Diensten, Bedrijvencentrum, Circulaire AOIF 39/2005 dd. 27 september 2005 · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2014.504 21 oktober 2014

Zoeken

Diensten, Bedrijvencentrum, Circulaire AOIF 39/2005 dd. 27 september 2005Btw - Diensten - Bedrijvencentrum - Circulaire AOIF 39/2005 dd. 27 september 2005

https://juriel.be/nl/rulings/2014-504-diensten-bedrijvencentrum-aoif-september-dienst-dcd0

Nummer
2014.504
Datum
21 oktober 2014

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

105 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2014.504 dd. 21.10.2014

Btw · Diensten · Bedrijvencentrum · Circulaire AOIF 39/2005 dd. 27 september 2005

Samenvatting

X gaat een bedrijvencentrum voor bio-technologische bedrijven uitbaten. Het kan worden beschouwd als een bedrijvencentrum. De hierboven omschreven, door X aan de gebruiker verstrekte dienstprestaties (art. 18 WBTW) onder bezwarende titel, zijn aan de btw onderworpen. Er is geen sprake van een vrijgestelde onroerende verhuur in de zin van artikel 44, § 3, 2° WBTW.

Tekst

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvrager (vennootschap X) wil een project realiseren waarbij een gebouwencomplex wordt opgericht met als doel een kant-en-klare omgeving aan te bieden aan biotechnologische bedrijven. Op die manier kan aan eerstgenoemde bedrijven de mogelijkheid worden geboden om zich verder te ontwikkelen, waarbij zij kunnen gebruik maken van een infrastructuur noodzakelijk om onderzoek en ontwikkeling te verzekeren (zonder dat ze zelf zware investeringen moeten doen tijdens de ontwikkelings- en onderzoeksfase).

2. De beoogde bedrijven zullen het gebruik van deze diensten aanzien als een vorm van tussenfase, tussen de opstart van hun onderzoek en ontwikkeling en de uiteindelijke commercialisering op grote schaal. Bijgevolg zal er een zekere rotatie van gebruikers zijn binnen het centrum, aangezien bij een verdere groei van de gebruiker (zowel in ontwikkeling, productie, als commercialisatie), zij eigen onderzoeks- en productie-eenheden zullen opzetten.

II. Omschrijving van de voorgenomen verrichtingen

3. De voorgenomen verrichtingen hebben betrekking op de oprichting van de specifiek uitgeruste gebouwen en het aanbieden van een kant-en-klaar dienstenpakket aan de gebruikers.

4. Zoals gezegd, zou uiteindelijk een kant-en-klare omgeving worden aangeboden aan de biotechnologische bedrijven. De inhoud van dit dienstenpakket zal hierna worden besproken.

III. Voorwerp van de rulingaanvraag

5. Kan het aanbieden van de kant-en-klare omgeving aan de biotech-bedrijven door middel van het op te richten complex beschouwd worden als een bedrijven-of dienstencentrum dat geheel onder de toepassing valt van artikel 18, §1, eerste lid WBTW.

IV. Motivering van de aanvraag

6. De aanvrager is van mening dat het door het toekomstige complex aan te bieden dienstenpakket één geheel uitmaakt dat bij toepassing van artikel 18, §1, eerste lid WBTW volledig aan de BTW is onderworpen.

7. In navolging van de rechtspraak van het Hof van Justitie (arrest van 18 november 2004, C-284/03, Temco Europe) en het Hof van Beroep te Gent (arrest van 30 april 2004) kunnen bedrijven- of dienstencentra die één geheel van diensten “in pakket” aan hun gebruikers aanbieden “met het voor de hand liggend voordeel dat zij toetreden tot een bepaalde werkorganisatie en –omgeving waarin zij kant-en-klaar de nodige middelen voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid aantreffen” daadwerkelijk beschouwd worden als belastingplichtigen die één volledig aan de BTW onderworpen geheel van diensten aanbieden.

8. Om de handelingen van bedrijven- of dienstencentra die aan de belasting zijn onderworpen, te onderscheiden van een vrijgestelde onroerende verhuur (in voorkomend geval met bijkomende diensten), heeft de administratie, na onderzoek in deze sector, een aantal criteria bepaald waaraan moet worden voldaan opdat de door de bedrijven- of dienstencentra verleende dienstprestatie volledig aan de BTW zou zijn onderworpen. Deze criteria werden vastgelegd in de circulaire nr. 39/2005 d.d. 27 september 2005.

9. De aanvrager meent te voldoen aan de gestelde criteria om als bedrijven- of dienstencentrum te worden aangemerkt. De evolutie van de bedrijfsorganisatie sinds 2005 en de specifieke technische activiteitensector van de aanvrager rechtvaardigt haar inziens wel een afwijking van de circulaire inzake de afwerking van de gebouwen en de aanrekening van de klassieke lasten. Het belastbaar karakter wordt bovendien nog versterkt door de aanvullende diensten die worden verstrekt en het gegeven dat wordt ingestaan voor alle formaliteiten en verplichtingen uit de milieu- en veiligheidswetgevingen m.b.t. de specifieke werkzaamheden van de gebruikers.

10. De verschillende criteria zullen hierna verder worden uiteengezet volgens de structuur van de circulaire nr. 39/2005.

IV.1. Kenmerken van het contract

11. Het centrum zal met zijn gebruikers een contract sluiten waarin het zich ertoe verbindt een dienstenpakket aan te bieden tegen een vaste prijs.

12. De vaste prijs omvat hierbij alle lasten, taksen en belastingen met betrekking tot het gebouw en de uitrusting van het centrum.

13. Verder zal eveneens een vaste minimumprijs worden aangerekend voor de klassieke lasten (water, elektriciteit en verwarming). Aanvrager baseert zich voor de vaststelling van dit bedrag op een berekening uitgevoerd door een Ingenieursbureau In functie van de specifieke activiteiten van de gebruikers, waarbij de één bijvoorbeeld disproportioneel veel water nodig heeft voor haar onderzoek, terwijl de ander net nood heeft aan grote hoeveelheden elektriciteit, zal wel een afzonderlijke aanrekening gebeuren voor het meerverbruik. De afzonderlijke afrekening zal op het einde van het jaar worden vastgelegd op basis van de meterstanden. Per maand zal al één twaalfde van het surplus van het vorige jaar worden vooraf betaald. Minderverbruik zal uiteraard geen aanleiding geven tot een afwijking van de vaste minimumprijs.

14. In de voorafgaande beslissing nr. 900.177 d.d. 7 juni 2009, die betrekking had op een gelijklopend dienstenpakket, werd reeds eerder toegelaten dat, gelet op het gebruik van bepaalde installaties en het gegeven dat de gebruikers hiervan veel meer zouden gebruiken dan anderen, het dienstenpakket slechts een bepaald minimum omvat en het meerverbruik wordt gemeten via een afzonderlijke teller per gebruiker, wat aanleiding kan geven tot afzonderlijke facturatie.

IV.2. Terbeschikkingstelling van uitgeruste lokalen

15. Als deel van de vaste prijs stelt de aanvrager het basismateriaal en technische installaties ter beschikking van de biotech-bedrijven, waarbij het specifiek gaat om de inrichting van de labo’s (inrichting met technische infrastructuur, labotafels, edm.) en burelen. De burelen en labo’s zullen worden gemeubileerd op basis van de vereisten van de gebruiker. Er wordt voorzien in een basisinrichting wat betreft het bureel- en labomeubilair. Door de diversiteit aan gebruikers en de specifieke aard van de activiteiten uitgeoefend in de gebouwen is het evenwel niet mogelijk een loutere standaardinrichting qua meubilair aan te bieden. De ene gebruiker zal voor elk personeelslid een bureau nodig hebben, terwijl een andere gebruiker meer laboruimte nodig heeft en minder bureelmateriaal. De instructies van de gebruikers zullen wat betreft het kantoormeubilair beperkt blijven tot de aantallen stoelen, kasten, bureaus, edm. De keuze van het materiaal, merk, leverancier, edm., wordt in principe gedaan door aanvrager. Er zullen geen lege ruimtes worden verhuurd.

16. De inrichting van de burelen (en de labo’s, behoudens hetgeen hierna wordt uiteengezet) qua bureaumateriaal zal dan ook in bepaalde gevallen gebeuren op basis van de vereisten van de gebruikers, waarbij de prijs per vierkante meter zal afhangen van het inrichtingsniveau van de burelen en labo’s. De ruimtes zullen kant en klaar ingericht zijn, behoudens hetgeen hierna wordt uiteengezet wat betreft de labo’s. Er zal als bijlage aan de overeenkomst een plaatsbeschrijving worden toegevoegd met een detail van het ter beschikking gestelde meubilair.

17. De nodige technische infrastructuur, ICT infrastructuur, verlichting, verwarming, ventilatie en koeling zullen hiertoe aanwezig zijn.

18. De lokalen zullen eveneens voldoen aan alle milieuvoorschriften, waarbij het bedrijven-of dienstencentrum zelf zal instaan voor het bekomen van de milieuvergunning. Verder zal het centrum ook instaan voor alle andere vergunningen en verzekeringen inzake brandveiligheid, de implementatie van arbeidsreglementering en enige andere regelgeving i.v.m. het gebouw en de lokalen.

19. De uitrusting die de gebruikers desgewenst zelf meebrengen, betreffen roerende goederen die specifiek eigen zijn aan de activiteit van de gebruiker. Het betreft bijvoorbeeld microscopen en ander gespecialiseerd materiaal eigen aan het onderzoek dat de specifieke gebruiker uitvoert.

IV.3. Terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke vergaderzalen

20. De aanvrager zal voorzien vergaderzalen en een grote “board room”. Het gebruik van de vergaderzalen maakt eveneens deel uit van het dienstenpakket dat tegen vaste prijs aan de gebruikers wordt aangeboden. De “board room” is binnen het dienstenpakket dat tegen vaste prijs aan de gebruikers wordt aangeboden, ter beschikking voor een duur van 40 uur per jaar. Het gebruik dat de voormelde 40 uur overschrijdt zal afzonderlijk worden aangerekend tegen marktconforme prijzen.

IV.4. Terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke ruimten

21. De aanvrager zal een gemeenschappelijk onthaal inrichten, inclusief een zogenaamde “facility manager”.

22. In de gebouwen zal er ook telkens een gemeenschappelijke hal worden voorzien (met overleg en wachtruimte), naast traphallen, liften en gangen.

23. Verder zal gemeenschappelijk sanitair en douches worden ingericht in het complex.

24. Ook een gemeenschappelijke tuin, fietsparking en autoparking zal worden voorzien ten behoeve van de bedrijven.

25. Los van de parking voor gebruikers is in de forfaitaire prijs begrepen de parking beschikbaar voor bezoekers.

26. Tot slot zal worden voorzien in een gemeenschappelijke ruimte voor de opslag van gas en gemeenschappelijke gescheiden ruimtes voor opslag van afvalstoffen, met name kantoorafval, labo-afval en gevaarlijk afval.

27. Deze diensten (behoudens de parking voor de gebruikers; zie hierna) maken eveneens deel uit van het dienstenpakket dat tegen vaste prijs aan de gebruikers wordt aangeboden.

IV.5. Terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke bureautica

28. Het dienstenpakket zal de terbeschikkingstelling omvatten van een zogenaamde “copy corner” (print – fax – scan – kopie), ingericht in het gemeenschappelijk onthaal. Het gebruik hiervan zal begrepen zijn in de vaste prijs. De copycorner wordt enkel ingericht in het gemeenschappelijk onthaal om redenen van vertrouwelijkheid en bescherming van de onderzoeksgegevens.

29. Het effectieve verbruik (kost per pagina) zal wel apart worden aangerekend als deel van de “verbruiksvergoeding”.

IV.6. Terbeschikkingstelling van ICT-infrastructuur

30. Wat de telefonie betreft, zal het dienstencentrum zelf zorgen voor bekabeling, verbinding met de provider en installatie van het toestel.

31. Voor de IT-aansluiting zal het centrum eveneens instaan voor de bekabeling en de verbinding met de provider.

32. Het eigenlijke telefoon- en internetverbruik zal apart worden aangerekend, als deel van de “verbruiksvergoeding”.

IV.7. Schoonmaak van de labo’s en de gemeenschappelijke ruimten

33. Het dienstenpakket zal de regelmatige schoonmaak omvatten van de gemeenschappelijke en privatieve ruimten en dit 2 maal per week. Deze dienst wordt aangeboden en is begrepen in het basisdienstenpakket dat wordt aangeboden tegen de forfaitaire prijs. Indien een gebruiker van deze dienst geen gebruik wenst te maken (om redenen van veiligheid, vertrouwelijkheid, …), kan de gebruiker zelf instaan voor het onderhoud van de gebruikte lokalen, zonder dat de forfaitaire prijs wordt aangepast.

34. Het kantoorafval wordt meegenomen door de schoonmaakploeg van het bedrijvencentrum (tenzij dit niet wordt toegelaten door de gebruiker om redenen zoals hiervoor vermeld). Het gevaarlijk- en laboafval wordt verwijderd door personeel van de gebruiker (onder meer om veiligheidsredenen).

IV.8. Aanwezigheid van personeel en telefonisch bereikbaarheid aan het onthaal

35. Iedere werkdag zal minstens één persoon aanwezig zijn aan het onthaal. Deze zal ook instaan voor de administratieve ondersteuning, waaronder een gepersonaliseerde telefonische dienstverlening.

IV.9. Ontvangen en sorteren van de post

36. Het dienstenpakket zal ook betrekking hebben op het ontvangen en sorteren van de binnenkomende post, dat deel uitmaakt van de taken van de “facility manager” (zie infra).

IV.10. Andere door bedrijven- of dienstencentra verleende diensten

37. Het centrum zal binnen het pakket nog bijkomende diensten leveren, die het belastbaar karakter verder onderstrepen.

38. Ten eerste verzekert het centrum de volgende dienstverlening via het Instituut Y:

38.1. Toegang tot het kennisnetwerk van Y (onderzoekers, overheid, industrie, enz.);

38.2. Fungeren als referentie voor agentschappen en instituten.

39. Ten tweede zal het dienstencentrum instaan voor alle formaliteiten en verplichtingen uit de milieu- en veiligheidswetgeving met betrekking tot de specifieke werkzaamheden van de gebruiker. Dit houdt in de eerste plaats in dat de nodige milieuvergunningen door het centrum worden aangevraagd. Verder zal het centrum ook instaan voor alle andere vergunningen en verzekeringen inzake brandveiligheid en enige andere regelgeving i.v.m. het gebouw en de lokalen. Verder werkt de aanvrager samen met een vaste milieucoördinator (zie infra), waarop de gebruiker eveneens beroep kan doen, mits afzonderlijke vergoeding.

40. Ten derde zal worden voorzien in het onderhoud, inclusief periodieke keuringen, van de gemeenschappelijke en privatieve ruimten, waaronder de parking, groene zone, oprit, riolering, verwarmings-, ventilatie-, en koelingsinstallaties, elektriciteitscabine, liften, sanitaire inrichting, etc.

41. Ten vierde zal het dienstencentrum ook instaan voor een “facility manager”. Deze zal niet enkel belast zijn met het onthaal, maar ook met administratieve ondersteuning, waaronder onder meer zijn begrepen, het verzorgen van de telefonische bereikbaarheid van het bedrijvencentrum voor gebruikers en bezoekers tijdens de normale kantooruren en ontvangst van de binnenkomende post.

42. Ten vijfde zal het centrum een veiligheidssysteem installeren voor het gehele complex, net als een beveiligd toegangssysteem.

43. Ten zesde zal een systeem worden ingericht voor de centrale afvalinzameling, waarbij het kantoorafval, labo-afval en gevaarlijk afval apart wordt ingezameld.

44. De ophaling en verwerking van het labo-afval en het gevaarlijk afval zal wel afzonderlijk worden aangerekend, als deel van de “verbruiksvergoeding”. De ophaling en verwerking van het bureelafval zit vervat in het basisforfait.

45. Ten zevende zal een gemeenschappelijke tuin, fietsenparking en autoparking worden voorzien ten behoeve van de gebruikers. De individuele (en gepersonaliseerde) parkeerplaatsen voor de auto’s worden vervolgens in de contracten toegewezen aan de respectievelijke gebruikers. Het gebruik van deze individuele (gepersonaliseerde) plaatsen zal wel apart worden aangerekend.

46. Het bedrijvencentrum zal ook beschikken over minimaal een tiental niet gepersonaliseerde parkeerplaatsen voor bezoekers, waarvan het gebruik is vervat in het basisforfait.

47. Tot slot zullen de gebruikers gebruik kunnen maken van de volgende facultatieve diensten:

47.1. Koerierdienst;

47.2. Traiteurdienst;

47.3. Milieucoördinator.

48. Indien de gebruiker zou aangeven van één of meerdere van deze diensten gebruik te willen maken, zou hiervoor een aparte vergoeding worden aangerekend.

V. Besluit

49. De aanvrager wenst bevestigd te zien dat het door haar aangeboden dienstenpakket (zoals hiervoor omschreven) één geheel uitmaakt dat bij toepassing van artikel 18, §1, eerste lid WBTW volledig aan de BTW is onderworpen.

VI. Beslissing

Uit het door de DVB gedane analyse blijkt het volgende:

50. Artikel 44, § 3, 2° WBTW stelt o.a. van deze belasting vrij de verhuur van uit hun aard onroerende goederen.

51. Volgens het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen moet men, om te bepalen of een handeling al dan niet kan worden gekwalificeerd als een onroerende verhuur, het voorwerp zelf van de overeenkomst analyseren (arrest van 18 november 2004, zaak C-284/03, Temco Europe). Indien het in hoofdzaak gaat om het gebruik van een gebouw, moet de handeling worden gekwalificeerd als een onroerende verhuur die bijgevolg van de btw is vrijgesteld zonder recht op aftrek te verlenen aan de verhuurder. Indien echter het voorwerp van de overeenkomst hoofdzakelijk bestaat uit een andere dienst, is de handeling in principe aan de btw onderworpen, met recht op aftrek in hoofde van de dienstverrichter, ongeacht hoe deze handeling wordt gekwalificeerd.

52. Het Hof heeft gewezen op de noodzaak om een onderscheid te maken tussen de handelingen van onroerende verhuur, die in hoofdzaak gekenmerkt worden door een passieve terbeschikkingstelling van ruimten of oppervlakten in gebouwen, tegen een vergoeding die verband houdt met het tijdsverloop, en de handelingen die een dienst genereren die voor een andere kwalificatie in aanmerking komt.

53. Als gevolg van dit arrest heeft de administratie beslist om haar zienswijze over de toepasselijke regeling inzake btw voor de handelingen van bedrijven- of dienstencentra te herzien en om een standpunt in te nemen dat in essentie kan worden geïllustreerd door een arrest van 30.4.2004 van het Hof van Beroep te Gent.

54. Dit Hof heeft immers geoordeeld dat hoewel de terbeschikkingstelling van individuele ruimten in het kader van contracten gesloten door een bedrijven- of dienstencentrum daadwerkelijk een belangrijk element van de overeenkomst uitmaakt, dit echter niet inhoudt dat deze terbeschikkingstelling daarom de hoofddienst zou zijn.

55. Het Hof heeft bovendien geoordeeld dat de terbeschikkingstelling van een individuele ruimte geen zelfstandige dienstverrichting is en dat de andere verleende prestaties evenmin één of meer andere onafhankelijke dienstverrichtingen uitmaken.

56. Met betrekking tot de bedrijven- of dienstencentra die één geheel van diensten "in pakket" aan hun klanten aanbieden "met het voor hen voor de hand liggend voordeel dat zij toetreden tot een bepaalde werkorganisatie en -omgeving waarin zij kant-en-klaar de nodige middelen voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid aantreffen", heeft het Hof beslist dat de door een bedrijven- of dienstencentrum verleende diensten één geheel uitmaken dat bij toepassing van artikel 18, § 1, eerste lid, WBTW voor het geheel aan de btw is onderworpen.

57. Om de handelingen van bedrijven- of dienstencentra die aan de belasting zijn onderworpen, te onderscheiden van vrijgestelde onroerende verhuur (in voorkomend geval met bijkomende diensten), heeft de administratie, na onderzoek in deze sector, een aantal criteria bepaald waaraan verplicht moet worden voldaan opdat de door de bedrijven- of dienstencentra verleende dienstprestatie volledig aan de btw zou zijn onderworpen. Deze criteria zijn opgenomen onder punt 3 van de aanschrijving nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) dd. 27.09.2005.

58. Uit de verstrekte inlichtingen blijkt dat er kant-en-klare bureau- of laboruimten zullen worden ter beschikking gesteld in het kader van een uitgebreid dienstenpakket tegen een enige, forfaitaire prijs aan bio-tech bedrijven die zich in het stadium bevinden tussen starters en ondernemingen met een volledige eigen productie, waardoor zij zich kunnen concentreren op hun eigen ontwikkeling. De uitrusting die de gebruikers desgewenst zelf meebrengen, betreffen roerende goederen die specifiek eigen zijn aan de activiteit van de gebruiker (bijv. microscopen en ander gespecialiseerd materiaal eigen aan het onderzoek dat de specifieke gebruiker uitvoert). Er worden slechts uitgeruste ruimten ter beschikking gesteld en dus geen lege, niet of nauwelijks uitgeruste ruimten.

59. Het door X aangeboden dienstenpakket of “service pack” tegen een vaste/forfaitaire prijs stemt in essentie overeen met het basisdienstenpakket dat wordt vereist in voormelde circulaire om van een belaste handeling te kunnen spreken. In casu doet het feit dat de gebruikers bijvoorbeeld microscopen en ander gespecialiseerd materiaal eigen aan het onderzoek van de gebruiker zelf voorzien, hieraan geen afbreuk.

60. In de vaste prijs van het dienstpakket zijn ook enkele zaken inbegrepen die niet als minimum worden vereist door bovengenoemde circulaire:

60.1. Toegang tot het kennisnetwerk van het Y;

60.2. het dienstencentrum zal instaan voor alle formaliteiten en verplichtingen uit de milieu- en veiligheidswetgeving m.b.t. de specifieke werkzaamheden van de gebruiker (aanvraag nodige milieuvergunningen, andere vergunningen, brandveiligheid,…);

60.3. veiligheidssysteem;

60.4. bezoekersparking.

61. Sommige kenmerken van het dienstenpakket wijken echter af van de door de circulaire AOIF nr. 39/2005 opgelegde criteria:

61.1. Zo zal de door de gebruiker te bepalen forfaitaire vergoeding een gemiddeld gebruik van levering van elektriciteit, verwarming en water omvatten. Overschrijdingen daarvan zullen aanleiding geven tot afzonderlijke facturatie (minderverbruik geeft echter geen aanleiding tot terugbetaling);

61.2. Bovendien zullen de ter beschikking gestelde units afgewerkt worden volgens de specifieke noden van de individuele gebruikers. Deze afwerking zal door X gebeuren en zal inbegrepen zijn in de door de gebruiker te betalen forfaitaire vergoeding. De prijs per vierkante meter zal afhangen van het inrichtingsniveau van de burelen en labo’s. Het betreffen weliswaar uitgeruste ruimten (labo of bureau) en er worden geen lege ruimten ter beschikking gesteld;

61.3. Regelmatige schoonmaak (incl. meenemen kantoorafval) is vervat in het basisdienstenpakket. De gebruiker kan kiezen om hier geen gebruik van te maken omwille van veiligheidsredenen of ten einde te vermijden dat bepaalde proefstellingen beschadigd zouden raken of geheime informatie gestolen zou worden. Wanneer de gebruiker geen beroep wenst te doen op deze dienst, geeft dit geen aanleiding tot een prijsvermindering;

61.4. Het gevaarlijk- en labo afval wordt onder meer om veiligheidsredenen verwijderd door het personeel van de gebruiker (X voorziet wel een centrale inzameling);

61.5. De terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke bureautica (kopie, fax, print, scan) wordt enkel ingericht in het gemeenschappelijk onthaal (onder toezicht van de facility manager) om redenen van vertrouwelijkheid en bescherming van de onderzoeksgegevens. De ter beschikkingstelling van de gemeenschappelijke bureautica is, zoals vereist in bovenvermelde circulaire, inbegrepen in de forfaitaire prijs.

62. Er blijkt niettemin uit de door de aanvrager verstrekte inlichtingen dat aan de gebruikers een kant-en-klare omgeving wordt aangeboden om hun werkzaamheid uit te oefenen. Deze afwijkingen verhinderen niet dat de Bio-Incubator kan worden beschouwd als een bedrijvencentrum in de zin van circulaire AOIF nr. 39/2005.

*

* *

Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel VI beslist het College van de DVB in zitting van 21 oktober 2014 dat :

63. het hierboven omschreven centrum kan worden beschouwd als een bedrijvencentrum. De hierboven omschreven, door X aan de gebruiker verstrekte dienstprestaties (art. 18 WBTW) onder bezwarende titel, zijn aan de btw onderworpen. Er is geen sprake van een vrijgestelde onroerende verhuur in de zin van artikel 44, § 3, 2° WBTW.

Aangehaalde teksten

3