---
title: "Voorafgaande beslissing 2014.262 · DBFM contract, Werk in onroerende staat"
description: "DBFM contract, Werk in onroerende staat, Normale waarde, Recht op aftrek. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2014.262 van 2 september 2014."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2014-262-dbfm-contract-werk-in-onroerende-b13d"
lang: "nl"
---

# DBFM contract, Werk in onroerende staat, Normale waarde · Btw - DBFM contract - Werk in onroerende staat - Normale waarde - Recht op aftrek

**Nummer**

2014.262

**Datum**

2 september 2014

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

59 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

**Voorafgaande beslissing nr. 2014.262 dd. 02.09.2014**

*Btw* · *DBFM contract* · *werk in onroerende staat* · *normale waarde* · *recht op aftrek*

## Samenvatting

In het kader van project X zal A een DBFM-contract afsluiten met NV X. NV X zal hierbij een werk in onroerende staat verrichten voor A. De financieringscomponent is vrijgesteld van btw en de btw over de operationele component zal bij het verstrijken van elke periode opeisbaar zijn. Een correctiecomponent zal de netto beschikbaarheidsvergoedingen bepalen. NV X zal recht op aftrek uitoefenen via het werkelijk gebruik.

## I. Voorwerp van aanvraag

1\. Dit verzoek tot het verkrijgen van een voorafgaande beslissing heeft betrekking op de btw-behandeling van de DBFM-overeenkomst dat zal worden gesloten in het kader van project X.

## II. Beslissing

### II.A. Kwalificatie DBFM-overeenkomst

2\. Om het project X te realiseren zal A met NV X een DBFM-overeenkomst (Design, Build, Finance, Maintain) afsluiten.

3\. NV X zal instaan voor de bouw, de financiering en vervolgens het onderhoud en het beschikbaar houden van de infrastructuur aan A gedurende … jaar vanaf oplevering.

4\. De eigendom van de werken gaat automatisch over naar A aangezien er geen zakelijk recht zal worden toegekend aan NV X en het recht van natrekking uitwerking krijgt.

5\. Tot aan de oplevering ontvangt NV X geen enkele vergoeding van A. Na hun oplevering wordt de infrastructuur ter beschikking gesteld aan A voor een periode van … jaar, in ruil voor prestatie gebonden beschikbaarheidsvergoedingen (investeringsvergoeding en onderhoudsvergoeding).

6\. Het voorliggend DBFM-contract is een dienstverleningscontract dat bestaat uit drie hoofddiensten: het ontwerp en de oprichting, de financiering en het onderhouden/instandhouden van de infrastructuur.

7\. Overeenkomstig [artikel 9](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-9), [1, tweede lid](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-1) van de Richtlijn 2006/112 vormen deze diensten een economische activiteit.

8\. NV X is bijgevolg een BTW-belastingplichtige in de zin van artikel 4 van het W.BTW, wiens prestaties in principe aan de BTW zijn onderworpen.

9\. De uitvoering van het model van individueel DBFM contract, resulteert voor de toepassing van de BTW in meerdere handelingen: het ontwerpen en bouwen van de infrastructuur, een dienst bestaande in het onderhoud ervan (volgens een overeengekomen onderhoudsprogramma) en een financieringsdienst.

### II.B. Ontwerpen en bouwen van de infrastructuur - opeisbaarheid btw - maatstaf van heffing

10\. Het ontwerpen en het bouwen van de infrastructuur vormen de eerste hoofdcomponent van het DBFM-contract en worden BTW technisch op dezelfde wijze behandeld.

11\. In voorliggend DBFM-contract zal A door natrekking eigenaar worden van de infrastructuur naargelang de werken vorderen. NV X wordt op geen enkel ogenblik eigenaar van de infrastructuur daar NV X niet over de benodigde eigendoms-, zakelijke of gebruiksrechten beschikt. De NV X verricht dus een werk in onroerende staat in de zin van artikel 19 § 2, W.BTW voor A.

12\. De dienst van ontwerp en oprichting van de infrastructuur is voltooid op het moment van de oplevering, in casu op de beschikbaarheidsdatum. Op dat ogenblik wordt overeenkomstig artikel 22, § 1, W.BTW de BTW opeisbaar over de waarde van de werken, inclusief de waarde van het ontwerpen van de infrastructuur.

13\. Wanneer handelingen worden verricht voor de overheid is het belastbaar feit overeenkomstig artikel 22, §1, W.BTW het tijdstip waarop de bevoegde overheid haar goedkeuring verleent en NV X een geschrift doet toekomen met vermelding van de datum van goedkeuring en het goedgekeurde bedrag. ( zie administratieve beslissing nr. E.T. 124.433 dd. 17.04.2014 - intrekking administratieve beslissing ET 111.392 dd. 13.09.2006 ).

14\. Wordt de prijs of een deel ervan ontvangen door NV X voor het tijdstip waarop de dienst is verricht overeenkomstig bovenstaand randnummer, dan wordt de belasting evenwel opeisbaar op het tijdstip van de ontvangst ten belope van het ontvangen bedrag (artikel 22 bis W.BTW).

15\. Overeenkomstig artikel 36, §1 W.BTW mag de maatstaf van heffing van het werk in onroerende staat dat NV X verricht voor A niet lager zijn dan de normale waarde zoals die bepaald is door artikel 32 W.BTW.

16\. De DVB is akkoord met de vaststelling van de normale waarde waarbij NV X de maatstaf van heffing zal bepalen door de toekomstige stroom aan vergoedingen voor de componenten D, B, en F te actualiseren met de WACC-methode.

17\. Aangezien de BTW met betrekking tot de ontwerp- en bouwwerken ten laatste opeisbaar zal worden op het ogenblik van de oplevering, is er geen btw meer verschuldigd over het gedeelte van de periodieke beschikbaarheidsvergoedingen dat betrekking heeft op deze werken (kapitaalcomponent).

18\. Uit praktische overwegingen en overeenkomstig administratieve beslissing nr. ET 84160 dd. 12.06.1995 kan aanvaard worden dat het regime van de verlegging van de heffing wordt toegepast over de gehele D&B-component, ook al omvat deze mogelijks bepaalde deelprestaties die op zichzelf niet met verlegging van heffing kunnen worden gefactureerd. Indien van deze tolerantie gebruikt wordt gemaakt, zal op de factuur een verwijzing worden aangebracht naar onderhavige beslissing.

### IV.C. Financieren van de infrastructuur

19\. NV X verricht daarnaast eveneens een kredietverrichting vermits de beschikbaarheidsvergoedingen (die het bedrag van het geïnvesteerde kapitaal wedersamenstellen) slechts betaald worden na de oplevering van de infrastructuur.

20\. Terzake heeft het Hof van Justitie (Zaak [C-281/91](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-281-91-arrest) dd. 27.10.1993, Muys' en de Winter's Bouw- en Aannemingsbedrijf BV tegen Staatssecretaris van Financiën) geoordeeld dat een leverancier van goederen of diensten die zijn cliënt tegen vergoeding van rente uitstel van betaling verleent, in beginsel een vrijgesteld krediet verstrekt.

21\. Het gedeelte van de beschikbaarheidvergoeding dat betrekking heeft op de financiering dient derhalve te worden beschouwd als de tegenprestatie van een door artikel 44, § 3, 5°, W.BTW vrijgestelde kredietverlening.

### IV.D. Operationele fase: Instandhouding en onderhoud van de infrastructuur

22\. De operationele component bestaat uit de onderhouds - en instandhoudingswerkzaamheden die eveneens worden beschouwd als een werk in onroerende staat op grond van artikel 19 § 2, W.BTW.

23\. Deze werken vormen bovendien een doorlopende dienstprestatie, die aanleiding zal geven tot periodieke afrekeningen of betalingen (de onderhouds- en instandhoudingscomponent van de periodieke beschikbaarheidvergoedingen). Overeenkomstig artikel 22 W.BTW wordt deze dienst als voltooid beschouwd bij het verstrijken van elke periode waarop een afrekening of betaling (beschikbaarheidsvergoeding) betrekking heeft.

24\. In casu zal dus de BTW opeisbaar worden bij het verstrijken van elke periode waarop de beschikbaarheidsvergoedingen slaan en op het gedeelte van deze beschikbaarheidvergoedingen die betrekking hebben op de onderhouds- en instandhoudingsdiensten.

25\. Een factuur dient uitgereikt te worden door de NV X ten belope van het gedeelte van de beschikbaarheidsvergoeding dat betrekking heeft op de onderhouds- en instandhoudingsdiensten.

### IV.E. Correctiecomponent

26\. Zoals hierboven beschreven zal A vanaf de beschikbaarheidsdatum op periodieke basis beschikbaarheidsvergoedingen betalen aan de NV X.

27\. Middels het gebruik van een boetepuntmechanisme kan de beschikbaarheidsvergoeding worden verminderd met een prestatiekorting indien door NV X niet aan de prestatie-eisen van het DBFM-contract wordt voldaan.

28\. Dit mechanisme heeft voornamelijk tot doel NV X ertoe aan te zetten om steeds zorgvuldig te werk te gaan en kan worden onderverdeeld in algemene boetepunten voor tekortkomingen vanwege NV X en specifieke boetepunten tijdens de gebruiksfase.

29\. Gelet op de noodzaak om een eenvormige toepassing te bekomen van de BTW dienen de voorziene prestatiekortingen niet als een "schadevergoeding" te worden gekwalificeerd maar wel als prijsverminderingen in de zin van artikel 28, 2° W.BTW.

30\. In dat verband moet worden opgemerkt dat de prestatiekortingen wel niet tot gevolg kunnen hebben dat de door artikel 36, § 1, b), W.BTW bepaalde minimummaatstaf van heffing voor de oprichtingswerken wordt aangetast.

31\. Anderzijds mag worden aanvaard dat de prestatiekortingen niet slaan op de financieringscomponent (interest) van de beschikbaarheidsvergoedingen die zuiver betrekking heeft op de spreiding van de betaling van de prijs.

32\. Gelet hierop moet worden geconcludeerd dat de prestatiekortingen in mindering komen van het gedeelte van de beschikbaarheidsvergoedingen dat betrekking heeft op de onderhoudscomponent.

### IV.F. BTW-behandeling stopzettingsvergoeding

33\. De stopzettingsvergoeding die NV X zal ontvangen wanneer het contract vroegtijdig zou worden afgebroken, zal buiten het toepassingsgebied van btw blijven indien deze vergoeding enkel de winstderving van de aannemer dekt.

34\. Indien de stopzettingsvergoeding daarentegen een betaling uitmaakt van belastbare handelingen zal de btw opeisbaar zijn over deze stopzettingsvergoeding.

### IV.G. Recht op aftrek in hoofde van de NV X

35\. NV X zal het recht op btw-aftrek uitoefenen van de btw geheven van de goederen en diensten.

36\. Overeenkomstig [artikel 45, § 1, van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), mag elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek brengen die werd geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

37\. Hierboven blijkt dat NV X zowel vrijgestelde btw-activiteiten als met btw belaste activiteiten zal verrichten.

38\. NV X zal derhalve een gemengde btw-belastingplichtige zijn, met een gedeeltelijk recht op btw-aftrek.

39\. Op grond van [artikel 46 btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) kan de btw in hoofde van zulke btw-plichtige op twee wijzen worden afgetrokken: ofwel volgens de methode van het algemeen verhoudingsgetal, zijnde een percentage dat wordt verkregen uit de breuk tussen de omzet gerealiseerd door handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat (teller) en de totale omzet van de door de betrokkene verrichtte handelingen (noemer) ofwel op grond van het werkelijke gebruik van goederen en diensten.

40\. NV X zal duidelijk van elkaar te onderscheiden economische activiteiten uitoefenen en kan het merendeel van de goederen en diensten die zij aankoopt onmiddellijk toewijzen aan hetzij de belaste hetzij de vrijstelde btw-activiteit.

41\. In die omstandigheden is het duidelijk dat de uitoefening van het recht op aftrek volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten tot meer gelijkheid in de heffing van de belasting leidt.

42\. Met betrekking tot goederen en diensten waarvoor het werkelijk gebruik niet kan toegepast worden omdat de goederen en diensten niet kunnen afgezonderd en toegewezen worden aan een welbepaalde deelactiviteit, wordt het recht op btw-aftrek uitgeoefend op basis van verdeelsleutels die vastgesteld moeten worden in overleg met het bevoegde btw-controlekantoor.

## Aangehaalde teksten

5

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

[WBTW art. 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 1](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-1) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 9](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-9) 1 voorkomen

[C-281/91, arrest van 27 oktober 1993](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-281-91-arrest) 1 voorkomen
