---
title: "Voorafgaande beslissing 2014.116 · Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing"
description: "Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen. Belgische voorafgaande beslissing nr. 2014.116 van 8 april 2014."
url: "https://juriel.be/nl/rulings/2014-116-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-4083"
lang: "nl"
---

# Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Vennootschapsbelasting - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - Anti-misbruikbepaling - Vrijstelling - meerwaarde op aandelen - Belasting over de toegevoegde waarde - Bedrijfsafdeling

**Nummer**

2014.116

**Datum**

8 april 2014

## Over het document

**Verzameling**

Voorafgaande beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

240 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

**Voorafgaande beslissing nr. 2014.116 van 08.04.2014**

*Vennootschapsbelasting* · *Belastingneutrale partiële splitsing* · *Zakelijke overwegingen* · *Belastingfraude of –ontwijking* · *Anti-misbruikbepaling* · *Vrijstelling meerwaarde op aandelen* · *Belasting over de toegevoegde waarde* · *Bedrijfsafdeling*

## Samenvatting

De partiële splitsing van de NV A, waarbij haar activiteit a wordt verder gezet in de NV A en haar andere activiteiten aan NV B worden overgedragen, met het oog op de verkoop van de aandelen van vennootschap NV A aan een derde die niet geïnteresseerd is in de andere activiteiten, beantwoordt aan zakelijke overwegingen en heeft niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking in de zin van artikel 183bis, WIB 92 (cfr. de voorwaarde gesteld in artikel 211, §1, 4de lid, 3° WIB 92).

De opeenvolgende rechtshandelingen maken geen fiscaal misbruik uit en zijn verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen zoals bedoeld in artikel 344, §1 WIB 92.

Het principe van de fiscale neutraliteit vervat in artikel 192, §1, zevende lid, WIB 92 met name de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan met betrekking tot 1° de thans door NV C aangehouden aandelen NV A die NV C voornemens is te verkopen aan de derde, en 2° de bij voormelde partiële splitsing uitgegeven aandelen NV B, die NV C onmiddellijk na voormelde partiële splitsing voornemens is te verkopen aan NV D, moeder van NV B.

De partiële splitsing dient te gebeuren met toepassing van artikel 11 en 18, § 3 W.BTW

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of :

1.1. de voorgenomen partiële splitsing van NV A (omvattende de overdracht van de divisie x, y en z aan NV B) niet als hoofddoel of een der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);

1.2. aangezien NV C haar huidige participatie in NV A gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom heeft aangehouden, NV C voldaan heeft, en voldaan zal hebben op het moment van de hierna vermelde overdrachten, aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom, als bedoeld in art. 192, §1 WIB 92, met betrekking tot:

1.2.1. de thans door NV C aangehouden aandelen NV A die NV C voornemens is te verkopen aan een derde;

1.2.2. de bij voormelde partiële splitsing uitgegeven aandelen NV B, die NV C onmiddellijk na voormelde partiële splitsing voornemens is te verkopen aan NV D, de moedervennootschap van NV B.

1.3. de verschillende verrichtingen beschreven in deze aanvraag (partiële splitsing van NV A, verkoop van aandelen NV A en van aandelen NV B, verkoop van de y en z activiteiten en dividenduitkering door NV C) geen fiscaal misbruik uitmaken en de keuze voor deze rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van inkomstenbelastingen, zoals bedoeld in artikel 344, §1 WIB 92.

1.4. de Belgische activiteiten x aangemerkt kunnen worden als een bedrijfsafdeling zoals bedoeld in de artikels 11 en 18, §3 W.BTW.

2\. Er wordt geen bevestiging gevraagd omtrent de niet-toepassing van artikel 207, lid 2, WIB 92 op de waardering van de nieuw uitgegeven aandelen in NV B naar aanleiding van de verkoop door NV C van deze aandelen aan NV D, noch omtrent de toepassing van deze bepaling op de waardering van z België en y naar aanleiding van de verkoop van deze activiteiten door NV B aan NV E.

## II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

### II.A. Identiteit en activiteiten van de betrokken vennootschappen

3\. De groep is een gevestigde multinationale groep die in bijna alle landen wereldwijd actief is.

4\. De wereldwijde groep bestaat uit drie grote sectoren. Elk van deze sectoren heeft een eigen managementstructuur met eigen rapporteringslijnen en met eigen financiële opvolging en verantwoording. Binnen elk van deze drie grote sectoren bestaan er vervolgens nog vele gespecialiseerde subdivisies.

5\. NV E maakt deel uit van de groep en heeft verschillende personeelsleden.

6\. NV C maakt ook deel uit van de groep. De aandelen van NV C worden momenteel gehouden door NV E en een groepsvennootschap.

7\. NV C is de Belgische commerciële entiteit. Ze beschikt niet over fiscaal overdraagbare verliezen, overdraagbare DBI-overschotten of overdraagbare aftrek voor risicokapitaal.

8\. NV A is een onrechtstreekse dochtervennootschap. De meerderheid van de aandelen wordt momenteel gehouden door NV C.

9\. NV A maakt deel uit van een bepaalde sector. NV A heeft momenteel vier activiteiten, t.w.:

9.1. de a divisie : NV A stelt personen tewerk in het kader van de a divisie, waarvan een beperkt aantal personen in de vaste inrichting in Nederland.

9.2. de x divisie : De activiteiten van de x divisie bestaan uit twee product portefeuilles : NV A stelt personen tewerk in het kader van de x divisie, waarvan een beperkt aantal werknemers in de vaste inrichting in Nederland.

9.3. de y divisie : De activiteiten van y bestaan uit logistieke activiteiten (o.a. opslag, verzending, inventarisatie) van x producten in Europa. NV A stelt personen tewerk in het kader van y. Deze activiteit is reeds geruime tijd operationeel geïntegreerd met NV E aangezien binnen de groepsorganisatie dergelijke logistieke activiteit tot de kerntaken van NV E behoort en niet tot deze van de commerciële vennootschappen. Voormelde activiteit vindt nu al hoofdzakelijk plaats binnen de opslagruimtes (warehouse) van NV E.

9.4. de z divisie : z is een beperkte activiteit binnen NV A. Hoewel NV A geen toegewezen personeel heeft dat exclusief verbonden is aan deze activiteit, spenderen enkele van haar personeelsleden een beperkt deel van hun tijd aan deze activiteit. Als gevolg van een wereldwijde reorganisatie zal z deel uitmaken van de normale activiteiten van NV E.

10\. Naast voormelde personeelsleden specifiek verbonden aan de a, x en y divisies telt NV A momenteel ook een miniem aantal werknemers die algemene ondersteunende diensten verrichten ten behoeve van alle divisies (shared services).

11\. NV A beschikt niet over fiscaal overdraagbare verliezen, overdraagbare DBI-overschotten of overdraagbare aftrek voor risicokapitaal.

12\. NV A beschikt over belastingvrije reserves.

13\. NV A heeft een vaste inrichting in Nederland. Deze Nederlandse vaste inrichting heeft twee divisies, t.w. de a divisie en de x divisie, en realiseert ook een beperkte omzet voor z.

14\. De aandelen van NV B worden gehouden door NV D, een in Europa gevestigde groepsvennootschap, en door NV E. NV B stelt personeelsleden tewerk.

15\. NV B beschikt niet over fiscaal overdraagbare verliezen, overdraagbare DBI-overschotten of overdraagbare aftrek voor risicokapitaal.

### II.B. Beschrijving van de verrichting

16\. Sedert enige tijd onderzocht de groep de strategische opties met betrekking tot NV A. Recentelijk ontving de groep een bindend bod vanwege een derde met betrekking tot de aankoop door deze derde van de wereldwijde a afdeling van de groep.

17\. Deze wereldwijde verkoop zou uiteraard ook de verkoop van de Belgische en de Nederlandse a activiteiten impliceren.

18\. Teneinde het Belgische en Nederlandse luik van de voorgenomen wereldwijde verkoop op de meest optimale wijze te realiseren is het aangeraden om de Belgische en Nederlandse activiteiten van NV A te reorganiseren.

19\. Deze reorganisatie moet niet alleen toelaten om de Belgische en Nederlandse a divisie over te dragen d.m.v. een eenvoudige verkoop van aandelen maar ook om de overige activiteiten van NV A beter te integreren en optimaliseren binnen de bestaande Belgische en Nederlandse afdelingen.

20\. Wat dit laatste aspect betreft wordt er door de aanvrager aan herinnerd dat NV A momenteel uit vier subdivisies bestaat, t.w. a, x, y en z. De interne reorganisatie heeft dan ook de volgende doelstellingen.

21\. Als gevolg van interne wereldwijde reorganisaties, maken z en y deel uit van de normale activiteiten van NV E. Het is dan ook logisch om deze subdivisies naar NV E over te hevelen:

21.1. Met ingang van xx/xx/xx maakt de z activiteit wereldwijd niet langer deel uit van de sector maar van een andere sector (waartoe NV E behoort). De partiële splitsing en verkoop van NV A is een goede gelegenheid om deze integratie ook in België te bewerkstelligen en de z activiteit dus aan NV E over te dragen;

21.2. y betreft de logistieke ondersteuning met betrekking tot de x producten in Europa. Ingevolge een interne wereldwijde reorganisatie worden logistieke diensten echter niet meer verbonden aan een bepaalde sector of afdeling maar worden deze gecentraliseerd en als een op zich zelf staande activiteit beschouwd die logistieke diensten levert aan alle sectoren/afdelingen van de groep. De y activiteit is reeds geruime tijd operationeel geïntegreerd met NV E aangezien binnen de groepsorganisatie dergelijke logistieke activiteit tot de kerntaken van NV E behoort. De y activiteit vindt nu al hoofdzakelijk plaats binnen de opslagruimtes (warehouse) van NV E. De partiële splitsing en verkoop van NV A is een goede gelegenheid om y ook formeel volledig in NV E te integreren.

22\. De x subdivisie behoort tot de wereldwijde sector. De Belgische overige activiteiten van deze sector zijn gecentraliseerd binnen NV B. De Nederlandse overige activiteiten van deze sector zijn gecentraliseerd binnen een Nederlandse groepsvennootschap. Het is dan ook de bedoeling om de Belgische x divisie over te dragen naar NV B en om de Nederlandse x divisie naar de Nederlandse groepsvennootschap over te dragen teneinde de verschillende activiteiten van deze sector te centraliseren.

23\. De na deze overdrachten resterende activiteiten van NV A zijn de Belgische en Nederlandse activiteiten van de a divisie. De aandelen NV A kunnen dan ook verkocht worden aan de derde in het kader van de wereldwijde transactie.

#### *II.B.1. Verkoop door NV A van de Nederlandse x divisie aan de Nederlandse groepsvennootschap*

24\. Aanvankelijk werd overwogen om de Nederlandse x afdeling via een partiële splitsing over te dragen aan de Nederlandse groepsvennootschap. Nader onderzoek heeft echter uitgewezen dat de grensoverschrijdende partiële splitsing niet als zodanig erkend wordt naar Nederlands recht zodat de juridische gevolgen ervan onzeker zijn.

25\. Om die reden en gezien de tijdsdruk werd beslist tot een verkoop. Alle werknemers verbonden aan de Nederlandse x activiteiten worden overgedragen.

#### *II.B.2. Verkoop door NV A van de Nederlandse z activiteit aan NV E*

26\. NV A heeft eveneens de Nederlandse z activiteit verkocht aan NV E.

#### *II.B.3. Partiële splitsing van de Belgische x divisie, y en z activiteit van NV A aan NV B*

27\. De Belgische x afdeling zal via partiële splitsing worden overgedragen aan NV B. Zoals vermeld zullen ook de Belgische z activiteit en y in het kader van deze partiële splitsing worden overgedragen aan NV B (waarna deze 2 activiteiten door NV B aan NV E verkocht zullen worden).

28\. Deze partiële splitsing heeft de volgende kenmerken:

28.1. Overeenkomstig artikel 677 W.Venn. impliceert de partiële splitsing dat (i) NV A, als overdragende vennootschap, blijft bestaan (ii) de overdracht van de Belgische x divisie, y en z aan NV B uitsluitend met nieuw uit te geven aandelen in NV B vergoed wordt, en (iii) de door NV B ter vergoeding van de inbreng uitgegeven aandelen toegekend zullen worden NV C.

28.2. De partiële splitsing zal uitgevoerd worden overeenkomstig het boekhoudkundig neutraliteitsregime voorzien in artikel 81 van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen.

28.3. De partiële splitsing zal voor boekhoudkundige en fiscale doeleinden uitwerking hebben op xx/xx/xx.

28.4. De overgedragen activa en passiva betreffen deze verbonden aan de Belgische x divisie, y en z.

28.5. De personeelsleden verbonden aan de Belgische x activiteiten worden overgedragen aan NV B, alsook de werknemers van NV A die thans instaan voor algemene ondersteunende diensten (shared services). De personeelsleden verbonden aan de y activiteit zullen eveneens worden overgedragen aan NV B maar er wordt verwacht dat deze onmiddellijk na de partiële splitsing zullen worden overgedragen aan NV E.

28.6. De eigen vermogensbestanddelen van NV A (gestort kapitaal, belaste en belastingvrije reserves) zullen naar aanleiding van de partiële splitsingen tussen NV A en NV B verdeeld worden overeenkomstig de verdeelsleutel als bedoeld in artikel 213 WIB 92. Dit impliceert onder meer dat de bestaande belastingvrije investeringsreserve van NV A zal worden verdeeld in verhouding tot de fiscale nettowaarde van de aan NV B overgedragen bestanddelen en de fiscale nettowaarde van de door NV A behouden bestanddelen, conform Com.IB 211/55, b).

28.7. NV A heeft geen onroerend goed. De partiële splitsing zal geen aanleiding geven tot de overdracht van onroerend goed.

#### *II.B.4. Verkoop aandelen NV B aan NV D*

29\. De NV B aandelen die door NV C werden verkregen n.a.v. voormelde partiële splitsing worden door NV C tegen marktconforme voorwaarden verkocht aan NV D (de moedervennootschap van NV B). Deze verkoop zal vrijwel onmiddellijk plaatsvinden.

30\. Waarschijnlijk zal de aldus verkregen verkoopprijs door NV C in de vorm van een dividend worden uitgekeerd aan haar aandeelhouders, in hoofdzaak NV E.

31\. Deze verkoop van aandelen zorgt ervoor dat NV B niet langer deels aangehouden wordt door een vennootschap die tot een andere sector behoort en “stroomlijnt” dus de groepsstructuur. De minderheidsparticipatie die ontstaat door de partiële splitsing brengt naar buitenlands recht ook bijkomende financiële rapporteringsverplichtingen met zich mee die kunnen vermeden worden door de NV B aandelen over te dragen aan NV D.

32\. NV D is een deels schuldgefinancierde vennootschap maar hoeft met het oog op deze aankoop van aandelen geen bijkomende financiering aan te trekken. De aankoopprijs zal meteen of op korte termijn (hooguit enkele weken) betaald worden en zal dus niet blijven openstaan.

#### *II.B.5. Verkoop door NV B van z België en y aan NV E*

33\. Onmiddellijk na voormelde partiële splitsing zullen z België en y door NV B aan NV E verkocht worden. Hierbij worden alle personeelsleden verbonden aan de y activiteit door NV B overgedragen aan NV E en zulks overeenkomstig de toepasselijke arbeidsrechtelijke procedures.

34\. De verkoopprijs zal marktconform zijn en nog te verhogen met de alsdan openstaande handelsvorderingen en te verminderen met de alsdan openstaande handelsschulden die aan NV E worden overgedragen. Gezien de beperkte boekwaarde van deze activiteit zal NV B bij deze verkoop een belangrijke belastbare meerwaarde realiseren.

35\. NV E zal de aankoop van de Belgische z en y activiteiten integraal met eigen middelen financieren. De aankoopprijs zal onmiddellijk of op korte termijn (hooguit enkele weken) betaald worden en zal dus niet blijven openstaan.

#### *II.B.6. Verkoop aandelen NV A aan een derde in het kader van een wereldwijde transactie*

36\. NV C en de andere aandeelhouder verkopen de aandelen van NV A aan de derde in het kader van een wereldwijde transactie (ervan uitgaande dat het bod van de derde aanvaard wordt en de verschillende opschortende voorwaarden vervuld worden).

37\. De aldus verkregen verkoopprijs zal door NV C in de vorm van een dividend worden uitgekeerd aan haar aandeelhouders, in hoofdzaak NV E.

38\. NV E heeft de intentie om de aldus verkregen dividenden (in de mate deze overeenstemmen met de verkoopprijs van NV A) te gebruiken voor de financiering van haar lopende operationele activiteiten en investeringen. In dit verband wordt opgemerkt dat NV E jaarlijks investeert. Er is geen aanwijzing dat dit bedrag substantieel zal wijzigen.

## III. Motivering van de aanvraag

**III.A. De partiële splitsing heeft niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwikkeling in de zin van artikel 183bis WIB 92.**

39\. Het regime van fiscale neutraliteit voorzien in artikel 211, §1 WIB 92 is van toepassing *“op voorwaarde dat :*

*1°* *de overnemende of verkrijgende vennootschap een binnenlandse vennootschap of een intra-Europese vennootschap is;*

*2°* *de verrichting wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en, desgevallend, conform vennootschapsrechtelijke bepalingen van gelijke aard die van toepassing zijn op de overnemende of verkrijgende intra-Europese vennootschap;*

*3°* *de verrichting beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92.”*

40\. De voorwaarden vermeld in 1° en 2° zijn voldaan met betrekking tot de verrichtingen. Wat betreft de voorwaarde vermeld in 3° bepaalt artikel 183bis WIB 92 het volgende:

> *“Voor de toepassing van de artikelen 45, § 1, eerste lid, 46, § 1, eerste lid, 2°, 95, eerste lid, 211, § 1, eerste lid, en 231, § 2, eerste lid, mag de verrichting niet als hoofddoel of een der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben.*
>
> *Wanneer de verrichting niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, zoals herstructurering of rationalisering van de activiteiten van de bij de verrichting betrokken vennootschappen, kan dit doen vermoeden, behalve het bewijs van het tegendeel, dat die verrichting als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft.”*

41\. De voorgenomen partiële splitsing van NV A heeft niet als hoofddoel of een der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking in de zin van artikel 183bis WIB 92. Deze verrichting vindt plaats op grond van zakelijke overwegingen. Dit blijkt o.m. uit de volgende elementen:

#### III.A.1. De verrichting maakt deel uit van de wereldwijde verkoop van de a divisie door de groep aan een derde

42\. De partiële splitsing is geen lokale op zichzelf staande herstructurering noch een interne herstructurering en wordt niet opgezet met louter fiscale doeleinden. Integendeel, zoals hiervoor vermeld, maakt deze partiële splitsing deel uit van een wereldwijde verkoop door de groep van de a divisie aan een derde en worden zij door deze verkoop genoodzaakt. De verrichting betreft dus het Belgische luik van de wereldwijde verkoop van de a divisie, en heeft tot doel om de Belgische (en Nederlandse) a activiteiten op de meest efficiënte wijze aan een derde over te dragen.

43\. Wat betreft de Belgische x activiteiten is de voorgenomen partiële splitsing door overdracht aan NV B de meest aangewezen en vanzelfsprekende methode.

44\. Het feit dat y en de Belgische z activiteit deel uitmaken van de partieel gesplitste activiteiten om daarna aan NV E verkocht te worden geschiedt om louter praktische en dus niet-fiscale redenen. Gezien de tijdsdruk wordt ervoor geopteerd om deze verkopen pas na de partiële splitsing te doen plaatsvinden. Een rechtstreekse verkoop van deze activiteiten door NV A aan NV E is ook niet wenselijk aangezien de verkoopprijs dan bij NV A terecht komt waardoor NV A over meer liquide middelen zou beschikken dan wat is overeengekomen met de derde. Vandaar dat een overdracht aan NV B gevolgd door een (belastbare) verkoop aan NV E voor deze activiteiten de beste oplossing bleek.

45\. Het kan volgens de aanvrager daarom redelijkerwijze niet in twijfel worden getrokken dat de in deze aanvraag beschreven verrichtingen uit zakelijke overwegingen plaatsvinden.

#### III.A.2. De verrichtingen verstevigen de synergieën binnen de groep

46\. De activiteiten van de x divisie die door middel van de beschreven verrichtingen aan NV B en de Nederlandse groepsvennootschap worden overgedragen passen volledig binnen het gamma van de activiteiten van deze laatste vennootschappen. Deze activiteiten behoren allen tot dezelfde sector.

47\. Weliswaar behoort ook de a divisie tot deze sector, doch tussen deze a divisie en de x activiteiten (de momenteel binnen NV A uitgeoefende activiteiten) bestaan er weinig synergieën. Hoewel beide divisies apparaten commercialiseren, hebben zij een volledig verschillend klantenbestand.

48\. Synergieën zullen wel gerealiseerd worden tussen de huidige activiteiten van NV B en de x activiteiten die naar NV B worden overgeheveld d.m.v. de beschreven verrichtingen. Deze synergieën zullen ontstaan doordat er tussen NV B en x een duidelijk overlap is.

49\. Beide divisies zullen in de toekomst hun productengamma dus gezamenlijk kunnen positioneren, zowel naar de markt toe als in de relatie met de overheid, en dit onder de gemeenschappelijke handelsnaam.

50\. De x divisie van NV A deed trouwens reeds beroep op NV B voor een aantal ondersteunende diensten, zodat de integratie van de x divisie binnen NV B de efficiëntie zal verhogen.

51\. Er wordt door de aanvrager aangestipt dat het onderbrengen van de x activiteiten binnen een nieuw op te richten Belgische (en Nederlandse) vennootschap weliswaar de verkoop van NV A aan de derde mogelijk zou gemaakt hebben, maar niet verantwoord zou geweest zijn in het licht van de synergieën en andere voordelen die gecreëerd worden door middel van een integratie met NV B. Om dezelfde reden zou het onderbrengen van de a divisie in een nieuw op te richten Belgische (en Nederlandse) vennootschap, om deze newco’s dan te verkopen aan de derde, economisch weinig zinvol zijn.

52\. Het kan volgens de aanvrager daarom redelijkerwijze niet in twijfel worden getrokken dat de voorgenomen verrichtingen uit zakelijke overwegingen plaatsvinden en niet louter omwille van fiscale doeleinden.

#### III.A.3. De door NV C voor NV A verkregen verkoopprijs zal geherinvesteerd worden

53\. De DVB besliste meermaals dat de verkoop van de aandelen van de partieel gesplitste vennootschap niet voor gevolg heeft dat de partiële splitsing geacht wordt belastingfraude of -ontwijking tot doel te hebben, op voorwaarde dat de verkoopprijs of een gedeelte van de verkoopprijs geherinvesteerd wordt door de overdrager.

54\. Deze herinvestering kan volgens de rulingpraktijk van de DVB bestaan in bijv.

54.1. de financiering van lopende operationele activiteiten en investeringen (ruling nr. 2010.226);

54.2. een kapitaalverhoging in hetzij een bestaande vennootschap van de groep, hetzij in een nieuwe vennootschap (ruling 2010.446 en ruling 2010.367).

55\. De bedoeling van de herinvesteringsvoorwaarde is dat vermeden wordt dat de meerwaarde bij de verkoop van de aandelen naar de uiteindelijke aandeelhouders terugvloeit, en niet meer gebruikt wordt om geïnvesteerd te worden in de operationele activiteiten van de groep waartoe de vennootschap behoort die op het fiscaal neutraal regime aanspraak maakt. M.a.w., de bedoeling van de herinvesteringsvoorwaarde is te vermijden dat de fiscale neutraliteit uiteindelijk ten goede komt van de uiteindelijke aandeelhouders en niet terug in de bedrijfsactiviteiten worden geherinvesteerd.

56\. Het is hierbij irrelevant of deze herinvestering al dan niet wordt gedaan door de partieel gesplitste vennootschap die de meerwaarde heeft verwezenlijkt. Dit wordt bevestigd door de rulingpraktijk van de DVB die b.v. reeds meerdere malen beslist heeft dat aan de “herinvesteringsvoorwaarde” voldaan is indien de sommen worden gebruikt om het kapitaal van een dochtervennootschap te verhogen, die dit kapitaal vervolgens gebruikt voor operationele activiteiten en/of investeringen.

57\. In casu wordt aan de herinvesteringsvoorwaarde voldaan evenals aan de bedoeling van de herinvesteringsvoorwaarde. Inderdaad, NV C heeft de intentie om de verkregen verkoopprijs voor de aandelen NV A via een dividend uit te keren. Haar aandeelhouder NV E zal dit dividend (in de mate het overeenstemt met de verkoopprijs) aanwenden voor de financiering van haar lopende operationele activiteiten en investeringen.

58\. In dit verband merkt de aanvrager op dat NV E jaarlijks investeert. Er is geen aanwijzing dat dit bedrag substantieel zal. Aangezien de verkoopprijs van NV A slechts een fractie uitmaakt van de geschatte jaarlijkse investeringen is het duidelijk dat NV E een bedrag gelijk aan de verkoopprijs van NV A zal herinvesteren.

#### III.A.4. Verwachte impact op de aftrek voor risicokapitaal

59\. De impact van de globale interne reorganisatie en de verkoop op de aftrek voor risico kapitaal kan als volgt worden samengevat:

59.1. NV A : het in aanmerking komende risicokapitaal van NV A zal verminderen ten gevolge van de partiële splitsing aangezien het eigen vermogen van NV A zal verminderen.

59.2. NV C: het in aanmerking komende risicokapitaal van NV C zal gelijk blijven in de mate dat de verkregen verkoopprijs voor de aandelen NV A en NV B wordt uitgekeerd aan haar aandeelhouders in de vorm van een dividend. Dit zal gebeuren met betrekking tot de verkoopprijs verkregen voor de NV A aandelen en wellicht ook voor wat betreft de verkoopprijs verkregen voor de aandelen NV B.

59.3. NV B: het in aanmerking komende risicokapitaal van NV B zal verhogen naar aanleiding van de partiële splitsing aangezien het eigen vermogen zal verhogen (voor een bedrag gelijk aan de overeenstemmende verlaging bij NV A). Bovendien zal de (in België belastbare) meerwaarde gerealiseerd door NV B bij de verkoop van z België en y het risicokapitaal in beginsel verhogen (zij het dat dit slechts een tijdelijk effect is aangezien de afschrijvingen op deze activa in hoofde van NV E het eigen vermogen en dus risicokapitaal zullen verminderen).

59.4. NV E: dividenduitkeringen door NV C zullen het eigen vermogen en dus ook het in aanmerking komende risicokapitaal van NV E in beginsel verhogen in de mate dat het dividend wordt aangewend in het kader van de eigen operationele activiteit en niet wordt geïnvesteerd in activa die in mindering komen van het in aanmerking komende risicokapitaal. De uitkering door NV C van een dividend omvattende de verkoopprijs voor de NV A aandelen zal dus het in aanmerking komende risicokapitaal in hoofde van NV E in beginsel verhogen.

60\. Globaal gesproken wordt dus verwacht dat de reorganisatie en interne verkoop het in aanmerking komende risicokapitaal zal verhogen en dit ten belope van (i) de verkoopprijs die NV C zal verkrijgen voor de aandelen NV A en NV B. Concreet zal deze verhoging van in aanmerking komend risicokapitaal zich voordoen in hoofde van NV C en NV E (volledig in hoofde van NV E indien NV C de volledige verkoopprijs onder de vorm van een dividend uitkeert aan NV E); en (ii) de (netto) meerwaarde gerealiseerd door NV B bij de verkoop van y en z (zij het dat dit effect ingevolge afschrijvingen over tijd gecompenseerd wordt door een verlaging van het risicokapitaal bij NV E). Uiteraard hangt de effectieve verhoging van het risicokapitaal in hoofde van NV E ook af van een aantal andere factoren zoals de gerealiseerde winsten en de uitkering van dividenden.

61\. Uit een cijfermatige berekening van de impact op het risicokapitaal, blijkt dat het risicokapitaal voor NIA doeleinden globaal zal verhogen.

62\. Dit is zoals vermeld in hoofdzaak het gevolg van het feit dat aandelen die kwalificeren als financiële vaste activa verkocht worden en dus niet langer in mindering komen van het risicokapitaal van de betrokken Belgische vennootschappen, overeenkomstig de toepasselijke NIA wetgeving (artikel 205ter, §1, lid 2 WIB 92). Dit effect is uiteraard geen doelstelling van de verrichting en volgt uit omstandigheden buiten de controle van de groep: indien de NV A aandelen zouden verkocht worden aan een Belgische vennootschap van de derde of indien de NVA aandelen (en NV B aandelen) zouden verkocht worden aan een buitenlandse vennootschap gevestigd in een land met een vergelijkbaar NIA regime, zou er globaal gesproken van een positieve NIA impact geen sprake zijn.

### III.B. De toepassing van de fiscale neutraliteit voor doeleinden van artikel 192, §1, WIB 92

63\. Vanaf aanslagjaar 2013 is de belastingvrijstelling voor meerwaarden op aandelen vervat in artikel 192 §1 WIB 92 slechts van toepassing op aandelen die:

> *“gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom werden behouden”.*

64\. Artikel 192, §1, zevende lid, WIB 92 voorziet in fiscale neutraliteit bij reorganisaties in hoofde van de aandeelhouders van gefuseerde of gesplitste vennootschappen:

> *“Voor de toepassing van het eerste lid, worden de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan.”*

65\. Hoewel er in het kader van een partiële splitsing juridisch niet echt sprake is van een “ruil van aandelen” –de aandeelhouder van de partieel gesplitste vennootschap behoudt al haar aandelen in de partieel gesplitste vennootschap en verkrijgt daarenboven een pakket aandelen in de vennootschap die de inbreng ontvangt– is deze fiscale neutraliteit ontegensprekelijk ook bedoeld voor een partiële splitsing.

66\. In casu zal NV C haar aandelen NV A verkopen aan een derde (ervan uitgaande dat de verkoop aan de derde plaats vindt). Daarnaast zal NV C de bij de partiële splitsing van de Belgische x activiteiten uitgegeven aandelen NV B vrijwel meteen verkopen aan NV D.

67\. NV C is volle eigenaar van de door haar momenteel aangehouden aandelen in NV A en dit sedert méér dan één jaar. Derhalve zal gezien het principe van de fiscale neutraliteit vervat in artikel 192, §1, zevende lid, WIB 92, de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom voldaan zijn met betrekking tot:

67.1. de thans door NV C aangehouden aandelen NV A die NV C voornemens is te verkopen aan de derde;

67.2. de bij de partiële splitsing van de Belgische x activiteiten uitgegeven aandelen NV B, die NV C onmiddellijk na voormelde partiële splitsing voornemens is te verkopen aan NV D.

### III.C. Geen toepassing van artikel 344, §1, WIB 92

68\. De aanvragers zijn van mening dat de in deze aanvraag beschreven verrichtingen (te weten, de partiële splitsing van NV A, de verkopen van aandelen NV A en NV B, de verkopen van de y en z activiteiten en de dividenduitkering van NV C) kunnen worden tegengeworpen aan de administratie zoals bedoeld in artikel 344, §1 WIB 92.

69\. Ten eerste is er allerminst sprake van fiscaal misbruik. Bovendien is de keuze voor deze rechtshandelingen door andere motieven verantwoord dan het ontwijken van inkomstenbelastingen.

#### III.C.1. Er is geen sprake van fiscaal misbruik

70\. Artikel 344, §1, 1ste en 2de lid, WIB 92 bepalen:

> *“Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie door vermoedens of andere in artikel 340 bedoelde bewijsmiddelen en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.*
>
> *Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige middels de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :*
>
> *1°* *een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; of*
>
> *2°* *een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel voorzien door een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.”*

71\. In casu kan er van fiscaal misbruik geen sprake zijn omwille van de volgende redenen.

72\. Met betrekking tot de overdracht van de Belgische x activiteiten aan NV B wordt aanspraak gemaakt op het belastingneutraal regime vervat in artikel 211 e.v. WIB 92. Deze verrichting dient dan ook in de eerste plaats te worden geanalyseerd in het licht van de specifieke antimisbruikbepaling opgenomen in artikel 211, §1, vierde lid, 3° juncto artikel 183bis WIB 92 (zie Circulaire Ci.RH.81/616.207 dd. 4 mei 2012, sub C.2.3).

73\. Zelfs indien de algemene antimisbruikbepaling wordt ingeroepen met betrekking tot een door artikel 211, §1 WIB 92 beoogde verrichting dient te worden vastgesteld dat er in casu geen sprake is van fiscaal misbruik. Ten eerste leidt de toepassing van artikel 211, §1 WIB 92 slechts tot belastinguitstel en niet tot vrijstelling van belasting. Bovendien hebben de in deze aanvraag vermelde verrichtingen uitsluitend tot doel om de groep te reorganiseren met het oog op de wereldwijde verkoop van de a divisie en de betere integratie van de x, y en z divisies binnen de groep. De toepassing van het belastingneutraal regime is dus in overeenstemming met de doelstellingen van de wetgever bij artikel 211, §1 WIB 92, te weten het faciliteren van reorganisaties zoals partiële splitsingen, en is er geenszins mee in strijd.

74\. De op de partiële splitsing volgende verkoop door NV C van NV B aandelen aan NV D en de verkoop van NV A aandelen aan de derde hebben tot gevolg dat NV C genoemde aandelen niet meer zal aanhouden waardoor haar risicokapitaal verhoogt (of het risicokapitaal van NV E, in de mate de verkoopprijs onder de vorm van een dividend door NV C wordt uitgekeerd aan NV E). Dit is evenwel het normale gevolg van de toepassing van de NIA-wetgeving: ingevolge deze verkopen dient de aanschaffingsprijs van deze aandelen niet langer in mindering gebracht te worden van het eigen vermogen voor NIA doeleinden. Anders gezegd, de “specifieke antimisbruikbepaling” die tot doel heeft te vermijden dat de NIA “in cascade” wordt toegepast (bij zowel dochtervennootschap als moedervennootschap), wordt zonder voorwerp. Deze aandelenoverdracht is dus niet in strijd met de doelstellingen van de NIA wetgeving. Deze aandelenoverdracht is evenmin in strijd met de doelstellingen van artikel 211 §1 WIB 92; deze verkoop zorgt ervoor dat NV B niet langer deels aangehouden wordt door een vennootschap die tot een andere sector behoort en “stroomlijnt” dus de groepsstructuur wat een rechtmatige doelstelling is die aansluit bij de doelstellingen van de wetgever bij artikel 211, §1 WIB 92, nl. het faciliteren van bedrijfsreorganisaties.

75\. Voor wat betreft de overdracht van de Belgische z en y activiteiten wordt niet op enig fiscaal voordeel aanspraak gemaakt. De verkoop van deze activiteiten door NV B aan NV E (volgend op de partiële splitsing) is een belaste verrichting die tot effectieve belastingheffing in hoofde van NV B aanleiding zal geven.

#### III.C.2. De keuze voor de rechtshandelingen is door andere motieven verantwoord dan het ontwijken van inkomstenbelastingen

76\. Artikel 344, §1, 3de lid WIB 92 bepaalt:

> *“Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van inkomstenbelastingen.”*

77\. In casu is dit bewijs duidelijk geleverd. De gezamenlijke doelstelling van de verschillende verrichtingen is het realiseren van de wereldwijde verkoop van de a divisie en de optimalisatie van de overige activiteiten die momenteel door NV A worden uitgeoefend, en dit op de meest efficiënte wijze mede gelet op de context en de timing van het dossier.

78\. Meer specifiek wordt de keuze voor de verschillende rechtshandelingen als volgt gemotiveerd:

79\. De partiële splitsing van NV A door overdracht van de Belgische x activiteiten is geen lokale op zichzelf staande herstructurering noch een interne herstructurering. Deze partiële splitsing maakt deel uit van een wereldwijde verkoop door de groep van de a divisie aan de derde. De verrichting betreft dus het Belgische luik van de wereldwijde verkoop van de a divisie, en heeft tot doel om de Belgische (en Nederlandse) a activiteiten aan een derde over te dragen.

80\. De overdracht van de wereldwijde a divisie wordt in alle landen op de meest efficiënte wijze gerealiseerd, uiteraard rekening houdend met de concrete feitelijke en juridische context eigen aan elk land. Zowel de eventuele groepsinterne reorganisaties voorafgaand aan de “closing” met de derde, als de “closing” met de derde nemen dan ook van land tot land verschillende vormen aan.

81\. Als regel kan het volgende onderscheid gemaakt worden: (i) in landen waarin de a activiteit in een aparte vennootschap is ondergebracht, werd ernaar gestreefd om de niet-a activiteiten op een efficiënte manier uit deze vennootschap te halen om vervolgens bij “closing” de aandelen van de NV A vennootschap te verkopen aan de derde. Dit is echter niet altijd mogelijk gebleken. (ii) in de andere landen (waar de a activiteit reeds geïntegreerd was in de lokale B vennootschap en meestal een eerder beperkte activiteit vormt in een veel groter geheel) is logischerwijze in de regel geopteerd voor een activa verkoop.

82\. Bovendien laat de partiële splitsing toe om de Belgische x activiteiten over te dragen aan NV B, wat de synergieën binnen de groep zal verstevigen. Deze activiteiten passen immers volledig binnen het gamma van de activiteiten van NV B, dewelke behoren tot de sector. Weliswaar behoort ook de a divisie tot deze sector, doch tussen deze a divisie en de x activiteiten bestaan er weinig synergieën. Hoewel beide divisies apparaten commercialiseren, hebben zij een volledig verschillend klantenbestand. Synergieën zullen daarentegen wel gerealiseerd worden tussen de huidige activiteiten van NV B en de x activiteiten die naar NV B worden overgeheveld d.m.v. de partiële splitsing:

82.1. Deze synergieën zullen ontstaan doordat er tussen NV B en x een duidelijk overlap is.

82.2. Beide divisies zullen in de toekomst hun productengamma dus gezamenlijk kunnen positioneren, zowel naar de markt toe als in de relatie met de overheid, en dit onder de gemeenschappelijke handelsnaam.

82.3. De x divisie van NV A deed trouwens reeds beroep op NV B voor een aantal ondersteunende diensten, zodat de integratie van de x divisie binnen NV B de efficiëntie zal verhogen.

83\. Vanwege het juridische kader van de partiële splitsing is deze reorganisatievorm de meest efficiënte en vanzelfsprekende wijze om de overdracht van de x activiteiten te realiseren. In tegenstelling tot een gewone overdracht (bvb. verkoop) is de partiële splitsing immers aan derden tegenwerpelijk door publicatie. Zo zullen de meeste contracten in principe kunnen worden overgedragen zonder de toestemming van de tegenpartij. Daarnaast heeft de partiële splitsing ook voor gevolg dat ter vergoeding van de inbreng aandelen worden uitgegeven aan de aandeelhouders van de gesplitste vennootschap. Andere verrichtingen (zoals verkoop of inbreng) hebben integendeel tot gevolg dat een vergoeding (in cash of aandelen) wordt betaald aan de partieel gesplitste vennootschap wat in casu problematisch zou zijn in het kader van de overeenkomst met de derde (de commerciële deal bestaat erin dat NV A wordt overgedragen aan de derde met een beperkt niveau aan werkkapitaal). Ook de boekhoudkundige continuïteit van de partiële splitsing vergemakkelijkt de integratie van de x activiteiten; dergelijke boekhoudkundige continuïteit is niet mogelijk bij bvb. een verkoop.

84\. Het onderbrengen van de x activiteiten binnen een nieuw op te richten Belgische vennootschap zou weliswaar de verkoop van NV A aan de derde mogelijk gemaakt hebben, maar zou de beoogde integratie van de x activiteiten in NV B niet verwezenlijkt hebben, en zou bijgevolg niet de beoogde synergieën gecreëerd hebben.

85\. Om dezelfde reden zou het onderbrengen van de a divisie in een nieuw op te richten Belgische vennootschap, om deze newco dan te verkopen aan de derde, economisch weinig zinvol zijn: hiermee wordt de gewenste integratie van de x activiteiten met NV B niet gerealiseerd.

86\. Voor de volledigheid wordt door de aanvrager eveneens aangestipt dat de economische motieven voor de overdracht van de x activiteiten aan NV B onverkort van toepassing zijn op de Nederlandse x activiteiten die tot xx/xx/xx door de Nederlandse vaste inrichting van NV A werden uitgeoefend. Het was aanvankelijk overigens de bedoeling om deze Nederlandse x activiteiten eveneens via partiële splitsing over te dragen, maar ingevolge Nederlandse juridische bezwaren en de tijdsdruk werd ervoor geopteerd deze activiteiten per xx/xx/xx aan een Nederlandse groepsvennootschap te verkopen.

87\. De overdracht van y en de Belgische z activiteiten aan NV E geschiedt louter uit economische overwegingen:

87.1. De z activiteit maakt wereldwijd niet langer deel uit van de sector maar van een andere sector (waartoe NV E behoort). NV E staat in voor de verkoop en marketing van z in de verschillende Europese markten. De partiële splitsing en verkoop van NV A is een goede gelegenheid om deze integratie ook in België te bewerkstelligen en de z activiteit dus aan NV E over te dragen;

87.2. y betreft de logistieke ondersteuning met betrekking tot de x producten voor Europa. Ingevolge een interne wereldwijde reorganisatie worden logistieke diensten echter niet meer verbonden aan een bepaalde sector of afdeling maar worden deze gecentraliseerd en als een op zich zelf staande activiteit beschouwd die logistieke diensten levert aan alle sectoren/afdelingen van de groep. De y activiteit is reeds geruime tijd operationeel geïntegreerd met NV E aangezien binnen de groepsorganisatie dergelijke logistieke activiteit tot de kerntaken van NV E behoort. De y activiteit vindt inderdaad nu al hoofdzakelijk plaats binnen de opslagruimtes (“warehouse”) van NV E. De partiële splitsing en verkoop van NV A is een goede gelegenheid om y ook formeel volledig in NV E te integreren.

88\. De gekozen weg voor de overdracht van de y en Belgische z activiteiten aan NV E, nl. in eerste instantie een partiële splitsing aan NV E en vervolgens een verkoop aan NV B, geschiedt om louter praktische en dus niet-fiscale redenen:

88.1. Met betrekking tot deze activiteiten werd aanvankelijk ook gedacht aan een rechtstreekse partiële splitsing aan NV E. Het werd uiteindelijk evenwel niet wenselijk geacht om voor deze beperkte activiteiten de procedure voor een partiële splitsing te volgen. Deze keuze is uiteraard niet fiscaal geïnspireerd aangezien de verkoop van deze activiteiten door NV B aan NV E (volgend op de partiële splitsing) een belaste verrichting is die tot effectieve belastingheffing in hoofde van NV B aanleiding zal geven.

88.2. een rechtstreekse verkoop van deze activiteiten door NV A aan NV E is ook niet wenselijk gebleken. Aangezien de verkoopprijs in zulk geval door NV A ontvangen wordt zou NV A over meer liquide middelen beschikken dan wat is overeengekomen met de derde. Bovendien werd ervoor geopteerd om het aantal verrichtingen waarbij NV A (de vennootschap die wordt verkocht aan de derde) betrokken wordt, te beperken. Vandaar dat ervoor geopteerd werd om deze (beperkte) activiteiten in eerste instantie via de partiële splitsing aan NV B over te dragen.

89\. NV C zal de naar aanleiding van de partiële splitsing nieuw uitgegeven NV B aandelen verkopen aan NV D. Deze verkoop zorgt ervoor dat NV B niet langer deels aangehouden wordt door een vennootschap die tot een andere sector behoort en “stroomlijnt” dus de groepsstructuur. De minderheidsparticipatie die ontstaat door de partiële splitsing brengt naar buitenlands recht ook bijkomende financiële rapporteringsverplichtingen met zich mee die kunnen vermeden worden door de NV B aandelen over te dragen aan NV D. Weliswaar leidt de verkoop op groepsniveau tot een verhoging van het risicokapitaal voor NIA doeleinden, doch dit is geenszins een doelstelling van deze transactie; ook zonder dit gevolg zou de verkoop plaatsvinden om groepsinterne redenen.

90\. De verschillende verrichtingen (partiële splitsing, verkoop van aandelen NV A, verkoop van aandelen NV B, verkoop van de Belgische z en y activiteiten en de dividenduitkering van NV C) zullen globaal een positief effect hebben op de NIA van de groep. Dit is evenwel het normale gevolg van de toepassing van de NIA-wetgeving: ingevolge deze verkopen dient de aanschaffingsprijs van aandelen niet langer in mindering gebracht te worden van het eigen vermogen voor NIA doeleinden. Anders gezegd, NV C heeft tot dusver de toepassing van de “specifieke antimisbruikbepaling” die tot doel heeft te vermijden dat de NIA “in cascade” wordt toegepast (bij zowel dochtervennootschap als moedervennootschap) ondergaan, en deze correctie wordt nu logischerwijze zonder voorwerp.

91\. De verrichtingen hebben bovengenoemde doelstellingen en hebben geenszins tot doel om een meerwaarde bij de verkoop van een divisie belastingvrij te laten terugvloeien naar de uiteindelijke aandeelhouders. In dit verband wordt ook verwezen naar het engagement van de groep inzake de herinvestering van de door NV C ontvangen verkoopprijs voor de aandelen NV A.

92\. NV E zal de aankoop van de Belgische z en y activiteiten integraal met eigen middelen financieren. De aankoopprijs zal onmiddellijk of op korte termijn (hooguit enkele weken) betaald worden en zal dus niet blijven openstaan.

93\. NV D is een deels schuldgefinancierde vennootschap maar hoeft met het oog op de aankoop van de NV B aandelen geen bijkomende financiering aan te trekken. De aankoopprijs zal meteen of op korte termijn (hooguit enkele weken) betaald worden en zal dus niet blijven openstaan.

### III.D. De Belgische x activiteit vormt een bedrijfsafdeling zoals bedoeld in de artikels 11 en 18, §3 W. BTW

94\. Via partiële splitsing van NV A zullen (onder meer) de Belgische x activiteiten worden overgedragen aan NV B.

95\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht verschuldigd zou zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

96\. Aan deze voorwaarden wordt in casu ontegensprekelijk voldaan met betrekking tot de Belgische x divisie.

97\. Zowel de overdragende vennootschap (NV A) als de overnemer (NV B) zijn belastingplichtigen die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht verschuldigd zou zijn, zouden kunnen aftrekken.

98\. Er kan evenmin ontkend worden dat de activa en passiva, contracten en personeel verbonden aan de Belgische x divisie en die ingevolge de voorgenomen partiële splitsing van NV A zullen worden overgedragen een bedrijfsafdeling uitmaken in de zin van de artikels 11 en 18, §3 W.BTW.

99\. Het Europees Hof van Justitie heeft het begrip ‘bedrijfsafdeling’ als volgt geïnterpreteerd: “het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” \[moet\] aldus worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten” (zie arrest Zita Modes van 27 november 2003- [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), §40). Deze bepaling doelt op de overdrachten waarbij de verkrijger de bedoeling heeft om de handelszaak of het overgedragen bedrijfsonderdeel te exploiteren (zie arrest Zita Modes §44).

100\. In zijn opinie in de zaak Zita Modes verduidelijkt de advocaat-generaal de betekenis van een “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen“: “wil er van een dergelijke overgang sprake zijn, dan moeten de overgedragen goederen een voldoende geheel vormen om daarmee een economische activiteit te verrichten en moet die activiteit door de verkrijger worden verricht. Voor de vraag of dat het geval is, moeten de transactie en de begeleidende omstandigheden in hun geheel worden beoordeeld, waarbij in het bijzonder acht moet worden geslagen op de aard van de overgedragen goederen en de mate van continuïteit tussen en de vergelijkbaarheid van de activiteiten die voor en na de overgang werden uitgeoefend. Het is in die context niet nodig dat de activiteit van de verkrijger dezelfde is als die van de vervreemder.” (opinie § 59.2)

101\. Deze interpretatie werd bevestigd door de Minister van Financiën met verwijzing naar het Zita Modes arrest (Parlementaire Vraag nr. 1266, Wathelet, 3 mei 2006).

102\. De Belgische x divisie vormt een bedrijfsafdeling, t.w. een afzonderlijke tak van werkzaamheid, die zowel op technisch als organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken. Deze activiteit bestaat uit goodwill, de klantenlijsten, … , dossiers, verschillende contracten voor het operationeel functioneren van de Belgische x activiteit, apparatuur en andere vaste activa alsook personeel.

103\. Binnen de groep bestaan verschillende management rapporteringslijnen. Dienaangaande worden de financiële resultaten van de Belgische x activiteiten opgenomen in deze van de globale afdeling (waarin ook de financiële resultaten van o.a. NV B worden opgenomen).

104\. Na de voorgenomen partiële splitsing zal NV B de Belgische x activiteiten verder zetten en integreren in haar bestaande activiteiten binnen de afdeling, wat zal leiden tot verschillende operationele voordelen.

105\. De Belgische x activiteiten maken dus een bedrijfsafdeling uit.

106\. Bijgevolg komt de partiële splitsing van de Belgische x activiteiten in aanmerking voor het BTW-neutrale regime voor de overgang van een bedrijfsafdeling bedoeld in de artikels 11 en 18, §3 W. BTW.

## IV. Beslissing

### IV.A. Inzake de toepassingen van artikel 183bis WIB 92

107\. De groep is een gevestigde multinationale groep die wereldwijd actief is.

108\. NV E maakt deel uit van de internationale groep.

109\. NV C is de Belgische commerciële entiteit van de groep.

110\. NV A is een dochtervennootschap van NV C met een vaste inrichting in Nederland. NV A maakt deel uit van een bepaalde sector en heeft momenteel vier activiteiten, t.w.:

110.1. de a divisie

110.2. de x divisie: De activiteiten van de x divisie bestaan uit twee product portefeuilles

110.3. de y divisie: De activiteiten van y bestaan uit logistieke activiteiten (o.a. opslag, verzending, inventarisatie) van x producten in Europa.

110.4. de z divisie: z is een beperkte activiteit binnen NV A die producten en diensten commercialiseert.

111\. NV B maakt deel uit van een bepaalde sector.

112\. De groep heeft recentelijk een bindend bod ontvangen van een derde met betrekking tot de wereldwijde aankoop van de a afdeling van de groep. Deze wereldwijde verkoop impliceert ook de verkoop van zowel de Belgische als de Nederlandse a activiteiten.

113\. De aanvrager wenst door de geplande reorganisatie niet alleen de Belgische en Nederlandse a divisie over te dragen d.m.v. een verkoop van aandelen maar ook de overige activiteiten van NV A beter te integreren en optimaliseren binnen de bestaande Belgische en Nederlandse afdelingen.

114\. Teneinde de gewenste structuur te bekomen, zal de Groep onderstaande stappen dienen te nemen :

114.1. Verkoop door NV A van de Nederlandse x divisie aan een Nederlandse groepsvennootschap

114.2. Verkoop door NV A van de Nederlandse z activiteit aan NV E

114.3. partiële splitsing van de Belgische x divisie, z en y aan NV B

114.4. Verkoop van de aandelen NV B door NV C aan NV D

114.5. Verkoop door NV B van z België en y aan NV E

114.6. Verkoop van de aandelen NV A aan de derde

115\. De partiële splitsing is geen lokale op zichzelf staande herstructurering noch een interne herstructurering, doch ingegeven door een wereldwijde verkoop van de a divisie aan een derde. De verrichting betreft dus het Belgische luik van de wereldwijde verkoop van de a divisie, en heeft tot doel om de Belgische (en Nederlandse) a activiteiten op de meest efficiënte wijze aan de derde over te dragen.

116\. Wat betreft de Belgische x activiteiten is de voorgenomen partiële splitsing van NV A door overdracht aan NV B de meest aangewezen en vanzelfsprekende methode. Het feit dat y en de Belgische z activiteit deel uitmaken van de partieel gesplitste activiteiten om daarna aan NV E verkocht te worden geschiedt om louter praktische en dus niet-fiscale redenen. Gezien de tijdsdruk wordt ervoor geopteerd om deze verkopen pas na de partiële splitsing te doen plaatsvinden. Een rechtstreekse verkoop van deze activiteiten door NV A aan NV E is niet wenselijk aangezien de verkoopprijs dan bij NV A terecht komt waardoor NV A over meer liquide middelen zou beschikken dan wat is overeengekomen met de derde. Vandaar dat een overdracht aan NV B gevolgd door een belastbare verkoop aan NV E voor deze activiteiten de beste oplossing bleek.

117\. De Belgische x activiteiten die door middel van de partiële splitsing aan NV B worden overgemaakt passen volledig binnen het gamma van de activiteiten van NV B. Ze behoren allen tot dezelfde sector. Er zullen synergieën gerealiseerd worden tussen de huidige activiteiten van NV B en de x activiteiten die naar NV B worden overgeheveld d.m.v. de beschreven verrichtingen. Deze synergieën zullen ontstaan doordat er een duidelijk overlap is. Beide divisies zullen in de toekomst hun productengamma dus gezamenlijk kunnen positioneren, zowel naar de markt toe als in de relatie met de overheid, en dit onder de gemeenschappelijke handelsnaam.

118\. De NV B aandelen die door NV C werden verkregen n.a.v. de partiële splitsing worden door NV C verkocht aan NV D. Deze verkoop zal vrijwel onmiddellijk plaatsvinden. Waarschijnlijk zal deze verkoopprijs door NV C in de vorm van een dividend worden uitgekeerd aan haar aandeelhouders, in hoofdzaak NV E.

119\. Deze verkoop van aandelen zorgt ervoor dat NV B niet langer deels aangehouden wordt door een vennootschap die tot een andere sector behoort en stroomlijnt dus de groepsstructuur.

120\. De aanvrager heeft bevestigd dat de voorgenomen verrichtingen geen impact hebben op de tewerkstelling van de groep. De personeelsleden verbonden aan de Belgische x activiteiten worden overgedragen aan NV B, alsook de werknemers van NV A die thans instaan voor algemene ondersteunende diensten (shared services). De personeelsleden verbonden aan de y activiteit zullen eveneens worden overgedragen aan NV B maar onmiddellijk na de partiële splitsing overgedragen aan NV E. Alle werknemers verbonden aan de Nederlandse x activiteiten worden overgedragen.

121\. De aanvrager heeft verklaard dat de verdeling van de fiscale eigen vermogens bestanddelen zal gebeuren conform het bepaalde in artikel 213 WIB 92 en de administratieve commentaar terzake.

122\. De aanvrager heeft bevestigd dat de partieel gesplitste vennootschap en de verkrijgende vennootschap winstgevend zullen zijn en op het ogenblik van de partiële splitsing geen fiscaal overdraagbare bestanddelen (overgedragen investeringsaftrekken, overgedragen aftrek voor risicokapitaal, fiscaal overgedragen verliezen, DBI-overschotten) zullen hebben.

123\. De verrichtingen brengen voor de aanvrager een voordeel met zich mee wat betreft de berekeningsbasis inzake de aftrek voor risicokapitaal. Dit is inherent aan de verrichtingen en geenszins het hoofddoel van de verrichtingen.

124\. De aanvrager heeft bevestigd dat de verrichtingen zullen verwezenlijkt worden overeenkomstig artikel 677 en de overige toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en dat de verkrijgende vennootschap een binnenlandse vennootschap is.

125\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de analyse door de DVB kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van NV A plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92 en belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92.

### IV.B. Inzake de toepassing van artikel 192, § 1, WIB 92

126\. Artikel 192, §1, zevende lid, WIB 92 voorziet in fiscale neutraliteit bij reorganisaties in hoofde van de aandeelhouders van gefuseerde of gesplitste vennootschappen:

> *“Voor de toepassing van het eerste lid, worden de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan.”*

127\. Hoewel er, zoals de aanvrager terecht stelt, in het kader van een partiële splitsing juridisch niet echt sprake is van een “ruil van aandelen” –de aandeelhouder van de partieel gesplitste vennootschap behoudt al haar aandelen in de partieel gesplitste vennootschap en verkrijgt daarenboven een pakket aandelen in de vennootschap die de inbreng ontvangt– is deze fiscale neutraliteit ontegensprekelijk ook bedoeld voor een partiële splitsing.

128\. Wanneer aandelen in “ruil” worden ontvangen of worden overgedragen naar aanleiding van fiscaal neutrale verrichtingen die beantwoorden aan het bepaalde in art. 183bis, WIB 92, wordt ten name van de aandeelhouder het behoud van de eigendom geacht niet te zijn onderbroken. De aandelen worden geacht te zijn verkregen op de datum waarop de “geruilde” aandelen werden verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan.

129\. NV C is volle eigenaar van de door haar momenteel aangehouden aandelen in NV A en dit sedert méér dan één jaar.

130\. Het principe van de fiscale neutraliteit vervat in artikel 192, §1, zevende lid, WIB 92 met name de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan met betrekking tot:

130.1. de thans door NV C aangehouden aandelen NV A die NVC voornemens is te verkopen aan de derde;

130.2. de bij de partiële splitsing van de Belgische x activiteiten uitgegeven aandelen NV B, die NV C onmiddellijk na voormelde partiële splitsing voornemens is te verkopen aan NV D.

### IV.C. Inzake de toepassing van artikel 344, §1 WIB 92

131\. De keuze van de opeenvolgende rechtshandelingen (bestaande uit een partiële splitsing van NV A, de verkopen van NV A en NV B, de verkopen van z en y activiteiten en de dividenduitkering van NV C) werd door de aanvrager duidelijk gemotiveerd. Op basis van het voormelde is de DVB van mening dat de keuze van de opeenvolgende rechtshandelingen geen fiscaal misbruik uitmaakt en verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen zoals bedoeld in artikel 344, §1, WIB 92.

132\. NV C heeft de intentie om de verkregen verkoopprijs voor de aandelen NV A via een dividend uit te keren. Haar aandeelhouder NV E zal dit dividend (in de mate het overeenstemt met de verkoopprijs) aanwenden voor de financiering van haar lopende operationele activiteiten en investeringen. NV E investeert jaarlijks. Er is geen aanwijzing dat dit bedrag substantieel zal wijzigen. Aangezien de verkoopprijs van NV A slechts een fractie uitmaakt van de geschatte jaarlijkse investeringen is het duidelijk dat NV E een bedrag gelijk aan de verkoopprijs van NV A zal herinvesteren.

### IV.D. Inzake de toepassing van de artikels 11 en 18, §3 W.BTW

133\. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

134\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) en [29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

135\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

136\. De artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend. Daaronder valt evenwel niet de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

137\. Via de hierboven beschreven partiële splitsing zullen de Belgische x activiteiten worden overgedragen aan NV B.

138\. Deze splitsing zal betrekking hebben op de goodwill, de klantenlijsten, … , dossiers, verschillende contracten voor het operationeel functioneren van de Belgische x activiteit, alsook apparatuur en andere vaste activa, personeel.

139\. De verrichting betreft derhalve de overdracht van een bedrijfsafdeling “Belgische x divisie”, zijnde een afzonderlijke tak van werkzaamheid die zowel op technisch als op organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.

140\. Zowel de overdragende vennootschap (NV A) als de overnemer (NV B) zijn belastingplichtigen die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht verschuldigd zou zijn zouden kunnen aftrekken.

141\. De hierboven beschreven partiële splitsing dient te gebeuren met toepassing van artikel 11 en 18 § 3 W.BTW.

## Aangehaalde teksten

5

[Zesde richtlijn 77/388 art. 5](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-5) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 6](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-6) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 19](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-19) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 29](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-29) 1 voorkomen

[C-497/01, arrest van 27 november 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-497-01-arrest) 2 voorkomens
