Fiche van de FOD Financiën
Overdracht bedrijfstak · Rechtspersonenbelasting · Afschrijvingen
BTW · Bedrijfsafdeling
Registratierechten · Erfpacht · Opstal · Evenredig registratierecht
Samenvatting
De vzw X zal na overdracht aan een conventionele verkoopprijs van x euro van de bedrijfstak Z aan nv X onderworpen blijven aan de rechtspersonenbelasting.
Deze overdracht valt onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W. BTW.
De heffing van het evenredig registratierecht van 0,20% bij de overdracht beperkt is tot en slechts verschuldigd is n.a.v. de overdracht van het recht van opstal en het recht van erfpacht en dit op het samengesteld bedrag van de prijs van de overdracht, de jaarlijkse opstal- respectievelijk erfpachtvergoeding ("canon") en de eventuele lasten.
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:
1.1. de vzw X (hierna Overdrager), na overdracht aan een conventionele verkoopprijs van x euro van de bedrijfstak Z, die in hoofde van nv X (hierna Overnemer) een negatieve boekhoudkundige netto-actiefwaarde bezit, onderworpen blijft aan de rechtspersonenbelasting (artikelen 221 t.e.m. 224 van het Wetboek Inkomstenbelastingen, hierna WIB 92);
1.2. bij de Overnemer, die alle activa- en passivaposten van de bedrijfstak van de Overdrager "lijn per lijn" zal overnemen en het verschil met voornoemde conventionele verkoopprijs op een actiefpost "goodwill" zal boeken, die uiting geeft aan het waardepotentieel van het actief Y, gelet op de moeilijkheid de effectieve gebruikswaarde van deze actiefpost te onderbouwen, ten belope van de afschrijvingen op de goodwill geen waardevermindering plaatsvindt als bedoeld in artikel 61, eerste lid, WIB 92;
1.3. de overdracht is vrijgesteld van BTW onder toepassing van artikelen 11 en 18, § 3, van het BTW Wetboek (hierna W. BTW);
1.4. de heffing van het evenredig registratierecht van 0,20% bij overdracht van de bedrijfstak beperkt is tot en slechts verschuldigd is n.a.v. de overdracht van het recht van opstal en het recht van erfpacht en dit op het samengesteld bedrag van de jaarlijkse opstal- respectievelijk erfpachtvergoeding ("canon").
II. Beschrijving van de voorgenomen verrichting
2. De overdrager wenst haar bedrijfstak Z over te dragen over te dragen aan de overnemer voor een prijs van x euro
3. De voorgenomen overdracht heeft betrekking op alle activa, passiva, rechten, verplichtingen, schulden en latenties van de Overdrager, met uitzondering van diegene die verbonden zijn aan de W-activiteit.
4. De overgedragen bestanddelen vormen een bedrijfstak die volledig zelfstandig kan functioneren.
III. Beslissing
III. A. Wat betreft de directe belastingen
De onderworpenheid aan de rechtspersonenbelasting
5. De vzw X draagt via verkoop al haar activa, passiva, rechten, verplichtingen, schulden en latenties, met uitzondering van diegene die verbonden zijn aan de y-activiteit, over aan de nv X.
6. Na de overdracht zal vzw X nog andere activiteiten ontplooien ter verwezenlijking van haar statutair doel.
7. Volgens de aanvragers is de vzw X steeds onderworpen geweest aan de rechtspersonenbelasting en heeft zij aangiften in de RPB ingediend. Op grond van de artikelen 20 en 22 van de voormelde wet van 24.12.2002 kan de DVB bijgevolg niet beslissen over de geldigheid van de onderwerping aan de rechtspersonenbelasting.
8. De overdracht van de bedrijfstak Z is niet van aard een geldige onderwerping van vzw X aan de rechtspersonenbelasting in het gedrang te brengen, gezien de vzw zich terugplooit op haar ideële activiteiten in de meest strikte zin. Bovendien is de overdracht van de bedrijfstak een eenmalige en uitzonderlijke verrichting, die overeenkomstig artikel 182, 1°, WIB 92 op zich niet dient te worden beschouwd als de exploitatie van een onderneming noch als het zich bezighouden met verrichtingen van winstgevende aard. Verder zal de vzw X geen aandelen aanhouden in de nv X.
Verwerking van de transactie bij de nv X
9. De netto boekwaarde van de overgedragen activa en passiva kan, gelet op de argumentatie van de aanvrager, worden aangemerkt als de werkelijke waarde van de overgedragen activa en passiva.
10. Aangezien de aanvragers de intrinsieke waarde van de overgedragen bestanddelen dan ook niet hoger inschatten dan hun respectievelijke boekwaarde, zullen alle actiefposten en passiefposten met betrekking tot de overgedragen bedrijfstak "lijn per lijn" worden overgenomen bij de nv X en zal het verschil tussen activa en passiva op één actiefpost, genaamd "goodwill", worden weergegeven.
11. Deze "goodwill" drukt het verschil uit tussen de voor de aankoop verschuldigde conventionele prijs en de prijs die voor deze aankoop had moeten verschuldigd zijn, indien inderdaad de netto boekwaarde van de overgedragen activa en passiva zowel door overdrager als overnemer als de werkelijke waarde worden aangemerkt.
12. Met andere woorden, aan de boekhoudkundige post "goodwill" beantwoordt geen effectieve gebruikswaarde en kan bijgevolg ook geen werkelijke waardevermindering worden toegeschreven. In dergelijke situatie kan terecht worden voorgehouden dat de boekhoudkundige afschrijvingen op deze post "goodwill" niet beantwoorden aan een werkelijke waardevermindering en in de fiscale aangifte moeten gecorrigeerd worden met een aangroei van belaste (verdoken) reserves.
13. De basis hiervoor kan worden teruggevonden in artikel 61, eerste lid, WIB 92, waarin wordt bepaald dat afschrijvingen als beroepskosten worden aangemerkt in de mate dat ze gegrond zijn op de aanschaffings- of beleggingswaarde en voor zover ze noodzakelijk zijn en samengaan met een waardevermindering die zich in het belastbare tijdperk werkelijk heeft voorgedaan
III. B. Wat betreft de btw
14. Overeenkomstig artikel 11, W. BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zin, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W. BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.
15. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch W. BTW van de artikelen 19 en 29 van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over toegevoegde waarde.
16. In haar arrest van 27 november 2003 - zaak C-497/01, Zita Modes sarl c. Administration de l'enregistrement et des domaines heeft het Europees Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip "overgang van het geheel of een gedeelte van de algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap" moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.
17. De artikelen 11 en 18, § 3, W. BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de Overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.
18. In onderhavig geval worden alle activa en passiva met betrekking tot de activiteit Z overgedragen. Ook het in dienst zijnde personeel op datum van de eigendomsoverdracht zal integraal overgenomen
19. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een bedrijfstak die een autonome economische activiteit uitmaakt en die op eigen kracht kan werken.
20. De overdracht van de voetbalbedrijfstak van de Overdrager aan de Overnemer is niet onderworpen aan BTW onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W. BTW.
III. C. Wat betreft de registratierechten
21. Bij overdracht door de vzw X zullen registratierechten verschuldigd zijn voor wat betreft de overdracht van het recht van opstal en het recht van erfpacht. Volgens de aanvragers zal de overdracht van deze rechten resulteren in de heffing van het evenredig registratierecht van 0,20%, berekend op het samengesteld bedrag van de jaarlijkse opstal- en erfpachtvergoeding ("canon"),
22. Het recht van erfpacht werd gevestigd bij notariële akte verleden op xx/xx/xxxx. Het is duidelijk dat de overdracht van het erfpachtrecht geen overdracht van gebouwen impliceert. Bijgevolg zal het registratierecht verschuldigd zijn op de prijs van de overdracht, de nog verschuldigde canons en de eventuele lasten.
23. Het recht van opstal werd gevestigd bij notariële akte verleden op xx/xx/xxxx. Uit de ontleding van deze akte blijkt dat door X bij notariële akte verleden op xx/xx/xxxx op deze onroerende goederen een erfpachtrecht werd verleend aan de Z en dat zowel erfpachtgever (als "eigenaar") als de erfpachthouder (als "opstalgever") in deze akte een opstalrecht op de beschreven onroerende goederen hebben gevestigd ten voordele van de vzw X. Uit de bepalingen van de akte blijkt dat de reeds bestaande gebouwen nooit in eigendom werden overgedragen aan de vzw X zodat de vzw X ze ook niet verder kan overdragen. Bijgevolg zal het registratierecht verschuldigd zijn op de prijs van de overdracht, de nog verschuldigde opstalvergoedingen en de eventuele lasten. Voor wat betreft de nieuw opgerichte gebouwen moet worden opgemerkt dat de vzw X momenteel gebouw x herbouwt. De door vzw X tot op datum van overdracht gerealiseerde constructies zullen worden overgedragen onder het voortzettingsregime voorzien in de artikelen 11 en 18, § 3 W. BTW. De overdracht van het gebruiksrecht van de op datum van vestiging van het opstalrecht reeds bestaande constructies, waarvan de vergoeding impliciet zit vervat in het canon, zal worden onderworpen aan de heffing van registratierechten zoals deze zijn verschuldigd bij de overdracht van een recht van opstal. Indien de BTW opeisbaar is voor de levering van de nieuwe constructies geldt de vrijstelling van artikel 159, 8° W.Reg. (Vlaamse Gewest). In deze maakt het overgedragen gedeelte nieuwbouw deel uit van een bedrijfsafdeling waarvan de overdracht onder de toepassing van artikel 11 W. BTW valt waardoor de BTW niet effectief opeisbaar is. Dit belet echter de toepassing van artikel 159, 8° W.Reg. niet.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.