeven dat de duur van de retroactiviteit van de partiële splitsing meer dan 7 maanden zal bedragen.

II.B.3. Inbreng van immateriële vaste activa in B

24. Zoals overeengekomen tussen E en groep K in het kader van de internationale expansie, zullen de immateriële vaste activa worden ingebracht in een nieuw op te richten Belgische vennootschap B die finaal zal worden aangehouden door X en Y (na overdracht van de aandelen in B door E aan deze twee holdingvennootschappen) en door groep K (minderheidsaandeelhouder).

25. De volledige ontwikkeling en investeringen in de immateriële vaste activa heeft plaatsgevonden binnen A, terwijl alleen de registratie gebeurd is op het niveau van resp. G en E. De achterliggende opgebouwde economische waarde van de immateriële vaste activa moet dan ook geacht worden zich te situeren op het niveau van A waar momenteel ook de mensen werkzaam zijn met de specifieke kennis en visie.

26. Eén en ander impliceert dan ook dat aan de juridische titel/eigendom van de immateriële vaste activa slechts een beperkte waarde toekomt. De enige kosten en inspanningen die gemaakt werden op het niveau van resp. G en E zijn de kosten voor de juridische registratie van de immateriële vaste activa en de kosten ter bescherming ervan.

27. Na de inbreng zal B de juridische eigenaar worden van voornoemde immateriële vaste activa en zal deze een masterlicentieovereenkomst sluiten met NewCo opdat deze laatste, ná de partiële splitsing van A, over de ‘volle eigendom’ van de immateriële vaste activa zou beschikken. Vervolgens kan NewCo deze immateriële vaste activa – tegen vergoeding – ter beschikking stellen van de lokale operationele entiteiten, alsook aan C in het kader van de ontwikkeling van eventuele nieuwe toekomstige activiteiten.

28. Aangezien de ganse ontwikkeling van de immateriële vaste activa heeft plaatsgevonden in hoofde van A en bij voortduur in hoofde van NewCo, ten gevolge van de overdracht n.a.v. de partiële splitsing van A, zal NewCo hoogstens een kostendekkende vergoeding verschuldigd zijn aan B voor de loutere terbeschikkingstelling van de juridische titels.

29. De inbreng van de immateriële vaste activa zal zo snel mogelijk plaatsvinden.

II.B.4. Schematisch overzicht van de beoogde groepsstructuur

30. De aanvragers verstrekten een schema van de beoogde groepsstructuur.

III. Beslissing

III.A. Met betrekking tot de partiële splitsing

III.A.1. Vennootschapsbelasting

31. De groep T is actief in de sector U.

32. In de vennootschap A worden activiteiten V en W uitgevoerd.

33. Vennootschap E, opgericht door de familieleden L, is aandeelhouder van A. Bepaalde immateriële vaste activa werden geregistreerd op naam van E. Tot voor kort deed E ook dienst als managementvennootschap van de familieleden L, maar recent hebben zij elk een eigen afzonderlijke holdingvennootschap opgericht, met name enerzijds X en anderzijds Y.

34. De overige aandelen in A worden aangehouden door de buitenlandse vennootschap F, een indirecte dochtervennootschap van groep K (eveneens actief in sector U). Binnen deze groep K houdt de buitenlandse vennootschap G bepaalde immateriële vaste activa aan.

35. Met het oog op de internationale samenwerking tussen E en groep K zullen achtereenvolgens de volgende stappen worden ondernomen :

35.1. de aandelen in A die worden aangehouden door H zullen worden verkocht aan respectievelijk X en Y;

35.2. tegelijkertijd zal de juridische eigendom van bepaalde immateriële vaste activa door respectievelijk E en G worden ingebracht in een nieuw op te richten vennootschap B, die zal worden aangehouden door E (meerderheidsaandeelhouder) en door G (minderheidsaandeelhouder), waarna B een masterlicentie zal verlenen aan NewCo teneinde de immateriële vaste activa te exploiteren;

35.3. vervolgens zal E haar participaties in A en B verkopen aan respectievelijk X en Y;

35.4. de activiteiten W zullen daarna vanuit A worden overgedragen door middel van een partiële splitsing aan een nieuw opgerichte vennootschap NewCo, die eveneens voor 100% zal worden aangehouden door X en Y;

35.5. in een laatste stap zullen de familieleden L hun participatie in E overdragen aan X en Y.

Intussen werd ook reeds de vennootschap C opgericht als dochtervennootschap van groep K. Deze vennootschap zal in de toekomst instaan voor de ontwikkeling van eventuele nieuwe niche-activiteiten. Op een later tijdstip zal een deel van de deelgerechtigdheden in C worden overgedragen aan X en Y.

36. De bedoeling van de herstructurering is om de immateriële vaste activa verder uit te bouwen en te verankeren in België. Belangrijke reden is tevens dat de aanvragers en groep K de immateriële vaste activa willen afzonderen van elk operationeel risico.

37. De aanvragers hebben aangegeven dat de herstructurering een gunstig effect zal hebben op de tewerkstelling in België.

38. Aan de hand van een prognose over de komende 3 jaren hebben de aanvragers duidelijk gemaakt dat A en NewCo financieel leefbaar zullen zijn.

39. De aanvragers hebben aangetoond dat de partiële splitsing van A niet fiscaal geïnspireerd is :

39.1. de partiële splitsing van A is neutraal voor wat de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal betreft;

39.2. vennootschap A beschikt niet over fiscaal overgedragen bestanddelen (overgedragen fiscale verliezen, overgedragen investeringsaftrek, overgedragen aftrek voor risicokapitaal of DBI-overschotten);

39.3. de partiële splitsing is niet gericht op de verkoop van de aandelen A of NewCo.

40. De aanvragers hebben bevestigd dat de bepalingen van artikel 213 WIB 92 zullen worden toegepast n.a.v. de partiële splitsing van A.

41. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan derhalve worden aangenomen dat de partiële splitsing van A plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

42. De overnemende vennootschap NewCo is een binnenlandse vennootschap. De aanvragers hebben bevestigd dat de partiële splitsing zal worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen.

43. Bijgevolg kan de partiële splitsing van A plaatsvinden onder het belastingneutrale stelsel als bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

III.A.2. Retroactiviteit

44. Aan de DVB wordt gevraagd te bevestigen dat de voorgenomen partiële splitsing zou kunnen worden doorgevoerd met een retroactiviteitstermijn van meer dan 7 maanden die tegenstelbaar zal zijn aan de fiscale administratie.

45. Hierbij bevestigt de aanvrager dat, net zoals dat het geval was tijdens de boekhoudkundige retroactiviteitstermijn van 7 maanden, gedurende de bijkomende retroactiviteitstermijn geen uitzonderlijke verrichtingen zullen worden gesteld door de bij de herstructurering betrokken vennootschappen.

46. Tevens bevestigen de aanvragers dat voornoemde verlenging van de boekhoudkundige retroactiviteitstermijn geen fiscale gevolgen zal meebrengen in hoofde van de bij de verrichting betrokken vennootschappen.

47. De boekhoudkundige retroactiviteit van meer dan 7 maanden van de voorgenomen partiële splitsing kan op fiscaal vlak worden aanvaard.

III.A.3. BTW

48. Overeenkomstig artikel 11 van het Btw-Wetboek wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten Artikel 18, § 3 van het Btw-Wetboek bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

49. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch Btw-Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/EG.

50. In haar arrest van 27 november 2003 (zaak C-497/01, Zita Modes Sarl vs. Administration de l’enregistrement en des domaines) heeft het Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.”

51. Uit de overgemaakte informatie door de aanvragers blijkt dat er in het kader van de partiële splitsing van A naar Newco sprake is van de overgang van een bedrijfsafdeling.

52. Aanvragers bevestigen dat Newco een btw-belastingplichtige zal zijn die de btw, ingeval die ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken.

53. Rekening houdend met bovenstaande zijn de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW van toepassing op de partiële splitsing van A naar Newco.

III.B. Met betrekking tot de inbreng in B

54. Voor de beoordeling van de waarde van de immateriële vaste activa werd rekening gehouden met het bepaalde in het “OECD/G20 Base Erosion and Profit Shifting Project, Action 8: 2014 deliverable” waarin meer gedetailleerde ‘Guidance on Transfer Pricing Aspects of Intangibles’ wordt verstrekt, en inzonderheid naar de randnummers 6.42 tot en met 6.71.

55. De aanvrager heeft aangetoond dat A de belangrijkste functies heeft uitgeoefend die tot de waardecreatie van de activa hebben geleid. A heeft ook de nodige activa / fondsen ingezet met het oog op de ontwikkeling, verbetering en instandhouding van de immateriële vaste activa en draagt de risico’s die hieraan verbonden zijn.

56. Evenwel werden bepaalde immateriële vaste activa historisch geregistreerd op naam van de buitenlandse vennootschap G en de Belgische vennootschap E. Hierdoor is de juridische eigendom in handen van respectievelijk G en E.

57. Nochtans hebben G en E geen functies uitgeoefend met betrekking tot de immateriële vaste activa dan het louter aanhouden van de juridische eigendom.

58. De vergoeding in aandelen in ruil voor de inbreng in B van bepaalde immateriële vaste activa door E en G is marktconform en bijgevolg geen verleend of verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel uitmaakt in hoofde van respectievelijk E en B overeenkomstig de artikelen 26 en 207, lid 2 WIB 92.

III.C. Met betrekking tot de royaltyvrije licentie

59. Terzake kan eveneens rekening worden gehouden met randnummer 6.42 van de hoger vermelde ‘Guidance on Transfer Pricing Aspects of Intangibles.

60. B staat enkel in voor het zuiver aanhouden van de juridische titels van intellectuele eigendom zonder dat er enige bijkomende diensten met toegevoegde waarde worden verstrekt.

61. Newco zal instaan voor activiteit W en in dit verband ook de intellectuele eigendomsrechten, die het via een masterlicentie verkrijgt van B met het oog op de exploitatie van de immateriële vaste activa, ter beschikking stelt aan de lokale operationele entiteiten.

62. NewCo die, als het verlengstuk van A, over het volledige economische belang beschikt van de immateriële vaste activa omwille van de substantiële inbreng en waardecreatie in het verleden zal in de toekomst blijvend zal instaan voor de verdere ontwikkeling van de immateriële vaste activa en aldus blijvend bijdragen tot bijkomende waardecreatie.

63. Indien een andere groepsentiteit een licentie verkrijgt (bv. C) zal deze wel royalty-dragend zijn. C zal m.a.w. een royaltyvergoeding moeten betalen aan B in ruil voor de toekenning van een licentie. Om echter marktconform te zijn, moet B een groot deel hiervan doorbetalen aan Newco, de economische eigenaar van de immateriële vaste activa.

64. Derhalve kan het ter beschikking stellen van de immateriële vaste activa tegen een vergoeding die enkel de werkingskosten van B dekt verhoogd met een passende opslag als marktconform worden aangemerkt.

65. De royaltyvrije licentie die ná de inbreng van de juridische eigendom van de immateriële vaste activa in B door deze vennootschap zal worden verleend aan NewCo, maakt geen verleend of verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel uit in hoofde van respectievelijk B en NewCo overeenkomstig de artikelen 26 en 207, lid 2 WIB 92.

Aangehaalde teksten

5