Tarief · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2015.224 4 augustus 2015

Zoeken

TariefBtw - Tarief - Rubriek XXXVII van Tabel A van de bijlage bij KB nr. 20 - Heropbouw van een woning

https://juriel.be/nl/rulings/2015-224-tarief-rubriek-xxxvii-tabel-bijlage-8dda

Nummer
2015.224
Datum
4 augustus 2015

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

60 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2015.224 dd. 04.08.2015

Btw · Tarief · Rubriek XXXVII van Tabel A van de bijlage bij KB nr. 20

Samenvatting

Aanvrager wil een voorafgaande beslissing aanvragen m.b.t. het al dan niet toepasselijk zijn van het btw-tarief van 6% conform KB 20, rubriek XXXVII m.b.t. de afbraak en heropbouw van een woning.

Uit de door de aanvrager verstrekte inlichtingen, blijkt dat de prijs, m.b.t. het hierboven omschreven woningproject, reeds is gefactureerd aan de aanvragers en werd betaald door aanvragers in de periode 2011-2013.

De aanvraag is onontvankelijk.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Aanvrager wil een voorafgaande beslissing aanvragen m.b.t. het al dan niet toepasselijk zijn van het btw-tarief van 6% conform KB 20, rubriek XXXVII m.b.t. de afbraak en heropbouw van een woning.

II. Omschrijving van de voorgenomen verrichting

2. In 2011 leverde stad Z een verkavelingvergunning af aan BVBA A, aannemingsbedrijf, met betrekking tot voormeld perceel. Het betreft de opsplitsing van het perceel in vier loten, twee voor halfopen en twee voor gesloten bebouwing.

3. De meest relevante voorwaarde voor de verkaveling luidt:

4. “Vervreemding van de loten wordt pas toegestaan nadat de bestaande bebouwing gesloopt is.”

5. In de verkavelingsvergunning wordt het terrein omschreven als:

6. “Het terrein zelf is momenteel bebouwd met een woonhuis, ingeplant tegen de rooilijn en een zeer ruime achterbouw, tot bijna tegen de achterste perceelgrens.”

7. In 2011 werd een onderhandse verkoopsovereenkomst gesloten tussen aanvragers en de heer Y. De aanvragers kochten daarbij ¼ onverdeeld aandeel van voormeld terrein.

8. Er werden een aantal voorwaarden opgenomen, waarvan de relevante luiden:

Opdracht aan de bouwpromotor BVBA A tot:

8.1. afbreken van bestaande gebouwen;

8.2. vervolgens verlijden van de notariële akte strekkende tot verkaveling;

8.3. aangaan aannemingsovereenkomst conform de wet Breyne met BVBA A.

9. In 2011 leverde stad Z een bouwvergunning af, aangevraagd door BVBA A.

10. Het betrof de aanvraag tot oprichting van twee halfopen en twee gesloten eengezinswoningen op voormeld terrein.

11. De vergunning werd afgeleverd zonder noemenswaardige, in de zin van thans relevante, voorwaarden.

12. In 2011 sloten de aanvragers een aannemingsovereenkomst met het (intussen failliet verklaarde) aannemingsbedrijf BVBA A.

13. De relevante bepalingen zijn:

13.1. opdracht:

13.1.1. afbraak van het aandeel van de opdrachtgever in de bestaande opstallen;

13.1.2. oprichting van woning;

13.2. de btw-verklaring 6%.

14. In 2011 legden de aanvragers een verklaring af conform KB20/tabel A XXXVII en werd deze overgemaakt aan het bevoegde kantoor.

15. In 2011 wordt de notariële akte verleden waarbij de 4 onverdeelde mede-eigenaars van het terrein uit onverdeeldheid treden.

16. Op dat ogenblik was het bestaande gebouw dus afgebroken door de aannemer.

17. In 2012 ontvingen de aanvragers een brief van de Vlaamse Overheid, agentschap Wonen Vlaanderen, waaruit blijkt dat het pand inderdaad werd gesloopt en daarom werd geschrapt uit de inventaris van leegstand en verkrotting.

III. Motivering van de aanvraag

18. De aanvragers vragen te bevestigen dat hun bouwproject voldoet aan artikel KB20/Tabel A XXXVII, dat luidt:

Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op het werk in onroerende staat en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, §3, 3° tot 6°, die tot voorwerp hebben de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning.

Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan het vervullen van de navolgende voorwaarden:

1° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering van de werken, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk als privé-woning wordt gebruikt;

2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die gelegen is in één van de grote steden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005 ter uitvoering van artikel 3 van de wet van 17 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid;

3° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd door een persoon die op het tijdstip van het sluiten van de aannemingsovereenkomst geregistreerd is als zelfstandige aannemer overeenkomstig de artikelen 400 en 401 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;

4° de bouwheer moet:

a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen een verklaring indienen. Deze verklaring dient te vermelden dat het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten bedoeld is om hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning te worden gebruikt en dient vergezeld te zijn van een afschrift van:

- de bouwvergunning;

- het (de) aannemingscontract(en).

b) aan de dienstverrichter een afschrift van de verklaring bedoeld onder a) overhandigen.

5° het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, moet zich voordoen uiterlijk op 31 december van het jaar van de eerste ingebruikneming van het gebouw;

6° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van het afschrift bedoeld onder punt 4°, b), hiervoor, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in het geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast de verklaring van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van he tarief.

19. De woning van de aanvrager wordt weliswaar niet opgericht op dezelfde plaats als de afgebroken woning op het perceel, doch dat lijkt geen bezwaar te zijn.

20. In een soortgelijke casus werd reeds eerder beslist dat inderdaad voldaan is aan voormeld artikel. Aanvragers verwijzen naar voorafgaande beslissing nr. 2012.127 dd. 08/05/2012.

IV. Beslissing

Uit het door de DVB gedane analyse blijkt het volgende:

21. Overeenkomstig artikel 20 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, kan de Dienst Voorafgaande Beslissingen slechts een voorafgaande beslissing treffen met betrekking tot een bijzondere situatie of verrichting die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.

22. Uit de door de aanvrager verstrekte inlichtingen, blijkt dat de prijs, m.b.t. het hierboven omschreven woningproject, reeds is gefactureerd aan de aanvragers en werd betaald door aanvragers in de periode 2011-2013.

23. De voorgelegde verrichting heeft op fiscaal vlak reeds uitwerking gehad.

*

* *

Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel V beslist het College van de DVB in zitting van 04 augustus 2015 dat :

24. de aanvraag onontvankelijk is.