---
title: "Voorafgaande beslissing 2014.336 · Autonoom gemeentebedrijf, Belaste handelingen"
description: "Autonoom gemeentebedrijf, Belaste handelingen, Vrijgestelde handelingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2014.336 van 13 januari 2015."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2014-336-autonoom-gemeentebedrijf-belaste-handelingen-vrijgestelde-3958"
lang: "nl"
---

# Autonoom gemeentebedrijf, Belaste handelingen, Vrijgestelde handelingen, Gemengde btw-belastingplichtige · Autonoom gemeentebedrijf - Belaste handelingen - Vrijgestelde handelingen - Gemengde btw-belastingplichtige - Recht op btw-aftrek - Subsidies

**Nummer**

2014.336

**Datum**

13 januari 2015

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

59 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

**Voorafgaande beslissing nr. 2014.336 dd. 13.01.2015**

*Autonoom gemeentebedrijf* · *Belaste handelingen* · *Vrijgestelde handelingen* · *Gemengde btw-belastingplichtige* · *Recht op btw-aftrek* · *Subsidies*

## Samenvatting

AGB X zal een nieuwe infrastructuur bouwen en exploiteren.

Het recht op btw-aftrek i.v.m. de nieuwe infrastructuur (investerings- en exploitatiekosten) zal het AGB X dienen uit te oefenen volgens de toepassing van het werkelijk gebruik, aangevuld met een bijzonder verhoudingsgetal, zijnde een percentage dat wordt verkregen uit de breuk tussen de omzet gerealiseerd door btw belaste handelingen in de nieuwe infrastructuur en de totale omzet gerealiseerd in de nieuwe infrastructuur.

De ontvangen werkings- en investeringssubsidies behoren niet tot de maatstaf van heffing van de uitgaande handelingen van het AGB X.

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Deze aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te verkrijgen waarin wordt bevestigd dat:

1.1. het verschaffen van spijzen en/of dranken voor verbruik ter plaatse in de infrastructuur een belastbare dienst is ingevolge [artikel 18, §1, tweede lid, 11° btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) en derhalve onderworpen is aan het btw-tarief van 21 procent (KB nr. 20);

1.2. de eventuele afzonderlijke forfaitaire vergoeding voor het gebruik van de infrastructuur eveneens onderworpen is aan het btw-tarief van 21 procent wanneer bij die gelegenheid tevens spijzen en/of dranken worden verschaft door het AGB voor verbruik ter plaatse.

1.3. de inkomgelden voor de activiteiten die het AGB zelf in de infrastructuur organiseert de vergoeding zijn voor het toekennen van het recht op toegang tot de inrichting alsmede het recht er gebruik van te maken, zijnde een belastbare dienst, in de zin van [artikel 18, §1, tweede lid, 12° btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18).

1.4. de investeringssubsidies (voor de bouw infrastructuur) en eventueel de werkingssubsidies (voor onder meer de energiekosten, …) die de Stad Y aan het AGB X eenzijdig kan toekennen, geen vergoeding zijn voor een levering in de zin van [artikel 10 btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-10) en geen vergoeding zijn voor een dienst in de zin van [artikel 18 btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18). De toekenning van zulke subsidies valt dus m.a.w. buiten de werkingssfeer van de btw zodat er geen btw op is verschuldigd.

1.5. de hierboven verkregen subsidies niet in de noemer van enig algemeen of bijzonder verhoudingsgetal moeten worden opgenomen.

1.6. het AGB X voor “zaalverhuur met drankverkoop” (verschaffen van spijzen en/of dranken voor verbruik ter plaatse + gebruik infrastructuur) en eigen voorstellingen/evenementen belastingplichtige wordt met in die mate recht op aftrek van de btw op de exploitatiekosten en de investeringen m.b.t. de bouw van de infrastructuur, bij toepassing van [artikel 45 van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45)

## II. Beslissing

2\. De rulingaanvraag heeft betrekking op de toekomstige exploitatie van de nieuwe infrastructuur door AGB X.

3\. Het AGB X zal in twee hoedanigheden optreden. Enerzijds als bouwheer en anderzijds als exploitant.

4\. Het AGB X zal de nieuwe infrastructuur voor drie verschillende activiteiten aanwenden:

\- Zaalverhuur met verschaffen van spijzen en/of dranken voor verbruik ter plaatse;

\- Eigen voorstellingen en evenementen;

\- Onroerende verhuur.

### II.A. Zaalverhuur met verschaffen van spijzen en/of dranken voor verbruik ter plaatse

5\. Gelet op administratieve beslissing E.T. nr. 124.566 zal de administratie niet betwisten dat het AGB een globale dienst verricht die beoogd wordt door [artikel 18, §1, tweede lid, 11° van het Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) indien de gebruikers van de zaal een vergoeding betalen voor het gebruik van de zaal en de aanwezige infrastructuur (keuken, meubilair, glazen en toebehoren) en bovendien uitsluitend dranken mogen nuttigen die door het AGB worden verschaft. Deze dienstprestatie zal voor het geheel onderworpen zijn aan het normale btw-tarief van 21 % en dit ongeacht of er tijdens het gebruik van de zaal personeel van het AGB aanwezig is.

6\. Wanneer AGB X de infrastructuur zal verhuren en de gebruikers enkel de dranken en voedingswaren zullen gebruiken die door het AGB X worden verschaft, zal dit dus een dienst uitmaken in de zin van [artikel 18, §1, tweede lid, 11° van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) en belast zijn met 21 % btw. AGB X bevestigt bovendien dat een vertegenwoordiger van het AGB permanent aanwezig zal zijn of op zeer korte termijn beschikbaar zal zijn.

### II.B. Eigen voorstellingen en evenementen

7\. Per emailbericht werd verzaakt aan de vraag over de voorstellingen en evenementen die het AGB X zelf zal organiseren in de nieuwe infrastructuur.

### II.C. Onroerende verhuur

8\. Zoals hierboven beschreven zal AGB X de infrastructuur eveneens verhuren zonder drankverkoop voor verbruik ter plaatse.

9\. Wanneer het AGB X alleen een zaal exclusief ter beschikking van een persoon stelt, dan is die terbeschikkingstelling van btw vrijgesteld op grond van [artikel 44, §3, 2° Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44). Wanneer de verhuurde zaal voorzien is van lichamelijke roerende goederen of van onroerende goederen door bestemming, is de handeling niet vrijgesteld van de belasting in de mate waarin ze betrekking heeft op de lichamelijke roerende goederen of onroerende goederen door bestemming.

### II.D. Recht op btw-aftrek op investeringen en exploitatiekosten

10\. Overeenkomstig [artikel 45, § 1, van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), mag elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek brengen die werd geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

11\. Hierboven werd uiteengezet dat het AGB X de nieuwe infrastructuur zal aanwenden voor zowel btw-belaste activiteiten als btw activiteiten die vrijgesteld zijn van btw.

12\. AGB X heeft derhalve slechts een gedeeltelijk recht op aftrek in verband met de investerings- en exploitatiekost van de nieuwe infrastructuur.

13\. Op grond van [artikel 46 btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) kan de btw in hoofde van zulke btw-plichtige op twee wijzen worden afgetrokken: ofwel volgens de methode van het algemeen verhoudingsgetal, zijnde een percentage dat wordt verkregen uit de breuk tussen de omzet gerealiseerd door handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat (teller) en de totale omzet van de door de betrokkene verrichtte handelingen (noemer) ofwel op grond van het werkelijke gebruik van goederen en diensten.

14\. De methode van het algemeen verhoudingsgetal ([art. 46, § 1 btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46)) kan – door de forfaitaire aard ervan – echter leiden tot ongelijkheden inzake btw-aftrek. Soms speelt dit in het nadeel van de belastingplichtige, die ingevolge het verhoudingsgetal de aftrek niet kan verrichten waarop hij recht had, indien men rekening houdt met de werkelijke bestemming van de aangekochte goederen/diensten. In andere gevallen speelt deze methode in het voordeel van de belastingplichtige, die daardoor meer kan aftrekken dan het bedrag waarop hij in werkelijkheid recht had, gelet op het gebruik van de aangekochte goederen/diensten. Daarom kan de Administratie, op verzoek van de belastingplichtige, vergunning verlenen om het recht op aftrek uit te oefenen met inachtneming van de regel van het werkelijk gebruik. De administratie kan deze methode ook opleggen.

15\. Aangezien de DVB geen informatie heeft over de andere activiteiten van het AGB X beslist de DVB dat AGB X zijn recht op btw-aftrek i.v.m. de hierboven beschreven nieuwe infrastructuur (investerings- en exploitatiekosten) dient uit te oefenen volgens de toepassing van het werkelijk gebruik, aangevuld met een bijzonder verhoudingsgetal, zijnde een percentage dat wordt verkregen uit de breuk tussen de omzet gerealiseerd door btw belaste handelingen in de nieuwe infrastructuur en de totale omzet gerealiseerd in de nieuwe infrastructuur.

### II.E. Specifieke werkings- en investeringssubsidies

*a) Werkingssubsidies zonder btw*

*Impact van de subsidies op de maatstaf van heffing*

16\. Indien sprake is van een levering of dienst - zoals bedoeld in [artikel 2 van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2) - die aan btw is onderworpen, dient de btw berekend te worden over alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van die handelingen verband houden ([artikel 26 btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26)).

17\. In de voorbereidende werken van de Europese Commissie bij de Zesde btw -Richtlijn kan men met betrekking tot subsidies onder meer lezen:

17.1. “Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen subsidies die betaald worden in het belang van de belastingplichtige en subsidies die betaald worden in het belang van de koper. Subsidies zoals bedoeld in het eerste geval, die niet afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat een bepaalde levering wordt gesteld door de belastingplichtige, maken geen deel uit van de maatstaf van heffing. Subsidies bedoeld in het tweede geval, die verbonden zijn met een specifieke levering van goederen/diensten, maken deel uit van de maatstaf van heffing.

17.2. “Rechtstreeks verbonden met de prijs” moet zo geïnterpreteerd worden, dat een subsidie enkel in de maatstaf van heffing moet opgenomen worden wanneer de volgende drie voorwaarden vervuld zijn:

\- de subsidie is een tegenprestatie of een element van de tegenprestatie van de levering of dienst;

\- de subsidie wordt betaald aan de leverancier of dienstverrichter;

\- de subsidie wordt betaald door een derde”.

18\. Die interpretatie wordt door de btw-Administratie (btw-Handleiding 2002, nr. 115/2) en door de Minister van Financiën in antwoord op een aantal Parlementaire Vragen (zie o.a. Vraag nr. 30 van de heer FOURNAUX van 23 februari 1996 en Vraag nr. 1959 van de heer ISTASSE van 14 maart 2002) overgenomen.

19\. Uit de aanvraag blijkt dat de Stad Y investeringssubsidies (voor de bouw van de infrastructuur) en eventueel werkingssubsidies (voor onder meer de energiekosten,…) aan het AGB X kan toekennen.

20\. Zoals hierboven beschreven zijn deze tussenkomsten van de Stad Y gebaseerd op de maatstaf van heffing van de inkomende facturen van het AGB X en dus volledig onafhankelijk van de omzet van het AGB X. (niet bepaald in functie van uitgaande handelingen van het AGB X).

21\. Hierdoor kan besloten worden dat de ontvangen subsidies niet behoren tot de maatstaf van heffing van de uitgaande handelingen van het AGB X.

#### *b) Impact van de subsidies op het recht op aftrek*

22\. Werkingstoelagen ter dekking van een gedeelte van de exploitatiekosten van een btw-belastingplichtige, die niet behoren tot de maatstaf van heffing van uitgaande handelingen, moeten in principe niet opgenomen worden in een algemeen verhoudingsgetal (zie parlementaire [vraag nr. 314, van Mevrouw Nyssens van 22 december 1999](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/314-aftrek-algemeen-verhoudingsgetal-nyssens-60ff)) en hebben normaal geen invloed op het recht op aftrek.

23\. Niettemin, in bepaalde bijzondere gevallen, houdt het door de Zesde richtlijn gehuldigde principe van evenredigheid tussen belastbare handelingen en de daarmee verbonden aftrekbare belasting in dat de subsidies in de noemer van een bijzonder verhoudingsgetal komen. Dit is met name het geval wanneer werkingstoelagen, die niet kunnen worden beschouwd als de (volledige of gedeeltelijke) tegenprestatie van de levering van goederen of diensten, worden toegekend om een activiteit te steunen die geen output teweegbrengt.

24\. In casu werden geen inlichtingen verschaft over andere werkzaamheden van het AGB X en eventuele werkzaamheden van het AGB X buiten de werkingssfeer van de btw zodat de DVB hierover geen beslissing kan nemen.

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 5 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 2 voorkomens

[WBTW art. 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) 2 voorkomens

[WBTW art. 10](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-10) 1 voorkomen

[WBTW art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2) 1 voorkomen

[WBTW art. 26](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26) 1 voorkomen

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen
