Vennootschapsbelasting, reserve, fusie door overneming, belastingneutrale fusiebelastingontwijking, belastingontduiking · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2012.256 31 juli 2012

Zoeken

Vennootschapsbelasting, reserve, fusie door overneming, belastingneutrale fusiebelastingontwijking, belastingontduikingVennootschapsbelasting - reserve - fusie door overneming - belastingneutrale fusiebelastingontwijking - belastingontduiking - fusie van vennootschappen - dividend - roerende voorheffing - vrijstelling van de RV - roerend inkomen - belasting over de toegevoegde waarde - algemeenheid van goederen en diensten

https://juriel.be/nl/rulings/2012-256-vennootschapsbelasting-reserve-fusie-overneming-belastingneutrale-eccf

Nummer
2012.256
Datum
31 juli 2012

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

142 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2012.256 dd. 31.07.2012

Vennootschapsbelasting · Kapitaalvermindering door overboeking naar de reserves Belastingneutrale fusie door overneming Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of -o ntwijking · Dividend · Verkrijgingsbonus · Roerende voorheffing · Anti-misbruikbepaling · BTW Algemeenheid van goederen en diensten

Samenvatting

De vermindering van het maatschappelijk kapitaal door overboeking naar de reserves in hoofde van X leidt niet tot het ontstaan van belastbare inkomsten in hoofde van X in de zin van artikel 18 WIB 92. De verhoging van de belaste reserves die het gevolg is van de kapitaalvermindering doet geen belastbare inkomsten ontstaan in de zin van artikelen 183 en 185 WIB 92 of artikel 74 KB/WIB en heeft dus geen nadelige gevolgen inzake vennootschapsbelasting.

De voorgenomen dochter-moederfusie tussen Y en X, evenals de daaropvolgende voorgenomen zusterfusie tussen Y en Z, heeft niet als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking zoals bedoeld in artikel 211, §1, vierde lid, 3°, en artikel 183bis WIB 92 en kan belastingneutraal worden verwezenlijkt.

Elk dividend dat uit de dochter-moederfusie zou voortvloeien, is vrijgesteld van roerende voorheffing in overeenstemming met artikel 264, eerste alinea, 2°,tweede streepje, WIB 92.

De keuze van de aanvrager voor het geheel van de omschreven rechtshandelingen is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, §1, WIB 92.

De dochter-moederfusie tussen Y en X van btw vrijgesteld is overeenkomstig de artikelen 44 § 3, 7° en artikel 44, § 3, 10° btw-wetboek.

De zusterfusie tussen Y en Z met toepassing van artikelen 11 en 18, §3 van het btw-wetboek dient te gebeuren.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of :

1.1. de vermindering van maatschappelijk kapitaal in hoofde van X niet leidt tot het ontstaan van belastbare inkomsten in hoofde van X in de zin van artikel 18 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen (WIB 92);

1.2. de verhoging van de belaste reserves die het gevolg is van de kapitaalvermindering geen belastbare inkomsten doet ontstaan in de zin van artikelen 183 en 185 WIB 92 of artikel 74 KB/WIB en dus geen nadelige gevolgen heeft voor de vennootschapsbelasting;

1.3. de voorgenomen dochter-moederfusie tussen Y en X niet als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft zoals bedoeld in artikel 211, §1, vierde lid, 3°, en artikel 183bis WIB 92 en bijgevolg de verrichting vanuit het perspectief van de vennootschapsbelasting op fiscaal neutrale wijze kan worden verwezenlijkt;

1.4. elk dividend dat uit deze dochter-moederfusie zou voortvloeien, vrijgesteld is van roerende voorheffing in overeenstemming met artikel 264, eerste alinea, 2°,tweede streepje, WIB 92;

1.5. de voorgenomen zusterfusie tussen Y en Z niet als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft zoals bedoeld in artikel 211, §1, vierde lid, 3°, en artikel 183bis WIB 92 en bijgevolg de verrichting vanuit het perspectief van de vennootschapsbelasting op fiscaal neutrale wijze kan worden verwezenlijkt;

1.6. de beoogde transacties (zowel het geheel en de beschreven volgorde van de hierboven vermelde transacties) overwegend steunen op "andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen" in de zin van (het nieuwe) artikel 344, §1, derde lid, WIB 92; en

1.7. beide fusies als een overdracht van een algemeenheid van goederen en diensten kwalificeren zoals bedoeld in artikel 11 en artikel 18, §3 van het Btw-wetboek (WBTW). Bijgevolg resulteert dit vanuit het perspectief van de btw in twee fiscaal neutrale fusies.

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. Kapitaalvermindering door overboeking naar reserves (stap 1)

3. Als voorafgaande stap (d.w.z. voorafgaand aan de dochter-moederfusie tussen Y en X) zou het maatschappelijk kapitaal van X worden verminderd door overboeking naar de belaste reserves.

4. X bevestigt dat alle verplichte wetsbepalingen (bv. de wachttermijn van 2 maanden) voor de kapitaalvermindering in acht zullen worden genomen.

5. Fiscaal neutrale dochter-moederfusie tussen Y en X (stap 2). Y slorpt X op door middel van een dochter-moederfusie.

6. Fiscaal neutrale zusterfusie tussen Y en Z (stap 3). Z en Y zullen door middel van een zusterfusie worden geïntegreerd, waarbij Y de opslorpende entiteit zal zijn.

III. Motivering van de aanvraag

III.A. INZAKE DE VENNOOTSCHAPSBELASTING

III.A.1. Kapitaalvermindering door overboeking naar reserves

7. Als gevolg van de dochter-moederfusie (stap 2, cf. infra) zal Y eigen aandelen verwerven, d.w.z. de Y-aandelen die momenteel worden aangehouden door X. Zolang Y deze aandelen bezit, is de vennootschap op grond van artikel 623 van het Wetboek van vennootschappen verplicht om een onbeschikbare reserve te boeken die gelijk is aan de boekwaarde van de aandelen. Een andere mogelijkheid is dat de aandelen onmiddellijk in de fusieakte worden vernietigd.

8. Y heeft momenteel niet voldoende reserves om die onbeschikbare reserve te vormen of om de aandelen onmiddellijk in de fusieakte te vernietigen. Na de kapitaalvermindering zal de opslorpende vennootschap (Y) voldoende reserves hebben om de eigen aandelen te vernietigen op het moment dat ze in het kader van de dochter-moederfusie verworven worden.

9. De vermindering van maatschappelijk kapitaal zal niet via de resultatenrekening van X worden geboekt en zal - overeenkomstig Advies 121-3 van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen - in de statutaire jaarrekening van de vennootschap weerspiegeld worden doordat er balansmatig een rechtstreekse overboeking vanuit het maatschappelijk kapitaal/uitgiftepremierekening naar reserves plaatsvindt. Bijgevolg zal, zoals reeds vermeld werd, de verrichting geen impact hebben op het totale eigen vermogen van X, gelet op het feit dat de verrichting geen "verrijking" in hoofde van de vennootschap zal meebrengen.

10. De beoogde verrichting kan als volgt worden opgedeeld teneinde de fiscale impact ervan te bepalen: (i) een vermindering van maatschappelijk kapitaal; en (ii) een verhoging van reserves:

11. Vermindering van maatschappelijk kapitaal

11.1. De vermindering van maatschappelijk kapitaal op het niveau van X is vanuit het perspectief van de Belgische vennootschapsbelasting neutraal.

11.2. Overeenkomstig artikel 18 WIB 92 zou een vermindering van maatschappelijk kapitaal in feite immers alleen tot het ontstaan van belastbare inkomsten in hoofde van X kunnen leiden indien het een vermindering van maatschappelijk kapitaal betrof dat een effectieve terugbetaling aan de aandeelhouder was of indien de vennootschap als gevolg van de vermindering van maatschappelijk kapitaal aan haar aandeelhouder een welbepaald voordeel toekende. Aangezien (i) er geen effectieve terugbetaling aan de aandeelhouder plaatsvindt en (ii) de vermindering van maatschappelijk kapitaal op zichzelf niet resulteert in een voordeel voor de aandeelhouder (het eigen vermogen van de vennootschap blijft ongewijzigd), zal de vermindering van maatschappelijk kapitaal geen belastbare inkomsten in hoofde van X doen ontstaan.

11.3. Zelfs indien de vermindering van maatschappelijk kapitaal aangemerkt werd als een vermindering van maatschappelijk kapitaal met effectieve terugbetaling aan de aandeelhouder (quod non), er geen belastbare inkomsten zouden ontstaan aangezien deze vermindering volledig toegerekend zou worden op het gestort kapitaal van de vennootschappen (artikel 18, 2°, WIB 92).

12. Verhoging van belaste reserves

12.1. De verhoging van de belaste reserves na de kapitaalvermindering zal niet worden aangemerkt als belastbare inkomsten zoals bedoeld in artikelen 183 en 185 WIB 92 en bijgevolg heeft de kapitaalvermindering geen invloed op de belastbare basis van X, meer bepaald om de volgende redenen:

12.2.1. reserves die worden gevormd door een vermindering van fiscaal gestort kapitaal moeten worden toegerekend op de belaste reserves. De verhoging van de belaste reserves als gevolg van een kapitaalvermindering die uit fiscaal gestort kapitaal bestaat, komt echter niet overeen met een verhoging van het eigen vermogen van de vennootschap (aangezien het een zuivere overboeking van maatschappelijk kapitaal naar reserves betreft) en dus mag de verhoging van de belaste reserves niet effectief worden belast (Comm. IB 183/18 en 185/24);

12.2.2. artikel 74 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van de inkomstenbelastingen ("KB/WIB"), dat bevestigt dat voor de berekening van de belastbare basis van een vennootschap onder meer het volgende in mindering dient te worden gebracht op de belaste reserves van de vennootschap: "de opnemingen van gestort kapitaal in de zin van artikel 184 van hetzelfde Wetboek, met uitsluiting van de terugbetalingen van gestort kapitaal ter uitvoering van een regelmatige beslissing tot vermindering van het maatschappelijke kapitaal, getroffen overeenkomstig de bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen". Redenerend a contrario kan dus worden gesteld dat de verhoging van de belaste reserves ter grootte van de kapitaalvermindering niet zal moeten worden opgenomen in de belastbare basis van X, gelet op het feit dat de opneming van gestort kapitaal zoals beschreven niet kwalificeert als een "terugbetaling van kapitaal": de verrichting waarvan sprake hier betreft een omzetting in reserves eerder dan een terugbetaling aan aandeelhouders.

12.2. Vanuit een belastingtechnisch perspectief zal bij de indiening van de aangifte in de vennootschapsbelasting een overeenkomstige verhoging van de begintoestand van de reserves in aanmerking worden genomen, waardoor de verhoging van de belaste reserves geneutraliseerd wordt.

III.A.2. Fiscaal neutrale dochter-moederfusie tussen Y en X

13. Een fusie kan - overeenkomstig artikel 211, §1, vierde lid WIB 92 - op fiscaal neutrale wijze worden verwezenlijkt indien voldaan is aan de volgende drie voorwaarden:

13.1. De opslorpende entiteit is een Belgische of intra-Europese vennootschap.

13.2. De verrichting wordt verwezenlijkt in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en de analoge vennootschapsrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn in de andere EU-lidstaat.

13.3. De verrichting is in overeenstemming met de bepalingen van artikel 183bis WIB 92.

14. Wat de eerste voorwaarde betreft: Y (zijnde de opslorpende entiteit) is een vennootschap met fiscale zetel in België. Bovendien zal de dochter-moederfusie worden uitgevoerd in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. Derhalve is voldaan aan de eerste twee voorwaarden voor een fiscaal neutrale fusie.

15. De geplande verrichting is verantwoord in het licht van artikel 211, §1, vierde lid, 3° en artikel 183bis WIB 92 aangezien ze niet als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft.

16. De verrichting heeft niet als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking, aangezien (i) ze plaatsvindt op grond van legitieme zakelijke overwegingen zoals herstructurering of rationalisatie van de activiteiten van de bij de verrichting betrokken vennootschappen en aangezien (ii) de fusie niet door fiscale overwegingen ingegeven is.

17. De verrichting draagt bij tot de vereenvoudiging van de groep. De fusie tussen Y en X - die dient te worden beschouwd als een voorafgaande handeling ter voorbereiding van de later geplande fusie tussen Y en Z - leidt namelijk tot het volgende:

17.1. vermindering van het aantal juridische entiteiten/vereenvoudiging van de huidige Belgische groepsstructuur.

17.2. opheffing van een holdingvennootschap om de certificaten die aan de voormalige aandeelhouders van Y uitgereikt waren, in een Belgische entiteit te kunnen behouden. De beoogde dochter-moederfusie benut dus ook de mogelijkheid om de juridische structuur te vereenvoudigen nu X niet langer een welbepaald doel dient. X ontbinden voordat de certificaten vervallen zijn is niet haalbaar omdat daarvoor de houders van die certificaten betrokken zouden moeten bij de verrichting, in die zin dat ze hun certificaten zouden moeten overdragen aan een andere entiteit.

18. Bovendien is ook de richting van de fusie (d.w.z. een dochter-moederfusie in plaats van een moeder-dochterfusie) ingegeven door de volgende legitieme zakelijke overwegingen:

18.1. Aangezien Y een operationele entiteit is, zou een fusie in de omgekeerde richting administratief beschouwd ook veel omslachtiger zijn (bv. wijziging van btw-nummer; implicaties voor commerciële contracten, personeel, vergunningen enz. op het niveau van Y).

18.2. X heeft geen klantenportfolio, geen personeel en geen contracten en is onbekend in België.

18.3. Het is logischer Y te behouden als de overlevende entiteit, rekening houdende met het feit dat Y een operationele vennootschap is, terwijl X een tussenholding is waarvan de enige materiële activiteit het aanhouden van de aandelen is.

19. Tot slot is het zo dat de fusie tot algemene kostenbesparingen zal leiden die het gevolg zijn van schaalvoordelen en synergiën op groepsniveau.

20. De fusie is niet ingegeven door fiscale motieven, rekening houdend met de volgende feiten:

20.1. X heeft geen fiscale voordelen. X heeft immers haar volledige DBI-overschot opgebruikt.

20.2. De dochter-moederfusie zal in principe geen impact hebben op de globale NIA-basis van Y. De verklaring hiervoor is dat de vermindering van het eigen vermogen volgend op de vernietiging van eigen aandelen na een dochter-moederfusie overeenkomt met de boekwaarde (bepaald volgens Belgische boekhoudnormen) die de Y-aandelen voordien in hoofde van X NV hadden.

21. Aangezien de fusie vanuit het perspectief van de vennootschapsbelasting fiscaal neutraal is, zal in overeenstemming met artikel 264, eerste alinea, 2°, tweede streepje, WIB 92 geen roerende voorheffing ('RV') verschuldigd zijn. Door de vernietiging van de eigen aandelen van Y zal de met een dividend geassimileerde uitkering namelijk vrijgesteld zijn van roerende voorheffing rekening houdend met het feit dat de fusie op fiscaal neutrale wijze wordt verwezenlijkt.

III.A.3. Fiscaal neutrale zusterfusie tussen Y en Z

22. Zoals hierboven reeds vermeld werd, kan een fusie - overeenkomstig artikel 211, §1, vierde lid, WIB 92 - op fiscaal neutrale wijze worden verwezenlijkt op voorwaarde dat voldaan is aan de volgende drie voorwaarden:

22.1. De opslorpende entiteit is een Belgische of intra-Europese vennootschap.

22.2. De verrichting wordt verwezenlijkt in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en de analoge vennootschapsrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn in de andere EU-lidstaat.

22.3. De verrichting is in overeenstemming met de bepalingen van artikel 183bis WIB 92.

23. Wat de eerste voorwaarde betreft: Y (zijnde de opslorpende entiteit) is een vennootschap met fiscale zetel in België. Bovendien zal de zusterfusie worden uitgevoerd in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. Derhalve is voldaan aan de eerste twee voorwaarden voor een fiscaal neutrale fusie.

24. De geplande verrichting kan worden verantwoord in het licht van artikel 211, §1, vierde lid, 3° en artikel 183bis WIB 92 aangezien ze niet als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft.

25. De verrichting heeft niet als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking, aangezien (i) ze plaatsvindt op grond van legitieme zakelijke overwegingen zoals herstructurering of rationalisatie van de activiteiten van de bij de verrichting betrokken vennootschappen en aangezien (ii) de fusie niet door fiscale overwegingen ingegeven is.

26. De bedoeling van de fusie tussen Z en Y is het versterken van de positie van de groep op de (Belgische) markt en het creëren van mogelijkheden voor groei. Een fusie zal Y immers in staat stellen om (i) een nieuw marktsegment aan te boren (B2C-omgeving), (ii) haar productengamma uit te breiden en (iii) verder te evolueren naar een 'one face to the customer'-benadering, met meer visibiliteit op de markt als gevolg. Z op zijn beurt zal ook voordeel halen uit de organisatie en financiele sterkte van de omvangrijke groep, ten einde zijn ambitieuze groeidoelstellingen te realiseren, daar de huidige Z-activiteiten na de fusie optimaal zullen kunnen steunen op het brede netwerk dat de groep in het verleden heeft uitgebouwd.

27. Bovendien zal door een vermindering van het aantal juridische entiteiten/vereenvoudiging van de Belgische groepsstructuur de beslissingsketen worden ingekort en zal de groep zich wendbaarder kunnen opstellen om vlotter in te spelen op marktopportuniteiten.

28. Tot slot zal de integratie van de twee entiteiten resulteren in kostenbesparingen. De groep wil namelijk haar potentieel voor synergieën na de overname van Z optimaliseren en verwacht dat (i) de integratie van Z en Y - twee entiteiten met complementaire activiteiten - zal leiden tot algemene schaalvoordelen zowel als specifieke kostenbesparingen en dat (ii) Y - als gevolg van de fusie - zal kunnen vermijden dat bepaalde functies en (van ondersteunende aard zijnde) activiteiten na de overname van Z nog dubbel ingevuld zullen worden.

29. In dit verband bevestigt de groep dat de beoogde integratie van de twee entiteiten geen negatief effect zal hebben op de tewerkstelling in haar geheel.

30. De geplande verrichting is niet ingegeven door fiscale motieven, rekening houdend met de volgende twee feiten:

30.1. De overblijvende overdraagbare fiscale verliezen van Z zullen op het moment van de fusie vrijwel volledig verloren gaan. Voor beide vennootschappen zal de verliesoverdracht bepaald worden op basis van fiscale nettowaarde op de retroactieve datum. Het bedrag aan verliezen van Z die aan de beperking zullen onderworpen zijn, zal - in lijn met de doctrine terzake - het bedrag aan overgedragen verliezen zijn, zoals vermeld in de laatst ingediende aangifte in de vennootschapsbelasting van Z.

30.2. De zusterfusie zal in principe geen impact hebben op de globale NIA-basis van Y. De verklaring hiervoor is dat het boekhoudkundig eigen vermogen van Y (bepaald volgens Belgische boekhoudnormen) na de zusterfusie met Z gelijk zal zijn aan de som van het boekhoudkundig eigen vermogen (bepaald volgens Belgische boekhoudnormen) van de twee entiteiten vóór de fusie.

III.A.4.Algemene Antimisbruikbepaling

31. In het voorliggend geval is het duidelijk dat de beoogde transacties (d.w.z. de aan de fusie voorafgaande kapitaalvermindering en de dochter-moederfusie gevolgd door de zusterfusie) evenals het geheel en de beschreven volgorde van de transacties - in het licht van de hierboven beschreven feiten en omstandigheden - niet ingegeven zijn door fiscale motieven, ze zijn daarentegen voldoende onderbouwd met "andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen" in de zin van (het nieuwe) artikel 344, §1, derde lid WIB 92, zoals ingevoerd door de programmawet van 29 maart 2012, die in het Belgisch Staatsblad van 6 april 2012 gepubliceerd werd.

III.B. INZAKE DE BTW

III.B.1. Fiscaal neutrale dochter-moederfusie tussen Y en X

32. De fusie valt buiten de werkingssfeer van de btw aangezien ze kwalificeert als een niet-levering in de zin van artikelen 11 en 18, §3 van het Btw-wetboek, rekening houdend met de volgende drie elementen:

32.1. de overdrager (d.i. X) kwalificeert als een btw-plichtige met een recht op aftrek van input-btw;

32.2. de overnemende vennootschap (d.i. Y) kwalificeert als een btw-plichtige. die het recht heeft om - geheel of gedeeltelijk - btw die verschuldigd zou zijn als een gevolg van de transactie af te trekken; en dat,

32.3. alle activa en passiva worden naar aanleiding van de dochter-moederfusie overgedragen, d.i. dat het voorwerp van de overdracht een 'overdracht van een geheel van goederen en diensten is' voor btw doeleinden.

III.B.2. Fiscaal neutrale zusterfusie tussen Y en Z

33. De fusie valt buiten de werkingssfeer van de btw aangezien ze kwalificeert als een niet-levering in de zin van artikelen 11 en 18, §3 van het Btw-wetboek, rekening houdend met de volgende drie elementen:

33.1. de overdrager (d.i. Z) kwalificeert als een btw-plichtige met een recht op aftrek van input-btw;

33.2. de verkrijgende vennootschap (d.i. Y) kwalificeert als een btw-plichtige die het recht heeft om - geheel of gedeeltelijk - btw die verschuldigd zou zijn als een gevolg van de transactie af te trekken; en dat?

33.3. alle activa en passiva worden naar aanleiding van de zusterfusie overgedragen, d.i. het voorwerp van de overdracht is een 'overdracht van een geheel van goederen en diensten' voor BTW doeleinden.

IV. Beslissing

IV.A. VENNOOTSCHAPSBELASTING

IV.A.1. Algemeen

34. De groep wenst haar Belgische groepsstructuur te vereenvoudigen door X, Y en Z te integreren. Y zal als opslorpende entiteit worden behouden.

35. Als voorafgaande stap (d.w.z. voorafgaand aan de dochter-moederfusie tussen X en Y) zou het maatschappelijk kapitaal van X worden verminderd door overboeking naar de belaste reserves.

36. X bevestigt dat alle verplichte wetsbepalingen (bv. de wachttermijn van 2 maanden) voor de kapitaalvermindering in acht zullen worden genomen.

37. Vervolgens zal Y, X opslorpen d.m.v. een dochter-moeder fusie.

38. Aansluitend zal Y, Z overnemen d.m.v. een zusterfusie.

VI.A.2. Kapitaalvermindering door overboeking naar reserves

39. Als gevolg van de dochter-moeder fusie zal Y eigen aandelen verwerven. Zolang Y deze aandelen bezit, is de vennootschap op grond van artikel 623 van het Wetboek van vennootschappen verplicht om een onbeschikbare reserve te boeken die gelijk is aan de boekwaarde van de aandelen.

40. Y heeft momenteel niet voldoende reserves om die onbeschikbare reserve te vormen of om de aandelen onmiddellijk in de fusieakte te vernietigen. Na de kapitaalvermindering zal de opslorpende vennootschap (Y) voldoende reserves hebben om de eigen aandelen te vernietigen op het moment dat ze in het kader van de dochter-moederfusie verworven worden.

41. De vermindering van maatschappelijk kapitaal zal niet via de resultatenrekening van X worden geboekt en zal - overeenkomstig Advies 121-3 van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen - in de statutaire jaarrekening van de vennootschap weerspiegeld worden doordat er balansmatig een rechtstreekse overboeking vanuit het maatschappelijk kapitaal/uitgiftepremierekening naar reserves plaatsvindt. Bijgevolg zal, zoals reeds vermeld werd, de verrichting geen impact hebben op het totale eigen vermogen van X, gelet op het feit dat de verrichting geen "verrijking" in hoofde van de vennootschap zal meebrengen.

42. Deze kapitaalvermindering (in casu betreft het integraal werkelijk gestort kapitaal) door overboeking naar de reserves zal in hoofde van X geen belastbare inkomsten doet ontstaan in de zin van artikel 18 WIB 92.

43. Reserves die worden gevormd door een vermindering van fiscaal gestort kapitaal moeten worden toegerekend op de belaste reserves. De verhoging van de belaste reserves als gevolg van een kapitaalvermindering die uit fiscaal gestort kapitaal bestaat, komt echter niet overeen met een verhoging van het eigen vermogen van de vennootschap (aangezien het een zuivere overboeking van maatschappelijk kapitaal naar reserves betreft) en dus mag de verhoging van de belaste reserves niet effectief worden belast (Comm. IB 183/18 en 185/24).Tevens bevestigt artikel 74 KB/WIB dat voor de berekening van de belastbare basis van een vennootschap onder meer het volgende in mindering dient te worden gebracht op de belaste reserves van de vennootschap: "de opnemingen van gestort kapitaal in de zin van artikel 184 van hetzelfde Wetboek, met uitsluiting van de terugbetalingen van gestort kapitaal ter uitvoering van een regelmatige beslissing tot vermindering van het maatschappelijke kapitaal, getroffen overeenkomstig de bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen". Redenerend a contrario kan dus worden gesteld dat de verhoging van de belaste reserves ter grootte van de kapitaalvermindering niet zal moeten worden opgenomen in de belastbare basis van X, gelet op het feit dat de opneming van gestort kapitaal zoals beschreven niet kwalificeert als een "terugbetaling van kapitaal": de verrichting waarvan sprake hier betreft een omzetting in reserves eerder dan een terugbetaling aan aandeelhouders.

44. De verhoging van de belaste reserves na de kapitaalvermindering zal niet worden aangemerkt als belastbare inkomsten zoals bedoeld in artikelen 183 en 185 WIB 92 en bijgevolg heeft de kapitaalvermindering geen invloed op de belastbare basis van X.

45. Vanuit een belastingtechnisch perspectief zal bij de indiening van de aangifte in de vennootschapsbelasting een overeenkomstige verhoging van de begintoestand van de reserves in aanmerking worden genomen, waardoor de verhoging van de belaste reserves geneutraliseerd wordt.

IV.A.3. Fiscaal neutrale dochter-moeder fusie tussen Y en X

46. De verrichting draagt bij tot de vereenvoudiging van de groep.

47. Bovendien is ook de richting van de fusie (d.w.z. een dochter-moederfusie in plaats van een moeder-dochterfusie) ingegeven door de volgende legitieme zakelijke overwegingen:

47.1. Aangezien Y een operationele entiteit is, zou een fusie in de omgekeerde richting administratief beschouwd ook veel omslachtiger zijn (bv. wijziging van btw-nummer; implicaties voor commerciële contracten, personeel, vergunningen enz. op het niveau van Y).

47.2. X heeft geen klantenportfolio, geen personeel en geen contracten en is onbekend in België.

47.3. Het is logischer Y te behouden als de overlevende entiteit, rekening houdende met het feit dat Y een operationele vennootschap is, terwijl X een tussenholding is.

48. Tot slot is het zo dat de fusie tot algemene kostenbesparingen zal leiden die het gevolg zijn van schaalvoordelen en synergiën op groepsniveau.

49. De fusie beoogt geen fiscale voordelen of fiscale optimalisatie. De aanvrager heeft bevestigd dat X geen fiscaal overdraagbare aftrekken heeft op de datum van de verrichting en dat de fusieverrichting geen fiscaal voordeel met zich meebrengt op het stuk van de aftrek voor risicokapitaal.

50. De groep bevestigt dat de integratie van de twee entiteiten geen negatief effect zal hebben op de tewerkstelling in haar geheel.

51. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de fusie waarbij Y X overneemt, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92

52. Aangezien de fusie vanuit het perspectief van de vennootschapsbelasting fiscaal neutraal is, zal in overeenstemming met artikel 264, eerste alinea, 2°, tweede streepje, WIB 92 geen roerende voorheffing ('RV') verschuldigd zijn. Door de vernietiging van de eigen aandelen van Y zal de met een dividend geassimileerde uitkering namelijk vrijgesteld zijn van roerende voorheffing rekening houdend met het feit dat de fusie op fiscaal neutrale wijze wordt verwezenlijkt.

IV.A.4. Fiscaal neutrale zusterfusie tussen Y en Z

53. De bedoeling van de fusie tussen Z en Y is het versterken van de positie van de groep op de (Belgische) markt en het creëren van mogelijkheden voor groei. Een fusie zal Y immers in staat stellen om (i) een nieuw marktsegment aan te boren (B2C-omgeving), (ii) haar productengamma uit te breiden en (iii) verder te evolueren naar een 'one face to the customer'-benadering, met meer visibiliteit op de markt als gevolg. Z op zijn beurt zal ook voordeel halen uit de organisatie en financiele sterkte van de omvangrijke groep, ten einde zijn ambitieuze groeidoelstellingen te realiseren, daar de huidige Z-activiteiten na de fusie optimaal zullen kunnen steunen op het brede netwerk dat de groep in het verleden heeft uitgebouwd. Bovendien zal door een vermindering van het aantal juridische entiteiten/vereenvoudiging van de Belgische groepsstructuur de beslissingsketen worden ingekort en zal de groep zich wendbaarder kunnen opstellen om vlotter in te spelen op marktopportuniteiten.

54. Tot slot zal de integratie van de twee entiteiten resulteren in kostenbesparingen. De groep wil namelijk haar potentieel voor synergieën na de overname van Z optimaliseren en verwacht dat (i) de integratie van Z en Y - twee entiteiten met complementaire activiteiten - zal leiden tot algemene schaalvoordelen zowel als specifieke kostenbesparingen en dat (ii) Y - als gevolg van de fusie - zal kunnen vermijden dat bepaalde functies en (van ondersteunende aard zijnde) activiteiten na de overname van Z nog dubbel ingevuld zullen worden.

55. De fusie beoogt geen fiscale voordelen of fiscale optimalisatie. De aanvrager heeft bevestigd dat Z op moment van de fusie nog overdraagbare verliezen zal hebben, maar dat deze ingevolge de toepassing van artikel 206,§2, WIB 92 vrijwel volledig verloren zullen gaan op het moment van de fusie. Tevens heeft de aanvrager bevestigd dat de fusieverrichting geen fiscaal voordeel met zich meebrengt op het stuk van de aftrek van risicokapitaal.

56. De groep bevestigt dat de integratie van de twee entiteiten geen negatief effect zal hebben op de tewerkstelling in haar geheel.

57. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de fusie waarbij Y Z overneemt, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92.

IV.A.4. Algemene Antimisbruikbepaling

58. De beoogde transacties, de aan de fusie voorafgaande kapitaalvermindering en de dochter-moederfusie gevolgd door de zusterfusie, evenals het geheel en de beschreven volgorde van de transacties, zijn niet ingegeven door fiscale motieven. Ze zijn daarentegen voldoende onderbouwd met "andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen" in de zin van (het nieuwe) artikel 344, §1, derde lid WIB 92, zoals ingevoerd door de programmawet van 29 maart 2012, die in het Belgisch Staatsblad van 6 april 2012 gepubliceerd werd.

IV.B BTW

59. Overeenkomstig artikel 11 btw-wetboek wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Art. 18, §3 btw-wetboek bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

60. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

61. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l'e nregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

62. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

a) wat betreft de dochter-moederfusie tussen Y en X:

63. Naar aanleiding van de hierboven beschreven dochter-moederfusie tussen Y en X wordt uit de verstrekte inlichtingen vastgesteld dat enkel aandelen en vorderingen worden overgedragen naar Y.

64. De overdracht van uitsluitend aandelen en vorderingen kan niet beschouwd worden als de overdracht van een algemeenheid van goederen in de zin van artikel 11 en 18 § 3 btw-wetboek. Evenwel is deze overdracht vrijgesteld op grond van artikel 44 § 3, 7° en artikel 44, § 3, 10° btw-wetboek.

b) wat betreft de zusterfusie tussen Y en Z

65. Door de zusterfusie tussen Z en Y zullen alle activa en passiva worden overgedragen naar Y als overnemer.

66. Voor btw-doeleinden heeft deze verrichting betrekking op de overdracht van een algemeenheid van goederen en diensten (immateriële vaste activa, materiële vaste activa, vorderingen en liquide middelen).

67. Vermits de overnemer, Y, een btw-belastingplichtige met recht op btw-aftrek is, dient deze verrichting met toepassing van artikel 11 en 18, § 3 van het btw-wetboek te gebeuren.

Aangehaalde teksten

8