Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2013.432 dd. 12.11.2013
Vennootschapsbelasting · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of -ontwijking
BTW · Bedrijfsafdeling · Personenbelasting · Divers inkomen · Meerwaarde op aandelen · Interne meerwaarde · Normaal beheer privé-vermogen · Inbreng van aandelen
Samenvatting
De partiële splitsing van de cvba X waarbij haar operationele activiteit zal worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap Belco, gevolgd door de inbreng van de aandelen Belco in de cvba X, strekt ertoe een holdingstructuur te creëren met het oog op een optimaal beheer en het tegengaan van de versnippering van de aandelen van de operationele vernnootschap. De partiële splitsing beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB92.
De partiële splitsing dient met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW te gebeuren.
De daaropvolgende inbreng door de heer A en mevrouw B van hun aandelen van Belco in de cvba X, kan beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van het privé-vermogen, zodat de meerwaarde niet belast zal worden op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB92.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of :
1.1. de geplande partiële afsplitsing van de operationele activiteit door de cvba X naar een nieuw op te richten vennootschap (hierna "Belco") beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 211, § 1 juncto artikel 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB92) en, meer in het bijzonder, dat zakelijke overwegingen aan de grondslag liggen van deze verrichtingen, met andere woorden dat belastingfraude of belastingontwijking niet het hoofddoel, noch één van de hoofddoelen vormt van deze verrichtingen;
1.2. de partiële splitsing valt onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW);
1.3. de meerwaarde die door de heer A en mevrouw B (hierna "de aanvragers - natuurlijke personen") wordt gerealiseerd naar aanleiding van de geplande inbreng van de aandelen van Belco in de cvba X, ten name van de aanvragers niet belastbaar is op grond van artikel 90, 1° en 90, 9°, WIB92.
II. Omschrijving van de voorgenomen verrichtingen
II.A. Identiteit van de aanvragers en van de betrokken vennootschappen en de omschrijving van hun activiteiten
2. De aanvraag wordt ingediend namens :
2.1. de heer A en mevrouw B. Zij hebben samen meerdere kinderen;
2.2. de cvba X.
CVBA X
3. De heer A had bijna alle aandelen bij de oprichting van de cvba X, bijna 20 jaar geleden. Een paar jaar later is de heer A samen met zijn echtgenote in het bezit gekomen van alle aandelen.
4. De cvba X is een operationele vennootschap.
5. Binnen de cvba X werd tevens een belangrijk onroerendgoedpatrimonium opgebouwd.
6. De heer A is de enige zaakvoerder van de cvba X.
7. De cvba X heeft geen overgedragen fiscale verliezen, geen overgedragen DBI-aftrek en geen overgedragen notionele interestaftrek.
8. De cvba X keerde de voorbije jaren bedrijfsleidersbezoldigingen uit aan de heer A.
9. De cvba X keerde de voorbije jaren dividenden uit.
10. De cvba X heeft in het verleden geen kapitaalverminderingen doorgevoerd.
11. De cvba X bezit bijna alle aandelen van de cvba Y en een minderheidsparticipatie in een buitenlandse vennootschap Z.
CVBA Y
12. De cvba Y werd bijna 10 jaar geleden opgericht door de cvba X (bijna alle aandelen) en de aanvragers.
13. De cvba Y is een operationele vennootschap met een activiteit gelijkaardig aan die van de cvba X.
14. De heer A is de enige zaakvoerder van de cvba Y.
15. De cvba Y heeft geen overgedragen fiscale verliezen, geen overgedragen DBI-aftrek en een aanzienlijk bedrag aan overgedragen notionele interestaftrek.
16. De cvba Y keerde onlangs een dividend uit. Er werden in het verleden geen kapitaalverminderingen doorgevoerd.
BUITENLANDSE VENNOOTSCHAP Z
17. De buitenlandse vennootschap Z is een operationele vennootschap die actief is over heel Europa.
II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichtingen
18. De aanvragers - natuurlijke personen achten de tijd rijp om na te denken over hun successieplanning. Een overzicht van hun familiaal vermogen evenals een berekening van de successierechten die zouden verschuldigd zijn indien één van beide echtgenoten vandaag komt te overlijden, heeft het echtpaar tot nadenken aangezet. Behalve het overduidelijke feit dat er nood is aan het nemen van maatregelen op het vlak van successieplanning, heeft de vermogensanalyse tevens geleerd dat de huidige groepsstructuur niet optimaal is.
19. Als eerste fase van hun vermogensplanning, willen de aanvragers - natuurlijke personen de cvba X omvormen tot een holdingvennootschap. Zij wensen hiertoe de operationele activiteit partieel af te splitsen naar de nieuw op te richten vennootschap Belco. Het onroerend patrimonium zal geen deel uitmaken van de partiële splitsing, en blijft derhalve achter in de cvba X.
20. De aanvragers - natuurlijke personen hebben op heden niet de intentie om de aandelen van de cvba X en Belco over te dragen aan derde partijen binnen de drie jaar vanaf de datum van de partiële splitsing. De aanvragers - natuurlijke personen verwijzen in dit verband naar de geplande inbreng van de aandelen van de cvba X in een burgerlijke maatschap in de context van hun successieplanning.
21. In een tweede fase zullen de aanvragers - natuurlijke personen de aandelen van Belco inbrengen in de cvba X.
22. De aanvragers - natuurlijke personen hebben met het oog op de inbreng van de aandelen van Belco in de cvba X een ontwerpwaardering opgemaakt van de aandelen van Belco. Een kopie van de berekening van deze waardering wordt bij de voorliggende beslissing gevoegd.
23. De aanvragers - natuurlijke personen nemen het engagement op zich dat gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng in de cvba X :
23.1. geen kapitaalvermindering door de cvba X zal doorgevoerd worden;
23.2. geen kapitaalvermindering zal doorgevoerd worden door Belco tenzij die middelen door de cvba X worden gebruikt voor bijvoorbeeld nieuwe investeringen of voor de financiering van andere groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen zonder dat deze geldmiddelen mogen doorstromen naar de aandeelhouders-natuurlijke personen;
23.3. de dividenduitkeringen door Belco niet zullen wijzigen ten opzichte van vroeger (d.w.z. vóór de inbreng in de cvba X). Er mogen toch hogere dividenden worden uitgekeerd indien wordt aangetoond dat de dividenduitkeringen worden gebruikt voor bijvoorbeeld nieuwe investeringen of financiering van andere groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen. De hogere dividenduitkeringen mogen echter niet doorvloeien naar de aandeelhouders-natuurlijke personen. De hogere dividenden mogen worden aangewend voor de betaling van aandeelhouders die niet betrokken zijn bij de inbrengverrichting en die wensen uit te treden;
23.4. de door Belco aan de cvba X betaalde managementfees, bedrijfsleidersbezoldigingen, enzovoort, zullen overeenstemmen met de vroegere bedrijfsleidersbezoldigingen. De geldstroom vanuit Belco naar de cvba X mag hoger zijn dan de vroegere bedrijfsleidersbezoldigingen, indien blijkt dat hier daadwerkelijk prestaties tegenover staan (bijvoorbeeld boekhouding, personeel,...) die vroeger op het niveau van Belco werden verricht en nu door de cvba X worden uitgevoerd (eventueel met overdracht van het betrokken personeel) én marktconform worden doorgerekend.
24. Na deze verrichtingen zal de cvba X blijven fungeren als holdingvennootschap van (i) de cvba Y, (ii) van een minderheidsparticipatie van Z en bijkomend van (iii) Belco. Eventuele bijkomende investeringen in België of in het buitenland zullen in de nieuwe structuur georganiseerd worden middels deze holdingvennootschap.
25. In een laatste stap zullen de aandelen van de cvba X worden ingebracht in een Belgische maatschap.
III. Motivering van de voorgenomen verrichtingen door de aanvragers
III.A. Inzake de artikelen 183bis en 211, § 1, WIB92
26. Deze aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat de vooropgestelde partiële splitsing kan beschouwd worden als belastingvrije splitsing in toepassing van de artikelen 183bis en 211 WIB92.
27. De eigen vermogensbestanddelen zullen per categorie verdeeld worden over de cvba X en Belco overeenkomstig de verdeelsleutel als bedoeld in artikel 213 WIB92.
28. De partiële splitsing van de operationele activiteit van de cvba X zal geen onroerende goederen omvatten. De onroerende goederen blijven integraal achter in de cvba X.
29. Na de partiële splitsing van de operationele activiteit naar de nieuw op te richten Belco, zal laatstgenoemde een marktconforme huur betalen aan de cvba X voor het gebruik van een deel van de onroerende goederen.
30. Volgens de aanvragers kan de voorgenomen partiële splitising gebeuren zonder fiscale afrekening omwille van de splitsingsoperatie als dusdaning. De partiële splitsing zal immers plaatsvinden overeenkomstig de toepasbare regelgeving van het Wetboek van vennootschappen en de transactie heeft niet als hoofddoel of één van de hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking. Dit blijkt uit de vaststelling dat de partiële splitsing geenszins de doelstelling heeft enigerlei optimalisatie op het vlak van overgedragen verliezen, overgedragen investeringsaftrek of overgedragen notionele interestaftrek.
31. Daarenboven vestigen de aanvragers er de aandacht op dat de hiernavolgende zakelijke overwegingen aan de basis liggen van de voorgenomen transactie.
32. De aanvragers willen de groep optimaal kunnen beheren, zowel operationeel als financieel. De creatie van een holdingstructuur d.m.v. een partiële splitsing van de bedrijfsactiviteit van de cvba X naar Belco, gevolgd door een inbreng van de aandelen Belco in de cvba X maakt dit mogelijk.
33. De cvba X is de onderneming die de deelnemingen bezit in de cvba Y en de buitenlandse vennootschap Z. De cvba X is tevens de operationele vennootschap die de meeste inkomsten genereert en waar het hoogste bedrijfsrisico zich situeert. Door deze gemengde functie, met name de holdingfunctie en de operationele functie, zijn de onderliggende vennootschappen en het binnen de cvba X opgebouwde patrimonium in grote mate onderhevig aan het risico uit de operationele activiteit.
34. Hoewel de cvba X een aanzienlijk bedrag aan belastbare winsten genereert, kan zij geen notionele interestaftrek in rekening brengen gelet op haar participatie in de cvba Y en de buitenlandse vennootschap Z. De cvba Y daarentegen heeft heel wat minder belastbare opbrengsten en heeft bijgevolg een hoge buffer aan overgedragen notionele interestaftrek, dewelke zij niet kan benutten. De vooropgestelde structuur, waarbij de operationele vennootschappen Belco en de cvba Y fungeren als zusterondernemingen (na inbreng van de aandelen Belco in de cvba X), zou beide toelaten om op een normale wijze de voordelen van de notionele interestaftrek te genieten zoals bedoeld in toepassing van de artikelen 205bis WIB92 tot 205quinquies WIB92 en zo binnen het toepassingsgebied van de fiscale wetgeving vallen. Bij de aanvraag werd een berekening van de notionele interestaftrek gevoegd voor de cvba X, zowel voor als na de partiële splitsing, evenals voor Belco. De impact van de partiële splitsing zal een beperkte meeraftrek in hoofde van Belco tot gevolg hebben. Er zijn in deze geen elementen die in strijd zijn met de doelstelling van voormelde fiscale bepalingen, noch is er sprake van het kunstmatig opvijzelen van de aftrekmogelijkheden die voorzien zijn in de artikelen 205bis tot 205quinquies WIB92. De voorgenomen verrichting laat de ondernemingen toe om in de toekomst de economische doelstellingen die door de wetgever werden beoogd met de invoering van de aftrek voor risicokapitaal op een normale wijze te benutten.
35. De aanvragers bevestigen dat de boekhoudkundige retroactiviteit niet maar dan 7 maanden zal bedragen.
36. Op gronde van voornoemde argumenten menen de aanvragers dat de voorgenomen partiële splitsing moet kunnen plaatsgrijpen zonder afrekening op het vlak van de vennootschapsbelasting.
III.B. Inzake de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW
37. Deze aanvraag strekt ertoe de bevestiging te krijgen dat de vooropgestelde afsplitsing kan beschouwd worden als belastingvrije partiële splitsing in toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.
38. Inzake btw, zijn de aanvragers van oordeel dat de vooropgestelde partiële splitsing beantwoordt aan het bepaalde in de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW gelet op het feit dat er sprake is van de afsplitsing van een bedrijfstak. Een "bedrijfstak" is een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitmaakt en op eigen kracht kan werken. In casu vormen de af te splitsen activa en de daarbij horende passiva een bedrijfstak vanuit het standpunt van de btw. Het betreft meer specifiek de activa die nodig zijn voor de uitoefening van de operationele activiteit, waardoor deze activiteit organisatorisch en technisch kan verder bestaan binnen Belco.
39. Voor de goede orde kunnen de aanvragers tevens bevestigen dat het bedrag onder de post "terreinen en gebouwen", dat deel uitmaakt van de af te splitsen bedrijfstak, noch roerende goederen omvat dewelke onroerend zijn geworden uit hun aard of bestemming, noch omvormings- of verbeteringswerken aan het gebouw.
40. Tevens bevestigen de aanvragers dat de overnemer (Belco) wegens de aard van haar activiteit recht op aftrek van btw zal hebben.
41. Op grond van voornoemde argumenten menen de aanvragers dat voorgenomen partiële splitsing moet kunnen plaatsgrijpen zonder afrekening op het vlak van btw.
III.C. Inzake de artikelen 90, 1° en 90, 9°, WIB92
42. De vraag of een verwezenlijkte meerwaarde als gevolg heeft dat de betrokken belastingplichtige geacht wordt een belastbare speculatieve meerwaarde te realiseren, komt neer op een analyse van de feiten.
43. In het voorliggende geval laten de hiernavolgende feitelijke omstandigheden toe te besluiten dat de aanvragers - natuurlijke personen geen speculatieve intenties hebben naar aanleiding van de inbreng van de aandelen Belco in de cvba X. De inbreng kadert daarentegen in het normaal beheer van privévermogen omwille van de hiernavolgende economische motieven.
44. Door de cvba X de rol toe te bedelen van holdingvennootschap van Belco, de cvba Y en van de minderheidsparticipatie in de buitenlandse vennootschap Z, wordt een duidelijke en eenvormige structuur opgezet om het bestuur en de administratie eenvoudig en uniform te houden.
45. De holding biedt de mogelijkheid om liquide middelen die niet noodzakelijk zijn voor de werking van één groepsvennootschap van het risico van deze vennootschap af te schermen door deze middelen te laten opstromen naar de holding. Deze is niet onderworpen aan directe risico's en kan deze middelen laten doorstromen naar een zusteronderneming waar een investeringsbehoefte zou ontstaan.
46. De holdingvennootschap kan tevens als interne financier fungeren voor de onderliggende vennootschappen zonder dat er leningsposities tot stand komen tussen de verschillende groepsvennootschappen. Zo kunnen winsten van Belco bijvoorbeeld aangewend worden voor investeringen die worden aangegaan op het niveau van de cvba Y.
47. Daarenboven merken de aanvragers - natuurlijke personen op dat zij op heden geen enkele behoefte hebben om enige (verhoogde) liquiditeiten aan de ondernemingsstructuur te onttrekken.
48. Middels de inbreng van de aandelen Belco in de cvba X willen de aanvragers - natuurlijke personen een versnippering van de aandelen van de cvba X als operationele vennootschap tegengaan.
49. De aanvragers - natuurlijke personen hebben meerdere kinderen. De sleutelfiguur in de operationele activiteit is de heer A. Bij vooroverlijden van zijn echtgenote, mevrouw B, zullen de kinderen in de huidige structuur van rechtswege mede-eigenaars worden van de aandelen van de cvba X (als operationele vennootschap). Om stabiliteit in het aandeelhouderschap te verwezenlijken, en versnippering van de aandelen tegen te gaan, wensen de aanvragers - natuurlijke personen te werken met een holdingstructuur.
50. De vooropgestelde structuur laat de aanvragers - natuurlijke personen ook toe om een op maat gemaakte familiale planning uit te werken. De latere inbreng van de aandelen van de cvba X in een maatschap, laat het echtpaar toe om een deel van hun vermogen weg te schenken aan hun kinderen zonder hierdoor de zeggenschap, controle en alle inkomsten te verliezen.
51. Op basis van wat voorafgaat, besluiten de aanvragers - natuurlijke personen dat afdoende bewezen is dat zij geen belastbare speculatieve meerwaarde realiseren bij de inbreng van hun respectievelijke aandelen, en deze meerwaarde kadert binnen het normaal beheer van privévermogen.
IV. BESLISSING
IV.A. Met betrekking tot de artikelen 183bis en 211, § 1, WIB92
52. De cvba X is een operationele vennootschap.
53. Alle aandelen van de cvba X behoren in volle eigendom toe aan de heer A en mevrouw B.
54. Naast haar operationele activiteit, heeft de cvba X ook een belangrijk onroerendgoedpatrimonium opgebouwd. Tevens houdt de cvba X bijna ook alle aandelen van de cvba Y en een minderheidsparticipatie van de buitenlandse vennootschap Z.
55. De cvba Y is een operationele vennootschap met een activiteit gelijkaardig aan die van de cvba X.
56. De beoogde verrichting betreft een partiële splitsing waarbij de operationele activiteit van de cvba X wordt afgesplitst naar een nieuw op te richten Belco. De onroerende goederen zullen niet mee worden afgesplitst en blijven dus bij de cvba X. Na de partiële splitsing zullen de aandelen van Belco ingebracht worden in de cvba X. De aanvrager heeft bevestigd dat er een marktconforme huur zal worden aangerekend door de cvba X aan Belco voor het gebruik van de onroerende goederen.
57. De partiële splitsing wordt verantwoord door volgende zakelijke overwegingen :
57.1. met het oog op een optimaal beheer en het tegengaan van de versnippering van de aandelen van de operationele vennootschap, zijnde de cvba X, wensen de aanvragers een zuivere holdingstructuur te creëren d.m.v. een partiële splitsing van de cvba X waarbij de bedrijfsactiviteit van de cvba X zal worden overgedragen aan Belco, gevolgd door een inbreng van de aandelen Belco in de cvba X;
57.2. door de gemengde functie die de cvba X momenteel uitoefent, zijn de onderliggende vennootschappen en het binnen de cvba X opgebouwde onroerendgoedpatrimonium in grote mate onderhevig aan het risico uit de operationele activiteit.
58. De cvba X heeft geen overgedragen fiscale verliezen of andere fiscaal overgedragen bestanddelen.
59. In globo zal de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal na de splitsing toenemen t.o.v. de basis vóór de partiële splitsing van de cvba X. Deze toename is eerder beperkt, zodat kan worden aangenomen dat dit niet het hoofddoel van de verrichting vormt.
60. De aanvragers hebben bevestigd dat de eigen vermogensbestanddelen per categorie verdeeld zullen worden over de cvba X en Belco, overeenkomstig artikel 213 WIB92.
61. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de cvba X zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB92
IV.B. Met betrekking tot de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW
62. Overeenkomstig artikel 11 van het Btw-Wetboek wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3 van het Btw-Wetboek bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.
63. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch Btw-Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/EG.
64. In haar arrest van 27 november 2003 (zaak C-497/01, Zita Modes Sarl vs. Administration de l'enregistrement en des domaines) heeft het Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten."
65. Uit de door de aanvrager overgemaakte inlichtingen kan worden afgeleid dat er, naar aanleiding van de hierboven beschreven partiële splitsing van de operationele activiteit, sprake zal zijn van de overdracht van een bedrijfsafdeling van de cvba X naar Belco en dat laatstgenoemde, indien de btw ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, deze geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. Artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW zijn van toepassing op de hierboven bedoelde partiële splitsing.
66. Vervolgens wordt nog het volgende opgemerkt:
67. De aanvrager vermeldt uitdrukkelijk in de aanvraag dat de afsplitsing van de operationele activiteit van de cvba X naar Belco geen onroerende goederen zal omvatten.
68. Aangezien de gebouwen van de cvba X geen deel uitmaken van de door artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW gedekte overdracht naar Belco, kunnen de door de cvba X aan die gebouwen verrichte omvormings- en verbeteringswerken (bijv. met betrekking tot ruimten die door de cvba X CVBA aan Belco worden verhuurd) vanzelfsprekend evenmin deel uitmaken van die overdracht. Het betreffen bedrijfsmiddelen in hoofde van de cvba X.
69. Aanvrager vermeldt dat Belco een deel van de onroerende goederen van de cvba X zal gebruiken tegen betaling van een marktconforme huur.
70. Wanneer er sprake is van een vrijgestelde onroerende verhuur in de zin van artikel 44, § 3, 2° W.BTW door de cvba X van (een deel van) haar onroerende goederen aan Belco, dienen in hoofde van de cvba X de nodige herzieningen te worden verricht ten aanzien van de door haar (eventuele) afgetrokken btw geheven van de verwerving, oprichting, omvorming of verbetering van dat gebouw (of deel van gebouw), op voorwaarde dat de bestemmingswijziging plaatsvindt gedurende de herzieningsperiode (zie in dit verband circ. AOIF nr. 46/2009 d.d. 30.09.2009, Titel IV, punt 2.1).
IV.C. Met betrekking tot de toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB92
71. De geplande inbreng door de aanvragers - natuurlijke personen van de aandelen van Belco in de cvba X, vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB92.
72. De aandelen van de betrokken vennootschappen behoren tot het privé-vermogen van de aanvragers - natuurlijke personen.
73. De geplande inbreng kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van het privé-vermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB92 :
73.1. de heer A bezat bij de oprichting van de cvba X, bijna 20 jaar geleden, bijna alle aandelen; enkele jaren na de oprichting kwamen de aanvragers in het bezit van alle aandelen van de cvba X;
73.2. er is geen korte tijdspanne tussen de verwerving van de aandelen van de cvba X en de geplande verrichtingen, nl. de partiële splitsing van de operationele activiteit van de cvba X naar Belco, gevolgd door de inbreng van de aandelen Belco in de cvba X;
73.3. door de geplande verrichtingen wordt een structuur gecreëerd:
- die de holdingactiviteit en het onroerendgoedpatrimonium van de cvba X niet langer blootstelt aan het bedrijfsrisico van de operationele activiteit;
- die de versnippering van de aandelen van de operationele vennootschap Belco verhindert;
- ten aanzien van de kinderen een geschikte opvolgingsstructuur voor successiedoeleinden mogelijk maakt;
73.4. het betreft geen complexe verrichting, noch een spitsvondig feitencomplex;
73.5. de DVB heeft geen opmerkingen over de ontwerpwaardering die de waarde weergeeft van Belco en waarvan een kopie bij de voorliggende beslissing wordt gevoegd. Het definitieve verslag van de revisor waaruit de waarde van de aandelen van Belco blijkt op het ogenblik van de inbreng, zal aan de lokale controleur van de aanvrager worden overgemaakt;
73.6. de meerwaarde die bij de overdracht van de aandelen wordt gerealiseerd is, gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico's, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB92.
*
* *
Gelet op de artikelen 20 tot 23 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, alsmede op de overwegingen vermeld in randnummers 52 tot en met 73, beslist het College van de DVB in zitting van 12 november 2013 dat :
Inzake de vennootschapsbelasting :
74. de partiële splitsing beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB92.
75. De aandacht wordt erop gevestigd dat het boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts kan worden aanvaard wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule :
75.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maand in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;
75.2. en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.
76. De aandacht wordt erop gevestigd dat de DVB zich met deze beslissing niet uitspreekt omtrent het marktconforme karakter van de huurvergoeding die tussen beide vennootschappen zal worden aagerekend.
77. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermelding in randnummer 20, niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, §1, WIB92, artikel 18, §2, W.Reg., enz.) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing zoals bv. de eventuele toekomstige verkoop van de aandelen van de cvba X en/of Belco
Inzake de btw :
78. de artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW van toepassing zijn op de hierboven bedoelde partiële splitsing.
79. Aangezien de gebouwen van de cvba X geen deel uitmaken van de door artikelen 11 en 18, § 3 W.BTW gedekte overdracht naar Belco, kunnen de door de cvba X aan die gebouwen verrichte omvormings- en verbeteringswerken (bijv. met betrekking tot ruimten die door de cvba X aan Belco worden verhuurd) vanzelfsprekend evenmin deel uitmaken van die overdracht. Het betreffen bedrijfsmiddelen in hoofde van de cvba X.
80. Wanneer er sprake is van een vrijgestelde onroerende verhuur in de zin van artikel 44, § 3, 2° W.BTW door de cvba X van (een deel van) haar onroerende goederen aan Belco, dienen in hoofde van de cvba X de nodige herzieningen te worden verricht ten aanzien van de door haar (eventuele) afgetrokken btw geheven van de verwerving, oprichting, omvorming of verbetering van dat gebouw (of deel van gebouw), op voorwaarde dat de bestemmingswijziging plaatsvindt gedurende de herzieningsperiode (zie in dit verband circ. AOIF nr. 46/2009 dd. 30.09.2009, Titel IV, punt 2.1).
Inzake de personenbelasting :
81. de geplande inbreng tegen marktwaarde door de aanvragers van de aandelen die zij (na de partiële splitsing) bezitten in Belco in de cvba X, beschouwd kan worden als een normale verrichting van beheer van het privé-vermogen, zodat de meerwaarde niet belast zal worden op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB92.
82. De beslissing is slechts geldig voor zover het verslag van de bedrijfsrevisor, dat de waarde van de aandelen van Belco op het ogenblik van de inbreng in de cvba X weergeeft, zal worden overgemaakt aan het plaatselijke controlekantoor van de aanvragers.
83. Onderhavige beslissing is gebaseerd op elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing, ondanks de vermeldingen in het randnummer 23, niet uit over de mogelijke toepassing van de antimisbruikbepaling voorzien in artikel 344, § 1, WIB92 ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid een latere kapitaalvermindering.
84. De aandacht wordt erop gevestigd dat de beslissing slechts geldig blijft voor zover de inbreng plaatsvindt binnen de periode van één jaar vanaf de datum van de voorafgaande beslissing.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.