Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2012.475 dd. 15.01.2013
BTW · Diensten - en bedrijvencentrum · Onroerende verhuur · circulaire AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) van 27 september 2005 · Art. 18 btw-wetboek
Samenvatting
Het AGB X zal het complex "Y" uitbaten als een diensten- en bedrijvencentrum. De dienstenovereenkomst die het AGB X zal afsluiten met de gebruikers voldoet aan de voorwaarden van de circulaire AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) van 27 september 2005 en dient aan de btw te worden onderworpen.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvragers willen bevestiging bekomen dat de dienstverlening door het AGB X bij toepassing van artikel 18, §1, eerste lid, van het btw-wetboek voor het geheel aan de btw is onderworpen waardoor de vrijstelling van artikel 44, §3, 2° btw-wetboek niet van toepassing is.
II. Omschrijving van de verrichtingen
2. Het AGB X is zinnes om via dienstencontracten te voorzien in een dienstverlening in het kader van « activiteit z ».
3. Het dienstencentrum zal gebruikt worden door diverse gebruikers die allen actief zijn inzake « activiteit z ».
III. MOTIVERING VAN DE AANVRAAG
4. De vraag stelt zich inzake belastbaarheid van de overeenkomst en de toepassing van de vrijstelling inzake onroerende verhuur.
5. Voorwerp van de overeenkomst met de gebruikers:
De dienstverlener zal de infrastructuur op een niet-exclusieve basis ter beschikking stellen van de gebruikers. De dienstverlener zal op ieder ogenblik de door de gebruikers gebruikte bedrijfsinfrastructuur mogen betreden en bezoeken, in zoverre hij daardoor de uitbating van de basiswerkzaamheden van de gebruikers niet hindert.
6. In het kader van deze overeenkomst verleent het AGB X volgende diensten:
m.b.t. infrastructurele faciliteiten:
• parkings
• postbus
• toegangshallen met meubilair en apparatuur
• gemeenschappelijke en individuele ruimten dienstig voor activiteit ruimten
• audiovisueel ingerichte vergaderruimten (beschikbaarheid volgens reservatieschema en gebruik apparatuur volgens huisreglement)
• sanitaire units
• gangen
• liften
• keuken met keukenapparatuur en ingerichte kantine
• gemeenschappelijke vergaderzalen,
• kantoren met meubilair
• gemeenschappelijke afvalcontainers
• ruimte met kopieerapparaat en eventueel fax
• ter beschikkingstelling van ICT-infrastructuren
7. Het volgend dienstenpakket tijdens de kantooruren en volgens de huisregels:
• onthaal van bezoekers
• telefoonbeantwoording en opname van boodschappen bij afwezigheid (mits doorverbinding van de telefoonlijnen naar de centrale van het dienstencentrum en het verrekenen van alle aan deze lijn verbonden kosten zoals communicaties, installatie-, programmatie- en onderhoudskosten op de voor de gebruiker aangelegde verbinding (en) naar de centrale) van min. 9 tot 16 uur.
• eventueel gebruik van de telefax in het service secretariaat (communicatiekosten te verrekenen)
• secretariaats-telefoon-receptiewerk; volgens afspraak (uren kunnen slechts gepresteerd worden na aanvraag en volgens beschikbaarheid van het personeel aan de op dat moment geldende werkuur-prijzen)
• postbus per onderneming
• interne distributie binnenkomende post
• telefoon eindapparatuur
• telefoongesprekken over de lijn
• één of meerdere telefoontoestellen
• schoonmaakdienst van gemeenschappelijke ruimten
• schoonmaakdienst voor gebruikte ruimte overeen te komen
• algemeen onderhoud van de site en haar uitrusting
8. De gebruiker betaalt aan de dienstverrichter één totale dienstenvergoeding voor de infrastructurele faciliteiten en het dienstenpakket.
9. Draagwijdte van de vrijstelling van artikel 44, §3, 2° Wbtw.
Volgens het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen moet men, om te bepalen of een handeling al dan niet kan worden gekwalificeerd als een onroerende verhuur, het voorwerp zelf van de overeenkomst analyseren (arrest van 18 november 2004, zaak C-284/03, Temco Europe). Indien het in hoofdzaak gaat om het gebruik van een gebouw, moet de handeling worden gekwalificeerd als een onroerende verhuur die bijgevolg van de btw is vrijgesteld zonder recht op aftrek te verlenen aan de verhuurder.
Indien daarentegen het voorwerp van de overeenkomst hoofdzakelijk bestaat uit een andere dienst, is de handeling in principe aan btw onderworpen, met recht op aftrek in hoofde van de dienstverrichter, ongeacht hoe deze handeling wordt gekwalificeerd.
Het Hof heeft gewezen op de noodzaak om een onderscheid te maken tussen de handelingen van onroerende verhuur, die in hoofdzaak gekenmerkt worden door een passieve terbeschikkingstelling van ruimten of oppervlakten in gebouwen, tegen een vergoeding die verband houdt met het tijdsverloop, en de handelingen die een dienst genereren die voor een andere kwalificatie in aanmerking komt.
10. Hoewel de terbeschikkingstelling van ruimten, die veelal niet eens privatief zijn, in het kader van overeenkomsten die door het AGB X zullen gesloten worden een belangrijk element van de overeenkomst zullen zijn, is dit geenszins de hoofddienst.
11. De terbeschikkingstelling van de ruimten in het kader van "activiteit z" is geen zelfstandige dienstverrichting en de andere verleende prestaties zullen evenmin één of meer andere onafhankelijke dienstverrichtingen uitmaken.
12. Uit de studie van het architectenbureau tot het bepalen van de oppervlakteverhoudingen blijkt dat de verhouding van de gemeenschappelijke ruimte het aandeel van de privatieve ruimten duidelijk overtreft.
13. Rekening houdende met het feit dat de privatief ingetekende ruimten in realiteit ook veelal door meerdere gebruikers zullen gebruikt worden is het werkelijke privatief gebruik nog aanzienlijker kleiner.
14. Tevens blijkt dat het overgrote deel van de prijs die aan de gebruikers zal worden aangerekend niet gerelateerd is met het ter beschikking stellen van de ruimten.
15. Het AGB X zal één pakket aan hun klanten aanbieden met het voor hen voor de hand liggend voordeel dat zij toetreden tot een bepaalde werkorganisatie en -omgeving waarin zij kant-en-klaar de nodige middelen voor de uitoefening van "activiteit z" aantreffen. Het feit dat het hier geen gebruikelijke economische activiteit betreft van bedrijven als gebruikers doch "activiteit z" betreft, leidt er toe dat het hier in essentie niet om kantoorruimten gaat.
16. De door het AGB X verleende diensten zullen één geheel uitmaken dat bij toepassing van artikel 18, §1, eerste lid, van het Wetboek voor het geheel aan de btw is onderworpen. M.a.w. de vrijstelling van artikel 44, §3, 2° Wbtw zal hier niet van toepassing zijn. Het feit dat her hier niet om kantoorruimten gaat zou in het licht van het voormelde arrest "Temco Europe" geen verschil mogen maken.
17. Op basis van onderzoek van het model van dienstencontract, een vragenlijst, en de verslagen van het architectenbureau blijkt dat het dienstencontract in overeenstemming gebracht is met de rechtspraak en de BTW Circulaire, namelijk:
- Het Hof van Beroep te Gent d.d. 30 april 2004
- Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 18 november 2004
- En met de Circulaire 39/2005
18. Het AGB X meent dat zij in het kader van een meer gecoördineerd en efficiënt administratief, logistiek, boekhoudkundig, financieel en juridisch beheer vergelijkbaar zoals een bedrijvencentra dit doen, aan entiteiten die zich met "activiteit z" bezighouden binnen de stad een pakket van omkaderende diensten kan aanbieden andere dan de eigenlijke dienst van "activiteit z" zelf. Vermits dit pakket diensten niet los van elkaar kunnen gezien worden en de individuele terbeschikkingstelling geenszins het hoofddeel uitmaakt, wenst het X zekerheid omtrent de belastbaarheid van het dienstenpakket dat ze zal aanbieden
IV. Beslissing
19. Het AGB X zal het nieuwe opgerichte complex "Y" aanwenden als een bedrijvencentrum en met verschillende gebruikers een dienstenovereenkomst afsluiten.
20. Dit contract dient te worden getoetst aan het artikel 44, § 3, 2° van het btw-wetboek.
21. Artikel 44, § 3, 2°, btw-wetboek stelt o.a. van de belasting vrij de verhuur van uit hun aard onroerende goederen.
22. Volgens het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen moet men, om te bepalen of een handeling al dan niet kan worden gekwalificeerd als een onroerende verhuur, het voorwerp zelf van de overeenkomst analyseren (arrest van 18 november 2004, zaak C-284/03, Temco Europe). Indien het in hoofdzaak gaat om het gebruik van een gebouw, moet de handeling worden gekwalificeerd als een onroerende verhuur die bijgevolg van de BTW is vrijgesteld zonder recht op aftrek te verlenen aan de verhuurder. Indien echter het voorwerp van de overeenkomst hoofdzakelijk bestaat uit een andere dienst, is de handeling in principe aan de btw onderworpen, met recht op aftrek in hoofde van de dienstverrichter, ongeacht hoe deze handeling wordt gekwalificeerd.
23. Het Hof heeft gewezen op de noodzaak om een onderscheid te maken tussen de handelingen van onroerende verhuur, die in hoofdzaak gekenmerkt worden door een passieve terbeschikkingstelling van ruimten of oppervlakten in gebouwen, tegen een vergoeding die verband houdt met het tijdsverloop, en de handelingen die een dienst genereren die voor een andere kwalificatie in aanmerking komt.
24. Als gevolg van dit arrest heeft de administratie beslist om haar zienswijze over de toepasselijke regeling inzake btw voor de handelingen van bedrijven- of dienstencentra te herzien en om een standpunt in te nemen dat in essentie kan worden geïllustreerd door een arrest van 30.4.2004 van het Hof van Beroep te Gent.
25. Dit Hof heeft immers geoordeeld dat hoewel de terbeschikkingstelling van individuele ruimten in het kader van contracten gesloten door een bedrijven- of dienstencentrum daadwerkelijk een belangrijk element van de overeenkomst uitmaakt, dit echter niet inhoudt dat deze terbeschikkingstelling daarom de hoofddienst zou zijn.
26. Het Hof heeft bovendien geoordeeld dat de terbeschikkingstelling van een individuele ruimte geen zelfstandige dienstverrichting is en dat de andere verleende prestaties evenmin één of meer andere onafhankelijke dienstverrichtingen uitmaken.
27. Met betrekking tot de bedrijven- of dienstencentra die één geheel van diensten "in pakket" aan hun klanten aanbieden "met het voor hen voor de hand liggend voordeel dat zij toetreden tot een bepaalde werkorganisatie en -omgeving waarin zij kant-en-klaar de nodige middelen voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid aantreffen", heeft het Hof beslist dat de door een bedrijven- of dienstencentrum verleende diensten één geheel uitmaken dat bij toepassing van artikel 18, § 1, eerste lid, van het Wetboek voor het geheel aan de btw is onderworpen.
28. Om de handelingen van bedrijven- of dienstencentra die aan de belasting zijn onderworpen, te onderscheiden van vrijgestelde onroerende verhuur (in voorkomend geval met bijkomende diensten), heeft de administratie, na onderzoek in deze sector, een aantal criteria bepaald waaraan verplicht moet worden voldaan opdat de door de bedrijven- of dienstencentra verleende dienstprestatie volledig aan de btw zou zijn onderworpen. Deze criteria zijn opgenomen onder punt 3 van de aanschrijving nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) dd. 27.09.2005.
29. In casu blijkt dat het ontwerpcontract voor het dienstenpakket dat door het X aan de verschillende gebruikers zal worden aangeboden volledig beantwoordt aan de door de aanschrijving nr. AOIF 39/2005 opgelegde criteria.
30. De omstandigheid dat de gebruikers actief zijn in "activiteit z" leidt ertoe dat het AGB X in essentie geen kantoorruimten ter beschikking zal stellen. Rekening houdend met de rechtspraak van het Hof van Justitie inzake Temco Europe (arrest van 18 november 2004, zaak C-284/03) is dit geen beletsel voor de belastbaarheid van de dienstverlening.
31. Bovendien blijkt dat het overgrote deel van de forfaitaire prijs niet gerelateerd is aan het onroerend goed zelf zodat de dienstverlening niet in hoofdzaak gekenmerkt wordt door een passieve terbeschikkingstelling van ruimten of oppervlakten in gebouwen.
32. Tevens blijkt dat de privatieve ruimten in realiteit door meerdere gebruikers aangewend zullen kunnen worden waardoor het exclusief genotsrecht op de terbeschikkinggestelde ruimten zeer beperkt zal zijn en alleszins niet het kenmerkende aspect van het dienstverleningsovereenkomst zal uitmaken.
33. In deze omstandigheden en gelet op de overeenstemming van het ontwerpcontract met de criteria opgelegd door de aanschrijving nr. AOIF 39/2005 dient te worden besloten dat de prestaties van het AGB X aan de verschillende gebruikers van het gebouw "Y" dienen te worden aangemerkt als btw-belaste diensten.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.