---
title: "Voorafgaande beslissing 2015.267 · Vennootschapsbelasting, belastingneutrale splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, belastingneutrale splitsing, splitsing van vennootschappen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2015.267 van 30 juni 2015."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2015-267-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-splitsing-vennootschappen-fusie-077d"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, belastingneutrale splitsing, splitsing van vennootschappen, belastingneutrale fusie · vennootschapsbelasting - belastingneutrale splitsing - splitsing van vennootschappen - belastingneutrale fusie - fusie door overneming - belastingontduiking - belastingontwijking - belasting over de toegevoegde waarde - overdracht van een bedrijfsafdeling - bedrijfsafdeling

**Nummer**

2015.267

**Datum**

30 juni 2015

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

183 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

**Voorafgaande beslissing nr. 2015.267 dd. 30.06.2015**

*Vennootschapsbelasting* · *Belastingneutrale partiële splitsing* · *Belastingneutrale fusie door overneming* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking*

*BTW* · *Overdracht van een bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De partiële splitsing van de NV X, waarbij een onderscheiden divisie wordt ondergebracht in een nieuw op te richten vennootschap, NV Y, kadert binnen een internationale herstructurering en is gebaseerd op het realiseren van bedrijfseconomische voordelen zodanig dat deze verrichting niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92. De boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsing kan op het vlak van de vennootschapsbelasting worden aanvaard. De door de aanvrager voorgestelde werkwijze voor de omdeling van de fiscale vermogensbestanddelen is conform het bepaalde in artikel 213, WIB 92.

De fusie door overneming van de BVBA Z door de NV Y die ertoe strekt om de activiteiten van de recent door de groep overgenomen BVBA Z te integreren in de bestaande groepsstructuur teneinde synergieën te realiseren, heeft niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

De voormelde partiële splitsing en fusie dienen te gebeuren met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Betreffende de integratie, via partiële splitsing, van divisie A van de NV X in de NV Y strekt de aanvraag ertoe bevestiging te krijgen dat :

1.1. de beoogde partiële splitsing beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92);

1.2. de beoogde partiële splitsing kan plaatsvinden met retroactieve uitwerking per 1 januari 2015 voor directe belastingen;

1.3. de methode die gehanteerd wordt voor de toewijzing van het eigen vermogen dat op divisie A betrekking heeft, in overeenstemming is met artikel 213 WIB 92 en voor Belgische belastingdoeleinden aanvaardbaar is;

1.4. de beoogde partiële splitsing niet als een levering van goederen/levering van een dienst kwalificeert zoals vermeld in de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, §3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.BTW) en bijgevolg plaatsvindt met toepassing van de neutrale btw-regeling.

2\. Betreffende de fusie door overneming van de BVBA Z door de NV Y strekt de aanvraag ertoe bevestiging te krijgen dat :

2.1. de moeder-dochterfusie waarbij de BVBA Z door de NV Y overgenomen wordt, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92;

2.2. de moeder-dochterfusie niet als een levering van goederen/levering van een dienst kwalificeert zoals vermeld in de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW en plaatsvindt met toepassing van de neutrale btw-regeling.

## II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

3\. Groep V is een internationale groep met wereldwijd verschillende dochtervennootschappen.

4\. De NV X is de Belgische topvennootschap van de groep met verschillende operationele activiteiten. De NV X is winstgevend en heeft geen fiscaal overgedragen bestanddelen.

5\. Als onderdeel van de wereldwijde herstructurering werd beslist om wereldwijd de divisie A af te zonderen van de overige activiteiten.

6\. Voor de NV X betekent dit dat divisie A zou worden overgedragen vanuit de NV X aan een nieuw opgerichte Belgische entiteit, de NV Y, door middel van een partiële splitsing.

7\. De operationele herschikking vormt een voorbereiding op de toekomstige juridische en operationele structuur van groep V. In België zouden de tewerkstelling en arbeidsvoorwaarden van de werknemers hier geen directe gevolgen van mogen ondervinden. Integendeel, het nieuwe operationele model dient om het behoud van de groei van de hele groep en zijn activiteiten wereldwijd te ondersteunen.

8\. De groep V heeft de groep W overgenomen. Hoewel die overname op zich losstaat van de hierboven beschreven operationele herstructurering van de wereldwijde organisatie, zal de integratie van de Belgische BVBA Z van groep W in de bestaande entiteiten van de groep V in België worden doorgevoerd in dezelfde periode als de wereldwijde operationele reorganisatie. Dit is louter het gevolg van het samenvallen van beide processen.

9\. De Belgische BVBA Z heeft buiten fiscaal overdraagbare verliezen geen andere fiscaal overgedragen bestanddelen.

10\. De operationele activiteiten van de BVBA Z zijn in het verleden winstgevend geweest. Echter, deze operationele winsten waren in de opstartfase van de vennootschap ontoereikend om de financiële kosten te dragen (in het kader van de financiering van haar operationele activiteiten). Daarom was deze vennootschap vóór de overname door de groep V globaal verlieslatend.

11\. Na de integratie in de groep V zullen de operationele activiteiten (en hun winstgevendheid) verder ondersteund worden (ingevolge ook de synergie- effecten van de integratie van de teams). Daarnaast zal de financiering van deze activiteiten gebeuren onder de bredere groepsfinanciering. Daardoor zal er een betere toegang zijn tot de financiering, wat de ontwikkeling van de operationele activiteit van de BVBA Z zal ondersteunen.

12\. Volgende stappen werden of zullen worden uitgevoerd :

12.1. Oprichting van de NV Y;

12.2. Overdracht van de participatie van de BVBA Z aan de NV X aan marktwaarde. Om de acquisitie van de participatie van de BVBA Z te kunnen financieren deed de NV X een beroep op een groepsvennootschap. De NV X betaalt hiervoor een marktconforme interest. Daar de aandelen van de BVBA Z ten gevolge van de beoogde partiële splitsing mee zullen worden overgedragen aan de NV Y, zal de NV Y de interestlast moeten dragen ten gevolge van de acquisitie. De operationele activiteiten van de NV Y laten ruimschoots toe om deze interestlast te dragen. Gezien de winstgevendheid van de NV Y valt het overigens te verwachten dat de schuld op korte termijn zal worden aangezuiverd;

12.3. Partiële splitsing van de NV X met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2015 waarbij de divisie A (incl. de participatie in de BVBA Z) wordt overgedragen aan de NV Y.

12.4. Moeder-dochterfusie tussen de BVBA Z en de NV Y.

## III. Motivering door de aanvrager

### *III.A. De beoogde partiële splitsing van de NV X*

#### III.A.1. De partiële splitsing kwalificeert voor de Belgische vennootschapsbelasting als een fiscaal neutrale partiële splitsing

13\. Artikel 211 WIB 92 bepaalt dat een partiële splitsing op een fiscaal neutrale wijze kan worden verwezenlijkt indien de volgende voorwaarden vervuld zijn :

13.1. de overnemende entiteit is een Belgische of intra-Europese vennootschap;

13.2. de verrichting wordt verwezenlijkt in overeenstemming met de bepalingen van het Belgische vennootschapsrecht; en

13.3. de verrichting is in overeenstemming met artikel 183bis WIB 92 dat bepaalt dat de partiële splitsing niet als hoofddoel of één van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking mag hebben.

14\. In onderhavig geval bevestigt de aanvrager dat aan de eerste voorwaarde en de tweede voorwaarde voldaan is.

15\. De beoogde partiële splitsing is duidelijk ingegeven door zakelijke overwegingen, zoals bedoeld in de artikelen 183bis en 211, §1, 4e lid, 3° WIB 92.

16\. De partiële splitsing maakt integraal deel uit van een wereldwijde reorganisatie van de operationele bedrijfsstructuur van groep V. Uit een vergelijking met belangrijke concurrenten is gebleken dat deze spelers reeds verder staan in hun reorganisatie, wat een duidelijk concurrentieel nadeel geeft voor groep V. Daarom heeft groep V het project gelanceerd om zijn concurrentiepositie te verbeteren en over te schakelen op andere structuren en processen die wereldwijd geïntegreerd en gestandaardiseerd zijn. Met deze strategie wil de groep V voor de toekomst zijn groei en concurrentiepositie ondersteunen door aanzienlijke kostenbesparingen te realiseren op het gebied van inkoop, factuurstromen enz. De zo beoogde verbeterde concurrentiepositie en groei zullen alle groepsentiteiten, ook die in België, ten goede komen. De overwogen partiële splitsing zal geen rechtstreekse gevolgen hebben voor de tewerkstelling op Belgisch niveau.

17\. Om het gewenste operationele model tot stand te brengen, wordt op groepsniveau overwogen een afzonderlijke juridische structuur te implementeren die de activiteiten van de divisie A van de groep wereldwijd omvat. In België is besloten om de divisie A en de divisie B op te splitsen.

18\. Een duidelijk afgelijnde divisie verhoogt de transparantie van beide divisies, waardoor deze divisies efficiënter aangestuurd kunnen worden. Dergelijke aflijning laat bovendien toe om op basis van een gescheiden boekhouding een beter zicht te krijgen op de kostenstructuur van de divisies, zodat kostenbesparingen gerichter kunnen gerealiseerd worden. Dit sluit aan bij de algemene doelstelling van de wereldwijde reorganisatie die erin bestaat de concurrentiepositie van de groep te versterken via onder meer een verhoogde efficiëntie. Een geslaagde implementatie van de wereldwijde herstructurering zal de Belgische entiteiten rechtstreeks ten goede komen doordat ze hun marktpositie zullen kunnen verbeteren.

19\. Als gevolg van de partiële splitsing zullen werknemers van de NV X worden overgedragen aan de NV Y.

20\. Groep V heeft momenteel geenszins de intentie de aandelen van de NV X en de NV Y na de partiële splitsing op korte termijn te vervreemden.

21\. De beoogde integratie, via partiële splitsing, van de divisie A in de NV Y voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 211, §1 en 183bis WIB 92 en heeft dus niet als hoofddoel of één van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking in de zin van artikel 183bis WIB 92.

#### III.A.2. De partiële splitsing kan plaatsvinden met retroactieve uitwerking per 1 januari 2015

22\. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen heeft deze terugwerkende kracht voor boekhoudkundige doeleinden bevestigd. In haar adviezen nr. 2009/6 en 2012/11 stelt ze ter zake dat – op basis van het principe van de boekhoudkundige continuïteit – een fusie, splitsing of partiële splitsing ertoe leidt dat de actief- en passiefbestanddelen van de overgenomen vennootschap in de boekhouding van de overnemende vennootschap worden opgenomen tegen de boekwaarde op het tijdstip waarop de fusie boekhoudkundig wordt voltrokken.

23\. Op basis van de administratieve commentaar bij artikel 211 WIB 92 zal de belastingadministratie de fiscale en boekhoudkundige gevolgen van het retroactiviteitsbeding erkennen indien de volgende voorwaarden vervuld zijn :

23.1. de periode waarvoor de retroactiviteitsclausule aangenomen is, mag niet langer zijn dan wat redelijkerwijze als een korte periode beschouwd kan worden (de commentaar spreekt hier van 7 maanden);

23.2. de retroactiviteitsclausule moet met de werkelijkheid overeenstemmen;

23.3. de retroactiviteitsclausule mag niet gericht zijn op het ontwijken van belastingen.

24\. De hierboven vermelde voorwaarden zullen in onderhavig geval vervuld zijn :

24.1. In onderhavig geval wordt een retroactiviteitsperiode van minder dan 7 maanden beoogd;

24.2. De retroactiviteit stemt duidelijk overeen met de werkelijkheid. Hoewel een partiële splitsing kan worden geïmplementeerd met of zonder retroactiviteit voor boekhoudkundige doeleinden, is een dergelijke transactie zonder retroactiviteit voor boekhoudkundige doeleinden praktisch zeer moeilijk te realiseren omdat de partiële splitsing een opsplitsing vergt van verschillende posten van het netto eigen vermogen. Daarom zal de NV X de retroactiviteit voor de partiële splitsing voor doeleinden van de vennootschapsbelasting en voor boekhoudkundige doeleinden toepassen vanaf 1 januari 2015;

24.3. Deze retroactiviteit maakt het bovendien mogelijk om de ingangsdatum voor boekhoudkundige doeleinden af te stemmen op het boekjaar van de respectieve vennootschappen;

24.4. De NV X beschikt over geen (overdraagbare) fiscale verliezen. Het totale eigen vermogen, dat de basis vormt van de notionele interestaftrek berekening, neemt niet toe ten gevolge van de retroactieve werking van de partiële splitsing (of de splitsing in het algemeen). Echter, ten gevolge van de partiële splitsing zal het effectief gebruik van de notionele interestaftrek in totaliteit toenemen (i.e. in hoofde van de NV Y), wat een logisch gevolg van de transactie vormt. Enig fiscaal voordeel dat hiermee wordt gerealiseerd, weegt evenwel niet op tegen de operationele en bedrijfseconomische drijfveren en voordelen van de partiële splitsing. Daarenboven zal de daaropvolgende fusie tussen de NV Y en de BVBA Z tot negatief gevolg hebben dat een significant deel van de verliezen van de BVBA Z verloren gaan.

25\. De beoogde retroactiviteit van de partiële splitsing per 1 januari 2015 is voor de toepassing van de directe belastingen aanvaardbaar.

**III.A.3. De toewijzing van het eigen vermogen en de resultaten aan de NV Y is in overeenstemming met artikel 213 WIB 92.**

26\. Met het oog op de toepassing van de Belgische boekhoudregels en de Belgische vennootschapsbelasting wordt overwogen de beoogde afsplitsing van de divisie A te laten ingaan op 1 januari 2015. Het eigen vermogen dat op de divisie A betrekking heeft, zal moeten worden bepaald en worden toegewezen aan de NV Y. Hierna wordt de benadering toegelicht die de groep zal hanteren om de transacties correct tot uitdrukking te brengen in de boeken van de respectieve vennootschappen.

27\. De toewijzing van het eigen vermogen van de NV X aan de NV Y vindt plaats (gelet op de retroactiviteit vanaf 1 januari 2015) op basis van de cijfers per einde boekjaar 2014 (bepaald conform de Belgische boekhoudregels).

28\. De balansposten van de divisie A en het (fiscale) eigen vermogen zullen opgedeeld worden door toepassing van de volgende methode :

28.1. De activa en passiva van de NV X zullen toegewezen worden aan ofwel de divisie A ofwel de divisie B op basis van een ‘directe allocatie’-methode. Op basis van die allocatie van activa en passiva zal de NV X bepalen welke activa en passiva op 1 januari 2015 aan de NV Y worden overgedragen;

28.2. Voorts zal de NV X op basis van de onderliggende risico’s/kosten bepalen welke voorzieningen voor risico’s en kosten aan de divisie A dienen te worden toegewezen;

28.3. Op basis van het voorgaande zal de netto boekwaarde van de divisie A van de NV X worden vastgesteld;

28.4. Als een volgende stap zal de fiscale nettowaarde van de NV X (in totaal), respectievelijk de divisie A bepaald worden. De belastbare reserves, de belastingvrije reserves en het fiscaal volstort kapitaal van de NV X per 31 december 2014 zullen naar rato van de fiscale nettowaarde gedeeltelijk toegewezen worden aan de divisie A;

28.5. Zoals uit vak I.B van de aangifte in de vennootschapsbelasting van de NV X kan worden opgemaakt, heeft de NV X geen belastingvrije reserves die verband houden met een gespreide belasting van meerwaarden of herwaarderingsmeerwaarden. Dit impliceert dat in onderhavig geval alle belastingvrije reserves kunnen worden opgedeeld in functie van de fiscale nettowaarde.

#### III.A.4. De partiële splitsing voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW

29\. Volgens artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering van een goed beschouwd de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wijze van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht verschuldigd zou zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

30\. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe voor diensten.

31\. De hierboven vermelde artikelen dienen te worden beschouwd als de omzetting, in het W.BTW, van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.

32\. Het doel van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van Richtlijn 2006/112/EG bestaat erin Lidstaten de mogelijkheid te geven de overdracht van bedrijven of bedrijfstakken vlot te laten verlopen door die overdracht te vereenvoudigen en door te vermijden dat de overnemer geconfronteerd wordt met een overdreven hoge fiscale druk wat betreft de voorbelasting (btw), die hij achteraf toch zou kunnen terugvorderen.

33\. Op voorwaarde dat de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn, zal de overdracht van een handelszaak niet aan de btw onderworpen worden onder toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW (overdracht met voortzetting van exploitatie (‘as a going concern’) buiten het toepassingsgebied van de btw) :

33.1. De verrichting is een overdracht bij wijze van inbreng of anderszins (verkoop, ruil, fusie…), onder bezwarende titel of om niet;

33.2. de overdrager (in casu de NV X) is een btw-plichtige (in België);

33.3. de overnemer/verkrijger (in casu de NV Y) is een btw-plichtige die de belasting, indien ze ingevolge de verrichting zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken;

33.4. het voorwerp van de overdracht is “een overdracht van een algemeenheid van goederen” of “een bedrijfsafdeling” voor btw-doeleinden.

34\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sàrl tegen Administration de l’enregistrement et des domaines – heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt “de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend (…).” Bij een dergelijke overdracht moet de verkrijger evenwel de bedoeling hebben om de aldus overgedragen handelszaak of bedrijfsonderdeel te exploiteren, en niet om de betrokken activiteit onmiddellijk zonder meer te vereffenen en in voorkomend geval de voorraden \[activa\] te verkopen.

35\. Het Hof van Justitie van de Europese Unie eist niet dat alle elementen die een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen, worden overgedragen. Om de toepassing van de btw-neutrale regeling, waarin voorzien is in de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW toe te laten, volstaat het dat het geheel van de overgedragen (materiële of immateriële) elementen de overnemer de mogelijkheid geeft om een onafhankelijke economische activiteit voort te zetten.

36\. De feitelijke omstandigheden die de verrichting kenmerken en vooral de aard van de economische activiteit moeten ten volle in aanmerking worden genomen wanneer men wil bepalen of de verrichting kan worden aangemerkt als een overdracht van een handelszaak of een bedrijfsonderdeel (zie in dit verband ook zaak [C-444/10](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-444-10-arrest), Finanzamt Lüdenscheid tegen Christel Schriever, van 10 november 2011).

37\. De beoordeling of het voorwerp van de overdracht kwalificeert als een overdracht van een handelszaak dient te worden gemaakt in hoofde van de overnemer, in casu de NV Y. Men moet namelijk nagaan of de overnemer in staat is om met de overgedragen activa en passiva op onafhankelijke wijze een economische activiteit uit te oefenen.

38\. In onderhavig geval zijn de vier voorwaarden duidelijk vervuld :

38.1. De verrichting is een overdracht bij wijze van een wettelijke partiële splitsing;

38.2. De overdrager (in casu de NV X) is een btw-plichtige (in België);

38.3. De overnemer (in casu de NV Y) zal, door het voortzetten van de overgenomen handelszaak, kwalificeren als een btw-plichtige die de belasting, indien ze ingevolge de verrichting zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken;

38.4. De NV Y zal de divisie A van de NV X voor de Belgische markt overnemen en voortzetten. De bedoeling is dat alle activa die nodig zijn om deze divisie te exploiteren, zullen worden overgedragen.

39\. Uit wat voorafgaat, volgt dat de integratie, via partiële splitsing, in de NV Y de overdracht zal omvatten van een samenhangend geheel van activa, waaronder personeel, waarmee het mogelijk is om een economische (verkoop)activiteit te voeren in de zin van de artikelen 11 en 18, §3 W.BTW. Die overdracht omvat zowel de materiële (lichamelijke) als de immateriële (onlichamelijke) elementen die samen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee in hoofde van de overnemer (in casu de NV Y) een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

40\. De beoogde integratie, via partiële splitsing, van de divisie A van de NV X in de NV Y kwalificeert niet als een levering van goederen/een levering van een dienst zoals bepaald in de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW en is bijgevolg niet aan de btw onderworpen. In dat geval wordt de NV Y geacht deze divisie van de NV X voort te zetten.

### *III.B. De overwogen moeder-dochterfusie tussen de BVBA Z en de NV Y*

#### III.B.1. De fusie kwalificeert als een fiscaal neutrale fusie voor doeleinden van de Belgische vennootschapsbelasting

41\. De geplande moeder-dochterfusie is duidelijk ingegeven door zakelijke overwegingen aangezien de fusie de stap is die volgt na een overname door de groep V van de groep W van een onafhankelijke, derde partij.

42\. Deze fusie leidt namelijk tot de integratie van de activiteiten van de BVBA Z met de door de NV Y gevoerde activiteiten. De productportfolio van de BVBA Z is complementair met de productportfolio van de NV Y in die zin dat het productassortiment van de BVBA Z een aanvulling vormt van het productassortiment van de NV Y en het zo mogelijk wordt om een gemeenschappelijke klantengroep te benaderen met een meer uitgebreide productportfolio.

43\. Daaruit blijkt duidelijk dat de beoogde fusie moet worden gezien als een logische volgende stap in de alignering van de Belgische juridische structuur met het nieuwe operationele model dat groep V wereldwijd wil uitrollen.

44\. Bovendien dient te worden opgemerkt dat de BVBA Z over fiscaal overdraagbare verliezen beschikt. Aansluitend op de fusie zouden die verliezen in principe overgaan naar de NV Y op basis van de geprorateerde netto fiscale waarde van de twee betrokken entiteiten. Rekening houdend met het eigen vermogen van de BVBA Z en het geprojecteerde eigen vermogen van de NV Y na de partiële splitsing zouden in onderhavig geval als gevolg van de fusie echter bijna alle actieve fiscale latenties verloren gaan. Die actieve fiscale latenties zijn dus geenszins een motief voor de overwogen fusie.

45\. De BVBA Z heeft personeel. Ten gevolge van de integratie van de BVBA Z in de NV Y zullen bepaalde functies dubbel worden uitgevoerd. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid leiden tot een aantal ontslagen. De integratie is er evenwel op gericht om naar de toekomst toe - en niettegenstaande voormelde verwachte ontslagen – een maximaal behoud van tewerkstelling te verzekeren (o.a. ten gevolge van bredere inzetbaarheid van medewerkers). Echter, de centralisatie van functies zal de NV Y in staat stellen om de activiteiten te stroomlijnen en de bedrijfsefficiëntie te verbeteren.

46\. Ingevolge de fusie zal het overgrote deel van de fiscale verliezen van de BVBA Z verloren gaan. Op basis van de berekening zou meer dan 95% van de verliezen verloren gaan.

47\. Naar aanleiding van de fusie zal de NV Y tot beloop van het verschil tussen de aanschaffingswaarde van de aandelen van de BVBA Z en de waarde van de onderliggende netto-activa (boekhoudkundige minderwaarde op de ingetrokken aandelen), een goodwill uitdrukken en/of een herwaardering uitdrukken met betrekking tot identificeerbare actiefbestanddelen van de overgenomen vennootschap, waardoor een zogenaamde inbrengmeerwaarde ontstaat.

48\. Deze inbrengmeerwaarde wordt overeenkomstig artikel 212, derde lid, WIB 92 geacht niet te zijn verwezenlijkt zodat, met het oog op de vrijstelling, aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde moet worden voldaan. Om aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde te voldoen zal ten belope van deze inbrengmeerwaarde een subrekening van het kapitaal gedebiteerd worden en een andere subrekening van het kapitaal gecrediteerd worden. De gedebiteerde subrekening van de kapitaalrekening wordt fiscaal behandeld als een negatieve belaste reserve in kapitaal (fiscaal te compenseren middels een verworpen uitgave, hetgeen in feite de fiscale minderwaarde op de ingetrokken aandelen vertegenwoordigt) en de gecrediteerde subrekening van de kapitaalrekening wordt behandeld als een vrijgestelde reserve in kapitaal.

49\. De fiscale minderwaarde zal in de verworpen uitgaven opgenomen worden.

50\. De afschrijving op die goodwill en de geherwaardeerde actiefbestanddelen is fiscaal niet aftrekbaar, hetgeen wordt bereikt door de vrijgestelde reserve in kapitaal (gecrediteerde subrekening) jaarlijks om te zetten in een belaste reserve in kapitaal.

51\. Tenslotte dient te worden opgemerkt dat de BVBA Z beschikte over een vrijgestelde gereserveerde winst. De NV Y heeft de intentie om ingevolge de fusie deze vrijgestelde reserves van de BVBA Z over te nemen.

52\. De beoogde integratie, via fusie, van de BVBA Z in de NV Y voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 211, §1 en 183bis WIB 92 en heeft dus niet als hoofddoel of één van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking in de zin van artikel 183bis WIB 92.

#### III.B.2. De fusie voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW

53\. Op voorwaarde dat de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn, zal de transactie niet aan de btw onderworpen worden onder toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW (overdracht met voortzetting van exploitatie (“as a going concern”) buiten het toepassingsgebied van de btw) :

53.1. De verrichting is een overdracht bij wijze van inbreng of anderszins (verkoop, ruil, fusie…), onder bezwarende titel of om niet;

53.2. de overdrager (in casu de BVBA Z) is een btw-plichtige (in België);

53.3. de overnemer/verkrijger (in casu de NV Y) is een btw-plichtige die de belasting, indien ze ingevolge de verrichting zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken;

53.4. het voorwerp van de overdracht is ‘een overdracht van een algemeenheid van goederen’ of ‘een bedrijfsafdeling’ voor btw-doeleinden.

54\. In onderhavig geval is duidelijk voldaan aan deze vier voorwaarden :

54.1. De verrichting is een overdracht bij wijze van juridische fusie;

54.2. De overgenomen entiteit (in casu de BVBA Z) is een btw-plichtige (in België);

54.3. De overnemende entiteit (in casu de NV Y) kwalificeert als een btw-plichtige die de belasting, indien ze ingevolge de verrichting zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken;

54.4. Het voorwerp van de overdracht kwalificeert als een algemeenheid van goederen. Aansluitend op de fusie zullen alle activiteiten van de BVBA Z worden geïntegreerd met die van de NV Y. De juridische fusie gaat derhalve gepaard met de toewijzing van een samenhangend geheel van activa en passiva waarmee een economische activiteit kan worden uitgeoefend in de zin van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW.

55\. De beoogde integratie, via fusie, van de algehele activiteiten van de BVBA Z in de NV Y kwalificeert niet als een levering van goederen/een levering van een dienst zoals bepaald in de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW en is bijgevolg niet aan de btw onderworpen. In dat geval wordt de NV Y geacht de algehele activiteiten van de BVBA Z voort te zetten.

## IV. Beslissing

### *IV.A. Betreffende de beoogde partiële splitsing van de NV X*

#### IV.A.1. Toepassing van artikel 183bis, WIB 92

56\. De groep V is wereldwijd actief. De NV X is de belangrijkste vennootschap van de groep in België, die tevens deelnemingen bezit in een aantal dochtervennootschappen.

57\. Wegens de toegenomen concurrentie komt de groep commercieel meer onder druk te staan.

58\. De groep V heeft in deze context een strategie uitgewerkt en wil zo de concurrentiepositie in de komende jaren versterken door wereldwijd één operationeel model in te voeren waardoor de processen efficiënter zullen verlopen en de kosten beter worden beheerst.

59\. Als onderdeel van deze internationale herstructurering werd beslist om wereldwijd de activiteiten A af te zonderen van de activiteiten B. Voor de NV X die zowel activiteiten A als B heeft, betekent dit dat de divisie A, inclusief de participatie in de BVBA Z, zal worden overgedragen vanuit de NV X aan de nieuw opgerichte Belgische entiteit, NV Y, door middel van een partiële splitsing.

60\. De NV X heeft werknemers in dienst. Samen met de divisie A zullen volgens de aanvrager een aanzienlijk aantal werknemers overgaan naar de NV Y. De aanvrager heeft bevestigd dat de tewerkstelling en arbeidsvoorwaarden van de werknemers in België geen directe gevolgen zullen ondervinden van de partiële splitsing.

61\. De aanvrager heeft eveneens bevestigd dat de groep V geenszins de intentie heeft de aandelen van de NV X en de NV Y na de partiële splitsing op korte termijn te vervreemden.

62\. De geplande partiële splitsing brengt een voordeel met zich mee op het vlak van de aftrek voor risicokapitaal zoals bedoeld in artikel 205bis WIB 92. Er kan evenwel worden aangenomen dat de stijging eerder een gevolg is van de verrichting zelf.

63\. De NV X beschikt niet over overgedragen fiscale verliezen, overgedragen aftrek voor risicokapitaal, DBI-overschotten of overgedragen investeringsaftrek.

64\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de NV X zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

65\. De overnemende vennootschap NV Y is een binnenlandse vennootschap. De aanvrager heeft bevestigd dat de partiële splitsing zal worden verricht overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen.

66\. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, 4° lid, WIB 92 is voldaan, zodat de geplande partiële splitsing kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

#### IV.A.2. Boekhoudkundige retroactiviteit

67\. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag, inzonderheid t.a.v. vermeld retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule :

67.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maand in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;

67.2. en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

68\. De aanvrager heeft bevestigd dat de partiële splitsing zal plaatsvinden met een terugwerkende kracht naar 1 januari 2015, waarbij de normale termijn van zeven maanden niet zal worden overschreden.

69\. De aanvrager heeft bevestigd dat de NV X winstgevend is en niet over fiscaal overdraagbare verliezen beschikt. De NV Y is pas opgericht zodat ook zij niet over fiscaal overdraagbare verliezen beschikt. Derhalve kan worden gesteld dat deze boekhoudkundige retroactiviteitsclausule een correcte toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat en dat deze op fiscaal vlak kan worden aanvaard.

#### IV.A.3. Toepassing van artikel 213 WIB 92

70\. Ingeval van een (partiële) splitsing in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 worden de verkrijgende vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213, WIB 92, bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die ingeval van (partiële) splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen. Dit houdt in dat de drie componenten van het fiscaal eigen vermogen (gestort kapitaal, belaste reserves en vrijgestelde reserves) elk afzonderlijk moeten worden verdeeld in verhouding tot het gedeelte van de fiscale nettowaarden dat aan elk van de vennootschappen wordt toebedeeld (zie ook arrest van het Hof van Beroep te Gent van 1 maart 2011 inzake Villa 2000 CVA).

71\. De door de aanvrager voorgestelde werkwijze voor de omdeling van de fiscale vermogensbestanddelen is conform het bepaalde in artikel 213, WIB 92.

#### IV.A.4. Toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW

72\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

73\. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

74\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

75\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

76\. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

77\. Naar aanleiding van de hierboven beschreven partiële splitsing worden alle activa en passiva die verbonden zijn aan de divisie A van de NV X, afgesplitst naar de NV Y.

78\. Deze overdracht heeft betrekking op alle specifieke en noodzakelijke bestanddelen (goodwill, klantenbestanden, handelsvorderingen, leningen, door klanten gebruikte activa, bedrijfsuitrusting voor divisie A, werknemers, aandelen van de BVBA Z en alle bestaande overeenkomsten met betrekking tot de divisie A) die de overnemer, i.e. NV Y, in staat stelt om de ondernemingsactiviteit van de divisie A verder zelfstandig te exploiteren.

79\. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een bedrijfstak die een autonome economische activiteit uitmaakt en die op eigen kracht kan werken.

80\. Vermits de NV Y de divisie A van de NV X voor de Belgische markt zal overnemen en voortzetten, zal de NV Y belaste handelingen stellen en zal ze een btw-belastingplichtige met recht op btw-aftrek zijn.

81\. De hierboven beschreven partiële splitsing dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18 § 3, W.BTW te gebeuren.

### *IV.B. Betreffende de overwogen moeder-dochterfusie tussen de BVBA Z en de NV Y*

#### IV.B.1. Toepassing van artikel 183bis WIB 92

82\. De groep V nam de groep W en haar dochtervennootschappen, waaronder de BVBA Z, over. Deze overname past in de groeistrategie van de groep V.

83\. In het kader van de integratie van de groep W in de bestaande dochtervennootschappen van de groep V werden de aandelen van de BVBA Z aan marktwaarde overgedragen aan de NV X.

84\. De activiteiten van de BVBA Z zijn complementair met de activiteiten van de NV Y.

85\. De aanvrager wenst een geruisloze fusie door te voeren waarbij de NV Y haar dochtervennootschap, de BVBA Z, zal overnemen.

86\. Deze fusieverrichting kadert binnen de verdere integratie van de recent overgenomen groep W in de groep V waarbij er gestreefd wordt naar synergieën.

87\. De aanvrager heeft verklaard dat de integratie erop is gericht om naar de toekomst toe - en niettegenstaande enkele mogelijke ontslagen wegens overlappende functies - een maximaal behoud van tewerkstelling te verzekeren.

88\. De geplande fusieverrichting zal geen fiscaal voordeel met zich meebrengen op het vlak van de aftrek voor risicokapitaal zoals bedoeld in artikel 205bis WIB 92.

89\. De BVBA Z is momenteel verlieslatend. Ingevolge de fusie zullen de jaarlijkse verliezen van de BVBA Z kunnen worden gecompenseerd met de winsten van de NV Y. De aanvrager verwacht evenwel dat de resultaten van de BVBA Z na de integratie in de groep V zullen verbeteren ingevolge de synergie-effecten door de integratie van de teams en de meer toegankelijke groepsfinanciering.

90\. De BVBA Z heeft overgedragen fiscale verliezen die naar aanleiding van de fusie aanzienlijk zullen worden beperkt ingevolge de bepalingen van artikel 206, §2, WIB 92. Op basis van de verstrekte berekeningen zou 95 % van deze verliezen verloren gaan ingevolge de fusie. De NV Y beschikt niet over overgedragen fiscale verliezen.

91\. De BVBA Z en de NV Y beschikken voor het overige niet over overgedragen DBI-overschotten, overgedragen aftrek voor risicokapitaal of overgedragen investeringsaftrek.

92\. De NV X heeft recent de aandelen van de BVBA Z verworven, hetgeen werd gefinancierd door de opname van de nodige liquiditeiten uit de cash pool van de groep waarvoor een marktconforme interest zal worden aangerekend. De deelneming in de BVBA Z en de daarbij horende schuld zullen naar aanleiding van de partiële splitsing van de NV X worden overgedragen aan de NV Y. De aanvrager heeft bevestigd dat de NV Y zelf over voldoende belastbare basis zal beschikken om de interestlasten op deze schuldpositie fiscaal in mindering te kunnen brengen.

93\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de geplande fusie door overneming van de BVBA Z door de NV Y niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92.

94\. De overnemende vennootschap NV Y is een binnenlandse vennootschap. De aanvrager heeft bevestigd dat de fusie zal worden verricht overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen.

95\. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, 4° lid, WIB 92 is voldaan, zodat de geplande fusie door overneming van de BVBA Z door de NV Y kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

#### IV.B.2. Toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW

96\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

97\. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

98\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

99\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

100\. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

101\. Naar aanleiding van de hierboven beschreven fusie worden alle activa en passiva die verbonden zijn aan de BVBA Z overgedragen aan de vennootschap NV Y.

102\. Deze overdracht heeft betrekking op alle specifieke en noodzakelijke bestanddelen (goodwill, klantenbestanden, alle ondersteunende activa, handelsvorderingen, liquide middelen, alle bestaande overeenkomsten, kapitaal, intragroepsschulden en derdenschulden en andere schulden en werknemers) die de overnemer, i.e. NV Y, in staat stelt om de ondernemingsactiviteit van de BVBA Z verder zelfstandig te exploiteren.

103\. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een algemeenheid van goederen die een autonome economische activiteit uitmaakt en die op eigen kracht kan werken.

104\. Vermits de NV Y de activiteiten van de BVBA Z zal overnemen en voortzetten, zal de NV Y belaste handelingen stellen en zal ze een btw-belastingplichtige met recht op btw-aftrek zijn.

105\. De hierboven beschreven fusie dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18 § 3, W.BTW te gebeuren.

\*

\* \*

106\. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld werden. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding onder randnummer 20, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, §1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing zoals de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de NV X of van de NV Y.

## Aangehaalde teksten

8

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 4 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 4 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 2 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 2 voorkomens

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 3 voorkomens

[C-444/10, arrest van 10 november 2011](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-444-10-arrest) 1 voorkomen
