Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2014.313 dd. 19.08.2014
Btw · Tarief · Artikel 37 WBTW · Rubriek X van tabel B van de bijlage bij KB nr. 20 · Huisvesting in het kader van het sociaal beleid · Verblijfsinrichtingen voor bejaarden · Beslissing E.T.124.535 dd. 17.10.2013.
Samenvatting
X gaat op 2 sites een groep van assistentiewoningen optrekken die erkend zullen worden als een groep van assistentiewoningen door de bevoegde overheid. X zal de bejaardenflats afzonderlijk verkopen en de kopers zullen verplicht zijn om hun flat ter beschikking stellen van de beheersinstantie van de groep van assistentiewoningen. X kan onder bepaalde voorwaarden het verlaagd btw-tarief van 12% (Rubr. X, Tabel B van de bijlage bij KB nr. 20) toepassen op de leveringen van de bejaardenflats, inclusief op het aandeel in de mede-eigendom die in de prijs opgenomen is, evenwel met uitzondering van zaken die uitdrukkelijk uitgesloten zijn van het verlaagd tarief. Onder dezelfde voorwaarden kan X bovenvermeld verlaagd tarief ook toepassen op bergingen, garages, staanplaatsen die zich in het serviceflatgebouw bevinden en die kopers van een assistentiewoning kunnen kopen.
I. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager
1. Vennootschap X zal met betrekking tot onderstaande projecten assistentiewoningen, garages, staanplaatsen en bergingen met bijhorende faciliteiten verkopen.
I.1.Project A
2. Het betreft een nieuwbouwcomplex te A assistentiewoningen met bijhorende faciliteiten. Er is reeds een voorafgaande vergunning bekomen voor deze groep van assistentiewoningen uitgereikt door het agentschap zorg en gezondheid. De groep van assistentiewoningen wordt beheerd door de nog op te richten VZW welke zal optreden als beheersinstantie. Alle assistentiewoningen worden los verkocht. De kopers worden verplicht de assistentiewoning ter beschikking te stellen aan de beheersinstantie.
3. De kopers kopen een assistentiewoning en zijn meteen mede-eigenaar (in onverdeeldheid) van tal van faciliteiten welke enkel voor de bewoners zijn en niet publiek toegankelijk worden gemaakt.
4. De aanvrager bevestigt dat al deze faciliteiten niet apart worden verkocht, maar meteen vervat zitten in de verkoopsprijs van de assistentiewoning.
5. De kopers van een assistentiewoning kunnen ook een garage/staanplaats/berging kopen in de ondergrondse bouwlaag. En deze worden ook verplicht ter beschikking gesteld aan de beheersinstantie door de koper.
I.2. Project B
6. Het betreft een nieuwbouw/verbouwingcomplex te B van assistentiewoningen met bijhorende faciliteiten.
7. Er is reeds een voorafgaande vergunning bekomen voor deze groep van assistentiewoningen uitgereikt door het agentschap zorg en gezondheid. De groep van assistentiewoningen wordt beheerd door de nog op te richten VZW welke zal optreden als beheersinstantie. Alle assistentiewoningen worden los verkocht. De kopers worden verplicht de assistentiewoning ter beschikking te stellen aan de beheersinstantie.
8. De kopers kopen een assistentiewoning en zijn meteen mede-eigenaar (in onverdeeldheid) van tal van faciliteiten welke enkel voor de bewoners zijn en niet publiek toegankelijk worden gemaakt.
9. De aanvrager bevestigt dat al deze faciliteiten niet apart worden verkocht, maar meteen vervat zitten in de verkoopsprijs van de assistentiewoning.
II. Regelgeving waarop de aanvrager zich beroept
10. De aanvrager beroept zich op beslissing ET 124 535 van 17 oktober 2013 en KB 20 rubriek 10 tabel b van 20 juli 1970.
III. Vraagstelling
11. X wenst te vernemen op basis van artikel 20 tem 26 van de wet van 24 december 2012 tot wijziging van de vennootschap regeling inzake vennootschap belasting en tot instelling aangaande voorafgaande beslissingen in fiscale zaken met betrekking tot KB 20 rubriek 10 tabel b van 20 juli 1970 en de beslissing ET 124 535 van 17 oktober 2013 dat:
11.1. de verkoop van de assistentiewoningen zoals hierboven omschreven in project A en alle aanwezige faciliteiten, welke de gemene delen zijn, met toepassing van 12% btw kunnen worden verkocht met uitzondering van de zaken die uitdrukkelijk zijn uitgesloten;
11.2. in het project A de ondergrondse bergingen garages en staanplaatsen ook aan 12% BTW kunnen verkocht worden welke verplicht ter beschikking gesteld worden aan de beheersinstantie door de koper;
11.3. de verkoop van de assistentiewoningen zoals hierboven omschreven in project B en alle aanwezige faciliteiten welke de gemene delen zijn, met toepassing van 12% btw kunnen worden verkocht, met uitzondering van de zaken die uitdrukkelijk zijn uitgesloten.
IV. Motivering van de aanvrager
12. Omdat aan alle drie de voorwaarden van de beslissing ET 124 535 van 17 oktober 2013 zal worden voldaan, is de aanvrager van mening dat de verkoop van de assistentiewoningen en garages, staanplaatsen en bergingen en de opgelijste faciliteiten met toepassing van het verlaagd tarief van 12% kan. Deze 3 voorwaarden zullen ook gebetonneerd worden in de statuten van het gebouw en in alle documenten waarover de koper zal beschikken. Eveneens zal de woonzorgmakelaar erop toezien dat alle assistentiewoningen blijven behoren tot de groep van assistentiewoningen.
13. Onderstaand de 3 voorwaarden waaraan zal worden voldaan:
13.1. assistentiewoning ter beschikking te laten stellen aan de beheersinstantie;
13.2. De assistentiewoning blijvend (min. 15 jaar) integraal deel laten uitmaken van de groep van assistentiewoningen;
13.3. De voorafgaande vergunning zijn voor beide projecten reeds bekomen. Eveneens wordt ervoor gezorgd dat de groep van assistentiewoningen zal erkend worden bij ingebruikname door het Vlaamse agentschap zorg & gezondheid.
IV. Beslissing
Uit de door de DVB gedane analyse blijkt het volgende:
V.1. Algemeen
14. Overeenkomstig KB nr. 20, Tabel B, Rubriek X, §1, A), d), 1° zijn aan het verlaagd tarief van 12 % onderworpen:
"De levering van nagenoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9 WBTW, alsook de vestigingen , overdrachten, en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1° WBTW van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die goederen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid :
d) Woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychiatrische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten en die worden geleverd en gefactureerd aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren:
1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg;"
15. Op 1 januari 2013 is het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012 betreffende de groepen van assistentiewoningen in voege getreden (Belgisch Staatsblad van 7 december 2012).
16. Ingevolge voormeld besluit wordt de vroegere regelgeving inzake erkende serviceflatgebouwen grotendeels vervangen door de vanaf 1 januari 2013 geldende regelgeving inzake erkende groepen van assistentiewoningen.
17. In het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 wordt de zorgvorm "groep van assistentiewoningen" in artikel 33 als volgt gedefinieerd: "Een groep van assistentiewoningen is een voorziening die bestaat uit één of meerdere gebouwen die functioneel een geheel vormen en waar, onder welke benaming ook, aan gebruikers van 65 jaar of ouder die er zelfstandig verblijven in individuele aangepaste wooneenheden, huisvesting wordt gegeven en ouderenzorg waarop zij facultatief een beroep kunnen doen."
18. Vóór 2013 was voor de erkenning van serviceflatgebouwen een programmatie vastgelegd. De oprichting of levering van een serviceflatgebouw dat toen niet paste in die programmatie en dat bijgevolg niet erkend kon worden omdat het voorziene quotum van uit te reiken voorafgaande vergunningen voor te erkennen serviceflatgebouwen was bereikt, kwam niet in aanmerking voor de toepassing van voormeld tarief van 12 pct.
19. Voor groepen van assistentiewoningen wordt daarentegen nu geen programmatie vastgelegd. Door het wegvallen van voormelde quota na 2012 wil de Vlaamse overheid inzonderheid kansen bieden aan particulieren die willen investeren in seniorenhuisvesting.
20. Zodoende neemt het aandeel van de particuliere beleggers in de sector van de erkende groepen van assistentiewoningen in Vlaanderen, onder de vorm van de individuele aankoop van een nieuwe bejaardenflat door die beleggers beduidend toe.
21. De heer Minister van Financiën heeft beslist (1) dat voor de toepassing van de bepalingen van voormelde rubriek X inzake het btw-tarief van 12 pct. in de sector van verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg, rekening moet worden gehouden met de nieuwe Vlaamse regelgeving inzake groepen van assistentiewoningen en met de evolutie in betreffende sector overeenkomstig de doelstellingen van die nieuwe regelgeving.
(1) Beslissing E.T.124.535 dd. 17.10.2013.
22. Volgens die beslissing en rekening houdend met het hierboven vermelde principe van punt 20 en 21 van voornoemde circulaire nr. 12/1984, is het verlaagd tarief van 12 pct. dan ook van toepassing ten aanzien van een afzonderlijk geleverde nieuwe bejaardenflat (nieuwbouw, desgevallend verkocht op plan) wanneer de volgende voorwaarden tezamen vervuld zijn:
22.1. De bejaardenflat is een assistentiewoning die deel uitmaakt van een erkende groep van assistentiewoningen in die zin dat de flat blijvend deel uitmaakt van de capaciteit (d.w.z. van het aantal erkende wooneenheden) van de erkende groep van assistentiewoningen;
22.2. De koper van de assistentiewoning is verplicht die woning ter beschikking te stellen van de beheersinstantie van de erkende groep van assistentiewoningen onder de vorm van een verhuur of onder de vorm van de vestiging van een zakelijk recht in de zin van artikel 9, lid 2, 2°, van het Btw-Wetboek (2);
(2) Die vestiging kan desgevallend eveneens gebeuren met toepassing van het verlaagd tarief van 12 pct.
22.3. Het blijvend karakter van de aanwending van de bejaardenflat gedurende een periode van minstens vijftien jaar als deel van de erkende groep van assistentiewoningen (3) en, ipso facto, van de aanwending van het gebouw als erkende groep van assistentiewoningen moet afdoend blijken uit of worden aangetoond aan de hand van een geheel van eensluidende bewijsstukken (inzonderheid de stedenbouwkundige vergunning, basisakte van het gebouw, verkoopsovereenkomst van de assistentiewoning, overeenkomst gesloten tussen de koper en de erkende beheersinstantie aangaande de terbeschikkingstelling van de assistentiewoning aan laatstgenoemde voor aanwending als erkende assistentiewoning, overeenkomst gesloten tussen de erkende beheersinstantie en de bejaarde aangaande het genotsrecht van de erkende assistentiewoning en de zorg- en dienstverlening).
(3) Het blijvend karakter van de aanwending van het gebouw als erkende groep van assistentiewoningen houdt dus in dat de capaciteit (d.w.z. het aantal erkende wooneenheden) niet daalt door het afwenden van bepaalde wooneenheden.
23. In dit verband wordt nog opgemerkt dat ingeval van nieuwbouw, de erkenning als groep van assistentiewoningen niet kan worden aangevraagd zolang de nieuwbouw niet klaar is voor exploitatie. In afwachting van de erkenning kan de initiatiefnemer wel een voorafgaande vergunning aanvragen. Dit betreft het attest dat wordt uitgereikt door de Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid overeenkomstig het tweede lid van artikel 2 van de bijlage XVI bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregels voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers. De initiatiefnemer voegt bij de aanvraag van de voorafgaande vergunning een door hem ondertekende verbintenis om voor de groep van assistentiewoningen een erkenning aan te vragen en aan de erkenningsvoorwaarden voor de groep van assistentiewoningen te voldoen.
V. 2. Project A
24. Aanvrager legt een voorlopige vergunning voor die werd afgeleverd door het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. De aanvrager bevestigt dat voor het voorgelegde project een erkenning als groep van assistentiewoningen zal worden aangevraagd.
25. Aanvrager bevestigt dat de assistentiewoningen zullen worden beheerd door een nog op te richten privaatrechtelijke instelling in overeenstemming met de relevante wetgeving met betrekking tot bejaardenzorg. Aanvrager vermeldt dat de nieuwe eigenaars de aangekochte assistentiewoningen zullen moeten ter beschikking stellen van een beheersinstantie die de groep van assistentiewoningen zal exploiteren.
26. De aanvrager bevestigt dat aan de hand van een geheel van eensluidende bewijsstukken, onder andere de bouwplannen, de basisakte, de verkoopsovereenkomst, de terbeschikkingstellingsovereenkomst tussen de koper en de beheersinstantie en de overeenkomst tussen de beheersinstantie en de bejaarde, zal worden aangetoond dat de bejaardenflat blijvend, i.e. voor een periode van minstens 15 jaar, zal worden aangewend als bejaardenflat als deel van de te erkennen groep van assistentiewoningen en het gebouw blijvend, i.e. voor een periode van minstens 15 jaar zal worden aangewend als erkende groep van assistentiewoningen.
27. De aanvrager vermeldt dat de koper van een assistentiewoning meteen voor een aandeel mede-eigenaar wordt in de gemeenschappelijke delen/faciliteiten van het gebouw. Deze faciliteiten worden niet apart verkocht maar zitten meteen vervat in de verkoopprijs van de assistentiewoning.
28. Wanneer het verlaagd tarief van 12% van toepassing is op de assistentiewoningen, dan volgen de in de prijs inbegrepen aandelen in de mede-eigendom van de gemeenschappelijke delen/faciliteiten dezelfde regeling, met uitzondering echter van de elementen in de gemeenschappelijke delen/faciliteiten die, overeenkomstig rubriek X, §2 van tabel B van de bijlagen bij KB nr. 20 van 20 juli 1970, uitdrukkelijk worden uitgesloten van het verlaagd tarief van 12 %. In die situatie moet de prijs van de assistentiewoningen onder controle van de administratie worden uitgesplitst, waarbij de elementen in de gemeenschappelijke delen/faciliteiten, welke uitdrukkelijk uitgesloten zijn van het verlaagd tarief, aan het normale tarief van 21 % worden onderworpen.
29. De aanvrager vermeldt dat de kopers van een assistentiewoning ook een garage/staanplaats/berging kunnen kopen in de ondergrondse bouwlaag van het gebouw. Deze garage's / staanplaatsen / bergingen zullen volgens de aanvrager eveneens verplicht ter beschikking worden gesteld door de koper aan de beheersinstantie.
In dit verband kan worden opgemerkt dat, rekening houdend met het principe van randnummers 20 en 21 van de aanschrijving nr. 12/1984 en de beslissing ET 124.535 dd. 17.10.2013 , het verlaagd btw-tarief van 12 % in dit concreet geval eveneens van toepassing is op de garages, staanplaatsen en bergingen die zich bevinden in de onderste bouwlaag en dus deel uitmaken van het assistentiewoningengebouw en die verkocht worden aan kopers van een assistentiewoningen, voor zover uiteraard de in die beslissing vermelde voorwaarden tezamen vervuld zijn.
V.3. Project B.
30. Aanvrager legt een voorlopige vergunning voor die werd afgeleverd door het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. De aanvrager bevestigt dat voor het voorgelegde project een erkenning als groep van assistentiewoningen zal worden aangevraagd.
31. Aanvrager bevestigt dat de assistentiewoningen zullen worden beheerd door een nog op te richten privaatrechtelijke instelling in overeenstemming met de relevante wetgeving met betrekking tot bejaardenzorg. Aanvrager vermeldt dat de nieuwe eigenaars de aangekochte assistentiewoningen zullen moeten ter beschikking stellen van een beheersinstantie die de groep van assistentiewoningen zal exploiteren.
32. De aanvrager bevestigt dat aan de hand van een geheel van eensluidende bewijsstukken, onder andere de bouwplannen, de basisakte, de verkoopsovereenkomst, de terbeschikkingstellingsovereenkomst tussen de koper en de beheersinstantie en de overeenkomst tussen de beheersinstantie en de bejaarde, zal worden aangetoond dat de bejaardenflat blijvend, i.e. voor een periode van minstens 15 jaar, zal worden aangewend als bejaardenflat als deel van de te erkennen groep van assistentiewoningen en het gebouw blijvend, i.e. voor een periode van minstens 15 jaar zal worden aangewend als erkende groep van assistentiewoningen.
33. De aanvrager vermeldt dat de koper van een assistentiewoning meteen voor een aandeel mede-eigenaar wordt in de gemeenschappelijke delen/faciliteiten van het gebouw. Deze faciliteiten worden niet apart verkocht maar zitten meteen vervat in de verkoopprijs van de assistentiewoning.
34. Wanneer het verlaag tarief van 12% van toepassing is op de assistentiewoningen, dan volgen de in de prijs inbegrepen aandelen in de mede-eigendom van de gemeenschappelijke delen/faciliteiten dezelfde regeling, met uitzondering echter van de elementen in de gemeenschappelijke delen/faciliteiten die, overeenkomstig rubriek X, §2 van tabel B van de bijlagen bij KB nr. 20 van 20 juli 1970, uitdrukkelijk worden uitgesloten van het verlaagd tarief van 12 %. In die situatie moet de prijs van de assistentiewoningen onder controle van de administratie worden uitgesplitst, waarbij de elementen in de gemeenschappelijke delen/faciliteiten, welke uitdrukkelijk uitgesloten zijn van het verlaagd tarief, aan het normale tarief van 21 % worden onderworpen.
Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel V beslist het College van de DVB in zitting van 19 augustus 2014 dat :
met betrekking tot het project in A:
35. Rekening houdend met wat vooraf gaat, X het verlaagd btw-tarief van 12% zoals bedoeld in Rubriek X, §1, A), d), 1° van Tabel B van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20 juli 1970, kan toepassen op de leveringen van de hierboven omschreven afzonderlijke assistentiewoningen die deel uitmaken het hierboven omschreven project, dit evenwel met uitzondering van de door § 2 van bovenvermelde rubriek X uitgesloten elementen zoals verder uitgelegd onder randnr. 36 hieronder, voor zover:
35.1. het voorgelegde project wordt erkend door de bevoegde overheid als een groep van assistentiewoningen en die bejaardenflats deel zullen uitmaken van die erkende groep van assistentiewoningen in die zin dat ze blijvend (gedurende een periode van minstens vijftien jaar) deel uitmaken van de capaciteit (d.w.z. van het aantal erkende wooneenheden) van de erkende groep van assistentiewoningen. In afwachting van de erkenning en onder voorbehoud van een gebeurlijke herziening (bijvoorbeeld wanneer de aangevraagde erkenning als groep van assistentiewoningen definitief zou worden geweigerd) gebeurt de heffing van de btw aan het tarief van 12% op basis van de door het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid afgeleverde voorlopige vergunning;
35.2. de kopers van die assistentiewoningen verplicht zullen zijn om die woningen ter beschikking te stellen van de beheersinstantie van de erkende groep van assistentiewoningen onder de vorm van een verhuur of onder de vorm van de vestiging van een zakelijk recht in de zin van artikel 9, lid 2, 2° WBTW;
35.3. het blijvend karakter van de aanwending van die bejaardenflats/ assistentiewoningen gedurende een periode van minstens vijftien jaar als deel van de erkende groep van assistentiewoningen en, ipso facto, van de aanwending van het gebouw als erkende groep van assistentiewoningen (in die zin dat het blijvend karakter van de aanwending van het gebouw als erkende groep van assistentiewoningen dus inhoudt dat de capaciteit, d.w.z. het aantal erkende wooneenheden, niet daalt door het afwenden van bepaalde wooneenheden) afdoende blijkt of wordt aangetoond aan de hand van een geheel van eensluidende bewijsstukken (inzonderheid de stedenbouwkundige vergunning, basisakte van het gebouw, verkoopsovereenkomst van de assistentiewoning, overeenkomst gesloten tussen de koper en de erkende beheersinstantie aangaande de terbeschikkingstelling van de assistentiewoning aan laatstgenoemde voor aanwending als erkende assistentiewoning, overeenkomst gesloten tussen de erkende beheersinstantie en de bejaarde aangaande het genotsrecht van de erkende assistentiewoning en de zorg- en dienstverlening).
36. Hierbij wordt opgemerkt dat, wanneer de in randnummer 35 vermelde voorwaarden zijn voldaan, de in de prijs inbegrepen aandelen in de mede-eigendom van de gemeenschappelijke delen/faciliteiten dezelfde regeling volgen als de assistentiewoningen, met uitzondering evenwel van de elementen in de gemeenschappelijke delen / faciliteiten die, overeenkomstig rubriek X, §2 van tabel B van de bijlagen bij KB nr. 20 van 20 juli 1970, uitdrukkelijk worden uitgesloten van het verlaagd tarief van 12 %. In die situatie moet de prijs van de assistentiewoningen onder controle van de administratie worden uitgesplitst, waarbij de elementen in de gemeenschappelijke delen/faciliteiten, welke uitdrukkelijk uitgesloten zijn van het verlaagd tarief, aan het normale tarief van 21 % worden onderworpen.
37. De levering van staanplaatsen, garages, bergingen die zich in de onderste bouwlaag van het assistentiewoningengebouw bevinden, aan kopers van een assistentiewoning, in de logica van beslissing ET 124.535 dd. 17.10.2013, eveneens het verlaagd btw-tarief van 12% zoals bedoeld in Rubriek X, §1, A), d), 1° van Tabel B van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20 juli 1970 kunnen genieten, voor zover de voorwaarden vermeld onder randnummers 35.1, 35.2 en 35.3 tezamen vervuld zijn.
met betrekking tot het project B.
38. Rekening houdend met wat vooraf gaat, X het verlaagd btw-tarief van 12% zoals bedoeld in Rubriek X, §1, A), d), 1° van Tabel B van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20 juli 1970, kan toepassen op de leveringen van de hierboven omschreven afzonderlijke assistentiewoningen die deel uitmaken het hierboven omschreven project, dit evenwel met uitzondering van de door § 2 van bovenvermelde rubriek X uitgesloten elementen zoals verder uitgelegd onder randnr. 39 hieronder, voor zover:
38.1. het voorgelegde project wordt erkend door de bevoegde overheid als een groep van assistentiewoningen en die bejaardenflats deel zullen uitmaken van die erkende groep van assistentiewoningen in die zin dat ze blijvend (gedurende een periode van minstens vijftien jaar) deel uitmaken van de capaciteit (d.w.z. van het aantal erkende wooneenheden) van de erkende groep van assistentiewoningen. In afwachting van de erkenning en onder voorbehoud van een gebeurlijke herziening (bijvoorbeeld wanneer de aangevraagde erkenning als groep van assistentiewoningen definitief zou worden geweigerd) gebeurt de heffing van de btw aan het tarief van 12% op basis van de door het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid afgeleverde voorlopige vergunning;
38.2. de kopers van die assistentiewoningen verplicht zullen zijn om die woningen ter beschikking te stellen van de beheersinstantie van de erkende groep van assistentiewoningen onder de vorm van een verhuur of onder de vorm van de vestiging van een zakelijk recht in de zin van artikel 9, lid 2, 2° WBTW;
38.3. het blijvend karakter van de aanwending van die bejaardenflats/ assistentiewoningen gedurende een periode van minstens vijftien jaar als deel van de erkende groep van assistentiewoningen en, ipso facto, van de aanwending van het gebouw als erkende groep van assistentiewoningen (in die zin dat het blijvend karakter van de aanwending van het gebouw als erkende groep van assistentiewoningen dus inhoudt dat de capaciteit, d.w.z. het aantal erkende wooneenheden, niet daalt door het afwenden van bepaalde wooneenheden) afdoende blijkt of wordt aangetoond aan de hand van een geheel van eensluidende bewijsstukken (inzonderheid de stedenbouwkundige vergunning, basisakte van het gebouw, verkoopsovereenkomst van de assistentiewoning, overeenkomst gesloten tussen de koper en de erkende beheersinstantie aangaande de terbeschikkingstelling van de assistentiewoning aan laatstgenoemde voor aanwending als erkende assistentiewoning, overeenkomst gesloten tussen de erkende beheersinstantie en de bejaarde aangaande het genotsrecht van de erkende assistentiewoning en de zorg- en dienstverlening).
39. Hierbij wordt opgemerkt dat, wanneer de in randnummer 38 vermelde voorwaarden zijn voldaan, de in de prijs inbegrepen aandelen in de mede-eigendom van de gemeenschappelijke delen/faciliteiten dezelfde regeling volgen als de assistentiewoningen, met uitzondering evenwel van de elementen in de gemeenschappelijke delen / faciliteiten die, overeenkomstig rubriek X, §2 van tabel B van de bijlagen bij KB nr. 20 van 20 juli 1970, uitdrukkelijk worden uitgesloten van het verlaagd tarief van 12%. In die situatie moet de prijs van de assistentiewoningen onder controle van de administratie worden uitgesplitst, waarbij de elementen in de gemeenschappelijke delen/faciliteiten, welke uitdrukkelijk uitgesloten zijn van het verlaagd tarief, aan het normale tarief van 21 pct worden onderworpen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.