---
title: "Voorafgaande beslissing 2014.675 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2014.675 van 21 mei 2015."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2014-675-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-36e9"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Vennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Registratierechten - Belasting over de toegevoegde waarde

**Nummer**

2014.675

**Datum**

21 mei 2015

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

103 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

*Vennootschapsbelasting*

*Belastingneutrale partiële splitsing* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking*

*Registratierechten* · *Belasting over de toegevoegde waarde*

## Samenvatting

De partiële splitsing van de vennootschap X, waarbij het bedrijfsmatig onroerend goed wordt afgesplitst naar een nieuw op te richten vennootschap en waarbij de exploitatieactiviteit wordt verdergezet in de vennootschap X, en die ertoe strekt het onroerend goed te vrijwaren van het ondernemingsrisico, heeft niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92 en kan belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92. De partiële splitsing zal belast worden aan het tarief van 0% in toepassing van artikel 115*bis* W. reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167 W. Reg. De geplande partiële splitsing als interne handeling van de btw-eenheid ‘X’ wordt niet geviseerd door [artikel 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, § 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), btw-wetboek.

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1**. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat zakelijke overwegingen aan de basis liggen van de voorgenomen partiële splitsing van de vennootschap X, waarbij het onroerend goed wordt overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap Newco, teneinde te besluiten dat deze partiële splitsing:

**1.1** geen belastingfraude of belastingontwijking als hoofddoel of één van de hoofddoelen heeft in de zin van artikel 183*bis* Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB 92) en gekwalificeerd kan worden als een belastingvrije partiële splitsing in de zin van artikel 211, § 1, WIB 92;

**1.2** een aan het tarief van nul percent bedoelde overdracht in de zin van artikel 115*bis* van het Wetboek der registratie- , hypotheek- en griffierechten (W.Reg.) betreft, evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167 W.Reg;

**1.3** geen btw-herziening tot gevolg zal hebben vermits X toegetreden is tot de btw-eenheid X en Newco onmiddellijk en verplicht zal toetreden tot deze btw-eenheid. In hoofde van de btw-eenheid zal deze partiële splitsing op btw-vlak beschouwd worden als een interne handeling, zonder dat een btw-herziening zich opdringt.

## II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

## *II. A. Beschrijving van de betrokken vennootschappen en hun activiteiten*

**2.** De aanvrager bezorgde een overzicht van de huidige groepsstructuur.

## Vennootschap X

**3.** De vennootschap voert activiteit Q1 uit.

**4.** Actueel worden in X enerzijds operationele activiteiten uitgeoefend en anderzijds wordt onroerend goed aangehouden. De gebouwen werden door X opgericht in het verleden.

**5**. De huidige aandeelhouders zijn de vennootschap R (hoofdaandeelhouder) en mevrouw A.

**6**. Op heden bestaat de raad van bestuur uit de vennootschap R, met als vaste vertegenwoordiger A, en vennootschap S, met als vaste vertegenwoordiger de heer B.

**7**. Er werd een overzicht gegeven van het dividendbeleid bij X de voorbije boekjaren.

**8**. Er werden door X de voorbije jaren geen kapitaalverminderingen doorgevoerd.

## Vennootschap Y

**9**. De vennootschap Y voert activiteit Q2 uit.

**10.** Y bezit geen onroerende goederen.

## Vennootschap R

**11**. De vennootschap R voert activiteit Q3 uit.

**12.** R bezit geen onroerend goed.

## Vennootschap S

**13.** S houdt onroerend goed aan.

**14.** S verhuurt onroerend goed aan Y en voert management- en bestuurdersfuncties uit in X en Y.

## *II. B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting*

**15**. De verrichting betreft de partiële splitsing van X, waarbij haar onroerend goed wordt overgedragen naar een nieuw op te richten vennootschap Newco. Het af te splitsen onroerend goed betreft een industriegebouw/fabriek en omvat geen privé-matig gebruikt onroerend goed. Gezien er geen schulden drukken op het onroerend goed worden geen passiva mee afgesplitst. De aanvrager bezorgde een ontwerp van splitsingsstaat.

**16.** De verrichting zal doorgevoerd met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden.

**17.** Na de partiële splitsing:

*-* zal er binnen X geen onroerend goed meer aanwezig zijn. De verrichting heeft tot gevolg dat genoemd onroerend goed wordt ondergebracht in een aparte vennootschap dewelke een marktconforme huur zal aanrekenen aan de operationele vennootschap X. De aanvrager vraagt geen akkoord omtrent het marktconforme karakter van deze huur*;*

*-* zullen de operationele activiteiten verder worden gezet in X, met alle daarbij horende activa- en passivabestanddelen, evenwel met uitzondering van hoger genoemd onroerend goed*;*

*-* behouden de aandeelhouders van X hun aandelen in X en ontvangen zij aandelen in de nieuw op te richten vennootschap Newco*;*

*-* zal de nieuw op te richten vennootschap Newco onmiddellijk toetreden tot de btw-eenheid X.

## III. Motivering van de aanvraag door de aanvrager

## *III. A. Vennootschapsbelasting*

## III. A.1 Wettelijke basis

**18**. Artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 voorziet dat een partiële splitsing belastingneutraal kan verlopen indien gelijktijdig aan de volgende drie voorwaarden voldaan is:

*-* de overnemende of verkrijgende vennootschap moet een binnenlandse vennootschap of een intra-Europese vennootschap zijn;

*-* de verrichting wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en, desgevallend, conform vennootschapsrechtelijke bepalingen van gelijke aard die van toepassing zijn op de overnemende of verkrijgende intra-Europese vennootschap, en;

*-* de verrichting beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183*bis* WIB 92.

**19**. De aanvrager heeft bevestigd dat:

*-* Newco zal worden opgericht als een naar Belgisch recht opgerichte vennootschap die haar maatschappelijke zetel heeft in België en die niet van Belgische vennootschapsbelasting is uitgesloten;

*-* de splitsingsverrichting zal volledig worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen.

**20**. De aanvrager stelt dat de verrichting beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183*bis* WIB 92 aangezien zij geenszins als hoofddoel noch als één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft. Zakelijke overwegingen vormen de grondslag voor de voorgenomen partiële splitsing.

## III. A.2 Zakelijke overwegingen

**21**. De partiële splitsing waarbij het huidige onroerend goed toebehorende aan X wordt afgesplitst naar Newco zal toelaten dat zowel de industriële activiteiten als het beheer van een industrieel en commercieel onroerend patrimonium zich operationeel en financieel onafhankelijk kunnen ontwikkelen.

**22**. De aanwezigheid van het betreffende onroerende goed in X is historisch te verklaren, vermits bij de aankoop van de grond diverse voorwaarden aan de (werkvennootschap) X werden opgelegd. Het aanhouden van vastgoed in X past evenwel niet meer in de huidige strategie en lange termijn visie van het management en de aandeelhouders. Niet in het minst omdat de onderneming geëvolueerd is en de huidige activiteiten niet zonder commercieel én financieel risico zijn, in het bijzonder ingevolge mogelijke aansprakelijkheidsclaims.

**23**. Gezien het risico op substantiële schadeclaims is het ongemeen belangrijk dat het onroerend goed wordt gevrijwaard voor risico's die uitsluitend verbonden zijn aan de exploitatie. Bovendien zorgt de reorganisatie er ook voor dat in commercieel moeilijke tijden het onroerend goed niet nodeloos wordt onderworpen aan de ondernemingsrisico's van X.

**24**. De aanvrager wil er tevens voor zorgen dat de groepsstructuur de intrede van de volgende generatie mogelijk maakt. Door hier nu rekening mee te houden worden het onderscheid tussen exploitatie en het beheer van onroerend goed duidelijk. Dit creëert de mogelijkheid om een betere toetreding tot de exploitatievennootschap te bieden aan dit deel van de volgende generatie die zich willen engageren in laatstgenoemde vennootschap. Indien de exploitatieactiviteiten vermengd blijven met onroerend goed wordt een hypotheek gelegd op de continuïteit en mogelijke groei van de onderneming. Teneinde een duurzame antwoord te bieden aan de actuele noden en toekomstige uitdagingen mogen de exploitatieactiviteiten en het beheren van onroerende goederen zich niet binnen één juridische entiteit bevinden. Het zijn immers twee van elkaar te onderscheiden activiteiten die een eigen beleid en visie vragen. Door de partiële splitsing wordt een stap gezet om de opvolging en verder zetting van de activiteiten door de volgende generatie naar eigen inzicht en vermogen te organiseren.

**25**. De aanvrager verklaart dat het genoemde onroerend goed ook na de partiële splitsing verder zal worden gebruikt door X. Laatstgenoemde vennootschap zal nog over langdurige gebruiksrechten kunnen beschikken onder de vorm van huur. Het is duidelijk dat de reorganisatie niet plaatsvindt met de bedoeling het betreffende onroerend goed via een verkoop van de aandelen van Newco aan een derde niet-verbonden partij te verkopen. Er bestaat in deze geen enkele intentie tot overdracht van aandelen van X noch van Newco.

**26**. Binnen de groepsstructuur wordt geopteerd om het onroerend goed van X af te splitsen naar een nieuw op te richten vennootschap Newco (en niet naar S), gelet op de onderscheiden activiteiten van X en Y, met hun specifieke sectorgebonden noden en risico’s.

## III. A.3 Tewerkstelling

**27**. X stelt personeel tewerk. De aanvrager heeft bevestigd dat de partiële splitsing geen negatieve invloed zal hebben op het personeelsbestand van X. Het personeel van X zal niet overgaan naar Newco.

## III. A.4 Boekhoudkundige en fiscale aspecten

**28**. De omzet, boekhoudkundig en fiscaal resultaat (voor en na de verschillende aftrekbewegingen) voor de laatste 3 afgesloten boekjaren van X werden door de aanvrager in een tabel weergegeven.

**29**. De eigenvermogensbestanddelen gestort kapitaal, belaste reserves en vrijgestelde reserves zullen over X en Newco worden verdeeld overeenkomstig artikel 213 WIB 92. De uitgestelde belastingen zijn verbonden aan de gespreid te belasten meerwaarde en de kapitaalsubsidies, die op hun beurt betrekking hebben op het onroerend goed dat zal ingebracht worden in Newco.

**30**. X heeft op het ogenblik van de partiële splitsing geen overgedragen investeringsaftrek, geen overgedragen aftrek voor risicokapitaal, geen fiscaal overgedragen verliezen en geen overgedragen DBI.

**31.** De verrichting brengt geen voordeel met zich mee op het vlak van de aftrek voor risicokapitaal.

**32.** De aanvrager bezorgde ook een detail van de vrijgestelde reserves bij X.

**33**. De aanvrager stelt dat na de reorganisatie zowel X als Newco economisch leefbaar zullen zijn. De aanvrager bezorgde dienaangaande een prognose voor deze twee vennootschappen voor de twee boekjaren na de partiële splitsing.

**34**. De aanvrager stelt dat de cumul van de belastbare basissen bij X en Newco na de partiële splitsing zal overeenstemmen met de belastbare basis van X ingeval de partiële splitsing niet zou doorgaan.

**35**. Er zijn op heden geen claims hangende noch concrete claims te verwachten waarvoor er geen middelen zijn voorzien.

## III. B. Registratierechten

**36**. Artikel 115*bis* W.Reg. bepaalt dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning aangewend worden of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0 pct. worden onderworpen.

**37**. Artikel 120 W.Reg. is niet van toepassing omdat er geen overname van passief noch enige opleg in geld is.

**38**. Aangezien beide vennootschappen, i.e. X en Newco, voldoen aan de nationaliteitsvereiste en het ingebrachte onroerend goed uitsluitend wordt aangewend voor de exploitatie, vrij van schulden en zonder enige opleg, kan men stellen dat de verrichting zal worden belast aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115*bis* W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167 W.Reg.

## III. C. BTW

**39**. Newco is een verplicht lid van de btw-eenheid X. Transacties tussen leden van een btw-eenheid, (ook "interne handelingen" genoemd), vallen buiten de werkingssfeer van de btw. Hieruit volgt inzonderheid dat de artikelen 11, en 18,§ 3, W.BTW niet van toepassing zijn tussen de leden van een btw-eenheid (zie ook randnummer 7.2.1.1 van Circulaire nr. AOIF 42/2007 (E.T. 111.702) dd. 09.11.2007). De voorgenomen verrichting wordt bijgevolg niet geviseerd door de artikelen 11, en 18, § 3, W.BTW.

## IV. Beslissing

## *IV. A. Vennootschapsbelasting*

**40**. X voert activiteit Q1 uit. De hoofdaandeelhouder van X is de vennootschap R (in handen van de familie A-B). Mevrouw A houdt 1 aandeel aan in X.

**41**. Op heden omvat X zowel een exploitatieactiviteit als onroerend goed. Het onroerend goed betreft meer bepaald een fabriek. De aanwezigheid hiervan in X is historisch te verklaren: bij aankoop van de grond werden door de verkoper heel wat voorwaarden opgelegd aan de werkvennootschap X. Op heden past het aanhouden van onroerend goed niet meer binnen de strategie van X en wenst men het schuldenvrij onroerend goed af te zonderen van het ondernemingsrisico, gelet op het feit dat de huidige activiteiten niet zonder commercieel én financieel risico zijn. Vandaar dat een partiële splitsing wordt vooropgesteld waarbij het onroerend goed van X partieel wordt afgesplitst naar een nieuw op te richten vennootschap. Op deze manier kunnen zowel de industriële activiteiten als het beheer van een industrieel en commercieel onroerend patrimonium zich operationeel en financieel onafhankelijk ontwikkelen.

**42**. De familie A-B houdt nog andere vennootschappen aan, met name Y, R en S. Y en R houden geen onroerend goed aan. S houdt wel onroerend goed aan en verhuurt dit aan Y. Er wordt geopteerd om het onroerend goed van X naar een nieuw op te richten vennootschap af te splitsen en niet naar S gelet op de onderscheiden activiteiten van X en Y, met hun specifieke sectorgebonden noden en risico’s.

**43.** De aanvrager stelt dat door de verrichting eveneens een stap wordt gezet om de opvolging en verderzetting van de exploitatieactiviteiten door de volgende generatie te bewerkstelligen, doch deze zakelijke overweging is op heden weinig concreet.

**44**. De aanvrager heeft bevestigd dat de verrichting geen impact zal hebben op het personeelsbestand van X. Na de partiële splitsing blijft al het personeel tewerkgesteld bij X.

**45.** De aanvrager heeft aangetoond dat de verrichting neutraal is wat de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal betreft.

**46.** X is winstgevend en beschikt niet over fiscaal overgedragen bestanddelen (verliezen, NIA, investeringsaftrek, DBI).

**47.** De aanvrager heeft bevestigd dat de cumul van de belastbare basissen bij X en Newco na de partiële splitsing zal overeenstemmen met de belastbare basis van X ingeval de partiële splitsing niet zou doorgaan.

**48**. De aanvrager heeft bevestigd dat er geen concrete claims of vorderingen hangende zijn waarvoor niet de nodige middelen zijn voorzien en dat zowel X als Newco financieel leefbaar zullen zijn na de partiële splitsing. Op basis van een door de aanvrager verstrekte prognose voor de twee boekjaren na de partiële splitsing blijkt dat zowel X als Newco steeds boekhoudkundig met een positief netto-resultaat zullen afsluiten.

**49.** De aanvrager heeft bevestigd dat artikel 213 WIB 92 zal worden toegepast.

**50**. De aanvrager heeft enerzijds bevestigd dat Newco zal worden opgericht als een naar Belgisch recht opgerichte vennootschap die haar maatschappelijke zetel heeft in België en die niet van Belgische vennootschapsbelasting is uitgesloten en anderzijds dat de splitsingsverrichting volledig zal worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen.

**51**. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92 en belastingneutraal kan worden doorgevoerd in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92

**52**. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummer 25, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183*bis* of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bijvoorbeeld de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van X of Newco.

## *IV. B. Registratierechten*

**53**. Het onroerend goed eigendom van vennootschap X wordt partieel afgesplitst naar een nieuw op te richten Newco.

54\. De aanvrager heeft bevestigd dat er geen openstaande schulden meer rusten op dit onroerend goed en er hoe dan ook geen andere schulden mee overgaan ingevolge deze partiële splitsing.

**55**. De partiële splitsing wordt volledig vergoed in aandelen en er is geen overname van schuld. Er is tevens geen opleg in contanten. Aangezien er n.a.v. de partiële splitsing op de juridische datum van de partiële splitsing geen passief mee overgaat en er geen opleg in geld is, speelt de problematiek van de gemengde inbreng (artikel 120 W. Reg.) niet.

**56**. De op te richten Newco zal een vennootschap met zetel van werkelijke leiding in België zijn.

**57**. Op basis van deze door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het feit dat X en de nog op te richten Newco voldoen aan de nationaliteitsvereiste, kan worden besloten dat de partiële splitsing van X naar de nieuw op te richten vennootschap Newco van het onroerend goed, een schuldenvrije inbreng vormt die aanleiding geeft tot de heffing van evenredige registratierechten ad 0% met een minimum van het algemeen vast recht, dit alles conform de artikelen 115*bis* en 167 W. Reg.

**58**. Voor de toepassing van de registratierechten wordt de inbreng beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum waarop de inbreng in België effectief plaatsvindt, zonder retroactiviteit.

## *IV. C. BTW*

**59.** De hierboven beschreven partiële splitsing van X, waarbij haar onroerend goed wordt overgedragen naar een nieuw op te richten vennootschap Newo, zal plaatsvinden binnen de btw-eenheid X aangezien Newco als verplicht lid onmiddellijk tot deze btw-eenheid zal toetreden.

**60.** Transacties tussen leden van een btw-eenheid, de zogenaamde “interne handelingen”, vallen buiten de werkingssfeer van de btw.

**61**. Hieruit volgt inzonderheid dat de artikelen [11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) en [18, § 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) van het btw-wetboek niet van toepassing zijn tussen de leden van deze btw-eenheid (zie randnummer 7.2.1.1. van Circulaire nr. AOIF 42/2007 (E.T.111.702) dd. 09.11.2007).

**62**. De btw-eenheid “X” wordt voor btw-doeleinden aangemerkt als één belastingplichtige zodat de hierboven beschreven interne handeling op zich zelf geen aanleiding zal geven tot herziening van de afgetrokken btw voor zover de overgedragen goederen door deze btw-eenheid voor externe belaste handelingen (voor derden) blijven gebruikt worden.

**63**. Indien evenwel het bedoelde bedrijfsmiddel na de overdracht zal worden gebruikt voor externe handelingen die geen recht op aftrek verlenen dient de btw-eenheid ‘X’ overeenkomstig artikel 10 e.v. van KB 3 de afgetrokken btw te herzien in de mate dat de herzieningsperiode nog niet verstreken is.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-11) 2 voorkomens

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 2 voorkomens
